wetzoeker

Artikel V Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Industrieel beleid

1 Wanneer tijdens een van de tussenonderzoeken een tendens wordt gesignaleerd die er op wijst dat de totale rendementscoëfficiënt van een van de Lidstaten onder de onderste grens, zoals vastgelegd volgens § 6 van Artikel IV, zal geraken, zal de Directeur-Generaal aan de Raad voorstellen doen die erop gericht zijn de situatie binnen een kalenderjaar recht te trekken. Deze voorstellen dienen binnen de regelingen van het Agentschap voor het plaatsen van opdrachten te blijven. Wanneer na deze periode de tendens nog steeds bestaat zal de Directeur-Generaal voorstellen aan de Raad doen waarbij de noodzaak de situatie binnen het jaar recht te trekken voorrang zal hebben boven de regelingen van het Agentschap voor het plaatsen van opdrachten.

2 Wanneer tijdens een van de formele onderzoeken de totale rendementscoëfficiënt van een van de Lidstaten zich onder de onderste grens, zoals vastgelegd volgens § 6 van Artikel IV, blijkt te bevinden, zal de Directeur-Generaal voorstellen doen aan de Raad waarbij de noodzaak de situatie binnen het jaar recht te trekken voorrang zal hebben boven de regelingen van het Agentschap voor het plaatsen van opdrachten.

Regeling
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2002
BWB-id
BWBV0003813
Versie
2002-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl