wetzoeker

Artikel 4 Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1 De technische toelating van een voertuig geschiedt:

a. hetzij in een enkele fase door het verlenen van de gebruikstoelating voor een bepaald individueel voertuig,

b. hetzij in twee opeenvolgende fasen, door het verlenen van:

– de typetoelating voor een bepaald constructietype,

– en vervolgens de gebruikstoelating voor de afzonderlijke voertuigen die overeenkomen met dit constructietype door een procedure die bevestigt dat zij tot dit type behoren.

Indien het voertuig in een enkele fase wordt toegelaten wordt tegelijkertijd ook het constructietype van het voertuig toegelaten.

§ 2 Een voertuig of een element van de constructie wordt beoordeeld op conformiteit met de bepalingen van de UTP’s en de toepasselijke nationale technische eisen. De beoordelingsprocedures en inhoud van UTP-certificaten zijn vervat in de relevante UTP’s.

De Commissie van technisch deskundigen is bevoegd de beoordelingsprocedures en de inhoud van UTP-certificaten te wijzigen of in te trekken.

De beoordelingen over de conformiteit van een voertuig met de bepalingen van de UTP waarop de toelating is gebaseerd, kunnen door de beoordelende entiteit in bepaalde onderdelen worden opgesplitst of in bepaalde fases worden gecontroleerd, waarbij voor elk van de onderdelen of fases een afzonderlijke tussentijdse verklaring inzake verificatie wordt afgegeven.

§ 3 Op de procedures voor de technische toelating van spoorweginfrastructuur zijn de bepalingen van toepassing die van kracht zijn in de desbetreffende Verdragsstaat.

Regeling
Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)
Afkortingen
COTIF
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBV0004155
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl