Regeling financiën hoger onderwijs
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiën hoger onderwijs)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-09-2026
- Rechtsgebied
- Onderwijsrecht
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- BWB-id
- BWBR0024005
- Versie
- 2026-09-18_0
- SHA-256 bron
- c9f6c243ca522bf81318bd11c5238ecb3f32dd7fc1ac3f7534bfdc5171ead7ca
Inhoud (62)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 3a
- Artikel 3b
- Artikel 3c
- Artikel 3d
- Artikel 3e
- Artikel 3f
- Artikel 3g
- Artikel 3h
- Artikel 3i
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 18a
- Artikel 19
- Artikel 20
- Bijlage 1 — bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling
- Bijlage 2 — bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling
- Bijlage 3 — bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling
- Bijlage 4 — bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling
- Bijlage 5 — bij artikel 4, eerste lid, van de regeling
- Bijlage 6 — bij artikel 4, tweede lid, van de regeling
- Bijlage 7 — bij artikel 6 van de regeling
- Bijlage 8 — bij artikel 6, van de regeling
- Bijlage 9 — bij artikel 4, derde lid, van de regeling
- Bijlage 10 — bij artikel 3i, van de regeling
- Bijlage 11 — bij artikel 3i, van de regeling
- Bijlage 12 — bij artikel 14, tweede lid, van de regeling
- CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
- CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
- CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Paragraaf 1 — Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
accreditatieorgaan: de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs, met bijlage; Den Haag, 3 september 2003 (Trb. 2003, 167);
afsluitend examen: het examen bedoeld in artikel 7.10 van de wet;
besluit: het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;
examencommissie: de examencommissie, bedoeld in artikel 7.12, van de wet;
hogeschool: hogeschool als bedoeld in onderdeel g van de bijlage van de wet;
inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
kwaliteitsafspraken: kwaliteitsafspraken als bedoeld in het akkoord ‘Investeren in Onderwijskwaliteit, Kwaliteitsafspraken 2019–2024’, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 31 288, nr. 621;
kwaliteitsbekostiging: een aanvullende rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door de minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 7.31e, derde lid;
register onderwijsdeelnemers: het register bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;
studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;
universiteit:
1°. universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet,
2°. de Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de wet, en
3°. levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet;
wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Paragraaf 2 — Onderwijs
Artikel 2
1 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor bacheloropleidingen en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs:
a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en
c. voor een top bekostigingsniveau: 3.
2 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:
a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,28, en
c. voor een top bekostigingsniveau: 1,5.
3 De bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1. van het besluit, behorend bij opleidingen of groepen van opleidingen, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 13 bij deze regeling.
Paragraaf 2 — Onderwijs
Artikel 3
1 De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:
a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en
b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
2 De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:
a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, en
b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
Paragraaf 2 — Onderwijs
Artikel 3a
1 Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het register onderwijsdeelnemers aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.
2 Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.
Paragraaf 2 — Onderwijs
Artikel 3b
Indien een inschrijving heeft plaatsgevonden in de maand oktober, heeft een instellingsbestuur niet de bevoegdheid die inschrijving met terugwerkende kracht te laten ingaan.
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3c
Vervallen
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3d
Vervallen
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3e
Vervallen
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3f
Vervallen
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3g
Vervallen
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3h
Vervallen
Paragraaf 2a — Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 3i
Vervallen
Paragraaf 3 — Onderzoek
Artikel 4
1 De bedragen, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.
2 De verdeling, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.
3 De bedragen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 bij deze regeling.
4 Het deel van het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, van het besluit, is 12,42354%.
5 Het deel van het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit, is 16,44605%.
6 De bedragen, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit, zijn € 94.701 voor een promotie en € 78.918 voor een ontwerperscertificaat.
Paragraaf 4 — Academische ziekenhuizen
Artikel 5
Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.27, tweede lid, van het besluit is 5%.
Paragraaf 4 — Academische ziekenhuizen
Artikel 6
1 Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onderdeel c, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer bedragen.
2 De percentages, bedoeld in artikel 4.27, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer percentages.
3 De investeringsbedragen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Paragraaf 4 — Academische ziekenhuizen
Artikel 7
Vervallen
Paragraaf 5 — Collegegeld
Artikel 8
Vervallen
Paragraaf 5 — Collegegeld
Artikel 9
Voor het in de volgende tabel genoemde studiejaar worden na de toepassing van de artikelen 2.2, tweede lid, en 2.4a, tweede lid, van het besluit de volgende bedragen van het wettelijk collegegeld vastgesteld:
Vorm wettelijk collegegeld | Studiejaar 2025–2026 | Studiejaar 2026–2027
Volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit | € 2.601 | € 2.694
Gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van het besluit | Minimumbedrag: € 1.548 Maximumbedrag: € 2.601 | Minimumbedrag: € 1.604 Maximumbedrag: € 2.694
Paragraaf 6 — Financiële ondersteuning en toelagen
Artikel 10
1 Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.
2 Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51k, van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:
a. de statuten of reglementen van de organisatie;
b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvatten;
c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd;
d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit.
3 Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.
4 De minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing.
Paragraaf 6 — Financiële ondersteuning en toelagen
Artikel 11
1 Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiële ondersteuning vanwege het daadwerkelijk vervullen van een bestuursfunctie tijdens een studiejaar in aanmerking komen, met inachtneming van artikel 7.51k van de wet en verstrekt aan de minister voor 1 november van het desbetreffende studiejaar de volgende gegevens over deze vertegenwoordiger of vertegenwoordigers:
a. de naam, het adres en de woonplaats, alsmede de geboortedatum;
b. een kopie van een identiteitsbewijs met daarop het burgerservice- of sofinummer;
c. een bankafschrift met daarop het relevante banknummer;
d. de gewenste subsidieperiode in maanden.
2 Financiële ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid.
3 Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiële ondersteuning wordt toegekend, maakt de minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.
4 Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de minister.
5 Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.
Paragraaf 6 — Financiële ondersteuning en toelagen
Artikel 12
1 De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 11 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.
2 Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.
Paragraaf 6 — Financiële ondersteuning en toelagen
Artikel 13
1 De financiële ondersteuning is gelijk 115% van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een werknemer van 21 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand.
2 De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand.
Paragraaf 7 — Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs
Artikel 14
Vervallen
Paragraaf 7 — Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs
Artikel 15
Vervallen
Paragraaf 7 — Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs
Artikel 16
Vervallen
Paragraaf 8 — Sectoroverstijgende opleidingen
Artikel 17
Vervallen
Paragraaf 8a — Experimenten
Artikel 18
Vervallen
Paragraaf 8b — Aanvullende taken accreditatieorgaan in verband met kwaliteitsafspraken
Artikel 18a
1 Het accreditatieorgaan heeft in aanvulling op artikel 5.2, vierde lid, van de wet tot taak:
a. de minister te adviseren de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.30, eerste en tweede lid, en 4.32, derde lid, van het besluit;
b. in 2022 de minister te adviseren of voldaan is aan de maatstaven, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, van het besluit;
c. uiterlijk zes jaar na het besluit, bedoeld in artikel 3d, derde of zesde lid, de verwezenlijking te evalueren van de in de aanvraag in het vooruitzicht gestelde kwaliteit, bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit, van een universiteit of hogeschool en daarover de minister te adviseren;
d. een commissie van deskundigen in te stellen in het geval het:
1°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en de desbetreffende universiteit of hogeschool geen erkenning ITK als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de wet, heeft verkregen;
2°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en voor de desbetreffende instelling niet reeds een commissie van deskundigen is ingesteld in het kader van een instellingstoets kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van de wet;
3°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit;
4°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.32, eerste en derde lid, van het besluit;
e. het in 2020 of 2022 of op verzoek van de minister opmaken van een landelijk beeld van de stand van zaken van de kwaliteitsafspraken.
2 Het accreditatieorgaan stelt een toetsingsprotocol vast voor de advisering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Het toetsingsprotocol wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de minister daarmee heeft ingestemd.
Paragraaf 9 — Slotbepalingen
Artikel 19
1 Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2008.
2 Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2007.
3 Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1 september 2008.
4 Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van 1 september 2008.
5 Bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.
Paragraaf 9 — Slotbepalingen
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiën hoger onderwijs.
Bijlage 1 — bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling
Bijlage 1 — bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling
De bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit
Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag
00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 0 | € 0 | € 341.153 | € 341.153
21PB | Universiteit Leiden | € 0 | € 3.247.040 | € 2.948.679 | € 6.195.719
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 0 | € 2.755.800 | € 2.769.401 | € 5.525.201
21PD | Universiteit Utrecht | € 0 | € 9.628.832 | € 3.216.386 | € 12.845.218
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 0 | € 636.565 | € 10.850.895 | € 11.487.460
21PF | Technische Universiteit Delft | € 0 | € 0 | € 10.248.228 | € 10.248.228
21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 0 | € 0 | € 1.218.819 | € 1.218.819
21PH | Universiteit Twente | € 0 | € 0 | € 16.279.123 | € 16.279.123
21PI | Wageningen University | € 0 | € 0 | € 864.362 | € 864.362
21PJ | Universiteit Maastricht | € 0 | € 792.166 | € 4.014.176 | € 4.806.342
21PK | Universiteit van Amsterdam | € 0 | € 3.618.556 | € 2.399.381 | € 6.017.937
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 0 | € 1.093.108 | € 4.957.456 | € 6.050.564
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 0 | € 1.949.207 | € 2.207.921 | € 4.157.128
21PN | Tilburg University | € 0 | € 693.147 | € 1.534.500 | € 2.227.647
21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | € 0 | € 0 | € 100.601 | € 100.601
22NC | Open Universiteit | € 0 | € 396.107 | € 549.209 | € 945.316
23BF | Universiteit voor Humanistiek | € 0 | € 0 | € 102.268 | € 102.268
25AV | Theologische Universiteit Utrecht | € 0 | € 0 | € 23.241 | € 23.241
Totaal | € 0 | € 24.810.528 | € 64.625.799 | € 89.436.327
Bijlage 2 — bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling
Bijlage 2 — bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling
Percentages onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit
Universiteit | Percentage
00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,44338%
21PB | Universiteit Leiden | 8,48962%
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 9,06204%
21PD | Universiteit Utrecht | 11,77187%
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 6,59767%
21PF | Technische Universiteit Delft | 11,08661%
21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 5,85132%
21PH | Universiteit Twente | 5,15000%
21PI | Wageningen University | 4,70089%
21PJ | Universiteit Maastricht | 5,56984%
21PK | Universiteit van Amsterdam | 11,03198%
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,63023%
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 7,17230%
21PN | Tilburg University | 3,42933%
21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,06736%
22NC | Open Universiteit | 1,74141%
23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,14940%
25AV | Theologische Universiteit Utrecht | 0,05476%
Totaal | 100,00000%
Bijlage 3 — bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling
Bijlage 3 — bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling
De bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit
Hogeschool | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag
00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 0 | € 0 | € 584.872 | € 584.872
00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 0 | € 562.237 | € 450.427 | € 1.012.664
01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 0 | € 0 | € 5.108.375 | € 5.108.375
02BY | Gerrit Rietveld Academie | € 0 | € 1.214.997 | € 158.874 | € 1.373.871
02NR | Hotelschool The Hague | € 0 | € 0 | € 211.362 | € 211.362
02NT | Design Academy Eindhoven | € 0 | € 556.203 | € 152.240 | € 708.443
07GR | Avans Hogeschool | € 0 | € 508.930 | € 6.349.155 | € 6.858.085
08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | € 0 | € 0 | € 320.384 | € 320.384
09OT | Iselinge Hogeschool | € 0 | € 0 | € 688.914 | € 688.914
10IZ | Marnix Academie | € 0 | € 0 | € 405.033 | € 405.033
14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 0 | € 929.352 | € 192.032 | € 1.121.384
15BK | Driestar educatief | € 0 | € 0 | € 993.005 | € 993.005
21CW | HAS Hogeschool | € 0 | € 0 | € 2.140.005 | € 2.140.005
21MI | HZ University of Applied Sciences | € 0 | € 0 | € 2.452.810 | € 2.452.810
21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 0 | € 947.456 | € 352.440 | € 1.299.896
21RI | Hogeschool Leiden | € 0 | € 152.769 | € 1.800.650 | € 1.953.419
21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | € 0 | € 0 | € 522.335 | € 522.335
21UI | Breda University of Applied Sciences | € 0 | € 0 | € 984.250 | € 984.250
22HH | Hogeschool Viaa | € 0 | € 0 | € 471.010 | € 471.010
22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 0 | € 1.204.124 | € 4.826.562 | € 6.030.686
23AH | Saxion Hogeschool | € 0 | € 287.566 | € 5.522.861 | € 5.810.427
23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 0 | € 880.068 | € 494.782 | € 1.374.850
25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 0 | € 0 | € 631.002 | € 631.002
25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 0 | € 1.553.548 | € 6.435.167 | € 7.988.715
25DW | Hogeschool Utrecht | € 0 | € 1.401.889 | € 4.919.229 | € 6.321.118
25JX | Zuyd Hogeschool | € 0 | € 963.525 | € 6.449.982 | € 7.413.507
25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 0 | € 1.473.780 | € 7.825.610 | € 9.299.390
27NF | ArtEZ | € 0 | € 1.520.757 | € 406.180 | € 1.926.937
27PZ | Hogeschool INHolland | € 0 | € 790.809 | € 3.026.680 | € 3.817.489
27UM | De Haagse Hogeschool | € 0 | € 0 | € 2.858.554 | € 2.858.554
28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 0 | € 0 | € 5.951.348 | € 5.951.348
30GB | Fontys Hogeschool | € 0 | € 1.526.243 | € 9.960.733 | € 11.486.976
30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | € 0 | € 0 | € 1.724.343 | € 1.724.343
30TX | Aeres Hogeschool | € 0 | € 0 | € 2.351.977 | € 2.351.977
30VP | Hogeschool Thomas More | € 0 | € 0 | € 329.969 | € 329.969
31FR | NHL Stenden Hogeschool | € 0 | € 0 | € 4.136.893 | € 4.136.893
Totaal | € 0 | € 16.474.253 | € 92.190.045 | € 108.664.298
Bijlage 4 — bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling
Bijlage 4 — bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling
De percentages onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit
Hogeschool | Percentage
00IC | Katholieke PABO Zwolle | 0,16422%
00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | 2,37909%
01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | 3,85558%
02BY | Gerrit Rietveld Academie | 0,71344%
02NR | Hotelschool The Hague | 0,52374%
02NT | Design Academy Eindhoven | 0,36962%
07GR | Avans Hogeschool | 5,36709%
08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | 0,21843%
09OT | Iselinge Hogeschool | 0,12838%
10IZ | Marnix Academie | 0,35269%
14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | 1,71727%
15BK | Driestar educatief | 0,29214%
21CW | HAS Hogeschool | 1,08683%
21MI | HZ University of Applied Sciences | 1,01365%
21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | 4,44755%
21RI | Hogeschool Leiden | 2,06027%
21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | 0,29808%
21UI | Breda University of Applied Sciences | 1,15584%
22HH | Hogeschool Viaa | 0,33542%
22OJ | Hogeschool Rotterdam | 6,74273%
23AH | Saxion Hogeschool | 4,62944%
23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | 2,21495%
25BA | Christelijke Hogeschool Ede | 0,73557%
25BE | Hanzehogeschool Groningen | 5,98677%
25DW | Hogeschool Utrecht | 6,13955%
25JX | Zuyd Hogeschool | 4,17804%
25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | 6,12434%
27NF | ArtEZ | 3,24493%
27PZ | Hogeschool INHolland | 6,10170%
27UM | De Haagse Hogeschool | 4,20300%
28DN | Hogeschool van Amsterdam | 7,20832%
30GB | Fontys Hogeschool | 8,93604%
30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | 1,59769%
30TX | Aeres Hogeschool | 1,01531%
30VP | Hogeschool Thomas More | 0,14404%
31FR | NHL Stenden Hogeschool | 4,31829%
Totaal | 100,00000%
Bijlage 5 — bij artikel 4, eerste lid, van de regeling
Bijlage 5 — bij artikel 4, eerste lid, van de regeling
De bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit
Universiteit | Bedrag
00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 601.568
21PB | Universiteit Leiden | € 62.863.043
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 52.397.864
21PD | Universiteit Utrecht | € 62.327.572
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 49.862.513
21PF | Technische Universiteit Delft | € 49.926.231
21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 34.715.680
21PH | Universiteit Twente | € 34.431.437
21PI | Wageningen University | € 25.603.066
21PJ | Universiteit Maastricht | € 42.143.872
21PK | Universiteit van Amsterdam | € 55.813.712
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 51.002.417
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 51.778.173
21PN | Tilburg University | € 20.958.489
21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | € 601.568
22NC | Open Universiteit | € 4.546.994
23BF | Universiteit voor Humanistiek | € 3.007.840
25AV | Theologische Universiteit Utrecht | € 1.804.704
Totaal | € 604.386.743
Bijlage 6 — bij artikel 4, tweede lid, van de regeling
Bijlage 6 — bij artikel 4, tweede lid, van de regeling
De percentages voorziening onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit
Universiteit | Percentage
00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,24820%
21PB | Universiteit Leiden | 7,89101%
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 8,28732%
21PD | Universiteit Utrecht | 11,23083%
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 5,08934%
21PF | Technische Universiteit Delft | 14,04056%
21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 7,09734%
21PH | Universiteit Twente | 5,89651%
21PI | Wageningen University | 7,97418%
21PJ | Universiteit Maastricht | 4,84680%
21PK | Universiteit van Amsterdam | 9,49922%
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,35344%
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 6,79535%
21PN | Tilburg University | 2,55901%
21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,01128%
22NC | Open Universiteit | 1,02142%
23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,14015%
25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,01804%
Totaal | 100,00000%
Bijlage 7 — bij artikel 6 van de regeling
Bijlage 7 — bij artikel 6 van de regeling
Bedragen en percentages academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onder c, respectievelijk artikel 4.27, vierde lid, van het besluit
Universiteit | Bedrag | Percentage
21PB | Universiteit Leiden | 0 | 12,39730%
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 0 | 12,84522%
21PD | Universiteit Utrecht | 0 | 13,69763%
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 0 | 13,35443%
21PJ | Universiteit Maastricht | 0 | 9,11353%
21PK | Universiteit van Amsterdam | 0 | 16,69170%
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 0 | 10,87244%
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 0 | 11,02775%
Totaal | 0 | 100,00000%
Bijlage 8 — bij artikel 6, van de regeling
Bijlage 8 — bij artikel 6, van de regeling
Investeringsbedragen academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid onder a, van het besluit, per investeringsjaar
universiteit | 2000 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011
21PB | Universiteit Leiden | € 78.408.876 | € 4.741.483 | € 5.566.058 | € 5.713.494 | € 7.598.710
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 100.416.450 | € 6.434.870 | € 7.074.615 | € 7.271.719 | € 7.469.039
21PD | Universiteit Utrecht | € 94.028.801 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 134.810.505 | € 13.911.824 | € 14.591.394 | € 15.010.906 | € 15.456.762
21PJ | Universiteit Maastricht | € 54.292.304 | € 3.074.148 | € 4.915.817 | € 5.064.233 | € 3.501.112
21PK | Universiteit van Amsterdam | € 78.618.899 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 64.656.533 | € 5.835.671 | € 6.112.260 | € 6.284.843 | € 6.457.607
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 161.862.435 | € 11.827.655 | € 12.510.625 | € 12.855.360 | € 13.226.423
universiteit | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016
21PB | Universiteit Leiden | € 6.060.720 | € 6.025.500 | € 8.129.295 | € 8.373.174 | € 8.624.369
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 7.692.453 | € 7.647.750 | € 19.185.583 | € 19.761.150 | € 20.353.985
21PD | Universiteit Utrecht | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 12.221.926 | € 12.588.584 | € 12.966.241
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 15.902.916 | € 15.810.500 | € 3.946.142 | € 4.064.526 | € 4.186.462
21PJ | Universiteit Maastricht | € 5.361.407 | € 5.330.250 | € 9.554.978 | € 9.841.627 | € 10.136.876
21PK | Universiteit van Amsterdam | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 8.112.969 | € 8.356.358 | € 8.607.048
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 6.630.532 | € 6.592.000 | € 10.712.669 | € 11.034.049 | € 11.365.070
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 13.597.770 | € 13.518.750 | € 3.699.042 | € 3.810.013 | € 3.924.314
universiteit | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021
21PB | Universiteit Leiden | € 8.883.100 | € 9.149.593 | € 13.766.975 | € 14.179.984 | € 14.605.384
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 20.964.605 | € 21.593.543 | € 4.800.906 | € 4.944.933 | € 5.093.281
21PD | Universiteit Utrecht | € 13.355.228 | € 13.755.885 | € 12.295.484 | € 12.664.348 | € 13.044.279
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 4.312.056 | € 4.441.417 | € 10.436.088 | € 10.749.171 | € 11.071.646
21PJ | Universiteit Maastricht | € 10.440.982 | € 10.754.212 | € 6.849.292 | € 7.054.771 | € 7.266.414
21PK | Universiteit van Amsterdam | € 8.865.260 | € 9.131.218 | € 27.650.616 | € 28.480.135 | € 29.334.539
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 11.706.022 | € 12.057.203 | € 3.640.397 | € 3.749.609 | € 3.862.097
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 4.042.043 | € 4.163.304 | € 8.158.008 | € 8.402.748 | € 8.654.831
universiteit | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028
21PB | Universiteit Leiden | € 15.043.545 | € 15.494.851 | € 8.191.143 | € 8.436.877 | € 8.689.983 | € 8.950.683 | € 9.219.203
21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 5.246.080 | € 5.403.462 | € 14.347.219 | € 14.777.636 | € 15.220.965 | € 15.677.594 | € 16.147.921
21PD | Universiteit Utrecht | € 13.435.607 | € 13.838.675 | € 20.757.678 | € 21.380.409 | € 22.021.821 | € 22.682.476 | € 23.362.950
21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 11.403.795 | € 11.745.909 | € 13.889.329 | € 14.306.009 | € 14.735.189 | € 15.177.245 | € 15.632.562
21PJ | Universiteit Maastricht | € 7.484.406 | € 7.708.939 | € 2.340.326 | € 2.410.536 | € 2.482.852 | € 2.557.338 | € 2.634.058
21PK | Universiteit van Amsterdam | € 30.214.575 | € 31.121.012 | € 20.808.555 | € 21.432.812 | € 22.075.796 | € 22.738.070 | € 23.420.212
21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 3.977.960 | € 4.097.298 | € 10.531.469 | € 10.847.413 | € 11.172.836 | € 11.508.021 | € 11.853.261
21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 8.914.476 | € 9.181.910 | € 10.684.099 | € 11.004.622 | € 11.334.761 | € 11.674.804 | € 12.025.048
Bijlage 9 — bij artikel 4, derde lid, van de regeling
Bijlage 9 — bij artikel 4, derde lid, van de regeling
De bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit
Hogeschool | Bedrag
00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 429.187
00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 3.021.073
01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 10.778.065
02BY | Gerrit Rietveld Academie | € 832.703
02NR | Hotelschool The Hague | € 1.288.244
02NT | Design Academy Eindhoven | € 564.872
07GR | Avans Hogeschool | € 13.898.571
08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | € 593.091
09OT | Iselinge Hogeschool | € 320.844
10IZ | Marnix Academie | € 827.776
14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 1.506.362
15BK | Driestar educatief | € 784.873
21CW | HAS Hogeschool | € 2.000.095
21MI | HZ University of Applied Sciences | € 2.420.656
21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 4.027.394
21RI | Hogeschool Leiden | € 5.231.133
21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | € 715.731
21UI | Breda University of Applied Sciences | € 3.088.670
22HH | Hogeschool Viaa | € 999.837
22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 16.512.104
23AH | Saxion Hogeschool | € 11.367.883
23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 2.074.468
25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 1.993.046
25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 12.851.495
25DW | Hogeschool Utrecht | € 15.216.952
25JX | Zuyd Hogeschool | € 7.756.995
25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 15.129.163
27NF | ArtEZ | € 3.375.782
27PZ | Hogeschool INHolland | € 11.923.699
27UM | De Haagse Hogeschool | € 9.645.423
28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 18.722.354
30GB | Fontys Hogeschool | € 19.313.565
30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | € 2.561.572
30TX | Aeres Hogeschool | € 2.056.301
30VP | Hogeschool Thomas More | € 515.570
31FR | NHL Stenden Hogeschool | € 10.047.970
Totaal | € 214.393.518
Bijlage 10 — bij artikel 3i, van de regeling
Bijlage 10 — bij artikel 3i, van de regeling
Vervallen
Bijlage 11 — bij artikel 3i, van de regeling
Bijlage 11 — bij artikel 3i, van de regeling
Vervallen
Bijlage 12 — bij artikel 14, tweede lid, van de regeling
Bijlage 12 — bij artikel 14, tweede lid, van de regeling
Vervallen
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Opleiding | Niveau
Ad Facilitair Eventmanagement | Hoog
Ad Facility Management | Hoog
Ad Hotel Management | Hoog
B Creative Business | Hoog
B European Studies | Hoog
B Facility Management | Hoog
B Food and Business | Hoog
B Hotel Management | Hoog
B Journalistiek | Hoog
B Internationale Communicatie en Talen | Hoog
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Opleiding | Niveau
B Vaktherapie | Hoog
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Opleiding | Niveau
Ad Management in de Zorg | Laag
Ad Zorg en Technologie | Laag
B Management in de Zorg | Laag
B Opleiding voor Ergotherapie | Laag
B Opleiding voor Logopedie | Laag
B Opleiding tot Fysiotherapeut | Laag
B Opleiding tot Oefentherapeut | Laag
B Opleiding tot Verpleegkundige | Laag
B Voeding en Diëtetiek | Laag
B Tandprothetiek | Top
B Verloskunde | Top
B Mondzorgkunde | Top
M Advanced Nursing Practice | Top
M Physician Assistant | Top
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Opleiding | Niveau
B International Business | Laag
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Opleiding | Niveau
Ad Pedagogisch Educatief Professional | Laag
Ad Onderwijsondersteuner Omgangskunde | Laag
Ad Onderwijsondersteuner Gezondheidszorg en Welzijn | Laag
B Learning and Development in Organisations | Laag
B Opleiding tot leraar Basisonderwijs | Laag
B Opleiding tot leraar van de eerste graad in Lichamelijke Opvoeding | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Aardrijkskunde | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Algemene Economie | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Duits | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Engels | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Frans | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Fries | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Godsdienst | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Gezondheidszorg en Welzijn | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Maatschappijleer | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Nederlands | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in omgangskunde | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Pedagogiek | Laag
B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Spaans | Laag
M Educational Needs | Laag
M Leraar Aardrijkskunde | Laag
M Leraar Algemene Economie | Laag
M Leraar Bedrijfseconomie | Laag
M Leraar Duits | Laag
M Leraar Engels | Laag
M Leraar Frans | Laag
M Leraar Fries | Laag
M Leraar Geschiedenis | Laag
M Leraar Godsdienst | Laag
M Leraar Maatschappijleer | Laag
M Leraar Nederlands | Laag
Ad Schrijftolk | Top
B Opleiding tot Leraar Nederlandse Gebarentaal (NGT) / Bacheloropleiding tot Tolk NGT | Top
AD Educatief Professional Beroepsonderwijs | Laag
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Opleiding | Niveau
Subonderdeel: Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid | Hoog
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Opleiding | Niveau
Subonderdeel: opleidingen op het gebied van de kunst | Hoog
B Cultureel Erfgoed | Hoog
B Vertaalacademie | Hoog
M Applied Museum and Heritage Studies | Hoog
M Architectuur | Hoog
M Landschapsarchitectuur | Hoog
M Stedenbouw | Hoog
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › A — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs › CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Opleiding | Niveau
M Environment and Resource Management | Hoog
M Environment and Society Studies | Hoog
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Opleiding | Niveau
B Diergeneeskunde | Top
B Geneeskunde | Top
B Klinische Technologie (inclusief joint degree) | Top
B Tandheelkunde | Top
B Zorg, Gezondheid & Samenleving | Top
M Diergeneeskunde | Top
M Geneeskunde | Top
M Geneeskunde en Klinisch Onderzoek (research) | Top
M Geneeskunde, klinisch onderzoeker | Top
M Tandheelkunde | Top
M Technical Medicine (inclusief joint degree) | Top
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Opleiding | Niveau
B Farmacie | Top
M Farmacie | Top
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Opleiding | Niveau
Subonderdeel: Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid | Hoog
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
Bijlage 13 — bij artikel 2, derde lid, van de regeling › B — Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs › CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.