wetzoeker

Voorschrift 2 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

ALGEMEEN

1 De Administratie kan, wanneer zij van oordeel is dat de beschutte aard en de omstandigheden van de reis zodanig zijn dat toepassing van bepaalde vereisten van dit hoofdstuk redelijk noch noodzakelijk is, bepaalde schepen of klassen van schepen, die in de loop van hun reis niet meer dan 20 zeemijl uit het dichtstbijzijnde land varen, vrijstellen van die vereisten.

2 Wanneer passagiersschepen worden gebruikt op bijzondere reizen voor het vervoer van grote aantallen passagiers op deze reizen, zoals bij het pelgrimsvervoer, kan de Administratie, indien zij ervan overtuigd is dat het praktisch onuitvoerbaar is naleving van de vereisten van dit hoofdstuk op te leggen, dergelijke schepen vrijstellen van die vereisten, mits die schepen volledig voldoen aan de bepalingen van:

.1 de voorschriften gehecht aan de Overeenkomst betreffende passagiersschepen gebezigd op bijzondere reizen, 1971; en

.2 de voorschriften gehecht aan het Protocol betreffende de vereisten ten aanzien van passagiersruimten op passagiersschepen gebruikt op bijzondere reizen.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl