wetzoeker

Artikel IV Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Industrieel beleid

De geografische spreiding van alle opdrachten van het Agentschap wordt beheerst door de volgende algemene regels:

1. De totale rendementscoëfficient van een Lid-Staat is de verhouding tussen zijn procentuele aandeel in de door hem ontvangen opdrachten, berekend ten opzichte van het totaalbedrag van de in alle Lid-Staten geplaatste opdrachten, en zijn totale procentuele aandeel in de bijdragen. Bij de berekening van deze totale rendementscoëfficient wordt echter geen rekening gehouden met opdrachten die geplaatst zijn in Lid-Staten, noch met bijdragen die betaald zijn door Lid-Staten, in het kader van een programma dat in uitvoering is genomen:

(a) uit hoofde van artikel VIII van het Verdrag inzake de oprichting van een Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek, mits de desbetreffende Overeenkomst te dien einde bepalingen bevat of indien alle deelnemende Staten dit later bij eenparig besluit overeenkomen;

(b) uit hoofde van artikel V, eerste lid, letter b, van het onderhavige Verdrag, mits alle oorspronkelijk deelnemende Staten dit bij eenparig besluit overeenkomen.

2. Voor de berekening van de rendementscoëfficient worden afwegingsfactoren toegepast op de waarde van de opdrachten op basis van hun technologische betekenis. De afwegingsfactoren worden door de Raad vastgesteld. Ten aanzien van eenzelfde opdracht van aanzienlijke waarde kan meer dan één afwegingsfactor worden toegepast.

3. De spreiding van de door het Agentschap geplaatste opdrachten moet gericht zijn op een ideale situatie waarin iedere totale rendementscoëfficient gelijk is aan 1.

4. De rendementscoëfficienten worden per kwartaal berekend en cumulatief opgegeven met het oog op het formele onderzoek bedoeld in het vijfde lid.

5. Formele onderzoeken naar de geografische spreiding van opdrachten zullen eens in de vijf jaar plaats vinden met een tussenonderzoek voor het einde van het derde jaar.

6. De spreiding van opdrachten tussen formele toestandsonderzoeken zal zo uitgevoerd worden dat, ten tijde van elk formeel onderzoek, de cumulatieve totale rendementscoëfficiënt van elke Lid-Staat niet wezenlijk van de ideale waarde afwijkt. Op het tijdstip van elk formeel onderzoek kan de Raad de ondergrens voor de cumulatieve totale rendementscoëfficiënt voor de volgende periode herzien, vermits deze nooit beneden de 0,8 komt.

7. Aparte beoordelingen van de rendementscoëfficiënten voor de verschillende door de Raad te definiëren opdrachtcategorieën zullen worden gemaakt en aan de Raad voorgelegd worden, het gaat hierbij in het bijzonder om geavanceerde R&D opdrachten en contracten die projectgebonden technologie betreffen. De Directeur-Generaal zal deze beoordelingen met de Raad bespreken, op nader vast te stellen regelmatige tijdstippen, en in het bijzonder op het moment van het tussenonderzoek, met het doel de benodigde stappen vast te stellen om eventuele onevenwichtige situaties te herstellen.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl