wetzoeker

Artikel 5 Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1 De technische toelating behoort tot de taak van de nationale of internationale autoriteit die overeenkomstig de van kracht zijnde wetten en voorschriften in iedere Verdragsstaat bevoegd is, hierna te noemen de bevoegde autoriteit.

§ 2 De bevoegde autoriteiten kunnen of moeten indien voorgeschreven door de in hun Staat van kracht zijnde bepalingen, de bevoegdheid voor het uitvoeren van beoordelingen, met inbegrip van de afgifte van de bijhorende verklaringen inzake verificatie, geheel of gedeeltelijk overdragen aan beoordelende entiteiten.

Het overdragen van bevoegdheden aan:

a. een spoorwegonderneming,

b. een infrastructuurbeheerder,

c. een houder,

d. een met het onderhoud belaste entiteit (ECM), overeenkomstig artikel 15,

e. een ontwerper of fabrikant van spoorwegmaterieel die al dan niet rechtstreeks betrokken is bij de vervaardiging van spoorwegmaterieel,

met inbegrip van dochterondernemingen van deze entiteiten is verboden.

§ 3 Om erkend of geaccrediteerd te worden moet een in § 2 genoemde beoordelende entiteit voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. De beoordelende entiteit moet qua organisatie, juridische structuur en besluitvorming onafhankelijk zijn van spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders, aanvragers en entiteiten belast met de inkoop;

b. Met name de beoordelende entiteit en het voor de beoordelingen verantwoordelijke personeel zijn in functioneel opzicht onafhankelijk van de organen belast met het onderzoek bij ongevallen;

c. De beoordelende entiteit voldoet aan de eisen zoals vervat in de relevante UTP’s.

§ 4 De eisen van § 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de bevoegde autoriteit wat betreft de in § 2 genoemde taken die niet aan een beoordelende entiteit zijn overgedragen.

§ 5 Elke Verdragsstaat waarborgt via kennisgeving dat de Secretaris-Generaal in kennis wordt gesteld van de bevoegde autoriteit, de beoordelende entiteiten en, indien van toepassing de accreditatie-instantie of het in artikel 2, onder wa 1., bedoelde bevoegde nationale orgaan, waarbij per orgaan de verantwoordelijkheidsgebieden worden vermeld. De Secretaris-Generaal publiceert een lijst van bevoegde autoriteiten, beoordelende entiteiten en accreditatie-instanties of bevoegde nationale organen, hun identificatienummers, indien van toepassing, en verantwoordelijkheidsgebieden en houdt de lijst actueel.

De kennisgevingen kunnen worden gedaan door de regionale organisaties die tot het COTIF zijn toegetreden, namens de Verdragsstaten die lid zijn.

§ 6 De Verdragsstaten waarborgen dat passend toezicht wordt uitgeoefend op de in § 2 bedoelde beoordelende entiteiten en trekken de bevoegdheden in van een beoordelende entiteit die niet langer voldoet aan de criteria bedoeld in § 3, in welk geval zij de Secretaris-Generaal onverwijld in kennis stellen.

§ 7 Een Verdragsstaat die meent dat een beoordelende entiteit of bevoegde autoriteit van een andere Verdragsstaat niet voldoet aan de criteria van § 3, kan de kwestie voorleggen aan de Commissie van technisch deskundigen die de desbetreffende Verdragsstaat binnen vier maanden in kennis stelt van de wijzigingen van enigerlei aard die nodig zijn opdat de beoordelende entiteit of autoriteit de aan haar overgedragen bevoegdheden kan behouden. In dit verband kan de Commissie van technisch deskundigen besluiten de Verdragsstaat te gelasten de afgegeven technische certificaten gebaseerd op de werkzaamheden verricht door de beoordelende entiteit of de autoriteit in kwestie op te schorten of in te trekken.

Regeling
Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)
Afkortingen
COTIF
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBV0004155
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl