wetzoeker

Voorschrift 140 Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977

- TECHNISCHE EISEN

(1) De ingevolge Voorschrift 123 vereiste radiotelegrafie-installatie moet een zender, een ontvanger en een krachtbron omvatten. Zij moet zodanig zijn uitgevoerd, dat zij in geval van nood door een ongeschoold persoon kan worden bediend.

(2) De zender moet op de radiotelegrafienoodfrequentie kunnen werken in een door het Radioreglement voor die frequentie aangewezen klasse van uitzending. De zender moet eveneens kunnen seinen op de frequentie en in een klasse van uitzending als in het Radioreglement voor reddingmiddelen in de banden tussen 4000 kilohertz en 27.500 kilohertz zijn aangewezen.

(3) Wanneer door het Radioreglement gemoduleerde uitzending is voorgeschreven, moet de zender een modulatiediepte van niet minder dan 70 percent en een toonfrequentie tussen 450 en 1350 hertz hebben.

(4) Behalve met een seinsleutel voor uitzendingen met de hand moet de zender zijn uitgerust met een automatische seingever voor de uitzending van radiotelegrafie-alarm- en -noodseinen.

(5) De zender moet op de radiotelegrafienoodfrequentie een minimum normale reikwijdte, als omschreven in Voorschrift 137 (5), van 25 mijl hebben bij gebruik van de vaste antenne

*) [Red: Zie de Richtlijn voor het bepalen van de minimum normale reikwijdte van zenders, opgenomen in Aanbeveling 10 van Aanhangsel 3 van de Slotakte van de Conferentie.]

.

(6) De ontvanger moet de radiotelegrafienoodfrequentie en de door het Radioreglement voor die frequentie aangewezen klassen van uitzending kunnen ontvangen.

(7) De krachtbron moet bestaan uit een accumulatorenbatterij van voldoende capaciteit om de zender onder normale bedrijfsomstandigheden onafgebroken gedurende 4 uur te doen werken. Indien de batterij van een type is dat moet worden geladen, dienen de middelen aanwezig te zijn om zulks vanuit het scheepsnet te doen geschieden. Bovendien moeten de nodige middelen aanwezig zijn om haar te laden, nadat de reddingboot te water is gelaten.

(8) Wanneer de radiotelegrafie-installatie en het in Voorschrift 123 vereiste zoeklicht worden gevoed vanuit dezelfde batterij, moet deze van voldoende capaciteit zijn om ook in de extra belasting door het zoeklicht te kunnen voorzien.

(9) Een vaste antenne moet aanwezig zijn met de middelen om deze op de grootst bereikbare hoogte op te hangen. Bovendien moet, indien zulks praktisch uitvoerbaar is, een antenne gedragen door een vlieger of ballon aanwezig zijn.

(10) Buitengaats moet een radio-officier wekelijks de zender met behulp van een passende kunstantenne beproeven en de batterij, wanneer deze van een type is dat moet worden geladen, ten volle laden.

Regeling
Internationaal Verdrag van Torremolinos voor de beveiliging van vissersvaartuigen, 1977
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
02-04-1977
BWB-id
BWBV0003251
Versie
1977-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl