Artikel 28 Algemeen Postverdrag
EINDKOSTEN
1 De vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, maar met uitzondering van M-zakken en CCRI-zendingen, wordt vastgesteld door middel van toepassing van de tarieven per zending en per kilogram die de verwerkingskosten in het land van bestemming weergeven. De kosten die verband houden met de binnenlandse tarieven voor prioritaire zendingen die deel uitmaken van de algemene postale dienst worden gebruikt als grondslag voor de berekening van het bedrag van de eindkosten.
2 Het bedrag van de eindkosten wordt berekend aan de hand van het classificatiesysteem voor zendingen op grond van omvang, indien aanwezig in de binnenlandse dienstverlening, zoals voorzien in artikel 17.5.
2.1 Er gelden per zending en per kilogram gescheiden bedragen voor enerzijds kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen en anderzijds volumineuze briefpostzendingen (E) en postzendingen met petits paquets (E).
3 Aangewezen aanbieders wisselen op omvang en/of inhoud gescheiden zendingen uit in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen.
4 De vergoeding voor CCRI-zendingen geschiedt op grond van de desbetreffende bepalingen van de Regelingen.
5 In 2026 worden de componenten per zending en per kilogram omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post waarbij brievenpostzendingen die stukken bevatten (omvang P en G) 6,36 zendingen met een gewicht van 0,265 kilogram vertegenwoordigen en volumineuze briefpostzendingen (E) en postzendingen met petits paquets (E) 2,70 zendingen met een gewicht van 0,735 kilogram vertegenwoordigen, met uitzondering van poststromen waarvan de samenstelling van één kilogram post wordt gebaseerd op steekproeven in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen, en wel als volgt:
5.1 alle poststromen tussen landen in groep A;
5.2 poststromen tussen landen in groep B en tussen die landen en landen in groep A van meer dan 50 ton;
5.3 poststromen tussen landen in groep C en tussen die landen en landen in groepen A en B van meer dan 75 ton.
6 Vanaf 2027 worden bij poststromen van meer dan 15 ton briefpostzendingen gescheiden op basis van hun inhoud door het creëren van postzendingen die stukken bevatten (omvang P en G) en postzendingen met petit paquets (E).
6.1 De Postraad formuleert de verdere operationele, statistische en boekhoudkundige procedures voor de uitwisseling van op omvang en/of inhoud gescheiden zendingen.
6.1.1 Voor poststromen van minder dan 15 ton, en voor poststromen van meer dan 15 ton wanneer de hoeveelheid stukken minder dan 25 ton bedraagt, tussen landen van groep A, wordt een scheiding op basis van omvang en inhoud met een statistische telling om het aantal zendingen op basis van steekproeven te bepalen, nog steeds uitgevoerd indien de ontvangende aangewezen aanbieder de andere partij daarvan uiterlijk op 30 september van het voorgaande jaar in kennis stelt, met het oog op toepassing vanaf 1 januari van het volgende jaar.
6.2 Wanneer briefpostzendingen worden gescheiden tussen zendingen die stukken bevatten (omvang P en G) en petit paquets (E), worden de componenten per zending en per kilogram omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een mondiaal gemiddeld aantal briefpostzendingen die respectievelijk stukken en petit paquets (E) bevatten, en wel als volgt:
6.2.1 Voor postzendingen die stukken bevatten (omvang P en G): 24,06 zendingen met een gewicht van 1 kilogram;
6.2.2 Voor postzendingen die petits paquets (E) bevatten: 3,66 zendingen met een gewicht van1 kilogram;
6.3 Voor poststromen waarbij het volume van de stukken meer dan 25 ton bedraagt, wordt het aantal zendingen in lid 6.2.1 vervangen door het aantal zendingen dat is vastgesteld op basis van steekproeven in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen.
6.3.1 Bij poststromen verzonden door landen in groep C die tussen de 15 en 75 ton wegen wordt een totaalbedrag per kilogram toegepast voor stukken (omvang P en G), vastgesteld op basis van het aantal zendingen beschreven in lid 6.2.1 en de minimumbedragen in artikel 30.5, en wel als volgt:
6.3.1.1 voor het jaar 2027: 11,497 BTR per kilogram;
6.3.1.2 voor het jaar 2028: 12,008 BTR per kilogram;
6.3.1.3 voor het jaar 2029: 12,549 BTR per kilogram;
6.3.1.4 voor het jaar 2030: 13,120 BTR per kilogram.
6.4 Wanneer briefpostzendingen worden gescheiden in zendingen die stukken bevatten (omvang P en G) en die petits paquets bevatten (E), wordt het aantal zendingen dat petits paquets bevat in lid 6.2.2. vervangen door het aantal zendingen dat wordt vastgesteld op basis van tellingen of steekproeven in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen, met uitzondering van poststromen verzonden door landen in groep C die tussen 15 en 75 ton wegen in 2027, waarvoor het bedrag van 5.058 BTR per kilo voor postzendingen met petits paquets (E) van toepassing is.
7 Te beginnen met de tarieven die vanaf 2027 gelden, worden bij poststromen waarbij de zendingen niet worden gescheiden op basis van hun inhoud, de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, waarbij de briefpostzendingen die stukken bevatten (omvang P en G) 6,36 zendingen met een gewicht van 0.265 kilogram vertegenwoordigen en zendingen met petits paquets (E) 2,70 zendingen met een gewicht van 0,735 kilogram vertegenwoordigen.
7.1 Indien de poststroom groter is dan 15 ton en de briefpostzendingen niet worden gescheiden op basis van inhoud, dan kan de aangewezen aanbieder van bestemming de samenstelling van de poststroom vaststellen op basis van steekproeven in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen.
7.2 Indien de poststroom die door een land in groep C wordt verzonden groter is dan 15 ton en de briefpostzendingen niet worden gescheiden op basis van inhoud, dan zijn de bepalingen van lid 6.3.1 en artikel 29.1.5.6.1 niet van toepassing.
8 Voor poststromen verzonden door landen in groep C, is het totaalbedrag per kilogram als volgt van toepassing:
8.1 voor het jaar 2026, minder dan 75 ton: 6,472 BTR per kilogram;
8.2 voor het jaar 2027, minder dan 15 ton: 6,767 BTR per kilogram;
8.3 voor het jaar 2028, minder dan 15 ton: 7,071 BTR per kilogram;
8.4 voor het jaar 2029, minder dan 15 ton: 7,389 BTR per kilogram;
8.5 voor het jaar 2030, minder dan 15 ton: 7,724 BTR per kilogram.
9 Voor de vergoeding van de eindkosten worden M-zakken die minder wegen dan 5 kilogram aangemerkt als M-zakken van 5 kilogram. Het voor M-zakken toe te passen bedrag van de eindkosten bedraagt:
9.1 voor het jaar 2026 1,153 BTR per kilogram;
9.2 voor het jaar 2027 1,205 BTR per kilogram;
9.3 voor het jaar 2028 1,259 BTR per kilogram;
9.4 voor het jaar 2029 1,316 BTR per kilogram;
9.5 voor het jaar 2030 1,375 SDR per kilogram.
10 Voor aangetekende zendingen wordt in 2026 een aanvullende vergoeding van 1.745 BTR per zending voorzien, in 2027 een vergoeding van 2,500 BTR per zending, in 2028 van 2,613 BTR per zending, in 2029 van 2,731 BTR per zending en in 2030 van 2,854 BTR. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies voor deze en andere aanvullende diensten toe te kennen wanneer de geleverde diensten aanvullende elementen omvatten die in de Regelingen dienen te worden omschreven.
11 Voor zendingen met waardeaangifte die stukken bevatten (omvang P en G) wordt in 2026 een aanvullende vergoeding van 2,045 BTR per zending voorzien, in 2027 van 2,800 BTR per zending, in 2028 van 2,931 BTR per zending, in 2029 3,031 BTR per zending en in 2030 van 3,154 BTR per zending. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies voor deze en andere aanvullende diensten toe te kennen wanneer de geleverde diensten aanvullende elementen omvatten die in de Regelingen dienen te worden omschreven.
12 Voor gevolgde zendingen wordt een bijkomende vergoeding per zending voorzien voor de dienst, in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen. De Postraad is bevoegd vergoedingspremies voor gevolgde zendingen toe te kennen op basis van prestaties bij de elektronische overbrenging van informatie, zoals omschreven in de Regelingen.
13 Behoudens een andersluidende bilaterale overeenkomst is een aanvullende vergoeding van 0,5 BTR voorzien voor postzendingen met petits paquets (E), aangetekende zendingen en zendingen met waardeaangifte en gevolgde zendingen zonder identificatie door middel van een streepjescode of met identificatie door middel een streepjescode die niet voldoet aan de technische norm S10 van de UPU.
14 De vergoeding voor teruggezonden onbestelbare briefpostzendingen wordt in de Regelingen omschreven.
15 Voor de betaling van de eindkosten worden briefpostzendingen ter post bezorgd in partijen in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen aangeduid als „partijenpost”.
15.1 De betaling voor partijenpost die goederen bevat wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 29.1.4 of 29.1.2, naargelang van toepassing. De voorwaarden van de leden 6.4 en 8 en de artikelen 29.1.5.6.1 en 29.4 zijn niet van toepassing.
15.2 De betaling voor partijenpost die stukken bevat (omvang P en G) wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 30. De voorwaarden van de leden 6.3.1 en 8 zijn niet van toepassing.
15.3 De aangewezen aanbieder van bestemming kan om betaling verzoeken door de tarieven per zending en per kilogram toe te passen. Als alternatief kan de betaling worden vastgesteld door toepassing van het totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post uit leden 5 en 7, gebaseerd op de bedragen per zending en per kilogram in de artikelen 29 en 30. De voorwaarden in het achtste lid en de artikelen 29.1.5.6 en 29.4 zijn niet van toepassing bij de berekening van het totaalbedrag per kilogram.
16 Bij dit artikel kan geen voorbehoud worden gemaakt.
- Regeling
- Algemeen Postverdrag
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0006699
- Versie
- 2026-01-01_0