wetzoeker

1.1 — Achtergrond en doel van de GBA-audit Uitvoering periodieke GBA-audit

Achtergrond en doel van de GBA-audit

Een gezamenlijke werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), de VNG en het toenmalige GBA projectbureau onderkende reeds kort na de invoering van de GBA de noodzaak voor onderzoek naar de mogelijkheden van een verplichte periodieke audit. Daarnaast heeft de Algemene Rekenkamer in oktober 1996 het rapport ‘Gemeentelijke Basis Administratie’ aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 1996-97, 25 040, nrs. 1-2). In dat rapport wordt opgemerkt dat de minister van Binnenlandse Zaken over instrumenten zou moeten beschikken om de kwaliteit van het GBA-stelsel structureel te bewaken. Naar aanleiding van de bespreking van het rapport in de Tweede Kamer heeft de regering aangekondigd een verplichte periodieke audit in te willen voeren (Kamerstukken II, 25 040, nr. 3).

Inmiddels hebben vertegenwoordigers van de gemeenten en afnemers van de GBA ingestemd met de uitgangspunten en de opzet van de GBA-audit. Deze zijn neergelegd in het bovengenoemd wetsvoorstel.

De verplichte audit is ontstaan vanuit de behoefte om binnen het GBA-kwaliteitssysteem een periodieke meting van de kwaliteit van de gegevens te laten uitvoeren. Een regelmatige meting geeft immers inzicht in de kwaliteit van de GBA als geheel en binnen elke gemeente afzonderlijk. Aan de hand van dat inzicht kunnen zonodig aanvullende maatregelen ter handhaving van de kwaliteit van de GBA worden getroffen.

Regeling
Uitvoering periodieke GBA-audit
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-1999
BWB-id
BWBR0010606
Versie
1999-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl