wetzoeker

5 — Kwaliteitssysteem Uitvoering periodieke GBA-audit

Kwaliteitssysteem

5.1. De leiding van de audit-instelling bepaalt haar beleid, doelstelling en betrokkenheid met betrekking tot de kwaliteit van de audit, legt dat schriftelijk vast en bewerkstelligt dat dit beleid op alle niveaus in de organisatie wordt begrepen, toegepast en gehandhaafd.

5.2. De audit-instelling beheert een effectief kwaliteitssysteem dat past bij de omvang van de organisatie.

5.3. Het kwaliteitssysteem is volledig schriftelijk vastgelegd. Er is een kwaliteitshandboek aanwezig, dat de door deze norm vereiste informatie bevat die is opgesomd in onderdeel 15.

5.4. De audit-instelling wijst een functionaris aan die, ongeacht andere taken, een duidelijk bepaalde bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft voor de kwaliteitsborging aangaande de audit. Deze functionaris heeft directe toegang tot de directie van de audit-instelling.

5.5. Het kwaliteitssysteem wordt passend en actueel gehouden onder verantwoordelijkheid van deze functionaris.

5.6. De audit-instelling houdt een systeem in stand voor de beheersing van alle voor de audit relevante documenten en bewerkstelligt dat:

a) de documenten beschikbaar zijn voor al het betrokken personeel;

b) al het betrokken personeel tijdig van wijzigingen of aanvullingen op de hoogte worden gebracht;

c) vervallen (onderdelen van) documenten binnen de organisatie uit gebruik worden genomen behoudens één exemplaar dat wordt bewaard.

Regeling
Uitvoering periodieke GBA-audit
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-1999
BWB-id
BWBR0010606
Versie
1999-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl