Artikel 27bis Algemeen Postverdrag
ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE VERGOEDING EN DOORVOERVERGOEDINGEN
1 Onder voorbehoud van de in de Regelingen voorgeschreven uitzonderingen heeft elke aangewezen aanbieder die van een andere aangewezen aanbieder poststukken ontvangt, het recht van de aangewezen aanbieder van verzending een vergoeding te vragen voor de door de ontvangen poststukken veroorzaakte kosten.
2 Voor de toepassing van de bepalingen betreffende de betaling van vergoedingen door hun aangewezen aanbieders, worden de landen en grondgebieden gerangschikt overeenkomstig de daartoe door het Congres bij resolutie C 4/2025 opgestelde lijsten, zoals hierna vermeld:
2.1 landen en grondgebieden die reeds vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem (groep A);
2.2 landen en grondgebieden die vanaf 2010, 2012 en 2016 deel uitmaakten van het doelsysteem (groep B);
2.3 landen en grondgebieden die vanaf 2027 deel uitmaken van het doelsysteem (groep C).
3 De vergoeding wordt gebaseerd op de kwaliteit van de dienstverlening in het land van bestemming. De Postraad is derhalve bevoegd premies op de in de artikelen 28, 29, 30 en 33 bedoelde vergoeding toe te kennen ter aanmoediging van de deelname aan het controlesysteem en ter compensatie van de aangewezen aanbieders die hun kwaliteitsdoel bereiken. De Postraad kan ook boetes vaststellen in geval van ontoereikende kwaliteit, maar de vergoeding van de aangewezen aanbieders kan niet minder bedragen dan de in de artikelen 28, 29, 30 en 33 genoemde minimumvergoeding.
4 Elke ontvangende aangewezen aanbieder mag geheel of gedeeltelijk afzien van de in het eerste lid bedoelde vergoeding.
5 De Postraad is bevoegd vergoedingspremies toe te kennen en/of boetes vast te stellen met betrekking tot de naleving door aangewezen aanbieders van de vereisten voor het vooraf langs elektronische weg leveren van gegevens over briefpostzendingen met petits paquets (E) en pakketten.
6 Elke aangewezen aanbieder mag op basis van een bilaterale of multilaterale overeenkomst andere betalingssystemen voor de verrekening van vergoedingen toepassen.
7 Aangewezen aanbieders kunnen bij het uitwisselen van niet-prioritaire post een facultatieve korting van 10% toepassen op het bedrag van de eindkosten dat op prioritaire post van toepassing is.
8 Toegang tot het binnenlands verkeer. Directe toegang
8.1 In beginsel stelt elke aangewezen aanbieder van een land in groep A aan de andere aangewezen aanbieders de tarieven en voorwaarden ter beschikking die hij in zijn binnenlandse dienstverlening, onder dezelfde voorwaarden, aan zijn binnenlandse cliënten aanbiedt. Het is de taak van de aangewezen aanbieder van bestemming te beoordelen of de aangewezen aanbieder van herkomst al dan niet heeft voldaan aan de voorwaarden en modaliteiten voor directe toegang.
8.2 De aangewezen aanbieders van landen in groep B en C kunnen ervoor kiezen de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden gedurende een proefperiode van twee jaar toegankelijk te maken voor een beperkt aantal aangewezen aanbieders. Na deze termijn moeten zij een keuze maken tussen twee opties: de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienst worden geboden niet langer toegankelijk maken of hiermee doorgaan en de voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienst worden geboden voor alle aangewezen aanbieders toegankelijk maken.
8.3 Indien de aangewezen aanbieders van de landen in groep B en C de aangewezen aanbieders van de landen in groep A verzoeken de tarieven en voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden op hen toe te passen, dienen zij de tarieven en voorwaarden die in het kader van hun binnenlandse dienstverlening worden geboden toegankelijk te maken voor alle andere aangewezen aanbieders, onder dezelfde voorwaarden als die welke aan de binnenlandse cliënten worden geboden.
9 Met ingang van de tarieven die gelden vanaf 2027, wordt voor pakketten met waardeaangifte een aanvullende vergoeding 1 500 BTR per zending voorzien overeenkomstig de bepalingen van de Regelingen. De aanvullende vergoeding wordt verminderd tot 0,300 BTR per zending wanneer de ingevolge artikel 33.1.2 medegedeelde tarieven inclusief ontvangstbewijs zijn. Aangewezen aanbieders die de heffing toepassen op basis van de bepalingen in artikel 33.8.1 ontvangen het bedrag in overeenstemming met dat artikel, vermeerderd met 0,300 BTR.
- Regeling
- Algemeen Postverdrag
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0006699
- Versie
- 2026-01-01_0