wetzoeker

Artikel 6 Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1 De overeenkomstig deze Uniforme Regelen door de bevoegde autoriteit van een Verdragsstaat afgegeven technische certificaten, zoals omschreven in artikel 11, gelden in alle andere Verdragsstaten. Op het rijden en het gebruik van de voertuigen waarop deze certificaten betrekking hebben op het grondgebied van deze andere Staten zijn evenwel de in dit artikel omschreven voorwaarden van toepassing.

§ 2 Met een gebruikstoelating mogen spoorwegondernemingen een voertuig uitsluitend in het gebruiksgebied van het voertuig exploiteren, dat wil zeggen uitsluitend op infrastructuren die compatibel zijn met het voertuig volgens de specificaties en andere voorwaarden van de toelating; de spoorwegonderneming is verantwoordelijk voor de waarborging daarvan.

§ 3 Onverminderd artikel 3a is een gebruikstoelating die is afgegeven voor een voertuig dat beantwoordt aan alle van toepassing zijnde UTP’s geldig op het grondgebied van andere Verdragsstaten, mits:

a. alle essentiële eisen in deze UTP’s aan de orde komen;

b. dit voertuig niet

– behoort tot een specifiek geval dat van invloed is op de technische compatibiliteit met het netwerk van de desbetreffende Verdragsstaat,

– valt onder open punten in de UTP’s die verband houden met de technische compatibiliteit met de infrastructuur,

– valt onder een afwijking.

De voorwaarden voor het vrije verkeer kunnen ook worden omschreven in de desbetreffende UTP’s.

§ 4

a. Indien in een Verdragsstaat een gebruikstoelating is afgegeven voor een voertuig dat:

– hetzij behoort tot een specifiek geval dat van invloed is op de technische compatibiliteit met het netwerk van de desbetreffende Verdragsstaat, valt onder een open punt dat verband houdt met de technische compatibiliteit met de infrastructuur of valt onder een afwijking,

– hetzij niet voldoet aan alle UTP’s wat betreft rollend materieel en alle overige relevante bepalingen;

b. indien niet alle essentiële eisen aan de orde komen in de UTP’s,

is het gebruiksgebied voor de eerste toelating beperkt tot de Staat of Staten die deze heeft of hebben afgegeven. De bevoegde autoriteit of autoriteiten van de andere Staten kan of kunnen de aanvrager om aanvullende technische gegevens verzoeken, zoals een risicoanalyse of tests van het voertuig alvorens een aanvullende gebruikstoelating af te geven en het gebruiksgebied van het voertuig uit te breiden.

Voor het deel van het voertuig dat voldoet aan een UTP of een deel ervan, moeten de bevoegde autoriteiten de verificaties aanvaarden die volgens de UTP’s door andere bevoegde autoriteiten of beoordelende entiteiten zijn verricht. Voor het overige deel van het voertuig nemen de bevoegde autoriteiten de in artikel 13 van de APTU Uniforme Regelen bedoelde equivalentietabel volledig in aanmerking.

Niet opnieuw beoordeeld wordt of voldaan wordt aan:

– identieke bepalingen en equivalent verklaarde bepalingen,

– bepalingen die geen verband houden met een specifiek geval dat van invloed is op de technische compatibiliteit met het netwerk van de desbetreffende Verdragsstaat,

– bepalingen die geen verband houden met de technische compatibiliteit met de infrastructuur.

§ 5 §§ 2 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de toelating van een constructietype.

Regeling
Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)
Afkortingen
COTIF
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBV0004155
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl