Artikel 29 Algemeen Postverdrag
EINDKOSTEN
1 Algemene bepalingen
1.1 De bepalingen van dit artikel zijn op dezelfde wijze van toepassing op de vergoeding voor volumineuze briefpostzendingen (E) in 2026.
1.2 In 2026 worden de tarieven voor volumineuze briefpostzendingen (E) en postzendingen met petits paquets (E) berekend op basis van omvang P/G en een gewicht van 0,273 kilogram, exclusief btw of andere heffingen, zoals vervat in artikel 30.1.
1.2.1 De tarieven in 2026 mogen niet leiden tot een stijging van meer dan 13% van de opbrengst voor volumineuze briefpostzendingen (E) en postzendingen met petits paquets (E), vergeleken met 2025.
1.2.2 In 2026 mogen de tarieven in lid 1.2 niet hoger zijn dan 1,265 BTR per zending en 2,844 BTR per kilogram.
1.2.3 In 2026 mogen de tarieven in lid 1.2 niet lager zijn dan 0,819 BTR per zending en 1,842 BTR per kilogram.
1.2.4 Verdere voorwaarden met betrekking tot de berekening van deze tarieven worden gespecificeerd in de Regelingen
1.3 Met ingang van de tarieven die gelden vanaf het jaar 2027, overlegt elke aangewezen aanbieder zijn binnenlandse tarieven voor gelijkwaardige diensten aan het Internationaal Bureau om de vergoedingen vast te stellen voor postzendingen met petits paquets (E) in overeenstemming met dit artikel.
1.4 Daarnaast kunnen aangewezen aanbieders het Internationaal Bureau voor 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn, in kennis stellen van een zelf vastgesteld tarief per zending en een zelf vastgesteld tarief per kilogram, uitgedrukt in lokale valuta of BTR, dat in het volgende kalenderjaar van toepassing is op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) in 2026 en voor briefpostzendingen met petits paquets (E) vanaf 2027. Het Internationaal Bureau rekent de zelf vastgestelde tarieven in lokale valuta jaarlijks om in waarden uitgedrukt in BTR. Voor de berekening van de in BTR uitgedrukte tarieven gebruikt het Internationaal Bureau de gemiddelde maandelijkse wisselkoers van het tijdvak van vijf maanden dat eindigt op de laatste dag van de maand februari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn De resulterende tarieven worden uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn, door middel van een circulaire van het Internationaal Bureau medegedeeld.
1.4.1 De tarieven die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en/of briefpostzendingen met petits paquets (E) die zelf zijn vastgesteld ingevolge dit artikel, vervangen de tarieven die zijn vastgesteld in overeenstemming met lid 1.2.
1.5 Gelet op lid 1.6 zijn/worden de zelf vastgestelde tarieven
1.5.1 bij het gemiddelde gewicht van een postzending met een petit paquet (E) van 0,273 kilogram, niet hoger dan de landspecifieke maximumtarieven berekend in overeenstemming met lid 1.6;
1.5.2 niet hoger dan 70%, of het toepasselijke percentage in het achtste lid, van het binnenlandse per stuk tarief voor postzendingen die vergelijkbaar zijn met postzendingen met petits paquets (E) dat door de aangewezen aanbieder in zijn binnenlandse dienstverlening wordt toegepast en dat van kracht is op 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn;
1.5.3 gebaseerd op het binnenlandse tarief per stuk voor postzendingen in de binnenlandse dienstverlening van de aangewezen aanbieder met de gespecificeerde maximale afmetingen en vorm van briefpostzendingen met petits paquets (E);
1.5.4 beschikbaar gesteld aan alle aangewezen aanbieders;
1.5.5 uitsluitend toegepast op briefpostzendingen met petits paquets (E);
1.5.6 worden toegepast op stromen briefpostzendingen met petits paquets (E) van landen in groep C, indien de totale poststroom meer dan 75 ton per jaar bedraagt;
1.5.6.1 wanneer de totale poststroom minder is dan 75 ton, maar hoger dan de volume-drempelwaarden in artikel 28.6, zijn de volgende tarieven van toepassing op stromen briefpostzendingen met petits paquets (E) uit groep C:
1.5.6.1.1 voor het jaar 2028: 0,895 BTR per zending en 2,012 BTR per kilogram;
1.5.6.1.2 voor het jaar 2029: 0,935 BTR per zending en 2,103 BTR per kilogram;
1.5.6.1.3 voor het jaar 2030: 0,977 BTR per zending en 2,198 BTR per kilogram.
1.6 De zelf vastgestelde tarieven per stuk en per kilogram voor briefpostzendingen met petits paquets (E) mogen niet hoger zijn dan de landspecifieke maximumtarieven die worden bepaald door middel van een lineaire regressie van 11 punten, wat overeenkomt met 70%, of het toepasselijke percentage in het achtste lid, van de prioritaire tarieven per stuk voor overeenkomstige binnenlandse dienstverleningen voor briefpostzendingen met petits paquets (E) van 20 gram, 35 gram, 75 gram, 175 gram, 250 gram, 375 gram, 500 gram, 750 gram, 1.000 gram, 1.500 gram en 2.000 gram, exclusief belastingen.
1.6.1 De bepaling of de zelf vastgestelde tarieven de maximumtarieven overschrijden, wordt getoetst aan de gemiddelde inkomsten, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest actuele gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, waarbij een postzending met omvang E 0,273 kilogram weegt. In gevallen waar de zelf vastgestelde tarieven de maximumtarieven van het gemiddelde van een postzending met omvang E van 0,273 kilogram overschrijden, zijn de maximumtarieven per zending en per kilogram van toepassing; de desbetreffende aangewezen aanbieder kan er ook voor kiezen om zijn zelf vastgestelde tarieven te verlagen naar een niveau dat overeenkomt met lid 1.6 en het derde lid, naargelang van toepassing.
1.6.2 Indien er meerdere pakkettarieven beschikbaar zijn op basis van dikte, wordt het laagste binnenlandse tarief gebruikt voor zendingen tot 250 gram en het hogere binnenlandse tarief voor zendingen van meer dan 250 gram.
1.6.3 Waar zonetarieven van toepassing zijn in de vergelijkbare binnenlandse dienstverlening, wordt het gemiddelde tarief zoals vermeld in de Regelingen gebruikt, en binnenlandse tarieven voor niet-aansluitende zones worden uitgesloten bij de bepaling van het gemiddelde tarief. Als alternatief kan de bepaling van het zonetarief worden gebaseerd op de huidige gewogen gemiddelde afstand van inkomende briefpostzendingen met petits paquets (E) (voor het meest recente kalenderjaar)
1.6.4 Wanneer de overeenkomstige binnenlandse dienstverlening en tarieven aanvullende elementen bevatten die geen deel uitmaken van de basisdienstverlening, d.w.z. volg-, ondertekenings- en verzekeringsdiensten, en dergelijke elementen worden uitgebreid naar alle gewichtsklassen vermeld in lid 1.6, wordt de laagste van het desbetreffende binnenlandse aanvullende tarief, het aanvullende tarief of de ter informatie in de Akten van de Unie voorgestelde porten afgetrokken van het binnenlandse tarief. De totale aftrek voor alle aanvullende elementen mag niet meer bedragen dan 25% van het binnenlandse tarief.
2 Indien de landspecifieke maximumtarieven die berekend zijn in overeenstemming met lid 1.6 resulteren in een opbrengst berekend voor een briefpostzending met petits paquets van 0,273 kilogram die lager is dan de opbrengst die berekend is voor dezelfde zending met hetzelfde gewicht op basis van de hieronder vermelde tarieven, dan mogen de zelf vastgestelde tarieven niet hoger zijn dan de volgende tarieven:
2.1 voor het jaar 2026: 0,819 BTR per zending en 1,842 BTR per kilogram;
2.2 voor het jaar 2027: 0,856 BTR per zending en 1,925 BTR per kilogram;
2.3 voor het jaar 2028: 0,895 BTR per zending en 2,012 BTR per kilogram;
2.4 voor het jaar 2029: 0,935 BTR per zending en 2,103 BTR per kilogram;
2.5 voor het jaar 2030: 0,977 BTR per zending en 2,198 BTR per kilogram;
3 In aanvulling op de maximumtarieven voorzien in 1.6, mogen de tarieven die in een gegeven jaar worden toegepast, niet leiden tot een verhoging van meer dan 10% van de inkomsten voor een briefpostzending met petits paquets (E) van 0,273 gram, ten opzichte van het voorgaande jaar.
3.1 Te beginnen met de tarieven die vanaf 2027 gelden, kunnen ongebruikte verhogingen worden overgedragen van voorgaande jaren en worden toegepast naast de verhogingen in het derde lid. Ten hoogste 10 procentpunten van ongebruikte verhogingen mogen van het ene jaar naar het andere worden overgedragen.
4 Wanneer de totale brievenpoststromen tussen landen van groep B en van die landen naar landen van groep A minder zijn dan 25 ton per jaar in 2026 en 15 ton per jaar vanaf 2027, worden de tarieven voor briefpostzendingen met petits paquets (E) als volgt bepaald:
4.1 In 2026, in overeenstemming met lid 1.2.
4.2 Vanaf 2027 zijn de zelf vastgestelde tarieven in lid 1.4 van toepassing, tenzij de opbrengst van de zelf vastgestelde tarieven bij 0,273 kilogram hoger is dan de opbrengst die berekend is voor dezelfde zending met hetzelfde gewicht op basis van de hieronder vermelde tarieven, in welk geval de volgende tarieven van toepassing zijn:
4.2.1 voor het jaar 2027: 1,322 BTR per zending en 2,972 BTR per kilogram;
4.2.2 voor het jaar 2028: 1,381 BTR per zending en 3,106 BTR per kilogram;
4.2.3 voor het jaar 2029: 1,443 BTR per zending en 3,246 BTR per kilogram;
4.2.4 voor het jaar 2030: 1,508 BTR per zending en 3,392 BTR per kilogram.
5 Voor tarieven die van toepassing zijn in 2026, zal de verhouding tussen het zelf opgegeven tarief per zending en per kilogram niet met meer dan 5 procentpunten naar boven of naar beneden worden gewijzigd ten opzichte van de verhouding voor het voorafgaande jaar. Voor tarieven die in 2027 van toepassing zijn, zijn er geen beperkingen in termen van de bovenbedoelde verhouding. Voor tarieven die van toepassing zijn in 2028 en daaropvolgende jaren, wordt de verhouding tussen het zelf opgegeven tarief per zending en per kilogram niet met meer dan 20 procentpunten naar boven of naar beneden gewijzigd ten opzichte van de verhouding voor het voorafgaande jaar.
5.1 De toepassing van het vijfde lid mag niet resulteren in een negatieve verhouding tussen het tarief per zending en het tarief per kilogram.
5.2 Nadere specificaties staan vermeld in de Regelingen.
6 Voor aangewezen aanbieders die ervoor hebben gekozen om hun tarieven voor briefpostzendingen met petits paquets (E) zelf vast te stellen in een voorafgaand kalenderjaar en die geen andere zelf vastgestelde tarieven voor het volgende jaar mededelen, blijven de zelf vastgestelde tarieven van toepassing tenzij deze niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in dit artikel. De aangewezen aanbieder kan de in het tweede lid vermelde tarieven innen.
6.1 Voor aangewezen aanbieders die ervoor hebben gekozen om hun tarieven voor briefpostzendingen met petits paquets (E) niet zelf vast te stellen in een voorafgaand kalenderjaar en die geen zelf vast te stellen tarieven voor het volgende jaar mededelen, worden de inkomsten voor postzendingen met petits paquets (E) gebaseerd op de laagste van de volgende twee bedragen: de inkomsten bij 0,273 kilogram tussen de maximumtarieven in lid 1.6 en de maximale verhoging in het derde lid, waarbij dezelfde verhouding tussen het tarief per zending en het tarief per kilogram van het voorgaande jaar wordt toegepast.
6.2 Voor aangewezen aanbieders die niet uiterlijk op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven van kracht worden, prioritaire tarieven per stuk voor overeenkomstige binnenlandse dienstverleningen in lid 1.6 mededelen, zijn de prioritaire tarieven per stuk die voor de berekening voor het voorgaande jaar voor de betrokken aangewezen aanbieder worden gebruikt, van toepassing. Wanneer de aangewezen aanbieder het Internationaal Bureau niet in kennis heeft gesteld van de relevante prioritaire tarieven per stuk in een voorgaand jaar, zijn de in het tweede lid vermelde minimumtarieven van toepassing.
6.2.1 Wanneer, op 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven van kracht worden, de prioritaire tarieven per stuk zijn verlaagd in vergelijking met de kennisgeving van deze tarieven van een voorgaand jaar, dan wordt het Internationaal Bureau door de betrokken aangewezen aanbieder in kennis gesteld van elke verlaging van het in dit artikel bedoelde binnenlandse tarief.
7 Een aangewezen aanbieder van een lidstaat die in 2018 een totaal jaarlijks volume aan inkomende briefpostzendingen van meer dan 75.000 ton ontving (volgens de relevante officiële informatie verstrekt door het Internationaal Bureau of andere officieel beschikbare informatie die is beoordeeld door het Internationaal Bureau) kan tarieven voor briefpostzendingen met petits paquets (E) zelf vaststellen, anders dan voor de briefpostzendingen van landen in groep B die niet meer bedragen dan 25 ton per jaar in 2026 en 15 ton vanaf 2027, of van landen in groep C die niet meer bedragen dan 75 ton, voor het kalenderjaar waarin de tarieven van toepassing zijn. Genoemde aangewezen aanbieder heeft ook het recht om niet de verhogingslimieten voor inkomsten vastgelegd in het derde lid voor poststromen naar, van en tussen zijn land en elk ander land toe te passen.
7.1 Wanneer een aangewezen aanbieder van een lidstaat zich beroept op het zevende lid, kunnen alle overige aangewezen aanbieders (met inbegrip van aanbieders uit groep B en C waarvan de uitgaande poststromen worden bedoeld in het zevende lid) hetzelfde doen en zelf tarieven vaststellen voor briefpostzendingen met petits paquets (E) met betrekking tot voornoemde aangewezen aanbieder zonder gehouden te zijn aan de maximale verhogingslimiet voor inkomsten vastgelegd in het derde lid.
7.2 Met betrekking tot dergelijke overeenkomstige aangewezen aanbieders die ervoor kiezen zelf hun tarieven vast te stellen op grond van lid 7.1 (met inbegrip van aanbieders uit groepen B en C waarvan de uitgaande poststromen worden bedoeld in het zevende lid), zijn dezelfde voorwaarden voor de zelf vastgestelde tarieven van de aangewezen aanbieder die zich beroept op het zevende lid, op basis van wederkerigheid van toepassing. Lid 8.1 en lid 8.2 van dit artikel zijn eveneens van toepassing op al deze overeenkomstige aangewezen aanbieders.
7.3 Wanneer een aangewezen aanbieder, vanaf 2027, zelf vastgestelde tarieven toepast in lijn met lid 7.1 en lid 1.4. dient de verhouding tussen het tarief per zending en het tarief per kilogram hetzelfde te zijn, met een mogelijke afwijking van 0,1 procent punt.
8 Herziening van de verhouding kosten-tarieven
8.1 Indien een bevoegde autoriteit die toezicht houdt op de aangewezen aanbieder die de in het zevende lid vermelde optie uitoefent bepaalt dat, ter dekking van alle kosten voor de behandeling en levering van briefpostzendingen met petits paquets (E), het door de aangewezen aanbieder zelf vastgestelde tarief in elk jaar na gebaseerd moet zijn op een verhouding kosten-tarieven van meer dan 70% van het binnenlandse tarief voor één stuk, dan mag de verhouding kosten-tarieven voor die aangewezen aanbieder meer dan 70% bedragen, met dien verstande dat de te gebruiken verhouding kosten-tarieven niet meer mag bedragen dan één procentpunt boven het hoogste van de volgende twee percentages: 70%, of de verhouding kosten-tarieven die wordt gebruikt bij de berekening van de dan geldende zelf vastgestelde tarieven, maximaal 80%, en met dien verstande dat de aangewezen aanbieder in kwestie al deze ondersteunende informatie moet verstrekken bij de kennisgeving aan het Internationaal Bureau krachtens lid 1.4, met inbegrip van de, schriftelijke, validatie van deze informatie door de bovengenoemde autoriteit. Indien een dergelijke aangewezen aanbieder zijn verhouding kosten-tarieven op basis van een dergelijke bepaling van een bevoegde autoriteit verhoogt, stelt hij het Internationaal Bureau in kennis van die verhouding vóór 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de verhouding van toepassing is. Nadere specificaties met betrekking tot de kosten en inkomsten die voor de berekening van de specifieke verhouding kosten-tarieven dienen te worden gebruikt worden voorzien in de Regelingen.
8.2 Indien een bevoegde autoriteit die toezicht houdt op een aangewezen aanbieder die in groep C is ingedeeld bepaalt dat, om alle kosten voor de verwerking en bezorging van briefpostzendingen met petits paquets (E) te dekken, de maximumtarieven van de aangewezen aanbieder gebaseerd moeten zijn op een verhouding kosten-tarieven die hoger is dan 70% van het binnenlandse tarief voor een stuk, dan mag de verhouding kosten-tarieven voor die aangewezen aanbieder hoger zijn dan 70%, mits de betreffende aangewezen aanbieder al deze ondersteunende informatie verstrekt bij zijn kennisgeving aan het Internationaal Bureau overeenkomstig het eerste lid, met inbegrip van de, schriftelijke, validatie van deze informatie door de bovengenoemde autoriteit. Indien een dergelijke aangewezen aanbieder zijn verhouding kosten-tarieven op basis van een dergelijke bepaling van een bevoegde autoriteit verhoogt, stelt hij het Internationaal Bureau in kennis van die verhouding vóór 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de verhouding van toepassing is. Nadere specificaties met betrekking tot de kosten en inkomsten die voor de berekening van de specifieke verhouding kosten-tarieven dienen te worden gebruikt, worden voorzien in de Regelingen.
9 Indien een aangewezen exploitant gebruikmaakt van de mogelijkheid om tarieven zelf vast te stellen overeenkomstig het zevende lid, dient deze aangewezen aanbieder te overwegen om aan de aangewezen zendende aanbieders van de lidstaten van de Unie, op niet-discriminerende basis, proportioneel voor volume en afstand aangepaste tarieven beschikbaar te stellen voor zover praktisch uitvoerbaar en beschikbaar binnen de gepubliceerde binnenlandse dienst van de aangewezen ontvangende aanbieder voor vergelijkbare diensten in het kader van een bilaterale overeenkomst, binnen het kader van de regels van de nationale regelgevende instantie.
10 Aanvullende voorwaarden en procedures voor het zelf vaststellen van tarieven die van toepassing zijn op briefpostzendingen met petits paquets (E) worden vastgelegd in de Regelingen.
11 Bij dit artikel kan geen voorbehoud worden gemaakt.
- Regeling
- Algemeen Postverdrag
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0006699
- Versie
- 2026-01-01_0