wetzoeker

Artikel III Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Industrieel beleid

1 In het beginstadium van de procedure die leidt tot het toewijzen van de opdracht en nog voor het verzenden van de uitnodigingen tot inschrijving, legt de Directeur-Generaal aan de Raad ter goedkeuring het aanschaffingsbeleid voor, dat hij voorstelt te volgen voor iedere opdracht die

(a) een geraamde waarde heeft die bepaalde grenzen te boven gaat, vastgesteld in de regelingen inzake het industriële beleid en die afhankelijk zijn van de aard van de werkzaamheden, of

(b) naar het oordeel van de Directeur-Generaal, niet voldoende gedekt is door de regelingen inzake het industriële beleid of door de aanvullende richtlijnen vastgesteld door de Raad, of die aanleiding zou kunnen geven tot een conflict met deze regelingen of richtlijnen.

2 De aanvullende richtlijnen bedoeld in het eerste lid, letter b, worden op gezette tijden door de Raad vastgesteld indien hij deze nuttig oordeelt voor het bepalen van die gebieden waarvoor voorafgaand overleg krachtens het eerste lid noodzakelijk is.

3 De opdrachten van het Agentschap worden door de Directeur-Generaal rechtstreeks en zonder verdere inschakeling van de Raad toegewezen, behalve in de volgende gevallen:

(a) wanneer uit de onderlinge vergelijking van de binnengekomen offertes blijkt dat een opdrachtnemer moet worden aanbevolen, waarvan de keuze strijdig zou zijn, hetzij met de eerdere door de Raad krachtens het eerste lid verstrekte aanwijzingen, hetzij met de algemene richtlijnen inzake industrieel beleid welke zijn aanvaard ingevolge de in artikel I, tweede lid, bedoelde studies van de Raad. In dit geval legt de Directeur-Generaal aan de Raad de aangelegenheid ter beslissing voor, licht toe waarom hij een afwijking noodzakelijk acht, en geeft tevens aan of een andere beslissing van de Raad technisch, operationeel of anderszins een raadzaam alternatief zou vormen;

(b) wanneer de Raad om bijzondere redenen besloten heeft een hernieuwd onderzoek in te stellen alvorens de opdracht toe te wijzen.

4 De Directeur-Generaal brengt op nog nader vast te stellen regelmatige tijdstippen aan de Raad verslag uit over de gedurende de voorafgaande periode toegewezen opdrachten en omtrent de procedures leidend tot de toewijzing van opdrachten die voor de komende periode zijn voorzien, ten einde de Raad in staat te stellen de tenuitvoerlegging van het industriële beleid van het Agentschap te volgen.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl