wetzoeker

Uitvoering periodieke GBA-audit

Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-1999
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0010606
Versie
1999-07-01_0
SHA-256 bron
4b8ec8d769aa53b02015a525a63e158b5b84f79bdcdcbde69c5c26317b8a51bc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (52)
  1. 1.1 — Achtergrond en doel van de GBA-audit
  2. 1.2 — Definities
  3. 1.3 — De inplanning van gemeenten in de auditperiode
  4. 1.4 — De onderdelen van de GBA-audit
  5. Het inhoudelijke deel van de audit
  6. Het procesmatige deel van de audit
  7. 1.5 — De audit-instellingen
  8. 1.6 — De kosten van de GBA-audit
  9. 1.7 — Aanvullende vragenlijst over privacy-aspecten rond de basisadministratie (optioneel)
  10. 2.1 — Niet-selecte steekproef
  11. 2.2 — Selecte steekproef
  12. 2.3 — Vormvereiste
  13. 2.4 — Beoordelingscriteria
  14. 2.5 — Afwijkingen
  15. 2.6 — Weging van afwijkingen
  16. 2.7 — Melding in de rapportage
  17. 3.1 — Algemeen
  18. 3.2 — Back-up en herstel
  19. 3.3 — Uitwijk
  20. 3.4 — Beveiliging
  21. 4.1 — De inhoud van de audit-rapportage
  22. 4.1.1 — De managementsamenvatting
  23. 4.1.2 — De bevindingen van het inhoudelijke deel van de audit
  24. 4.1.3 — De bevindingen van het procesmatige deel van de audit
  25. 4.2 — Privacybescherming
  26. 5.1 — Wanneer heraudit
  27. 5.2 — De uitvoering van de heraudit
  28. Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam) (deel 1)
  29. Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam) (deel 2)
  30. Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam) (deel 3)
  31. Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers
  32. 1 — Administratieve eisen
  33. 2 — Onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit
  34. 3 — Geheimhouding
  35. 4 — Organisatie en management
  36. 5 — Kwaliteitssysteem
  37. 6 — Personeel
  38. 7 — Voorzieningen en uitrusting
  39. 8 — Audit-methoden en -procedures
  40. 9 — Behandeling van persoonslijsten en documentatie
  41. 10 — Audit-rapportage en interviewverslagen
  42. 11 — Registraties
  43. 12 — Uitbesteding
  44. 13 — Klachten en beroep
  45. 14 — Samenwerking
  46. 15 — Informatie die moet worden opgenomen of waarnaar moet worden verwezen in het kwaliteitshandboek
  47. 16 — Criteria ten aanzien van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor ten behoeve van het inhoudelijke deel van de audit
  48. 17 — Criteria ten aanzien van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor ten behoeve van het procesmatige deel van de audit
  49. Bijlage 3 — Lijst met select getrokken persoonslijsten
  50. Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit (deel 1)
  51. Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit (deel 2)
  52. Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit (deel 3)

Tekst

Bijgaand informeer ik u omtrent de wijze van uitvoering van de verplichte periodieke controle van de gemeentelijke basisadministraties (verder: GBA-audit).

De periodieke audit maakt onderdeel uit van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet GBA dat momenteel bij de Tweede Kamer aanhangig is (kamerstukken II, 1998-1999, 26 228). Om de aangekondigde uitvoering van de audits op tijd te kunnen starten en een soepel verloop daarvan te waarborgen, is vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wetswijziging, die zal terugwerken tot 1 juli 1999, de inhoud van de beoogde regelgeving betreffende de GBA-audit in deze circulaire opgenomen. Deze circulaire vervalt van rechtswege op het moment dat de wetswijziging in werking treedt.

De geplande ingangsdatum van de audit was 1 juli 1999. Deze datum is evenwel niet haalbaar gebleken. In het kader van het aanwijzen van audit-instellingen voor de GBA-audit heeft een examen plaatsgevonden. Als gevolg van onvolkomenheden bij dit examen waren de resultaten ervan niet bruikbaar om tot aanwijzing van auditoren te kunnen overgaan. Daarom is in overleg met de audit-instellingen besloten tot een nieuw examen, dat in week 26 en in verband met de vakantieperiode eveneens medio augustus zal worden afgenomen.

Gezien het bovenstaande is de feitelijke start van de GBA-audit met twee maanden verschoven naar 1 september 1999. De gemeenten waar de uitvoering van de GBA-audit voor de tweede helft van 1999 was gepland, worden geacht de GBA-audit in de maanden september tot en met december 1999 te laten uitvoeren, met de mogelijkheid van een geringe uitloop in het begin van het jaar 2000. De betrokken gemeenten worden binnenkort nog separaat bij brief geïnformeerd.

In deze circulaire komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde:

– Algemeen: achtergrond en doel van de GBA-audit, de in deze circulaire gehanteerde definities, de inplanning van de gemeenten in de auditperiode, de onderdelen van de GBA-audit, de audit-instellingen en de kosten van de GBA-audit (Hoofdstuk 1);

– De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit (Hoofdstuk 2);

– De wijze van uitvoering van het procesmatige deel van de audit (Hoofdstuk 3);

– De audit-rapportage (Hoofdstuk 4);

– De verplichting tot heraudit (Hoofdstuk 5).

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.1 — Achtergrond en doel van de GBA-audit

1.1 — Achtergrond en doel van de GBA-audit

Een gezamenlijke werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), de VNG en het toenmalige GBA projectbureau onderkende reeds kort na de invoering van de GBA de noodzaak voor onderzoek naar de mogelijkheden van een verplichte periodieke audit. Daarnaast heeft de Algemene Rekenkamer in oktober 1996 het rapport ‘Gemeentelijke Basis Administratie’ aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 1996-97, 25 040, nrs. 1-2). In dat rapport wordt opgemerkt dat de minister van Binnenlandse Zaken over instrumenten zou moeten beschikken om de kwaliteit van het GBA-stelsel structureel te bewaken. Naar aanleiding van de bespreking van het rapport in de Tweede Kamer heeft de regering aangekondigd een verplichte periodieke audit in te willen voeren (Kamerstukken II, 25 040, nr. 3).

Inmiddels hebben vertegenwoordigers van de gemeenten en afnemers van de GBA ingestemd met de uitgangspunten en de opzet van de GBA-audit. Deze zijn neergelegd in het bovengenoemd wetsvoorstel.

De verplichte audit is ontstaan vanuit de behoefte om binnen het GBA-kwaliteitssysteem een periodieke meting van de kwaliteit van de gegevens te laten uitvoeren. Een regelmatige meting geeft immers inzicht in de kwaliteit van de GBA als geheel en binnen elke gemeente afzonderlijk. Aan de hand van dat inzicht kunnen zonodig aanvullende maatregelen ter handhaving van de kwaliteit van de GBA worden getroffen.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.2 — Definities

1.2 — Definities

In deze circulaire wordt verstaan onder:

– audit-instelling: het bedrijf dat door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid is aangewezen om de audit als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van deze circulaire uit te voeren;

– auditor: de medewerker van de audit-instelling die het inhoudelijke deel van de audit namens de audit-instelling zal gaan uitvoeren dan wel uitvoert of de medewerker van de audit-instelling onder wiens verantwoordelijkheid het procesmatige deel van de audit namens de audit-instelling zal worden uitgevoerd dan wel wordt uitgevoerd;

– auditee: de gemeente die onderwerp is van de audit.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.3 — De inplanning van gemeenten in de auditperiode

1.3 — De inplanning van gemeenten in de auditperiode

De audit heeft een periodiciteit van drie jaar. Dat betekent dat iedere gemeente eens in de drie jaar een audit zal moeten laten uitvoeren. Om diverse redenen is het van belang dat zowel het aantal audits als de verhouding tussen grote, middelgrote en kleine gemeenten jaarlijks ongeveer gelijk zijn. Een reden is de verdeling van de werklast voor de beschikbare auditoren. Daarnaast kan een gelijkmatiger verdeling van de kosten worden bereikt en zullen ook de resultaten van het ene jaar statistisch te vergelijken zijn met de resultaten van een volgend jaar.

Om deze redenen is gekozen voor een verdeling van de gemeenten over zes tijdvakken van elk zes maanden. Gemeenten zijn verplicht de periodieke audit binnen het met hen overeengekomen tijdvak van zes maanden uit te laten voeren. De verdeling is in beginsel slechts eenmalig, aangezien gemeenten vervolgens op grond van de wet verplicht zijn een volgende audit binnen drie jaren uit te laten voeren. Slechts ingeval van een gemeentelijke herindeling zal de planning aanpassing behoeven.

De definitieve inplanning van gemeenten voor de komende drie jaren (te rekenen vanaf 1 juli 1999) is na horen van de gemeenten vastgesteld. Deze indeling is als bijlage 1 bij deze circulaire gevoegd.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.4 — De onderdelen van de GBA-audit

1.4 — De onderdelen van de GBA-audit

De GBA-audit bestaat uit twee onderdelen:

– een inhoudelijk deel, bestaande uit een controle van een aantal persoonslijsten en – een procesmatig deel, bestaande uit een globaal onderzoek naar bepaalde processen rond de basisadministratie op basis van een door de auditee voorafgaand aan de uitvoering van het procesmatige deel van de audit ingevulde vragenlijst.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.4 — De onderdelen van de GBA-audit › Het inhoudelijke deel van de audit

Het inhoudelijke deel van de audit

Het doel van het inhoudelijke deel van de audit is het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van zowel de GBA-bestanden van de respectievelijke gemeenten (met name van belang voor de betreffende gemeente zelf) als in de kwaliteit van de GBA als geheel (met name van belang voor de minister, die een toezichthoudende en controlerende rol vervult). Aan de hand van dat inzicht kunnen zonodig maatregelen worden genomen ter bevordering en handhaving van de kwaliteit van de GBA.

Daartoe wordt een niet-selecte steekproef getrokken van de beschikbare (waaronder ook een aantal opgeschorte) persoonslijsten van de gemeente. Deze zullen vervolgens worden gecontroleerd aan de hand van de eisen die uit de wet- en regelgeving voortvloeien. Een onderdeel van die controle is de vergelijking van de gegevens die op de persoonslijsten zijn opgenomen met de in de gemeente aanwezige brondocumenten. In het inhoudelijke deel van de audit worden tevens enkele specifieke, select getrokken, persoonslijsten gecontroleerd. Het gaat hierbij om persoonslijsten met foutgevoelige situaties.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.4 — De onderdelen van de GBA-audit › Het procesmatige deel van de audit

Het procesmatige deel van de audit

Naast het inhoudelijke deel bestaat de GBA-audit uit een procesmatig deel. Het doel van dithet procesmatige deelvan de audit is tweeledig. Ten eerste dat wordt vastgesteld of ten aanzien van de onderdelen back-up en herstel en uitwijk de voorgeschreven maatregelen zijn getroffen en welke risico’s zijn te onderkennen. Ten tweede dat de gemeenten ten aanzien van het onderdeel beveiliging een spiegel krijgen voorgehouden. Gemeenten worden gewezen op risico’s die eventueel bestaan, gezien de opzet van het geheel aan maatregelen die het gemeentebestuur heeft getroffen om de beveiliging op een verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren. Gezien de beperkte tijd die voor het procesmatige deel is ingeraamd, wordt niet onderzocht in hoeverre de werking van de beveiliging overeenkomt met de opzet. Uitgangspunt is dat de werking conform de opzet is en andersom.

Voor dit procesmatige deel dient de door de auditee vooraf ingevulde vragenlijst als referentiekader. Gezien de beperkte tijd die voor de uitvoering van het procesmatige deel van de audit is ingeruimd, wordt bij de beoordeling uitgegaan van de situatie zoals die uit de vragenlijst blijkt. De vragenlijst is als bijlage 4 van deze circulaire opgenomen.

Ook voor dit onderdeel van de audit geldt de GBA-regelgeving als toetsingskader.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.5 — De audit-instellingen

1.5 — De audit-instellingen

De GBA-audit zal worden uitgevoerd door instellingen die door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid daartoe zijn aangewezen. De kandidaat-instellingen zijn voorafgaand aan de aanwijzing getoetst door de Raad voor Accreditatie. Na aanwijzing vindt jaarlijks een toetsing op onderdelen plaats.

De Raad voor Accreditatie is een onafhankelijke stichting die ten behoeve van de overheid, het bedrijfsleven en consumentenorganisaties toezicht houdt op instellingen in de publieke en private sector, die de kwaliteit beoordelen van onder andere producten en werkprocessen.

Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat de toets met positief resultaat is afgerond.

Gemeenten zijn vrij in hun keuze tussen de aangewezen audit-instellingen.

De criteria op grond waarvan de toets plaatsvindt zijn ter kennisneming als bijlage 2 opgenomen bij deze circulaire. Gemeenten zullen via een periodiek in de Staatscourant gepubliceerde lijst op de hoogte worden gehouden van de gegeven aanwijzingen. Deze lijst zal tevens worden geplaatst op de website van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) op Internet (www.bprbzk.nl).

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.6 — De kosten van de GBA-audit

1.6 — De kosten van de GBA-audit

Het gemeentebestuur is, als houder van de gemeentelijke basisadministratie, verantwoordelijk voor de basisadministratie, en zal dan ook de opdracht verstrekken aan de als zodanig aangewezen audit-instelling van zijn keuze. De audit-instelling ontvangt de betaling voor de uitvoering van de audit van het gemeentebestuur. Nadat een afschrift van de managementsamenvatting van de audit-rapportage, bedoeld in hoofdstuk 4 van deze circulaire, door het gemeentebestuur aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is gezonden

1 Verzenden aan:

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten Postbus 10451 2501 HL Den Haag.

, ontvangt de gemeente van het ministerie de vastgestelde vergoeding voor de kosten die zij in het kader van de GBA-audit heeft gemaakt.

De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan het aantal inwoners in de gemeente volgens de laatst door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde cijfers. De vergoedingen voor de in 1999 uitgevoerde audits bedragen:

– aan gemeenten met minder dan 20.000 inwoners: f 5.167,-;

– aan gemeenten van 20.000 tot 100.000 inwoners: f 7.750,-;

– aan gemeenten van 100.000 of meer inwoners: f 10.333,-.

De bedragen worden jaarlijks geïn-dexeerd. De basis voor de indexering is het eerste in een jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend gemaakte voorlopige indexcijfer voor de ‘CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen voor de commerciele dienstverlening’ over het aan de indexering voorafgaande jaar.

Indien onverhoopt blijkt dat een gemeente niet voldoet aan de gestelde eisen en verplicht wordt om een heraudit als bedoeld in hoofdstuk 5 van deze circulaire te laten uitvoeren, zijn de kosten van de heraudit voor rekening van de auditeegemeente zelf.

Hoofdstuk 1 — Algemeen › 1.7 — Aanvullende vragenlijst over privacy-aspecten rond de basisadministratie (optioneel)

1.7 — Aanvullende vragenlijst over privacy-aspecten rond de basisadministratie (optioneel)

De GBA-audit heeft een verplicht karakter. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid om door middel van de invulling van een vragenlijst de kwaliteit van de getroffen maatregelen en voorzieningen in het kader van de privacy-bescherming te laten toetsen door de Registratiekamer. Deze vragenlijst maakt geen deel uit van de GBA-audit en de invulling daarvan gebeurt op vrijwillige basis.

De gemeenten kunnen in de vragenlijst die in het kader van het procesmatige deel van de audit moet worden ingevuld aangeven of ze de bovenbedoelde vragenlijst willen invullen (zie bijlage 4, onderdeel 11).

De gemeenten die bevestigend hebben geantwoord zal in september 1999 de vragenlijst worden toegestuurd. Op basis van de ingevulde vragenlijsten dan wel op grond van het feit dat een gemeente geen vragenlijst heeft ingevuld kan de Registratiekamer besluiten een onderzoek ter plekke naar de privacy-aspecten rond de basisadministratie van de betreffende gemeente uit te voeren.

Gezien het vrijwillige karakter van dit onderzoek worden de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering ervan niet vergoed door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, maar komen voor rekening van de auditee zelf.

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.1 — Niet-selecte steekproef

2.1 — Niet-selecte steekproef

De audit-instelling waarnaar is verwezen in onderdeel 1.2. voert het inhoudelijke deel van de audit uit overeenkomstig de volgende eisen:

2.1.1. Er wordt een niet-selecte steekproef getrokken uit de basisadministratie van de auditee.

2.1.2. De steekproef wordt getrokken uit de verzameling van actuele persoonslijsten en de persoonslijsten die vanwege de emigratie, een ministerieel besluit, bedoeld in artikel 32 van de Wet GBA of het overlijden van de ingeschrevene zijn opgeschort.

2.1.3. Het aantal te selecteren persoonslijsten is afhankelijk van het aantal inwoners in de gemeenten volgens de laatst door het Centraal Bureau voor Statistiek gepubliceerde cijfers:

– tot 20.000 inwoners, 100 persoonslijsten;

– van 20.000 tot 100.000 inwoners, 200 persoonslijsten;

– vanaf 100.000 inwoners, 300 persoonslijsten.

2.1.4. 5 procent van de te selecteren persoonslijsten is opgeschort in verband met de in onderdeel 2.1.2. genoemde redenen.

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.2 — Selecte steekproef

2.2 — Selecte steekproef

2.2.1. Naast de niet-select getrokken persoonslijsten, wordt ook een aantal select getrokken persoonslijsten gecontroleerd.

2.2.2. Het aantal select getrokken persoonslijsten is afhankelijk van het aantal inwoners in de gemeenten volgens de laatst door het Centraal Bureau voor Statistiek gepubliceerde cijfers:

– tot 20.000 inwoners, 5 persoonslijsten;

– van 20.000 tot 100.000 inwoners, 10 persoonslijsten;

– vanaf 100.000 inwoners, 20 persoonslijsten.

2.2.3. De select getrokken persoonslijsten voldoen aan de criteria genoemd in bijlage 3 van deze circulaire.

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.3 — Vormvereiste

2.3 — Vormvereiste

2.3.1. De controles geschieden in beginsel aan de hand van afgedrukte persoonslijsten.

2.3.2. Ook indien de controles geheel of gedeeltelijk geschieden door middel van computers of geautomatiseerde uitrusting, worden de persoonslijsten afgedrukt.

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.4 — Beoordelingscriteria

2.4 — Beoordelingscriteria

2.4.1. De gegevens van de persoonslijsten dienen opgenomen te zijn conform bij of krachtens de Wet GBA gestelde eisen, waaronder de in de systeembeschrijving GBA van toepassing verklaarde delen van het Logisch Ontwerp GBA (hierna aangeduid als LO).

2.4.2. In het kader van de toetsing van de eisen die voortvloeien uit de systeembeschrijving wordt onderzocht of:

a) de gegevens voldoen aan de eisen in het gegevenswoordenboek (LO bijlage I);

b) de tekens voorkomen in het overzicht van te gebruiken Teletex karakters (LO bijlage II);

c) de gegevens weergeven dat mutaties zijn uitgevoerd conform de in het LO beschreven actualiseringprocedures (LO hoofdstuk 3);

d) de gegevens weergeven dat bij het opnemen dan wel wijzigen van gegevens de voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet GBA zijn gevolgd;

e) afnemersindicaties voorkomen op de persoonslijsten waar deze verwacht mogen worden;

f) de gegevens zijn ontleend aan bij of krachtens de Wet GBA genoemde brondocumenten.

2.4.3. Bepaalde voorschriften zijn in de loop der tijd gewijzigd. Uitgangspunt is dat een gegeven wordt getoetst aan het voorschrift dat gold op het moment waarop het gegeven werd opgenomen, tenzij later is aangegeven dat het betreffende gegeven gecorrigeerd moest worden omdat het bij opname gehanteerde voorschrift niet juist was.

Gegevens die ten tijde van de selectie van de persoonslijsten (zowel de niet-select getrokken als de select getrokken) niet conform de eisen waren opgenomen, maar naderhand zijn gecorrigeerd, worden aangemerkt als afwijkingen.

2.4.4. Beoordeeld wordt of de gegevens op de persoonslijsten inhoudelijk volledig overeenstemmen met de gegevens op het brondocument, waaraan zij zijn ontleend.

a) Voor wat betreft de niet- selecte steekproef geldt dat:

– de controle alleen wordt uitgevoerd aan de hand van door de auditee gebruikte Nederlandse brondocumenten, (waarvan – indien niet bij de gemeente aanwezig – zonodig nogmaals een exemplaar kan worden verkregen

2 Hiermee worden bedoeld de kopie van de persoonskaart van het Vestigingsregister en Nederlandse brondocumenten die door instanties in Nederland zijn opgemaakt, niet zijnde de persoonskaart. Indien de gemeente het brondocument niet heeft bewaard, dient de gemeente bij de desbetreffende instantie een nieuw exemplaar op te vragen. Het betreffen derhalve: de kopie van de persoonskaart, (kennisgevingen van) akten van de burgerlijke stand, besluiten, (afschriften van) rechterlijke uitspraken, kennisgevingen van het gezagsregister (voorheen het voogdijregister) en kennisgevingen van het curateleregister, tenzij deze de vorm hebben van een Og01-, Og11- dan wel een Tb01-bericht

) en de brondocumenten die de auditee in het paspoortdossier heeft opgenomen;

– de controle wordtin ieder geval uitgevoerd bij de helft van de getrokken persoonslijsten. De auditor bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van audit door middel van het trekken van een niet-selecte steekproef van alle betrokken persoonslijsten bij welke Deze helft wordt door de auditor door middel van het trekken van een niet-selecte steekproef van alle betrokken persoonslijsten bepaald deze controle wordt uitgevoerd;

– bij de andere helft van de niet-select getrokken persoonslijsten wordt alleen een controle uitgevoerd indien het vermoeden bestaat dat gegevens niet juist van het brondocument zijn overgenomen of geïnterpreteerd.

b) Bij de select getrokken persoonslijsten zoals bedoeld in onderdeel 2.2., wordt de controle uitgevoerd ten aanzien van de bij de desbetreffende specifieke situatie gehanteerde brondocumenten (waaronder ook buitenlandse brondocumenten).

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.5 — Afwijkingen

2.5 — Afwijkingen

Aangetroffen afwijkingen worden ingedeeld in drie foutklassen:

a) foutklasse A, voor afnemers cruciale gegevens, zijnde:

– 01.01.10 A-nummer persoon

– 01.02.30 voorvoegsel persoon

– 01.02.40 geslachtsnaam persoon

– 01.03.10 geboortedatum persoon

– 05/55.01.10 A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner

– 05/55.03.10 geboortedatum echtgenoot/geregistreerd partner

– 05/55.06.10 datum huwelijkssluiting

– 05.07.10 datum huwelijksontbinding

– 06.08.10 datum overlijden

– 08.11.20 huisnummer

– 08.11.30 huisletter

– 08.11.40 huisnummertoevoeging

– 08.11.60 postcode

– 09.01.10 A-nummer kind

– 09.03.10 geboortedatum kind

– 14.40.10 afnemersindicatie;

b) foutklasse B, de overige algemene gegevens, alsmede van de bijzondere gegevens de groepen:

– 12.35 Nederlands reisdocument

– 12.36 Signalering

– 12.37 Buitenlands reisdocument

– 12.85 Geldigheid;

c) foutklasse C, de administratieve gegevens, alsmede van de bijzondere gegevens, de groepen:

– 12.82 Document

– 12.83 Procedure

– 12.86 Opneming.

Het niet kunnen overleggen van een brondocument wordt aangemerkt als vallend in foutclasse C.

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.6 — Weging van afwijkingen

2.6 — Weging van afwijkingen

Iedere aangetroffen afwijking wordt geteld als 1 fout.

Daarop zijn twee groepen uitzonderingen:

a)

– de afwijkingen die op meerdere persoonslijsten zijn geconstateerd, die worden veroorzaakt doordat de GBA-applicatie op een bepaald aspect niet goed werkt/werkte of doordat een GBA-procedure bij een gemeente niet goed is/was; ;

– de op één persoonslijst geconstateerde afwijkingen die met elkaar samenhangen dan wel worden veroorzaakt door één en dezelfde fout. en

– de op één of meerdere persoonslijsten geconstateerde afwijkingen van het niet kunnen overleggen van een bepaald brondocument.

Deze afwijkingen worden geteld als 1 fout en ingedeeld in de hoogste van toepassing zijnde foutklasse.

b)

– de afwijkingen waarvan bij brief

3 Brief van 1 maart 1999 (kenmerk BPR99/U58398). De opsomming van de betreffende afwijkingen is als bijlage bij die brief opgenomen.

kenbaar is gemaakt dat deze bij de bepaling van het resultaat van het inhoudelijke deel van de audit niet als afwijking worden aangemerkt;

– de afwijkingen waarvan in de Kwaliteisbrochures kenbaar is gemaakt dat deze in de GBA-audit niet als afwijking worden aangemerkt.

Deze afwijkingen worden niet als een fout geteld.

Hoofdstuk 2 — De wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de audit › 2.7 — Melding in de rapportage

2.7 — Melding in de rapportage

De aangetroffen afwijkingen worden aangetekend op de desbetreffende persoonslijst en in de audit-rapportage vermeld.

Hoofdstuk 3 — Eisen met betrekking tot de wijze van uitvoering van het procesmatige deel van de audit › 3.1 — Algemeen

3.1 — Algemeen

In het procesmatige deel van de audit worden procedures belicht, die door de auditee worden toegepast in het kader van uitwijk, back-up en herstel. Gezien het zeer brede terrein van met name het onderdeel beveiliging, de beperkte tijd die voor het procesmatige deel van de audit is ingeruimd en de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en het ministerie inzake deze processen, beperkt het procesmatige deel van de audit zich tot een vragenlijst. Deze vragenlijst is als bijlage 4 opgenomen in deze circulaire.

Overigens laat dit de verantwoordelijkheden van de gemeenten ten aanzien van de beveiliging van de gegevens in de GBA onverlet. Verwezen wordt naar de gangbare beveiligingsnormen in het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst 1994 (VIR), (Stcrt. 1994, 173), de Code voor Informatie-voorziening en het rapport Beveiliging van persoonsregistraties van de Registratiekamer.

De vragenlijst, die door of namens de houder van de basisadministratie – het gemeentebestuur – vooraf wordt ingevuld, dient, samen met de afschriften van de meest recente versies van desbetreffende documenten

4 In de vragenlijst zijn de desbetreffende documenten gemarkeerd doordat in de rechter kolom het teken ‘@’ is opgenomen.

, voor de auditor klaar te liggen.

De auditor kan naar eigen inzicht aanvullende vragen stellen aan en/of interviews houden met de voor de desbetreffende processen verantwoordelijke en uitvoerende personen (paragraaf 7.4.5. van het LO, zijnde:

– degene die verantwoordelijk is voor de inhoud, integriteit en toegankelijkheid van de GBA-gegevens in de gemeente;

– degene die verantwoordelijk is voor het goed functioneren van de toepassingsprogrammatuur bij de gemeente;

– degene die verantwoordelijk is voor het goed functioneren van de apparatuur en systeemprogrammatuur bij de gemeente;

– degene die verantwoordelijk is voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen over wie gegevens in de GBA opgenomen zijn;

– degene die verantwoordelijk is voor het controleren en evalueren van de maatregelen voor de informatiebeveiliging;

– degene die verantwoordelijk is voor een juiste bijhouding van de GBA.

De gemeente geeft vooraf aan bij wie genoemde verantwoordelijkheden zijn neergelegd en waar dat uit blijkt.

De auditor toetst of ten aanzien van de onderdelen back-up en herstel en uitwijk de voorgeschreven maatregelen zijn getroffen en welke risico’s daarbij zijn te onderkennen, alsmede of er ten aanzien van het onderdeel beveiliging risico’s zijn te onderkennen in de opzet van het geheel aan maatregelen die terzake zijn getroffen.

Hoofdstuk 3 — Eisen met betrekking tot de wijze van uitvoering van het procesmatige deel van de audit › 3.2 — Back-up en herstel

3.2 — Back-up en herstel

Terzake gelden de eisen die zijn weergegeven in paragraaf 7.4.1 van het Logisch Ontwerp, zijnde:

1) de GBA-gegevens zoals die 1 werkdag geleden waren, moeten te allen tijde kunnen worden gereconstrueerd en deze reconstructie mag hoogstens 1 werkdag in beslag nemen;

2) de back-upgegevens moeten in een andere ruimte worden bewaard dan de ruimte waarin de GBA-apparatuur is opgesteld en bij voorkeur in een ander gebouw;

3) een reconstructie van de mutaties die na de laatste back-up zijn aangebracht, moet mogelijk zijn en

4) de gevolgen van verkeerd uitgevoerde systematische verstrekkingen moeten ongedaan kunnen worden gemaakt.

(Zie voor de betreffende onderdelen van de vragenlijst bijlage 4.)

Hoofdstuk 3 — Eisen met betrekking tot de wijze van uitvoering van het procesmatige deel van de audit › 3.3 — Uitwijk

3.3 — Uitwijk

Hier geldt de eis die is weergegeven in paragraaf 7.4.1 van het LO, zijnde:

5) als het normale GBA-systeem langdurig buiten gebruik is gesteld, moet kunnen worden uitgeweken. (Zie het betreffende onderdeel in bijlage 4.)

Hoofdstuk 3 — Eisen met betrekking tot de wijze van uitvoering van het procesmatige deel van de audit › 3.4 — Beveiliging

3.4 — Beveiliging

Op dit gebied geldt hetgeen in de paragrafen 7.3.3 en 7.3.5 van het LO is gesteld. Paragraaf 7.3.3 verwijst naar de artikelen 31 en 53 van het Besluit GBA.

Artikel 31 van het Besluit GBA stelt dat er voldoende voorzieningen moeten zijn getroffen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in de GBA vermelde gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens. Het daarin gestelde kan worden uitgesplitst naar de volgende aandachtsgebieden:

6) het systeem c.q. de methode voor het ontwikkelen, uitvoeren, meten c.q. controleren en bijsturen van beveiligingsmaatregelen;

7) de maatregelen van technische aard om verlies, aantasting en onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens te voorkomen;

8) de maatregelen van organisatorische aard om verlies, aantasting en onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van deze gegevens te voorkomen.

Artikel 53 van het Besluit GBA is van toepassing ingeval een gemeente gebruik maakt van een bewerker. In dat geval geldt.

9) dat er een systeem dient te zijn ter waarborging voor de gemeente dat de bewerker voldoet aan het gestelde in en krachtens artikel 53 van het Besluit GBA.

Tenslotte geldt in het kader van beveiliging nog hetgeen in paragraaf 7.3.5 staat, zijnde:

10) dat het transport van alternatieve media met GBA-berichten moet voldoen aan de geldende eisen. (Zie voor de betreffende onderdelen van de vragenlijst bijlage 4.)

Hoofdstuk 4 — Eisen ten aanzien van de audit-rapportage › 4.1 — De inhoud van de audit-rapportage

4.1 — De inhoud van de audit-rapportage

De audit-rapportage bevat minimaal de volgende elementen:

a) de managementsamenvatting;

b) de bevindingen van het inhoudelijke deel van de audit;

c) de bevindingen van het procesmatige deel van de audit.

Hoofdstuk 4 — Eisen ten aanzien van de audit-rapportage › 4.1 — De inhoud van de audit-rapportage › 4.1.1 — De managementsamenvatting

4.1.1 — De managementsamenvatting

De managementsamenvatting bestaat in ieder geval uit de volgende elementen:

a) een passage waaruit blijkt welke auditor(en) het inhoudelijke deel van de audit heeft/hebben uitgevoerd, onder wiens verantwoordelijkheid het procesmatige deel van de audit is uitgevoerd en wanneer de GBA-audit is uitgevoerd. Indien sprake is geweest van uitbesteding door de audit-instelling, moet blijken welk deel aan welke instantie is uitbesteed;

b) een verklaring dat het inhoudelijke deel van de audit onderscheidenlijk het procesmatige deel van de audit niet, dan wel geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd met behulp van computers en geautomatiseerde uitrusting;

c) de conclusies, onderverdeeld naar:

– de niet-selecte persoonslijsten. Daarbij wordt per foutklasse aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen en of de geldende norm is overschreden, zijnde bij:

· foutklasse A 1% van het aantal niet-select getrokken persoonslijsten;

· foutklasse B 5% van het aantal niet-select getrokken persoonslijsten;

· foutklasse C 10% van het aantal niet-select getrokken persoonslijsten;

– de select getrokken persoonslijsten. Daarbij wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen;

– de verplichte maatregelen en voorzieningen met betrekking tot back-up, herstel en uitwijk die niet zijn getroffen;

– de in het procesmatige deel van de audit overigens onderkende risico’s op het terrein van back-up, herstel uitwijk en beveiliging;

– het onderdeel dan wel de onderdelen waarvoor een heraudit verplicht is dan wel de mededeling dat geen heraudit verplicht is.

d) de mededeling of de auditee wel of niet de optionele vragenlijst omtrent de privacy-aspecten rond de basisadministratie wil invullen;

e) de afspraken die de auditee met de auditor(en) heeft gemaakt n.a.v. de bespreking van het concept van de audit-rapportage.

Hoofdstuk 4 — Eisen ten aanzien van de audit-rapportage › 4.1 — De inhoud van de audit-rapportage › 4.1.2 — De bevindingen van het inhoudelijke deel van de audit

4.1.2 — De bevindingen van het inhoudelijke deel van de audit

Omtrent het inhoudelijke deel van de audit wordt minimaal opgenomen:

– de zichtbare onvolkomenheden in de gecontroleerde persoonslijsten;

– de wijze van uitvoering van de niet-selecte steekproeven (zowel t.a.v. persoonslijsten als brondocumenten);

– welke select getrokken persoonslijsten zijn gecontroleerd;

– welke bevindingen zijn geconstateerd.

Ten aanzien van de niet-selecte steekproef worden de feitelijke bevindingen c.q. geconstateerde afwijkingen onderverdeeld in foutklassen als bedoeld in onderdeel 2.5.

Hoofdstuk 4 — Eisen ten aanzien van de audit-rapportage › 4.1 — De inhoud van de audit-rapportage › 4.1.3 — De bevindingen van het procesmatige deel van de audit

4.1.3 — De bevindingen van het procesmatige deel van de audit

Omtrent het procesmatige deel van de audit wordt minimaal opgenomen:

– de zichtbare onvolkomenheden in de te bestuderen documentatie;

– hoe deze is uitgevoerd (welke aanvullende documenten zijn geraadpleegd, welke controles en interviews zijn uitgevoerd);

– welke bevindingen zijn geconstateerd.

De feitelijke bevindingen voor de aspecten back-up en herstel en uitwijk worden onderverdeeld naar:

– de verplichte maatregelen en voorzieningen die niet zijn getroffen en verbeterpunten, ingeval daadwerkelijk van de voorschriften is afgeweken en

– de risico’s die zijn onderkend voor wat betreft de aspecten back-up, herstel en uitwijk, ongeacht of van de voorschriften is afgeweken; aanbevelingen, ingeval niet daadwerkelijk van de voorschriften is afgeweken, maar wel

– de overige risico’s die zijn onderkend voor het onderdeel beveiliging.

Hoofdstuk 4 — Eisen ten aanzien van de audit-rapportage › 4.2 — Privacybescherming

4.2 — Privacybescherming

De audit-rapportage is anoniem.

In verband met de privacybescherming van de burger zijn de feitelijke bevindingen bij het inhoudelijke deel van de audit op een zodanige wijze beschreven dat de gegevens niet zijn te herleiden tot een individuele burger.

Hoofdstuk 5 — De heraudit › 5.1 — Wanneer heraudit

5.1 — Wanneer heraudit

5.1.1.Bij de niet-selecte steekproef is een heraudit verplicht als meer fouten zijn geconstateerd dan de desbetreffende norm toestaat.

5.1.2. Voor de aspecten back-up en herstel en uitwijk van het procesmatige deel van de audit is een heraudit verplicht als is geconstateerd dat een of meerdere verplichte maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen.

5.1.3. De afwijkingen bij de select getrokken persoonslijsten en de overigens onderkende risico’s bij de aspecten back-up en herstel, uitwijk en beveiliging, leiden niet tot een heraudit.

Hoofdstuk 5 — De heraudit › 5.2 — De uitvoering van de heraudit

5.2 — De uitvoering van de heraudit

De heraudit wordt overeenkomstig de volgende eisen uitgevoerd:

5.2.1. De heraudit betreft alleen het onderdeel of de onderdelen waarvoor een heraudit verplicht is. In dit kader bestaan er vijf onderdelen, te weten de drie soorten gegevens onderverdeeld in foutklassen A, B en C van het inhoudelijke deel van de audit en de twee aspecten back-up en herstel en uitwijk van het procesmatige deel van de audit.

5.2.2. Er wordt bij de heraudit gecontroleerd of de gemeente zodanige maatregelen heeft getroffen dat de kwaliteit van de desbetreffende onderdelen nu wel voldoende is.

5.2.3. Voor een heraudit met betrekking tot de gegevens in foutklassen A, B en/of C is het gestelde in de hoofdstukken 2 en 4 van deze circulaire van overeenkomstige toepassing.

5.2.4. Voor een heraudit met betrekking tot de aspecten back-up en herstel en/of uitwijk is het gestelde in de hoofdstukken 3 en 4 van deze circulaire van overeenkomstige toepassing.

Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam)

Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam) (deel 1)

Gemeentenaam | Definitieve periode

‘s-Graveland | eerste helft van 2002

‘s-Gravendeel | eerste helft van 2002

‘s-Gravenhage | tweede helft van 2001

‘s-Gravenzande | eerste helft van 2001

‘s-Hertogenbosch | eerste helft van 2000

Aa en Hunze | tweede helft van 2000

Aalburg | eerste helft van 2001

Aalsmeer | tweede helft van 2001

Aalten | eerste helft van 2002

Abcoude | eerste helft van 2000

Achtkarspelen | eerste helft van 2000

Akersloot | tweede helft van 1999

Alblasserdam | eerste helft van 2002

Albrandswaard | tweede helft van 2000

Alkemade | tweede helft van 2000

Alkmaar | tweede helft van 2001

Almelo | eerste helft van 2000

Almere | tweede helft van 2001

Alphen aan den Rijn | eerste helft van 2002

Alphen-Chaam | tweede helft van 2000

Ambt Delden | eerste helft van 2002

Ambt Montfort | eerste helft van 2000

Ameland | eerste helft van 2000

Amerongen | tweede helft van 2000

Amersfoort | tweede helft van 1999

Amstelveen | tweede helft van 2000

Amsterdam | tweede helft van 2000

Andijk | tweede helft van 2001

Angerlo | tweede helft van 2001

Anna Paulowna | tweede helft van 2000

Apeldoorn | tweede helft van 1999

Appingedam | tweede helft van 2000

Arcen en Velden | eerste helft van 2000

Arnhem | tweede helft van 2000

Assen | tweede helft van 1999

Asten | tweede helft van 2000

Avereest | eerste helft van 2001

Axel | eerste helft van 2001

Baarle-Nassau | tweede helft van 2001

Baarn | eerste helft van 2000

Barendrecht | eerste helft van 2002

Barneveld | tweede helft van 2000

Bathmen | tweede helft van 2000

Bedum | tweede helft van 1999

Beek | eerste helft van 2001

Beemster | tweede helft van 2000

Beesel | tweede helft van 2000

Belfeld | tweede helft van 2001

Bellingwedde | eerste helft van 2001

Bemmel | tweede helft van 2001

Bennebroek | eerste helft van 2000

Bergambacht | tweede helft van 2000

Bergen (L) | eerste helft van 2002

Bergen (NH) | tweede helft van 1999

Bergen op Zoom | eerste helft van 2001

Bergeyk | tweede helft van 1999

Bergh | eerste helft van 2001

Bergschenhoek | eerste helft van 2000

Berkel en Rodenrijs | eerste helft van 2002

Bernheze | tweede helft van 2000

Bernisse | eerste helft van 2002

Best | tweede helft van 2000

Beuningen | eerste helft van 2000

Beverwijk | eerste helft van 2000

Binnenmaas | eerste helft van 2002

Bladel | tweede helft van 2001

Blaricum | eerste helft van 2002

Bleiswijk | tweede helft van 2000

Bloemendaal | eerste helft van 2001

Boarnsterhim | eerste helft van 2001

Bodegraven | eerste helft van 2002

Boekel | eerste helft van 2002

Bolsward | tweede helft van 2000

Borculo | tweede helft van 2000

Borger-Odoorn | eerste helft van 2001

Born | eerste helft van 2001

Borne | eerste helft van 2001

Borsele | tweede helft van 2001

Boskoop | tweede helft van 2001

Boxmeer | tweede helft van 1999

Boxtel | eerste helft van 2002

Breda | eerste helft van 2000

Brederwiede | tweede helft van 2001

Breukelen | tweede helft van 2000

Brielle | eerste helft van 2002

Broekhuizen | eerste helft van 2002

Brummen | eerste helft van 2000

Brunssum | eerste helft van 2000

Bunnik | eerste helft van 2001

Bunschoten | tweede helft van 2001

Buren | tweede helft van 2000

Bussum | tweede helft van 1999

Capelle aan den IJssel | eerste helft van 2001

Castricum | tweede helft van 2000

Coevorden | eerste helft van 2002

Cranendonck | tweede helft van 1999

Cromstrijen | tweede helft van 1999

Cuijk | eerste helft van 2001

Culemborg | tweede helft van 2000

Dalfsen | tweede helft van 1999

Dantumadeel | eerste helft van 2002

De Bilt | tweede helft van 1999

De Lier | eerste helft van 2002

De Marne | tweede helft van 2000

De Ronde Venen | tweede helft van 1999

De Wolden | tweede helft van 2000

Delft | eerste helft van 2001

Delfzijl | tweede helft van 2001

Den Ham | tweede helft van 2000

Den Helder | tweede helft van 1999

Denekamp | tweede helft van 1999

Deurne | tweede helft van 1999

Deventer | tweede helft van 2000

Didam | tweede helft van 2001

Diemen | tweede helft van 1999

Diepenheim | tweede helft van 2001

Dinxperlo | tweede helft van 1999

Dirksland | tweede helft van 1999

Dodewaard | tweede helft van 2001

Doesburg | tweede helft van 1999

Doetinchem | tweede helft van 1999

Dongen | tweede helft van 1999

Dongeradeel | tweede helft van 2000

Doorn | tweede helft van 1999

Dordrecht | eerste helft van 2002

Drechterland | tweede helft van 1999

Driebergen-Rijsenburg | tweede helft van 1999

Drimmelen | eerste helft van 2000

Dronten | tweede helft van 1999

Druten | tweede helft van 2000

Duiven | eerste helft van 2002

Echt | tweede helft van 1999

Echteld | tweede helft van 2001

Edam-Volendam | tweede helft van 1999

Ede | tweede helft van 2000

Eemnes | tweede helft van 2000

Eemsmond | eerste helft van 2002

Eersel | eerste helft van 2000

Egmond | eerste helft van 2000

Eibergen | eerste helft van 2001

Eijsden | tweede helft van 2001

Eindhoven | tweede helft van 1999

Elburg | tweede helft van 2000

Elst | eerste helft van 2000

Emmen | eerste helft van 2001

Enkhuizen | eerste helft van 2000

Enschede | eerste helft van 2000

Epe | eerste helft van 2002

Ermelo | eerste helft van 2000

Etten-Leur | tweede helft van 2000

Ferwerderadiel | tweede helft van 2000

Franekeradeel | tweede helft van 2000

Gaasterlân-Sleat | eerste helft van 2000

Geertruidenberg | eerste helft van 2001

Geldermalsen | tweede helft van 2001

Geldrop | tweede helft van 1999

Geleen | tweede helft van 1999

Gemert-Bakel | eerste helft van 2000

Gendringen | eerste helft van 2000

Gendt | tweede helft van 2001

Genemuiden | eerste helft van 2001

Gennep | tweede helft van 2000

Giessenlanden | eerste helft van 2000

Gilze en Rijen | tweede helft van 1999

Goedereede | tweede helft van 2001

Goes | eerste helft van 2002

Goirle | eerste helft van 2001

Goor | eerste helft van 2001

Gorinchem | tweede helft van 1999

Gorssel | tweede helft van 1999

Gouda | tweede helft van 2001

Graafstroom | eerste helft van 2000

Graft-De Rijp | eerste helft van 2002

Gramsbergen | eerste helft van 2000

Grave | eerste helft van 2000

Groenlo | eerste helft van 2001

Groesbeek | eerste helft van 2002

Groningen | tweede helft van 1999

Grootegast | tweede helft van 1999

Grubbenvorst | eerste helft van 2002

Gulpen-Wittem | eerste helft van 2000

Haaksbergen | eerste helft van 2000

Haaren | tweede helft van 2000

Haarlem | eerste helft van 2002

Haarlemmerliede en Spaarnwoude | tweede helft van 1999

Haarlemmermeer | tweede helft van 2001

Haelen | tweede helft van 2001

Halderberge | tweede helft van 2001

Hardenberg | tweede helft van 2000

Harderwijk | eerste helft van 2000

Hardinxveld-Giessendam | eerste helft van 2002

Haren | eerste helft van 2002

Harenkarspel | eerste helft van 2002

Harlingen | eerste helft van 2000

Harmelen | tweede helft van 1999

Hasselt | eerste helft van 2000

Hattem | tweede helft van 1999

Heel | eerste helft van 2000

Heemskerk | eerste helft van 2002

Heemstede | eerste helft van 2001

Heerde | tweede helft van 1999

Heerenveen | tweede helft van 1999

Heerhugowaard | eerste helft van 2001

Heerjansdam | eerste helft van 2002

Heerlen | eerste helft van 2001

Heeze-Leende | eerste helft van 2000

Heiloo | eerste helft van 2001

Heino | eerste helft van 2002

Helden | tweede helft van 2001

Hellendoorn | eerste helft van 2002

Hellevoetsluis | eerste helft van 2001

Helmond | tweede helft van 2000

Hendrik-Ido-Ambacht | tweede helft van 2001

Hengelo (Gld) | eerste helft van 2000

Hengelo (O) | tweede helft van 2001

Het Bildt | eerste helft van 2000

Heteren | tweede helft van 2000

Heumen | tweede helft van 1999

Heusden | eerste helft van 2002

Heythuysen | tweede helft van 2001

Hillegom | eerste helft van 2000

Hilvarenbeek | eerste helft van 2000

Hilversum | tweede helft van 2001

Hoevelaken | tweede helft van 2000

Holten | tweede helft van 2001

Hontenisse | tweede helft van 1999

Hoogeveen | tweede helft van 2000

Hoogezand-Sappemeer | eerste helft van 2002

Hoorn | eerste helft van 2001

Horst | tweede helft van 2001

Houten | eerste helft van 2000

Huissen | tweede helft van 2001

Huizen | eerste helft van 2001

Hulst | eerste helft van 2002

Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam)

Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam) (deel 2)

Hummelo en Keppel | eerste helft van 2002

Hunsel | eerste helft van 2001

IJsselham | eerste helft van 2002

IJsselmuiden | eerste helft van 2001

IJsselstein | tweede helft van 2001

Jacobswoude | tweede helft van 2001

Kampen | eerste helft van 2001

Kapelle | eerste helft van 2000

Katwijk | tweede helft van 2001

Kerkrade | tweede helft van 2001

Kessel | tweede helft van 1999

Kesteren | tweede helft van 1999

Kollumerland en Nieuwkruisland | eerste helft van 2000

Korendijk | tweede helft van 1999

Krimpen aan den IJssel | tweede helft van 2001

Laarbeek | eerste helft van 2001

Landerd | eerste helft van 2000

Landgraaf | tweede helft van 1999

Landsmeer | eerste helft van 2001

Langedijk | eerste helft van 2001

Laren | eerste helft van 2001

Leek | eerste helft van 2001

Leerdam | eerste helft van 2001

Leersum | tweede helft van 1999

Leeuwarden | tweede helft van 1999

Leeuwarderadeel | eerste helft van 2002

Leiden | eerste helft van 2001

Leiderdorp | eerste helft van 2002

Leidschendam | tweede helft van 2000

Lelystad | tweede helft van 1999

Lemsterland | tweede helft van 2001

Leusden | tweede helft van 2001

Lichtenvoorde | eerste helft van 2002

Liemeer | eerste helft van 2002

Liesveld | eerste helft van 2000

Limmen | eerste helft van 2001

Lingewaal | tweede helft van 2001

Lisse | eerste helft van 2001

Lith | tweede helft van 1999

Littenseradiel | tweede helft van 1999

Lochem | tweede helft van 1999

Loenen | tweede helft van 2000

Loon op Zand | tweede helft van 2001

Loosdrecht | eerste helft van 2000

Lopik | tweede helft van 2000

Loppersum | eerste helft van 2002

Losser | tweede helft van 1999

Maarn | eerste helft van 2000

Maarssen | tweede helft van 2000

Maartensdijk | tweede helft van 2000

Maasbracht | eerste helft van 2002

Maasbree | eerste helft van 2002

Maasdonk | tweede helft van 2001

Maasdriel | tweede helft van 2000

Maasland | tweede helft van 2001

Maassluis | tweede helft van 1999

Maastricht | eerste helft van 2000

Margraten | tweede helft van 1999

Markelo | eerste helft van 2001

Marum | eerste helft van 2002

Medemblik | eerste helft van 2000

Meerlo-Wanssum | tweede helft van 1999

Meerssen | tweede helft van 2000

Meijel | eerste helft van 2000

Menaldumadeel | tweede helft van 2000

Menterwolde | tweede helft van 2001

Meppel | tweede helft van 2001

Middelburg | eerste helft van 2000

Middelharnis | tweede helft van 2001

Middenveld | eerste helft van 2002

Mierlo | tweede helft van 2001

Mill en Sint Hubert | tweede helft van 2001

Millingen aan de Rijn | tweede helft van 2001

Moerdijk | tweede helft van 2000

Monster | eerste helft van 2002

Montfoort | tweede helft van 2000

Mook en Middelaar | eerste helft van 2000

Moordrecht | eerste helft van 2001

Muiden | eerste helft van 2000

Naaldwijk | tweede helft van 2000

Naarden | tweede helft van 1999

Nederhorst den Berg | tweede helft van 2000

Nederlek | eerste helft van 2000

Nederweert | eerste helft van 2001

Neede | eerste helft van 2001

Neerijnen | tweede helft van 1999

Niedorp | eerste helft van 2001

Nieuwegein | tweede helft van 2000

Nieuwerkerk aan den IJssel | eerste helft van 2000

Nieuwkoop | eerste helft van 2001

Nieuw-Lekkerland | tweede helft van 2001

Nieuwleusen | tweede helft van 1999

Nijefurd | eerste helft van 2001

Nijkerk | eerste helft van 2002

Nijmegen | tweede helft van 2000

Noord-Beveland | eerste helft van 2000

Noordenveld | tweede helft van 1999

Noorder-Koggenland | tweede helft van 2001

Noordoostpolder | tweede helft van 2001

Noordwijk | eerste helft van 2000

Noordwijkerhout | tweede helft van 2001

Nootdorp | eerste helft van 2001

Nuenen, Gerwen en Nederwetten | eerste helft van 2001

Nunspeet | tweede helft van 1999

Nuth | tweede helft van 1999

Obdam | eerste helft van 2000

Oegstgeest | eerste helft van 2000

Oirschot | eerste helft van 2000

Oisterwijk | eerste helft van 2001

Oldebroek | eerste helft van 2000

Oldenzaal | eerste helft van 2001

Olst | eerste helft van 2002

Ommen | tweede helft van 1999

Onderbanken | eerste helft van 2002

Oostburg | tweede helft van 2000

Oosterhout | tweede helft van 2001

Oostflakkee | tweede helft van 1999

Ooststellingwerf | tweede helft van 2001

Oostzaan | tweede helft van 2001

Ootmarsum | tweede helft van 1999

Opmeer | eerste helft van 2002

Opsterland | tweede helft van 2001

Oss | tweede helft van 2001

Oud-Beijerland | tweede helft van 2001

Ouder-Amstel | eerste helft van 2001

Ouderkerk | tweede helft van 2001

Oudewater | tweede helft van 2000

Papendrecht | eerste helft van 2000

Pekela | tweede helft van 2001

Pijnacker | eerste helft van 2000

Purmerend | eerste helft van 2000

Putten | eerste helft van 2002

Raalte | eerste helft van 2002

Ravenstein | tweede helft van 2001

Reeuwijk | tweede helft van 1999

Reiderland | tweede helft van 1999

Reimerswaal | tweede helft van 1999

Renkum | tweede helft van 2001

Renswoude | tweede helft van 2000

Reusel-De Mierden | eerste helft van 2001

Rheden | eerste helft van 2001

Rhenen | tweede helft van 2001

Ridderkerk | eerste helft van 2001

Rijnsburg | tweede helft van 1999

Rijnwaarden | eerste helft van 2001

Rijnwoude | eerste helft van 2000

Rijssen | eerste helft van 2002

Rijswijk | eerste helft van 2001

Roerdalen | eerste helft van 2000

Roermond | eerste helft van 2002

Roggel en Neer | eerste helft van 2001

Roosendaal | eerste helft van 2002

Rotterdam | tweede helft van 2001

Rozenburg | eerste helft van 2001

Rozendaal | tweede helft van 2000

Rucphen | eerste helft van 2001

Ruurlo | tweede helft van 2001

Sas van Gent | tweede helft van 2001

Sassenheim | eerste helft van 2000

Schagen | tweede helft van 2000

Scheemda | tweede helft van 1999

Schermer | tweede helft van 2001

Scherpenzeel | eerste helft van 2001

Schiedam | eerste helft van 2002

Schiermonnikoog | tweede helft van 2001

Schijndel | eerste helft van 2000

Schinnen | eerste helft van 2002

Schipluiden | eerste helft van 2002

Schoonhoven | eerste helft van 2002

Schoorl | eerste helft van 2000

Schouwen-Duiveland | eerste helft van 2002

Sevenum | tweede helft van 1999

Simpelveld | tweede helft van 1999

Sint Anthonis | eerste helft van 2001

Sint-Michielsgestel | eerste helft van 2000

Sint-Oedenrode | tweede helft van 2000

Sittard | eerste helft van 2001

Skarsterlân | tweede helft van 2001

Sliedrecht | eerste helft van 2002

Slochteren | tweede helft van 2001

Sluis-Aardenburg | eerste helft van 2000

Smallingerland | eerste helft van 2000

Sneek | eerste helft van 2002

Soest | tweede helft van 2000

Someren | eerste helft van 2001

Son en Breugel | eerste helft van 2002

Spijkenisse | eerste helft van 2000

Stad Delden | eerste helft van 2001

Stadskanaal | eerste helft van 2000

Staphorst | eerste helft van 2001

Stede Broec | tweede helft van 1999

Steenbergen | tweede helft van 2000

Steenderen | eerste helft van 2002

Steenwijk | tweede helft van 2001

Stein | eerste helft van 2001

Strijen | eerste helft van 2001

Susteren | tweede helft van 2000

Swalmen | eerste helft van 2000

Tegelen | eerste helft van 2002

Ten Boer | tweede helft van 1999

Ter Aar | eerste helft van 2000

Terneuzen | tweede helft van 2000

Terschelling | tweede helft van 1999

Texel | tweede helft van 2001

Tholen | eerste helft van 2000

Thorn | tweede helft van 2000

Tiel | tweede helft van 2000

Tilburg | eerste helft van 2002

Tubbergen | tweede helft van 2000

Tytsjerksteradiel | eerste helft van 2002

Ubbergen | eerste helft van 2000

Uden | eerste helft van 2001

Uitgeest | tweede helft van 2000

Uithoorn | eerste helft van 2000

Urk | tweede helft van 2000

Utrecht | eerste helft van 2001

Vaals | tweede helft van 2000

Valburg | eerste helft van 2000

Valkenburg (ZH) | tweede helft van 2001

Valkenburg aan de Geul | eerste helft van 2001

Valkenswaard | tweede helft van 2000

Veendam | eerste helft van 2001

Veenendaal | tweede helft van 2001

Veere | tweede helft van 2001

Veghel | eerste helft van 2002

Veldhoven | eerste helft van 2002

Velsen | tweede helft van 2000

Venhuizen | tweede helft van 1999

Venlo | tweede helft van 2000

Venray | tweede helft van 1999

Vianen | eerste helft van 2001

Vlaardingen | eerste helft van 2002

Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam)

Bijlage 1 — Definitieve planning GBA-audit (gesorteerd op gemeentenaam) (deel 3)

Vlagtwedde | tweede helft van 2001

Vleuten-De Meern | eerste helft van 2000

Vlieland | eerste helft van 2001

Vlissingen | eerste helft van 2002

Vlist | eerste helft van 2001

Voerendaal | eerste helft van 2002

Voorburg | eerste helft van 2002

Voorhout | eerste helft van 2001

Voorschoten | eerste helft van 2000

Voorst | tweede helft van 1999

Vorden | tweede helft van 2001

Vriezenveen | eerste helft van 2002

Vught | tweede helft van 2000

Waalre | tweede helft van 2000

Waalwijk | tweede helft van 2001

Waddinxveen | eerste helft van 2001

Wageningen | tweede helft van 1999

Warmond | eerste helft van 2000

Warnsveld | tweede helft van 2000

Wassenaar | eerste helft van 2001

Wateringen | eerste helft van 2001

Waterland | eerste helft van 2002

Weerselo | tweede helft van 1999

Weert | tweede helft van 1999

Weesp | eerste helft van 2001

Wehl | eerste helft van 2001

Werkendam | eerste helft van 2002

Wervershoof | tweede helft van 2000

West Maas en Waal | eerste helft van 2002

Wester-Koggenland | tweede helft van 1999

Westerveld | tweede helft van 1999

Westervoort | tweede helft van 2000

Weststellingwerf | eerste helft van 2002

Westvoorne | tweede helft van 2000

Wierden | tweede helft van 1999

Wieringen | tweede helft van 2001

Wieringermeer | eerste helft van 2001

Wijchen | eerste helft van 2002

Wijhe | eerste helft van 2002

Wijk bij Duurstede | tweede helft van 2000

Winschoten | tweede helft van 1999

Winsum | tweede helft van 2001

Winterswijk | eerste helft van 2001

Wisch | tweede helft van 2000

Woensdrecht | tweede helft van 2001

Woerden | tweede helft van 2001

Wognum | eerste helft van 2000

Wormerland | eerste helft van 2002

Woudenberg | eerste helft van 2002

Woudrichem | eerste helft van 2001

Wûnseradiel | tweede helft van 2001

Wymbritseradiel | tweede helft van 2000

Zaanstad | eerste helft van 2002

Zaltbommel | tweede helft van 2001

Zandvoort | eerste helft van 2002

Zederik | eerste helft van 2001

Zeevang | eerste helft van 2000

Zeewolde | tweede helft van 1999

Zeist | tweede helft van 2001

Zelhem | eerste helft van 2000

Zevenaar | eerste helft van 2000

Zevenhuizen-Moerkapelle | tweede helft van 2000

Zijpe | eerste helft van 2000

Zoetermeer | eerste helft van 2001

Zoeterwoude | eerste helft van 2001

Zuidhorn | tweede helft van 2000

Zuidlaren | eerste helft van 2000

Zundert | tweede helft van 1999

Zutphen | tweede helft van 2000

Zwartsluis | tweede helft van 2000

Zwijndrecht | tweede helft van 2001

Zwolle | eerste helft van 2002

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers

In dit eisenpakket zijn de criteria opgenomen waaraan audit-instellingen dienen te voldoen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing door de Minister voor Grote Steden en Integratiebeleid.

De Raad voor Accreditatie toetst de bekwaamheid van kandidaat audit-instellingen en hun medewerkers op basis van dit eisenpakket.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 1 — Administratieve eisen

1 — Administratieve eisen

1.1. De audit-instelling of de organisatie waarvan ze deel uit maakt is juridisch identificeerbaar.

1.2. De audit-instelling beschikt over documentatie die globaal het gehele werkgebied beschrijft waarin ze bekwaamheid bezit en gedetailleerd het werkgebied dat onderwerp is van de audit.

1.3. De audit-instelling heeft een gepaste aansprakelijkheidsverzekering, tenzij haar aansprakelijkheid is overgenomen door de Staat, volgens nationale wetten, of door de organisatie waarvan ze deel uitmaakt. In het laatste geval heeft de desbetreffende organisatie een gepaste aansprakelijkheidsverzekering. In het geval dat er sprake is van een aansprakelijkheidsverzekering, is het eventuele eigen risico in overeenstemming met de financiële situatie van de organisatie.

1.4. De audit-instelling beschikt over documentatie waarin haar zakelijke voorwaarden beschreven staan.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 2 — Onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit

2 — Onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit

2.1. De auditor is volledig vrij van commerciële, financiële en andere druk die zijn oordeel zou kunnen beïnvloeden.

2.2. De auditor is onafhankelijk ten opzichte van de auditee. De auditor heeft geen andere zakelijke relaties met de auditee.

2.3. De auditor laat zich niet in met activiteiten die tegenstrijdig kunnen zijn met de onafhankelijkheid van zijn oordeel en zijn integriteit met betrekking tot de audit.

2.4. Alle gemeenten kunnen, met inachtneming van het gestelde in paragraaf 2.1., 2.2. en 2.3., de audit door de audit-instelling laten uitvoeren.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 3 — Geheimhouding

3 — Geheimhouding

De audit-instelling verzekert de volledige geheimhouding van informatie die zij in de loop van haar audit-activiteiten verkrijgt. De audit-instelling garandeert de privacybescherming van de burger en de bescherming van eigendomsrechten.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 4 — Organisatie en management

4 — Organisatie en management

4.1. De audit-instelling is zodanig georganiseerd dat ze blijvend in staat is om haar audit-functies naar behoren te vervullen. De audits die met auditees zijn afgesproken worden ook daadwerkelijk in het betreffende halfjaar uitgevoerd zonder dat dat tot kwaliteitsverlies leidt. De audit-instelling beschikt om die reden over voldoende (vervangend) personeel of heeft met één of meerdere audit-intstellingen een overeenkomst gesloten zodat voldoende vervanging is gegarandeerd.

4.2. Alle soorten functies die van invloed zijn op de kwaliteit van de audit-diensten of betrokken zijn bij het verlenen van de audit-diensten zijn beschreven. Deze functiebeschrijvingen omvatten de eisen op het gebied van opleiding, training, technische kennis, inhoudelijke kennis van de gemeentelijke basisadministraties en ervaring.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 5 — Kwaliteitssysteem

5 — Kwaliteitssysteem

5.1. De leiding van de audit-instelling bepaalt haar beleid, doelstelling en betrokkenheid met betrekking tot de kwaliteit van de audit, legt dat schriftelijk vast en bewerkstelligt dat dit beleid op alle niveaus in de organisatie wordt begrepen, toegepast en gehandhaafd.

5.2. De audit-instelling beheert een effectief kwaliteitssysteem dat past bij de omvang van de organisatie.

5.3. Het kwaliteitssysteem is volledig schriftelijk vastgelegd. Er is een kwaliteitshandboek aanwezig, dat de door deze norm vereiste informatie bevat die is opgesomd in onderdeel 15.

5.4. De audit-instelling wijst een functionaris aan die, ongeacht andere taken, een duidelijk bepaalde bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft voor de kwaliteitsborging aangaande de audit. Deze functionaris heeft directe toegang tot de directie van de audit-instelling.

5.5. Het kwaliteitssysteem wordt passend en actueel gehouden onder verantwoordelijkheid van deze functionaris.

5.6. De audit-instelling houdt een systeem in stand voor de beheersing van alle voor de audit relevante documenten en bewerkstelligt dat:

a) de documenten beschikbaar zijn voor al het betrokken personeel;

b) al het betrokken personeel tijdig van wijzigingen of aanvullingen op de hoogte worden gebracht;

c) vervallen (onderdelen van) documenten binnen de organisatie uit gebruik worden genomen behoudens één exemplaar dat wordt bewaard.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 6 — Personeel

6 — Personeel

6.1. De audit-instelling beschikt over een voldoende aantal personeelsleden, met voldoende deskundigheid voor het uitvoeren van hun taken.

Indien gebruik wordt gemaakt van op afroep beschikbare personen, voeren deze hun werk uit als waren het personeelsleden van de audit-instelling. Werkzaamheden in het kader van een audit worden, behoudens het gestelde in paragraaf 12, niet uitbesteed.

6.2. Een auditor voldoet ten behoeve van het inhoudelijke deel van de audit aan de eisen, genoemd in paragraaf 16.

6.3. Een auditor voldoet ten behoeve van het procesmatige deel van de audit aan de eisen, genoemd in paragraaf 17.

6.4. De beloning van de auditoren is niet rechtstreeks afhankelijk van het aantal uitgevoerde audits en is niet afhankelijk van de resultaten van de audits.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 7 — Voorzieningen en uitrusting

7 — Voorzieningen en uitrusting

7.1. Indien de audit-instelling voor de vastlegging van de bevindingen van de GBA-audit gebruik maakt van computers en geautomatiseerde uitrusting, dan bewerkstelligt ze dat:

a) de programmatuur/software is beproefd op haar geschiktheid voor het bedoelde gebruik;

b) de procedures zijn vastgesteld en worden toegepast voor het beschermen van de integriteit van de gegevens;

c) de computer en geautomatiseerde uitrusting zodanig worden onderhouden dat de goede werking ervan verzekerd is en

d) procedures zijn vastgesteld en worden toegepast voor een voortdurende beveiliging van de gegevens.

7.2. Indien de audit-instelling voor de vastlegging van de interviewverslagen in het kader van de GBA-audit gebruik maakt van computers en geautomatiseerde uitrusting, dan bewerkstelligt ze, onverminderd het gestelde in paragraaf 7.1, dat procedures zijn vastgesteld en worden toegepast voor het verwijderen van die gegevens na afloop van de audit.

7.3. Indien de audit-instelling voor de uitvoering van (een deel van) de GBA-audit gebruik maakt van computers en geautomatiseerde uitrusting, dan bewerkstelligt ze dat:

a) de programmatuur/software is beproefd op haar geschiktheid voor het bedoelde gebruik;

b) de procedures zijn vastgesteld en worden toegepast voor het beschermen van de integriteit van de gegevens;

c) de computer en geautomatiseerde uitrusting zodanig worden onderhouden dat de goede werking ervan verzekerd is;

d) procedures zijn vastgesteld en worden toegepast voor een voortdurende beveiliging van de gegevens en

e) procedures zijn vastgesteld en worden toegepast voor het verwijderen van de gegevens na afloop van de audit.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 8 — Audit-methoden en -procedures

8 — Audit-methoden en -procedures

8.1. De audit-instelling voert het inhoudelijke deel van de audit uit overeenkomstig de eisen genoemd in hoofdstuk 2 van deze circulaire.

8.2. De audit-instelling voert het procesmatige deel van de audit uit overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk 3 van de circulaire, genoemd in onderdeel 8.1.

8.3. De audit-instelling heeft een systeem voor het beheersen van de contracten of werkopdrachten om er zeker van te zijn dat:

a) het uit te voeren werk binnen haar bekwaamheid ligt en dat de organisatie over toereikende middelen beschikt om aan de eisen te voldoen;

b) de eisen van al wie een beroep wenst te doen op de diensten van de audit-instelling, naar behoren worden bepaald en dat de specifieke voorwaarden goed worden begrepen, zodat ondubbelzinnige instructies kunnen worden gegeven aan de auditoren;

c) toezicht wordt uitgeoefend op het werk in uitvoering, door middel van regelmatige beoordelingen en corrigerende maatregelen;

d) het werk na voltooiing wordt beoordeeld ter bevestiging dat aan de eisen is voldaan.

8.4. De waarnemingen en/of gegevens die gedurende de audit worden verkregen, worden tijdig vastgelegd om verlies van ter zake doende informatie te voorkomen.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 9 — Behandeling van persoonslijsten en documentatie

9 — Behandeling van persoonslijsten en documentatie

9.1. De audit-instelling bewerkstelligt dat de te controleren persoonslijsten op ondubbelzinnige wijze zijn gekenmerkt, om te voorkomen dat op enig ogenblik verwarring ontstaat met betrekking tot de identiteit van de persoonslijsten.

9.2. Zichtbare onvolkomenheden in de te controleren persoonslijsten en te bestuderen documentatie die aan de auditor worden gemeld of die door hem worden opgemerkt, voordat met de audit is gestart, worden in de audit-rapportage vastgelegd. Indien er enige twijfel bestaat over de geschiktheid van de persoonslijsten of de documentatie voor de uit te voeren controle, raadpleegt de auditor de auditee alvorens verder te gaan met de audit.

9.3. De audit-instelling bewerkstelligt dat na afloop van de audit alle gecontroleerde persoonslijsten en andere door de auditee verstrekte documentatie weer ter beschikking wordt gesteld aan de auditee.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 10 — Audit-rapportage en interviewverslagen

10 — Audit-rapportage en interviewverslagen

10.1. De door de audit-instelling uitgevoerde audit wordt afgesloten met een audit-rapportage.

10.2. De audit-rapportage voldoet aan de eisen genoemd in hoofdstuk 4 van de circulaire, genoemd in onderdeel 8.1.

10.3. Het concept van de audit-rapportage wordt met een vertegenwoordiger van de gemeente besproken.

10.4. De audit-rapportage wordt door de auditor(en) of gemachtigde personeelsleden ondertekend.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 11 — Registraties

11 — Registraties

11.1. Alle registraties worden gedurende de audit veilig opgeslagen, zorgvuldig en vertrouwelijk bewaard, met inachtneming van de wettelijke verplichtingen.

11.2. De audit-instelling bewerkstelligt dat na afloop van de audit het door de gemeente ingevulde protocol voor het procesmatige deel van de audit en de eventuele interviewverslagen ter beschikking worden gesteld aan de auditee.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 12 — Uitbesteding

12 — Uitbesteding

12.1. In beginsel voert de audit-instelling zelf de audits uit die ze op grond van een overeenkomst op zich heeft genomen.

12.2. Uitbesteding van een gedeelte van de audit is slechts toegestaan aan een andere audit-instelling die door de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid is aangewezen om de audit uit te voeren. De audit-instelling stelt de auditee op de hoogte van haar voornemen om een gedeelte van de audit uit te besteden. De andere audit-instelling moet voor de auditee aanvaardbaar zijn.

12.3. De audit-instelling houdt een register bij van al haar uitbestede werk.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 13 — Klachten en beroep

13 — Klachten en beroep

13.1. De audit-instelling beschikt over schriftelijk vastgelegde procedures voor het behandelen van klachten van auditees.

13.2. Er wordt een overzicht bijgehouden van alle klachten en van de acties die daarop door de audit-instelling zijn genomen.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 14 — Samenwerking

14 — Samenwerking

Van de audit-instelling wordt verwacht dat zij op passende wijze zal deelnemen aan de uitwisseling van ervaringen met andere audit-instellingen, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Raad voor Accreditatie.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 15 — Informatie die moet worden opgenomen of waarnaar moet worden verwezen in het kwaliteitshandboek

15 — Informatie die moet worden opgenomen of waarnaar moet worden verwezen in het kwaliteitshandboek

a) algemene informatie (naam, adressen, telefoonnummer enz. en wettelijke status);

b) verklaring van de leiding over haar beleid, doelstelling en betrokkenheid op het gebied van kwaliteit;

c) verklaring van de leiding die de in het onderdeel 5.4. vermelde functionaris aanstelt;

d) beschrijving van de werkgebieden en bekwaamheden van de audit-instelling;

e) informatie over de verhoudingen tussen de audit-instelling en het moederbedrijf of verbonden organisaties, indien van toepassing;

f) organisatieschema(‘s);

g) beschrijving van de in onderdeel 4.2. bedoelde functies;

h) beleidsverklaring over de kwalificatie en opleiding van de in onderdeel 4.2. bedoelde functies;

i) procedures voor documentenbeheer;

j) procedures voor interne audits;

k) procedures voor terugkoppeling en corrigerende maatregelen;

l) procedures voor beoordelingen van het kwaliteitssysteem door de leiding;

m) procedures voor het actueel houden van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor;

n) andere procedures en voorschriften of verwijzingen naar andere procedures of voorschriften die in deze norm worden vereist;

o) verspreidingslijst van het kwaliteitshandboek.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 16 — Criteria ten aanzien van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor ten behoeve van het inhoudelijke deel van de audit

16 — Criteria ten aanzien van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor ten behoeve van het inhoudelijke deel van de audit

De auditor waarnaar is verwezen in paragraaf 6.2. voldoet aan de volgende criteria:

de auditor beschikt over gedegen en aantoonbare kennis van de voor de GBA-audit relevante onderdelen uit de GBA-voorschriften zoals deze zijn beschreven in

– de Wet GBA;

– het Besluit GBA;

– de Regeling GBA;

– de systeembeschrijving (Logisch Ontwerp GBA);

– de Landelijke Tabellen, inclusief tabel 35;

– het Handboek Uitvoeringsprocedures;

– het Handboek Operationele Procedures;

– de Kwaliteitsbrochures;

– het Handboek brondocumenten;

– de rubriek ‘Vragen en antwoorden aan de GBA Helpdesk’ in Burgerzaken en Recht.

b) de auditor beschikt over voldoende inzicht in de werking van geautomatiseerde systemen in het algemeen en de verschillende GBA-applicaties in het bijzonder om:

– vast te kunnen stellen of een steekproef uit de basisadministratie op de voorgeschreven wijze is getrokken;

– vast te kunnen stellen of de juiste select te trekken persoonslijsten zijn getrokken;

– de persoonslijst op de juiste wijze te kunnen interpreteren en

– vast te kunnen stellen dat een opgemerkte afwijking mogelijk geen fout betreft (op basis van door de auditee aangeleverd materiaal).

c) de auditor werkt zeer nauwgezet en snel en bezit de aantoonbare capaciteiten om fouten in persoonslijsten te vinden. De snelheid van werken moet zodanig zijn dat hij in staat is in 8 uur circa 85 persoonslijsten nauwgezet en volgens de eisen te controleren

1 Wat betreft de norm geldt dat gebruik gemaakt wordt van de methode van dubbele secuur. Dat wil zeggen dat er in eerste instantie een voorlopige secuur c.q. norm wordt vastgesteld en op basis van verkregen resultaten de definitieve secuur wordt vastgesteld. De voorlopige norm is dat sprake is van te veel indien de (potentiële) auditor meer dan 20% afwijkingen niet opspoort. Daarbij wordt het ten onrechte als afwijking aanmerken van gegevens als het niet aanmerken van een afwijking geteld.

.

Bijlage 2 — De criteria voor de bekwaamheid van de instellingen die GBA-audits uitvoeren en hun medewerkers › 17 — Criteria ten aanzien van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor ten behoeve van het procesmatige deel van de audit

17 — Criteria ten aanzien van kwalificaties, opleiding, ervaring en kennis van de auditor ten behoeve van het procesmatige deel van de audit

De auditor waarnaar is verwezen in onderdeel 6.3. voldoet aan het volgende criterium: de auditor is Register EDP-auditor (RE), een Europese equivalent daarvan of Certified Information Systems Auditor (CISA).

Bijlage 3 — Lijst met select getrokken persoonslijsten

Bijlage 3 — Lijst met select getrokken persoonslijsten

De vaststelling van de select getrokken persoonslijsten als bedoeld in onderdeel 2.2. van hoofdstuk 2, geschiedt op de volgende wijze:

1. In het GBA-bestand wordt gezocht naar de onderstaande situaties op de persoonslijsten, te beginnen met de eerste en vervolgens de tweede en zo verder, totdat het aantal te controleren select getrokken persoonslijsten is bereikt.

2. De situaties zijn door de gemeente zelf behandeld.

De controle van de select getrokken persoonslijsten is bedoeld om de gemeente inzicht te verschaffen in de eigen kwaliteit van een aantal bijzondere (actualiserings)processen. Daarom dienen de desbetreffende bijzondere situaties door de gemeente zelf te zijn uitgevoerd.

Daarnaast wordt, gezien het doel van deze controle, aanbevolen om zo mogelijk de situaties te laten controleren waarvan de gehanteerde brondocumenten aanwezig zijn

1 Het niet aanwezig zijn van de gehanteerde brondocumenten is echter geen reden om desbetreffende situatie niet te laten controleren.

.

3. De in het onderdeel 1. genoemde situaties zijn achtereenvolgens:

– een eerste inschrijving als gevolg van een vestiging vanuit het buitenland;

– een erkenning bij geboorteaangifte, waarbij de geboorte en aangifte niet op dezelfde dag hebben plaatsgevonden (op de persoonslijst van het kind);

– een actualisering of correctie in de groepen 01 (Identificatienummers), 02 (Naam) of 03 (Geboorte) van categorie 01 (Persoon) met de daaropvolgende actualisering resp. correctie bij één van de gerelateerden die nog steeds in de gemeente is ingeschreven (de persoonslijst van de persoon èn één van zijn/haar gerelateerden);

– een hervestiging vanuit het buitenland in een andere gemeente dan waar de persoon stond ingeschreven;

– twee of meer correcties, waarvan minimaal één van de volgende:

· een correctie in groepen 02 (Naam) of 03 (Geboorte) van categorie 01 (Persoon),

· een correctie als gevolg van onjuist adres/verhuizing,

· een correctie als gevolg van ten onrechte/dubbel opgenomen huwelijk of

· een correctie in de categorie 04 (Nationaliteit);

– een adoptie met een naamswijziging (op de persoonslijst van het kind);

– een naturalisatie met naamswijziging en het eventuele verlies van andere nationaliteit(en);

– een vestiging vanuit het buitenland van een gezin (vader en moeder met kind(eren)), als eerste inschrijving;

– een adoptie van een buitenlands kind, waarvan de geboortegegevens zijn ingeschreven in de Burgerlijke Stand van Den Haag (op de persoonslijst van het kind);

– een ontkenning van het vaderschap (op de persoonslijsten van het kind èn van de vader en/of de moeder);

– een registratie van een emigratie naar land onbekend;

– een registratie van het adres van een persoon in het gegeven 08.12.10 (Locatiebeschrijving)

– een geboorte met de daaropvolgende opname van het gegeven 11.32.10 (Indicatie gezag minderjarige);

– nogmaals twee of meer correcties, waarvan minimaal één van de volgende:

· een correctie in groepen 02 (Naam) of 03 (Geboorte) van categorie 01 (Persoon),

· een correctie a.g.v. onjuist adres/verhuizing,

· een correctie a.g.v. ten onrechte/dubbel opgenomen huwelijk of

· een correctie in de categorie 04 (Nationaliteit),

maar dan wel een ander dan eerder is gekozen;

– een registratie van het gegeven 01.61.10 (Aanduiding naamgebruik) met een andere waarde dan ‘E’ bij een gehuwde vrouw die niet de Nederlandse nationaliteit bezit;

– een registratie van meer dan vijf categorieën 10/60 (Verblijfstitel).

4. Indien te weinig van bovenstaande situaties aanwezig zijn, waardoor het aantal te controleren select getrokken persoonslijsten niet is bereikt, kan de gemeente zelf andere situaties aandragen.

Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit

Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit (deel 1)

Back-up en herstel

Ad 1

Welke voorziening is getroffen zodat de GBA-gegevens zoals die 1 werkdag geleden waren, altijd en binnen 1 werkdag kunnen worden gereconstrueerd?

1.1 | - | Volgens een back-up procedure wordt dagelijks een back-up gemaakt van de GBA-gegevens. | Ja/Nee

- | Het restoren van de back-up duurt ongeveer ... uur.

of | - | Volgens een back-up-procedure wordt wekelijks/ maandelijks

1 Doorhalen hetgeen niet van toepassing is. een back-up gemaakt van de GBA-gegevens en er zijn voorzieningen getroffen om een reconstructie van de mutaties die na de laatste back-up zijn aangebracht, te kunnen uitvoeren, zijnde | Ja/Nee

- | Het restoren van de back-up en vervolgens aanbrengen van de mutaties die sinds de laatste back-up tot en met 1 werkdag geleden, zijn aangebracht duurt ongeveer ... tot ... uur.

of | - | Anderszins, nl.

- | Deze reconstructie duurt ongeveer ... tot ... uur.

1.2 | - | Bovenbedoelde back-upprocedure is schriftelijk vastgelegd, vastgesteld door ..................................................... en voor het laatst geactualiseerd per ........................... | Ja/Nee @

- | Daarin is voor iedere betrokkene vastgelegd wie zijn/haar taak overneemt ingeval van (plotselinge) afwezigheid. | Ja/Nee

1.3 | Deze voorziening wordt ... keer per jaar beproefd, voor het laatst op .......................................................... | Ja/Nee

1.4 | Over deze beproeving wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ........................................ voor het laatst op ................................................. | Ja/Nee @

1.5 | De beproeving geschiedt zonder dat betrokkenen vooraf worden geïnformeerd. | Ja/Nee

Ad 2

De back-upgegevens worden in een andere ruimte bewaard dan de ruimte waarin de GBA-apparatuur is opgesteld? | Ja/Nee

Ad 3

Welke voorzieningen zijn getroffen om een reconstructie van de mutaties die na de laatste back-up zijn aangebracht, te kunnen uitvoeren?

3.1 | - | Alle mutaties die na de laatste back-up zijn aangebracht in de GBA-gegevens, worden gelogd in een vorm die reconstructie mogelijk maakt. | Ja/Nee

- | Deze log wordt gemaakt en bewaard op een medium dat fysiek gescheiden is van het medium dat gebruikt wordt voor de opslag van de GBA-gegevens. | Ja/Nee

of | - | Alle mutaties die worden aangebracht in de GBA-gegevens, worden tegelijkertijd c.q. direct daarna geprint. | Ja/Nee

- | Deze prints worden ….. dagen bewaard in een andere ruimte dan waarin de GBA-apparatuur is opgesteld. | Ja/Nee

of | - | Voor wat betreft de reconstructie van ontvangen berichten, wordt gebruik gemaakt van de GBA-netwerkfaciliteiten voor de opslag van berichten. | Ja/Nee

- | Tevens zijn er organisatorische en systeemtechnische maatregelen, die garanderen dat reeds ontvangen berichten hetzij opnieuw kunnen worden verwerkt hetzij kunnen worden genegeerd. | Ja/Nee

- | Voor wat betreft de reconstructie van mutaties die op basis van brondocumenten zijn uitgevoerd, zijn er maatregelen getroffen om aan de hand van de brondocumenten alle mutaties die na de laatste back-up zijn uitgevoerd, opnieuw te kunnen inbrengen. | Ja/Nee

of | | Anderszins, nl.

3.2 | - | Er is terzake een schriftelijke herstelprocedure opgesteld, vastgesteld door .......................................................... en voor het laatst geactualiseerd per ......................... | Ja/Nee @

- | Daarin is voor iedere betrokkene vastgelegd wie zijn/haar taak overneemt ingeval van (plotselinge) afwezigheid. | Ja/Nee

3.3 | Deze voorziening wordt … keer per jaar beproefd, voor het laatst op ........................................ | Ja/Nee

3.4 | Over deze beproeving wordt schriftelijk gerapporteerd aan: .................................................................................. voor het laatst op .................................................................. | Ja/Nee @

3.5 | De beproeving geschiedt zonder dat betrokkenen vooraf worden geïnformeerd. | Ja/Nee

Ad 4

Welke voorzieningen zijn getroffen om de gevolgen van verkeerd uitgevoerde systematische verstrekkingen ongedaan te kunnen maken?

4.1 | - | Er is in een schriftelijke procedure vastgelegd welke stappen c.q. acties achtereenvolgens ondernomen dienen te worden en door wie, als blijkt dat één of meerdere systematische verstrekkingen verkeerd zijn uitgevoerd, vastgesteld door ..................................................... en voor het laatst geactualiseerd per ........................... | Ja/Nee @

- | Daarin is voor iedere betrokkene vastgelegd wie zijn/haar taak overneemt ingeval van (plotselinge) afwezigheid. | Ja/Nee

4.2 | - | De via het GBA-netwerk verzonden systematische verstrekkingen worden minimaal 4 dagen bewaard

- | De via alternatieve media verzonden systematische verstrekkingen worden minimaal 1 maand bewaard. | Ja/Nee

en/of | | Anderszins, nl.

4.3 | Deze voorzieningen worden … keer per jaar beproefd, voor het laatst op ............................................. | Ja/Nee

4.4 | Over deze beproeving wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................................................. voor het laatst op .......................................... | Ja/Nee @

4.5 | De beproeving geschiedt zonder dat betrokkenen vooraf worden geïnformeerd. | Ja/Nee

Uitwijk

Ad 5

Welke voorzieningen zijn getroffen om te kunnen uitwijken?

5.1 | - | Er is een schriftelijke uitwijkprocedure, vastgesteld door ...............................................................en voor het laatst geactualiseerd per ........................... | Ja/Nee @

- | Daarin is voor iedere betrokkene vastgelegd wie zijn/haar taak overneemt ingeval van (plotselinge) afwezigheid. | Ja/Nee

- | Er is een uitwijkovereenkomst, ondertekend door ............................................................ en voor het laatst geactualiseerd per ........................... | Ja/Nee @

of | | Anderszins, nl.:

5.2 | Deze voorziening wordt .… keer per jaar beproefd, voor het laatst op ..................................... | Ja/Nee

5.3 | Over deze beproeving wordt schriftelijk gerapporteerd aan: .................................................................... voor het laatst op ........................................... | Ja/Nee @

5.4 | De beproeving geschiedt zonder dat betrokkenen (met name de instantie waar naar wordt uitgeweken) vooraf worden geïnformeerd. | Ja/Nee

Beveiliging

Ad 6

Hoe wordt er beleidsmatig aandacht besteed aan de eisen die de gemeente stelt aan de exclusiviteit van de GBA en aan de wijze waarop de informatiebeveiliging wordt gerealiseerd, gecontroleerd en geëvalueerd?

6.1.1 | - | Er is schriftelijk vastgelegd (informatie) beveiligingbeleid, vastgesteld door ................................................................. en voor het laatst geactualiseerd per ........................... | Ja/Nee @

of | Anderszins, er is nl.: | @

6.1.2 | - | Daarin wordt aandacht besteed aan de eisen die de gemeente stelt aan de beschikbaarheid/exclusiviteit/integriteit

2 Indien één of meerdere van toepassing zijn, doorhalen hetgeen niet van toepassing is. Beschikbaarheid; de informatie moet zonder belemmeringen beschikbaar zijn overeenkomstig gemaakte afspraken en wettelijke voorschriften. Exclusiviteit; de informatie moet in overeenstemming zijn met de realiteit en niets mag ten onrechte worden achtergehouden of zijn verdwenen. Integriteit; uitsluitend bevoegde personen hebben toegang tot en kunnen gebruik maken van de in de registratie opgenomen gegevens. van de GBA. | Ja/Nee

- | Daarin wordt aandacht besteed aan de wijze waarop de informatiebeveiliging wordt gerealiseerd/gecontro leerd/geëvalueerd. | Ja/Nee

6.1.3 | Er wordt hierover schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................................................ voor het laatst op ...................................... | Ja/Nee @

Hoe wordt er aandacht besteed aan de wijze waarop het informatiebeveiligingsbeleid wordt uitgevoerd en in welk tijdsbestek dat dient te geschieden?

Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit

Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit (deel 2)

6.2.1 | Er is een schriftelijk (informatie)beveiligingsplan vastgesteld door ................................................................. en voor het laatst geactualiseerd per .................................. | Ja/Nee @

of | Anderszins, nl. er is: | @

6.2.2 | Daarin is aangegeven welke bedreigingen zijn onderkend. | Ja/Nee

6.2.3 | Daarin is aangegeven welke maatregelen zijn getroffen of dienen te worden getroffen. | Ja/Nee

6.2.4 | Daarin is aangegeven wanneer de maatregelen die getroffen dienen te worden, dienen te zijn gerealiseerd. | Ja/Nee

6.2.5 | Daarin is aangegeven op welke wijze en wanneer wordt geëvalueerd. | Ja/Nee

6.2.6 | Daarin is aangegeven op welke wijze het informatiebeveiligingsbeleid/het informatiebeveiligingsplan/de maatregelen

3 Indien één of meerdere van toepassing zijn, doorhalen hetgeen niet van toepassing is. worden gecommuniceerd naar de medewerkers. | Ja/Nee

6.2.7 | Over de voortgang en evaluaties wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................... voor het laatst op .......................................... | Ja/Nee @

Hoe is het beveiligingsstelsel georganiseerd?

6.3.1 | - | In het formatieplan zijn de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking de informatiebeveiliging vastgelegd. | Ja/Nee @

- | In de functie- en taakomschrijvingen zijn de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking de informatiebeveiliging vastgelegd. | Ja/Nee @

of | Anderszins, nl. in:

6.3.2 | Er is een functionele scheiding aangebracht tussen degenen die de beveiligingsmaatregelen opstellen, uitvoeren en controleren. | Ja/Nee

Ad 7

Welke maatregelen van technische aard zijn genomen om verlies, aantasting en onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van GBA-gegevens te voorkomen?

7.1 | Iedere medewerker heeft een eigen bevoegdheidsprofiel. | Ja/Nee

Zo ja | Deze is door het management vastgesteld c.q. geformaliseerd | Ja/Nee

de actualiteit ervan wordt periodiek bewaakt, | Ja/Nee

bij wijziging taak wordt het profiel direct aangepast, | Ja/Nee

bij ontslag en vertrek van een medewerker wordt zijn/haar account c.q. autorisatie direct geblokkeerd en | Ja/Nee

hierover wordt periodiek schriftelijk verantwoording afgelegd aan: ...................................... voor het laatst op ................................................... | Ja/Nee @

7.2 | De handelingen van medewerkers worden gelogd. | Ja/Nee

Zo ja | Deze logging wordt periodiek gecontroleerd en | Ja/Nee

hierover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................... voor het laatst op ........................... | Ja/Nee @

7.3 | De handelingen van de gegevensbeheerder worden gelogd. | Ja/Nee

Zo ja | Deze logging wordt periodiek gecontroleerd en | Ja/Nee

hierover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................... voor het laatst op ........................... | Ja/Nee @

7.4 | De handelingen van de applicatiebeheerder worden gelogd. | Ja/Nee

Zo ja | Deze logging wordt periodiek gecontroleerd en | Ja/Nee

hierover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................... voor het laatst op ........................... | Ja/Nee @

7.5 | De handelingen van de systeembeheerder worden gelogd. | Ja/Nee

Zo ja | Deze logging wordt periodiek gecontroleerd en | Ja/Nee

hierover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................... voor het laatst op ........................... | Ja/Nee @

7.6 | In geval van remote onderhoud door de leverancier, worden de handelingen van de leverancier gelogd. | Ja/Nee

Zo ja | Deze logging wordt periodiek gecontroleerd en | Ja/Nee

hierover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ............................................... voor het laatst op ........................... | Ja/Nee @

7.7 | De wachtwoorden zijn beveiligd. | Ja/Nee

Zo ja | Met de volgende items:

- | verplicht periodiek wijzigen; | Ja/Nee

- | minimaal 6 posities; | Ja/Nee

- | controle dat het nieuwe wachtwoord wezenlijk verschilt met de voorgaande(n); | Ja/Nee

- | door niemand op te vragen c.q. te benaderen; | Ja/Nee

- | blokkering na herhaalde foute inbreng; | Ja/Nee

- | melding daarvan; | Ja/Nee

- | anderszins, nl. door middel van:

7.8 | Er is een toegangscontrolesysteem voor alle locaties waar toegang tot (delen van) de GBA kan worden verkregen. | Ja/Nee

Zo ja | Deze is door het management vastgesteld c.q. geformaliseerd, | Ja/Nee

alleen bevoegden hebben toegang, | Ja/Nee

de actualiteit ervan wordt periodiek bewaakt, | Ja/Nee

bij ontslag en vertrek van een medewerker wordt zijn/haar autorisatie direct geblokkeerd en | Ja/Nee

hierover wordt periodiek schriftelijk verantwoording afgelegd aan: .............................................................. voor het laatst op ..................................... | Ja/Nee @

7.9 | De toegang tot de datacommunicatiefaciliteiten waarmee toegang tot (delen van) de GBA kan worden verkregen, is afgeschermd door middel van een logische toegangsbeveiliging. | Ja/Nee

Zo ja | De opzet van de logisch toegangsbeveiliging is zodanig dat:

- | alleen datgene mogelijk is waarvoor uitdrukkelijk autorisatie is verleend; | Ja/Nee

- | het mogelijk is om de identiteit en authenticiteit van de gebruikers vast te stellen; | Ja/Nee

- | er beperkingen zijn gesteld aan het aantal keren dat onbevoegd wordt gepoogd toegang te krijgen; | Ja/Nee

- | de wachtwoorden slechts een beperkte tijd geldig zijn; | Ja/Nee

- | afwijkingen worden gesignaleerd en onderzocht. | Ja/Nee

7.10 | Bij het opzetten van een verbinding voor interne datacommunicatie is de identiteit van de betrokken zend- en ontvangstpunten verzekerd. | Ja/Nee

Zo ja | Door middel van de volgende maatregelen:

- | terminal identificatie; | Ja/Nee

- | identificatie van het aansluitpunt; | Ja/Nee

- | anderszins, nl. door middel van:

7.11 | Bij het opzetten van een verbinding voor externe datacommunicatie

4 Niet zijnde het GBA-netwerk. is de identiteit van de betrokken zend- en ontvangstpunten verzekerd. | Ja/Nee /Nvt

Zo ja | Door middel van de volgende maatregelen:

- | terminal identificatie; | Ja/Nee

- | een terugbelfunctie; | Ja/Nee

- | fire walls; | Ja/Nee

- | routers; | Ja/Nee

- | de authenticatie is niet door onbevoegden te onderscheppen; | Ja/Nee

- | anderszins, nl. door middel van:

7.12 | T.a.v. het verzenden van GBA-gegevens door middel van externe datacommunicatie

5 Niet zijnde het GBA-netwerk., zijn voorzieningen getroffen. | Ja/Nee /Nvt

Zo ja | En wel de volgende:

- | de gegevens worden via erkende cryptografische methoden versleuteld verzonden; | Ja/Nee

- | men vergewist zich ervan dat verzonden berichten juist zijn aangekomen; | Ja/Nee

- | anderszins, nl. door middel van:

Ad 8

Welke maatregelen van organisatorische aard zijn genomen om verlies, aantasting en onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking van GBA-gegevens te voorkomen?

8.1 | Alle betrokkenen worden geïnformeerd over (wijzigingen in) hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in relatie tot de informatiebeveiliging. | Ja/Nee

Zo ja | - | Hiervoor is een voorschrift opgesteld | Ja/Nee @

dat door het management is vastgesteld c.q. geformaliseerd en | Ja/Nee

waarover periodiek schriftelijk verantwoording wordt afgelegd aan: ..................................................................... voor het laatst op ......................................... | Ja/Nee @

of | - | Anderszins, nl. doordat:

8.2 | Een ieder wordt betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen. | Ja/Nee

Zo ja | Dat gebeurd doordat:

8.3 | Geconstateerde dan wel vermoede inbreuken op de informatiebeveiliging worden gemeld. | Ja/Nee

Zo ja | Er is schriftelijke procedure voor incidentmeldingen en -registratie, | Ja/Nee @

dat door het management is vastgesteld c.q. geformaliseerd, | Ja/Nee

dat bij alle betrokken medewerkers bekend is en | Ja/Nee

Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit

Bijlage 4 — Vragenlijst behorende bij het procesmatige deel van de audit (deel 3)

waarover periodiek schriftelijk verantwoording wordt afgelegd aan: .................................................................. voor het laatst op .................................... | Ja/Nee @

of | Anderszins, nl. doordat:

8.4 | T.a.v. de beveiliging van verwijderbare gegevensdragers (zoals back-ups en kopieën van via alternatieve media verzonden berichten) zijn voorzieningen getroffen. | Ja/Nee

Zo ja | En wel de volgende:

- | Er is terzake een voorschrift opgesteld, | Ja/Nee @

dat door het management is vastgesteld c.q. geformaliseerd, | Ja/Nee

dat bij alle betrokken medewerkers bekend is en | Ja/Nee

waarover periodiek schriftelijk verantwoording wordt afgelegd aan: ................................................................... voor het laatst op .....................................; | Ja/Nee @

- | De verwijderbare gegevensdragers worden in een daartoe bestemde kluis opgeslagen, | Ja/Nee

die, of de ruimte waarin de kluis staat, is voorzien van een inbraakdetectie, en | Ja/Nee

waarvan het sleutelbeheer, alsmede de verdere toegangscontrole en beheersing van die kluis resp. de ruimte zodanig is dat uitsluitend bevoegde personen toegang kunnen hebben tot de gegevensdragers; | Ja/Nee

en/of | - | anderszins, nl.: | @

8.5 | T.a.v. de beveiliging van het transport van verwijderbare gegevensdragers (zoals back-ups en kopieën van via alternatieve media verzonden berichten) zijn voorzieningen getroffen. | Ja/Nee

Zo ja | En wel de volgende:

- | Er is terzake een voorschrift opgesteld, | Ja/Nee @

dat door het management is vastgesteld c.q. geformaliseerd, | Ja/Nee

dat bij alle betrokken medewerkers bekend is en | Ja/Nee

waarover periodiek schriftelijk verantwoording wordt afgelegd aan: ........................................................... voor het laatst op ....................................; | Ja/Nee @

- | Het transport naar een andere locatie geschiedt door een extern bedrijf dat daarin is gespecialiseerd en | Ja/Nee

dat daarover schriftelijk periodiek verantwoording aflegt aan: ......................................... voor het laatst op ..........................; | Ja/Nee @

en/of | - | anderszins, nl.: | @

8.6 | Voorkomen wordt dat afgedankte en niet meer functionerende (verwijderbare) gegevensdragers in handen van onbevoegden komen. | Ja/Nee

Zo ja | - | Er is hiervoor een procedure voor het vernietigen of onbruikbaar maken opgesteld, | Ja/Nee @

dat door het management is vastgesteld c.q. geformaliseerd, | Ja/Nee

dat bij alle betrokken medewerkers bekend is en | Ja/Nee

waarover periodiek schriftelijk verantwoording wordt afgelegd aan: .............................................................. voor het laatst op ....................................... | Ja/Nee @

of | - | Anderszins, nl. doordat:

8.7 | Er zijn voorzieningen getroffen om de schade te beperken bij schending van de geheimhouding van GBA-gegevens en om herhaling te voorkomen. | Ja/Nee

Zo ja | Het betreffen:

Ad 9

Welke voorzieningen zijn getroffen om vast te stellen en te bewaken dat de bewerker voldoet resp. blijft voldoen aan het gestelde in en krachtens artikel 53 van het Besluit GBA?

9.1 | In de schriftelijke overeenkomst met de bewerker, waarin de door de bewerker te verrichten werkzaamheden zijn vastgelegd, is tevens overeengekomen dat de bewerker zal handelen in overeenstemming met de in en krachtens artikel 53 van het Besluit GBA gestelde eisen. | Ja/Nee

9.2 | .… keer per .… jaar wordt getoetst of de bewerker handelt in overeenstemming met de in en krachtens artikel 53 van het Besluit GBA gestelde eisen. | Ja/Nee

Zo ja | En wel op de volgende wijze:

- | De gemeente toetst zelf, | Ja/Nee

aan de hand van een (soort) checklist en | Ja/Nee @

daarover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: .............................................................. voor het laatst op ................................... | Ja/Nee @

of | - | De gemeente laat de toets door een extern bureau uitvoeren en | Ja/Nee

daarover wordt schriftelijk gerapporteerd aan: ...................................................................... voor het laatst op .......................................... | Ja/Nee @

of | - | De gemeente heeft de bewerker verplicht om een extern bureau de toets te laten uitvoeren en | Ja/Nee

het rapport te overleggen aan: ..................................................................... hetgeen voor het laatst is gebeurd op ......................... | Ja/Nee @

of | - | Anderszins, nl. doordat:

Ad 10

Welke voorzieningen zijn getroffen in het kader van de verzending van GBA-berichten via alternatieve media zodat wordt voldaan aan de in paragraaf 7.3.5 van het LO geldende eisen?

10.1 | In een voorschrift is bepaald dat de voorbereiding bij het verzenden van alternatieve media en de daadwerkelijke verzending ervan geschiedt conform het gestelde terzake in bijlage 1 van het onderdeel Vulberichten in de Handleiding Operationele Procedures (achter tabblad 16). | Ja/Nee @

Zo ja | Dat voorschrift is door het management vastgesteld c.q. geformaliseerd, | Ja/Nee

is bij alle betrokken medewerkers bekend, | Ja/Nee

…. keer per …. jaar wordt getoetst of conform het voorschrift is gehandeld en | Ja/Nee

daarover wordt schriftelijk verantwoording afgelegd aan: ............................................................................ voor het laatst op .................................. | Ja/Nee @

Zo niet | Ten aanzien van de beveiliging van het transport van alternatieve media zijn de volgende voorzieningen getroffen:

Ad 11

11 | Maakt de gemeente gebruik van de mogelijkheid om de privacy-aspecten door middel van een aanvullende vragenlijst te laten toetsen? | Ja/Nee