wetzoeker

Voorschrift 1 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974

ALGEMEEN

1 Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op schepen waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na 1 juli 1998.

2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder een soortgelijk bouwstadium het stadium waarin:

.1 de bouw specifiek voor een bepaald schip aanvangt; en

.2 is aangevangen met de montage van dat schip, dat ten minste 50 ton of 1 procent van de geschatte massa van alle bouwmateriaal omvat, naar gelang van welke van beide het minst is.

3 Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

.1 wordt verstaan onder schepen die worden gebouwd: schepen waarvan de kiel wordt gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt;

.2 wordt verstaan onder alle schepen: schepen gebouwd vóór, op of na 1 juli 1998; de uitdrukkingen alle passagiersschepen en alle vrachtschepen worden dienovereenkomstig uitgelegd;

.3 wordt een vrachtschip – ongeacht wanneer dit is gebouwd – dat wordt verbouwd tot passagiersschip, beschouwd als een passagiersschip gebouwd op de datum waarop een dergelijke verbouwing wordt aangevangen.

4 Voor schepen gebouwd vóór 1 juli 1998, moet de Administratie:

.1 er zorg voor dragen dat, met inachtneming van de bepalingen in paragraaf 4.2, wordt voldaan aan de vereisten die krachtens Hoofdstuk III van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974, vóór 1 juli 1998 van kracht zijn op nieuwe of bestaande schepen, zoals in dat Hoofdstuk is voorgeschreven;

.2 er zorg voor dragen dat wanneer reddingsmiddelen of -voorzieningen op dergelijke schepen worden vervangen of wanneer dergelijke schepen reparaties, veranderingen of wijzigingen van ingrijpende aard ondergaan die vervanging van, of een aanvulling op, hun bestaande reddingsmiddelen of -voorzieningen met zich meebrengen, deze reddingsmiddelen of -voorzieningen, voor zover dat redelijk en uitvoerbaar is, voldoen aan de vereisten van dit Hoofdstuk. Wanneer echter een reddingsboot en -vlot anders dan een opblaasbaar reddingsvlot wordt vervangen zonder het bijbehorende tewaterlatingsmiddel te vervangen, of omgekeerd, dan kan de reddingsboot, het reddingsvlot of het tewaterlatingsmiddel van hetzelfde type zijn als dat wat wordt vervangen; en

.3 er zorg voor dragen dat aan de vereisten van de voorschriften 30.3 en 30.3.9 wordt voldaan.

5 Niettegenstaande paragraaf 4.2 worden bij alle schepen uiterlijk op de datum van de eerstvolgende geplande droogzetting na 1 juli 2014, maar in geen geval later dan 1 juli 2019, ontkoppelingsmechanismen voor het in belaste toestand te water laten van reddingsboten die niet voldoen aan de paragrafen 4.4.7.6.4 tot en met 4.4.7.6.6 van de Code vervangen door uitrusting die aan de Code voldoet.

Regeling
Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974
Afkortingen
SOLAS, SOLAS 1974
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0003264
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl