wetzoeker

Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg

Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 april 2025, kenmerk 4082034-1080983-WJZ, houdende de vaststelling van beleidsregels inzake kruisbesmetting met allergenen en etikettering uit voorzorg (Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg)

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0050972
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
a77f315a62d18e4e292a35f954eef8181dbb2b87992b05aed250f0b77d53c83a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Bijlage — Referentiewaarden risicobeoordeling

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

allergenenetikettering uit voorzorg: informatie over de mogelijke onbedoelde aanwezigheid in levensmiddelen van stoffen of producten die allergieën of intoleranties kunnen veroorzaken;

ambachtelijke levensmiddelen: levensmiddelen die rechtstreeks door de producent in kleine hoeveelheden worden geleverd aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan de eindverbruiker levert.

Artikel 2

1 Allergenenetikettering uit voorzorg is gebaseerd op bevindingen van een risicobeoordeling uitgevoerd door exploitanten van levensmiddelenbedrijven.

2 Allergenenetikettering uit voorzorg wordt alleen toegepast, indien uit de risicobeoordeling, bedoeld in het eerste lid, overschrijding van één of meer van de in de bijlage genoemde referentiewaarden blijkt.

3 In afwijking van het tweede lid kan bij ambachtelijke levensmiddelen allergenenetikettering uit voorzorg worden toegepast als uit de risicobeoordeling blijkt dat kruisbesmetting met één of meer van de in de bijlage genoemde allergenen in de praktijk mogelijk is.

4 Bij het toepassen van allergenenetikettering uit voorzorg wordt gebruikt gemaakt van de bewoording ‘Kan xxx bevatten’ of ‘Niet geschikt voor xxx’.

Artikel 3

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 4

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg.

Bijlage › Bijlage — Referentiewaarden risicobeoordeling

Bijlage — Referentiewaarden risicobeoordeling

(Bijlage als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, van de Beleidsregel allergenenetikettering uit voorzorg)

Allergeen | Aanbevolen referentiedosis op basis van ED05 (mg totaal eiwit van het allergeen)

Ei | 2,0

Lupine | 15,0

Melk | 2,0

Mosterd | 0,40

Noten:

– Amandel | 1,0

– Cashewnoot | 1,0

– Hazelnoot | 3,0

– Macademianoot | 1,0

– Paranoot | 1,0

– Pecannoot | 1,0

– Pistachenoot | 1,0

– Walnoot | 1,0

Pinda | 2,0

Schaaldieren | 200,0

Selderij | 1,0

Sesam | 2,0

Soja | 10,0

Tarwe / Glutenbevattende granen | 5,01

Vis | 5,0

Weekdieren | 20,0

1 Voor glutenbevattende granen wordt de referentiewaarde van tarwe aangehouden van 5,0 mg, tenzij in het eindproduct de concentratie van 20 mg/kg gluten wordt overschreden. Dan geldt dat als grens.

Omrekening referentiedosis (RfD) naar actielimiet

Deze referentiedosis moet omgerekend worden naar een concentratie in mg/kg (ppm), de zogeheten actielimiet. De omrekening van de absolute hoeveelheid van de referentiedosis naar een actielimiet volgt hieronder.

De referentiedosis is een absolute hoeveelheid eiwit van een allergeen (mg) per dosering / eetmoment. Dit is niet gelijk aan een concentratie (mg eiwit van een allergeen / kg product = ppm). Voor het omrekenen van de RfD naar een actielimiet wordt de volgende formule gebruikt: