wetzoeker

Voorschrift 139 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- TECHNISCHE EISEN

(1)

(a) De ingevolge Voorschrift 153 vereiste richtingzoeker moet doeltreffend zijn en geschikt om seinen te ontvangen met een minimumontvangerruis, zomede om peilingen te nemen, waaruit de ware peiling en richting kunnen worden bepaald.

(b) Het toestel moet seinen kunnen ontvangen op de radiotelegrafiefrequenties, welke in het Radioreglement zijn toegekend voor noodgevallen, voor het nemen van peilingen en voor de maritieme radiobakens.

(c) Bij afwezigheid van storing moet de richtingzoeker een gevoeligheid hebben, voldoende om nauwkeurige peilingen te nemen, zelfs indien de veldsterkte van de ontvangen tekens slechts 50 microvolt per meter bedraagt.

(d) Zo mogelijk moet de richtingzoeker zo zijn opgesteld, dat het op doeltreffende wijze nemen van peilingen zo min mogelijk wordt belemmerd door mechanisch of ander lawaai.

(e) Zo mogelijk moet het richtingzoekerantennesysteem zo zijn opgericht, dat het op doeltreffende wijze nemen van peilingen zo min mogelijk wordt belemmerd door de nabijheid van andere antennes, laadbomen, tuig en andere grote metalen voorwerpen.

(f) Tussen de richtingzoeker en het stuurhuis moet een doeltreffend tweezijdig systeem voor oproep en mondelinge communicatie aanwezig zijn.

(g) Bij eerste opstelling moeten alle richtingzoekers ten genoegen van de Administratie worden gecalibreerd. De calibratie moet worden geverifieerd door middel van controlepeilingen of een volgende calibratie, telkenmale wanneer in de positie van enige antenne dan wel van enige constructie aan dek veranderingen zijn aangebracht, welke de nauwkeurigheid van de richtingzoeker merkbaar zouden kunnen beïnvloeden. De calibratie-uitkomsten moeten eens per jaar of in een zo dicht mogelijk daarbij komend tijdvak worden gecontroleerd. Van de calibraties en van alle controles op de nauwkeurigheid daarvan moet aantekening worden gehouden.

(2)

(a) De richtingzoeker en de radio-apparatuur bestemd voor het peilen recht vooruit („homing”)op de radiotelefonienoodfrequentie moeten geschikt zijn voor het nemen van radiopeilingen op deze frequentie binnen een hoek van 30 graden aan elke zijde van de boeg, zonder dat twijfel ten aanzien van de richtingszin ontstaat. Installatie en beproeving van deze uitrusting moeten ten genoegen van de Administratie zijn.

*) [Red: Zie de desbetreffende Aanbeveling van de Internationale Consultatieve Radiocommissie.]

(b) Alle redelijke maatregelen moeten worden genomen ten einde de geschiktheid voor het peilen recht vooruit te verzekeren. Wanneer wegens technische moeilijkheden de geschiktheid voor het peilen recht vooruit niet kan worden verwezenlijkt, kan de Administratie afzonderlijke vaartuigen vrijstelling van deze eis verlenen.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl