Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 14 april 2014, nr. IenM/BSK-2014/88344, houdende regels met betrekking tot het ingeperkt gebruik en de doelbewuste introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen (Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- Rechtsgebied
- Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- BWB-id
- BWBR0035072
- Versie
- 2026-07-01_0
- SHA-256 bron
- 9800bf182781976ca1964b32d5c4edecbd2025f26e0b8234e2edf135099e15c7
Inhoud (347)
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 5
- Artikel 6
- Artikel 7
- Artikel 8
- Artikel 9
- Artikel 10
- Artikel 10a
- Artikel 11
- Artikel 12
- Artikel 13
- Artikel 14
- Artikel 15
- Artikel 16
- Artikel 17
- Artikel 18
- Artikel 19
- Artikel 20
- Artikel 21
- Artikel 22
- Artikel 23
- Artikel 24
- Artikel 25
- Artikel 26
- Artikel 27
- Artikel 28
- Artikel 29
- Artikel 30
- Artikel 31
- Artikel 32
- Artikel 33
- Artikel 34
- Artikel 35
- Artikel 36
- Artikel 37
- Artikel 38
- Artikel 39
- Artikel 39a
- Artikel 39b
- Artikel 39c
- Artikel 39d
- Artikel 40
- Artikel 40a
- Artikel 40b
- Artikel 40c
- Artikel 40d
- Artikel 41
- Artikel 41a
- Artikel 41b
- Artikel 41c
- Artikel 41d
- Artikel 42
- Artikel 43
- Artikel 44
- Artikel 45
- Artikel 46
- Artikel 47
- Artikel 48
- Artikel 49
- Artikel 50
- Artikel 51
- Artikel 52
- Artikel 53
- Artikel 54
- Artikel 55
- Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen
- 1.1 — Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3
- 1.2 — Vervoer van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 4
- Combinaties van lijsten als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit
- Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 1)
- Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 2)
- Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 3)
- Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 4)
- Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 5)
- Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 6)
- Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A (deel 1)
- Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A (deel 2)
- Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A (deel 3)
- Lijst A3 — Inserties behorende bij combinatie A
- Bijlage 3
- De indeling in klassen van pathogene micro-organismen
- § 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (deel 1)
- § 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (deel 2)
- § 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (deel 3)
- § 4.1.2 — Indeling in klassen van plant pathogene virussen
- 4.2 — Indeling in klassen van pathogene bacteriën (deel 1)
- 4.2 — Indeling in klassen van pathogene bacteriën (deel 2)
- 4.3 — Indeling in klassen van pathogene schimmels
- 4.4 — Indeling in klassen van pathogene parasieten
- Inschaling van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
- Inhoudsopgave
- 5.0 — Activiteiten met organismen die in staat zijn tot geslachtelijke voortplanting waarbij gebruik wordt gemaakt van genetische informatie die codeert voor een sequentie-specifiek endonuclease dat kan integreren op of nabij een positie in het gastheergenoom die overeenkomt met de knipplaats van het endonuclease.
- 5.1 — Kleinschalige handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden in apparaten waarbij de genetisch gemodificeerde organismen op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I vervaardigd zijn en aldaar in de gesloten eenheid zijn gebracht.
- 5.2 — Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarvan de gastheer staat vermeld in bijlage 2 op lijst A1 en de vector staat vermeld in bijlage 2 op lijst A2 of een vector die voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria zijn:
- 5.3 — Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
- 5.4.1 — De vector is een plasmide
- 5.4.2 — De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
- 5.4.3 — De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
- 5.4.4 — Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen al dan niet in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
- 5.5.1 — Handelingen met genetisch gemodificeerde planten
- 5.5.2 — Handelingen in laboratoria met planten opgenomen in bijlage 7 met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
- 5.5.3 — Handelingen met planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
- 5.6.1 — Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren
- 5.6.2 — Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren die vervaardigd zijn met een virale vector
- 5.6.3 — Handelingen met dieren dan wel met genetisch gemodificeerde dieren ingeschaald volgens 5.6.1.a op D-I in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
- 5.7.1 — Handelingen in procesinstallaties
- 5.8.1 — Activiteiten met zeer veilige genetisch gemodificeerde organismen
- 5.8.2 — Tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen
- 5.9.1 — Bijzondere activiteiten
- 5.9.2 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde organismen
- 5.10.1 — Activiteiten met bijzondere apparatuur
- 5.10.2 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
- 5.10.3 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen ten aanzien van de verspreidingswijze
- 5.10.4 — Specifieke handelingen met specifieke genetisch gemodificeerde micro-organismen
- 5.11.1 — Activiteiten met planten opgenomen in bijlage 7
- 5.12.1 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde dieren
- 5.13.1 — Activiteiten op ML-I, PCM-I, PCM-II, PKM-I dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met micro-organismen
- 5.13.2 — Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
- 5.14.1 — Activiteiten met proefdieren in associatie met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
- 5.14.2 — Activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen
- 5.15.1 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden
- Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I
- 6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
- Genetisch gemodificeerde organisme
- Gastheer
- Vector
- Insertie
- 6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
- Genetisch gemodificeerde cellen
- Gastheercellen
- Vector
- Insertie
- 6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
- Genetisch gemodificeerde cellen
- Gastheercellen
- Virale vector
- Insertie
- Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 1)
- Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 2)
- Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 3)
- Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 4)
- Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 5)
- Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
- A — Inleiding
- B — De risicobeoordeling
- Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben
- 1.1 — De gastheer en eerste indicatie van het inperkingsniveau
- 1.2 — Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
- 1.2.1 — De vector
- 1.2.2 — De insertie
- 1.2.3 — Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme
- Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
- 2.1 — Aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden
- 2.2 — Kweekomstandigheden
- 2.3 — Concentratie
- 2.4 — Schaal
- 2.5 — Bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking
- Stap 3 — Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
- Stap 4 — Bepaling van de definitieve indeling in inperkingsniveau, categorie van fysische inperking en eventueel benodigde aanvullende beheersmaatregelen.
- Stap 5 — Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
- Inhoudsopgave
- 9.1.1.1.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-I
- 9.1.1.1.2 — Werkvoorschriften ML-I
- 9.1.1.1.3.1 — Voor activiteiten met een bioreactor
- 9.1.1.1.3.2 — Voor het inoculeren van planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
- 9.1.1.1.3.3 — Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
- 9.1.1.1.3.4 — Voor kortdurende handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden
- 9.1.1.1.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
- 9.1.1.1.3.6 — Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, translentiviraal vectorsysteem of een lentivirale transfervector die afgeleid is van HIV
- 9.1.1.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PL-I
- 9.1.1.2.2 — Werkvoorschriften PL-I
- 9.1.1.2.3.1 — Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
- 9.1.1.2.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
- 9.1.1.3.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-II
- 9.1.1.3.2 — Werkvoorschriften ML-II
- 9.1.1.3.3.1 — Voor activiteiten met een bioreactor
- 9.1.1.3.3.2 — Voor activiteiten met FACS apparatuur
- 9.1.1.3.3.3 — Voor activiteiten met de geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of influenza A/WSN/33 (H1N1)
- 9.1.1.3.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1), of influenza A/WSN/33 (H1N1)
- 9.1.1.3.3.5 — Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of translentiviraal vectorsysteem
- 9.1.1.3.3.6
- 9.1.1.3.3.7 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Hepatitis B virus, Hepatitis D virus, Mazelenvirus of Bofvirus
- 9.1.1.3.3.8 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
- 9.1.1.3.3.9 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die aërogeen kunnen verspreiden
- 9.1.1.3.3.10 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
- 9.1.1.3.3.11 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
- 9.1.1.3.3.12 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich via gebruiksvoorwerpen (fomites) kunnen verspreiden
- 9.1.1.3.3.13 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich oro-fecaal dan wel oraal kunnen verspreiden
- 9.1.1.3.3.14 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
- 9.1.1.3.3.15 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd virus
- 9.1.1.3.3.16 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
- 9.1.1.3.3.17 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Feline immunodeficiency virus
- 9.1.1.3.3.18 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Leishmania infantum of Leishmania mexicana
- 9.1.1.3.3.19 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
- 9.1.1.3.3.20 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
- 9.1.1.3.3.21 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
- 9.1.1.3.3.22 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd influenza A virus
- 9.1.1.3.3.23 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza A virus
- 9.1.1.4.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-III
- 9.1.1.4.2 — Werkvoorschriften ML-III
- 9.1.1.5.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-IV
- 9.1.1.5.2 — Werkvoorschriften ML-IV
- 9.1.2.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PC-I
- 9.1.2.1.2 — Werkvoorschriften PC-I
- 9.1.2.1.3.1 — Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens)
- 9.1.2.1.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
- 9.1.2.1.3.3 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
- 9.1.2.1.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
- 9.1.2.1.3.5 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in associatie met biologische bestrijders
- 9.1.3.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PKa-I
- 9.1.3.1.2 — Werkvoorschriften PKa-I
- 9.1.3.1.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
- 9.1.3.1.3.2 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
- 9.1.3.1.3.3 — Voor activiteiten gemodificeerde planten aangeduid als met gemakkelijke zaadverspreiders
- 9.1.3.1.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
- 9.1.3.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PKb-I
- 9.1.3.2.2 — Werkvoorschriften PKb-I
- 9.1.3.2.3.1 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
- 9.1.3.2.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
- 9.1.3.2.3.3 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
- 9.1.3.2.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in associatie met biologische bestrijders
- 9.1.4.1.1.1 — Inrichtingsvoorschriften D-I openluchtverblijf
- 9.1.4.1.1.2 — Werkvoorschriften D-I openluchtverblijf
- 9.1.4.1.2.1 — Inrichtingsvoorschriften D-I gesloten verblijf
- 9.1.4.1.2.2 — Werkvoorschriften D-I gesloten verblijf
- 9.1.4.1.2.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde vissen (uitgezonderd Danio rerio) of Xenopus
- 9.1.4.1.2.3.2 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Drosophila melanogaster
- 9.1.4.1.2.3.3 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Danio rerio
- 9.1.5.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-I en PKM-I
- 9.1.5.1.2 — Werkvoorschriften PCM-I en PKM-I
- 9.1.5.1.3.1 — Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
- 9.1.5.1.3.2
- 9.1.5.1.3.3 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
- 9.1.5.1.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
- 9.1.5.1.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
- 9.1.5.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-II en PKM-II
- 9.1.5.2.2 — Werkvoorschriften PCM-II en PKM-II
- 9.1.5.2.3.1 — Voor activiteiten met de planten in associatie met genetisch gemodificeerde plantenvirussen
- 9.1.5.2.3.2 — Voor activiteiten met planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I of II gehanteerd mogen worden
- 9.1.5.2.3.3
- 9.1.5.2.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
- 9.1.5.2.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
- 9.1.5.2.3.6 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
- 9.1.5.3.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-III en PKM-III
- 9.1.5.3.2 — Werkvoorschriften PCM-III en PKM-III
- 9.1.5.4.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
- 9.1.5.4.2 — Werkvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
- 9.1.6.1.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-I
- 9.1.6.1.2 — Werkvoorschriften DM-I
- 9.1.6.2.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-II
- 9.1.6.2.2 — Werkvoorschriften DM-II
- 9.1.6.2.3.1
- 9.1.6.2.3.2 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1)
- 9.1.6.2.3.3
- 9.1.6.2.3.4
- 9.1.6.2.3.5 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
- 9.1.6.2.3.6 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
- 9.1.6.2.3.7 — Voor activiteiten met grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
- 9.1.6.2.3.8
- 9.1.6.2.3.9 — Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
- 9.1.6.2.3.10
- 9.1.6.2.3.11 — Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
- 9.1.6.2.3.12 — Voor activiteiten met Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën
- 9.1.6.2.3.13 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza A virus
- 9.1.6.3.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-III
- 9.1.6.3.2 — Werkvoorschriften DM-III
- 9.1.6.4.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-IV verblijf
- 9.1.6.4.2 — Werkvoorschriften DM-IV
- 9.2.1.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-I
- 9.2.1.2 — Werkvoorschriften MI-I
- 9.2.2.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-II
- 9.2.2.2 — Werkvoorschriften MI-II
- 9.2.3.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-III
- 9.2.3.2 — Werkvoorschriften MI-III
- 9.2.4.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-IV
- 9.2.4.2 — Werkvoorschriften MI-IV
- 9.3.1.1 — Inrichtingsvoorschriften AP-I
- 9.3.1.2 — Werkvoorschriften AP-I
- 9.3.1.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen vervaardigd op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I in gesloten eenheden
- 9.3.2.1 — Inrichtingsvoorschriften ODG
- 9.3.2.2 — Werkvoorschriften ODG
- 9.4.1.1 — Inrichtingsvoorschriften S-I
- 9.4.1.2 — Werkvoorschriften S-I
- 9.4.2.1 — Inrichtingsvoorschriften TR-I
- 9.4.2.2 — Werkvoorschriften TR-I
- Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend
- Deel A
- Artikel A:1 — Plaats van de veldproef
- Artikel A:2 — Zeggenschap over de veldproef
- Artikel A:3 — Toegankelijkheid van percelen
- Artikel A:4 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
- Artikel A:5 — Aanvang van de veldproef
- Artikel A:6 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
- Artikel A:7 — Opslag van levensvatbaar materiaal
- Artikel A:8 — Afvalverwerking
- Artikel A:9 — Controle
- Artikel A:10 — Incidenten
- Artikel A:11 — Verbod op consumptie en in handel brengen
- Deel B
- Artikel B:1 — Looptijd vergunning
- Artikel B:2 — Zeggenschap over de klinische studie
- Artikel B:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
- Artikel B:4 — Aanvang van de klinische studie
- Artikel B:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
- Artikel B:6 — Opslag
- Artikel B:7 — Transport
- Artikel B:8 — Afvalverwerking
- Artikel B:9 — Rapportage
- Artikel B:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
- Deel C
- Artikel C:1 — Looptijd vergunning
- Artikel C:2 — Zeggenschap over de klinische studie
- Artikel C:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
- Artikel C:4 — Aanvang van de klinische studie
- Artikel C:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
- Artikel C:6 — Opslag
- Artikel C:7 — Transport
- Artikel C:8 — Afvalverwerking
- Artikel C:9 — Rapportage
- Artikel C:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
- Deel D
- Artikel D:1 — Looptijd vergunning
- Artikel D:2 — Zeggenschap over de klinische studie
- Artikel D:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
- Artikel D:4 — Aanvang van de klinische studie
- Artikel D:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
- Artikel D:6 — Opslag
- Artikel D:7 — Transport
- Artikel D:8 — Afvalverwerking
- Artikel D:9 — Rapportage
- Artikel D:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
- Deel E
- Artikel E:1 — Looptijd vergunning
- Artikel E:2 — Zeggenschap over de klinische studie
- Artikel E:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
- Artikel E:4 — Aanvang van de klinische studie
- Artikel E:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
- Artikel E:6 — Opslag
- Artikel E:7 — Transport
- Artikel E:8 — Afvalverwerking
- Artikel E:9 — Rapportage
- Artikel E:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
- Bijlage 11 — behorende bij artikel 15, onderdeel b, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
- Transponeringstabellen voor benamingen in besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Afdeling 1.1 — Reikwijdte
Artikel 1
De volgende onderdelen van deze regeling gelden mede voor degene die een milieubelastende activiteit verricht als bedoeld in artikel 3.246 van het Besluit activiteiten leefomgeving:
a. artikel 2, voor zover de begripsomschrijvingen van belang zijn voor de toepassing van de inrichtingsvoorschriften die zijn opgenomen in bijlage 9;
b. artikel 15;
c. artikel 24 en de op dat artikel berustende bijlage 9, voor zover het betreft de in die bijlage opgenomen inrichtingsvoorschriften;
d. artikel 49, en de op dat artikel berustende bijlage 12;
e. andere onderdelen van, en bijlagen bij, deze regeling, voor zover zij van belang zijn voor de toepassing van de inrichtingsvoorschriften.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Afdeling 1.2 — Begripsbepalingen
Artikel 2
1 In deze regeling wordt verstaan onder:
activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen: vervaardiging van of handelingen met genetisch gemodificeerde organismen;
Besluit: Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013;
biologische inperking: eigenschappen van een organisme, waaronder de eigenschappen van het ingebrachte genetisch materiaal, die de overleving en de verspreiding van dat organisme of van het in dat organisme ingebrachte genetisch materiaal in het milieu beperken;
bijlage: bijlage bij deze regeling, voor zover niet anders is aangegeven;
chimeer virus: virus, samengesteld uit virale sequenties afkomstig van virussen die behoren tot verschillende varianten, zoals stammen en serotypes, van dezelfde virussoort, of tot verschillende virussoorten;
defect virus: vorm van een voor planten, dieren of mensen infectieus virus die zich als gevolg van een aangebrachte genetische verandering uitsluitend kan vermenigvuldigen met een helperfunctie aanwezig in de gastheercel;
derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:
a. de genen gag/pol, rev, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over vier individuele plasmiden;
b. de accessoire genen vif, vpr, tat, vpu en nef ontbreken;
c. uitsluitend het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packaging signaal en de LTR’s, waarbij uit de 3’LTR sequentie de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;
d. de genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere drie plasmiden waarop het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van andere virussen dan lentivirussen;
Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken;
donororganisme: organisme waaruit de in een gastheer te brengen of gebrachte erfelijke informatie, daaronder mede begrepen synthetisch nagemaakt erfelijk materiaal, oorspronkelijk afkomstig is;
donorsequentie: sequentie afkomstig uit een donororganisme;
ecotroop muizenretrovirus: retrovirus dat uitsluitend cellen van muizen en ratten kan infecteren;
fysische inperking: voorzieningen aangebracht aan werkruimten, installaties en apparatuur, waardoor verspreiding van organismen, daaronder begrepen genetisch gemodificeerde organismen, wordt tegengegaan;
fysisch inperkend systeem: inperkende apparatuur voor kweek, of voor fermentatie en downstream processing in procesinstallaties, dan wel het samenstel van een ingeperkte werkruimte met de zich daarin bevindende apparatuur voor kweek, of voor fermentatie en downstream processing in procesinstallaties;
gastheer: organisme waaruit een genetisch gemodificeerd organisme wordt of is vervaardigd;
gekarakteriseerde sequentie: sequentie waarvan is onderbouwd welke functie of functies deze kan hebben;
handelingen met genetisch gemodificeerde organismen: activiteiten bestaande uit het vermeerderen, in Nederland invoeren, aan een ander ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, zich ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen;
instelling: locatie waar de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.246 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt verricht;
kennisgeving: kennisgeving als bedoeld in afdeling 2.2.2 van het Besluit;
micro-organisme van klasse 1: micro-organisme dat in ieder geval voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
a. het micro-organisme behoort niet tot een soort waarvan vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant;
b. het micro-organisme heeft een lange historie van veilig gebruik onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende maatregelen worden getroffen;
c. het micro-organisme behoort tot een soort die vertegenwoordigers bevat van klasse 2, 3 of 4, maar de stam in kwestie bevat geen genetisch materiaal dat verantwoordelijk is voor de virulentie;
d. van het micro-organisme is het niet-virulente karakter door middel van adequate tests aangetoond;
micro-organisme van klasse 2: micro-organisme dat bij mensen of dieren een ziekte kan veroorzaken, waarvan het onwaarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is, alsmede een micro-organisme dat bij planten een ziekte kan veroorzaken;
micro-organisme van klasse 3: micro-organisme dat bij mensen of dieren een ernstige ziekte kan veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is;
micro-organisme van klasse 4: micro-organisme dat bij mensen of dieren een zeer ernstige ziekte kan veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de populatie verspreidt, terwijl er geen effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding toepasbaar is;
Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
ODG: overig deel ggo-gebied, zijnde het ggo-gebied met uitzondering van de werkruimten waaraan een categorie van fysische inperking is toegekend;
onderzoeksleider: onderzoeksleider, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a;
ongekarakteriseerde sequentie: sequentie die geen gekarakteriseerde sequentie is;
schadelijk genproduct: genproduct dat een mogelijk toxische, carcinogene, allergene, pathogene of immuun-modulerende eigenschap heeft, dan wel een genproduct dat kan bijdragen aan de verspreiding van ingebracht genetisch materiaal, dan wel tot een antibioticumresistentie kan leiden waardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht;
toepassing van naakt DNA: toediening van DNA-moleculen aan mens of dier waarbij geen gebruik wordt gemaakt van macromoleculen van virale oorsprong als hulpstof zoals onderdelen van een virusomhulsel;
translentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:
a. de genen gag-pro, vpr-pol, tat, rev, tTA, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over zes individuele plasmiden;
b. de accessoire genen vif, vpu en nef ontbreken;
c. het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packagingsignaal en de LTR’s, waarbij al dan niet uit de 5’LTR en 3’LTR sequenties de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;
d. het plasmide waarop vpr-pol is gelegen, bevat maximaal één LTR;
e. de overige genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere vier plasmiden waarop het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van andere virussen dan lentivirussen;
tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem: productiesysteem voor lentivirus dat aan de volgende criteria voldoet voor de productie van het virus:
a. de genen gag/pol, tat, rev, het transgen en het gen dat codeert voor de pseudotyperingsenvelop zijn verdeeld over drie individuele plasmiden;
b. de accessoire genen vif, vpr, vpu en nef ontbreken;
c. uitsluitend het plasmide met het transgen (de transfer vector) bevat het packaging signaal en de LTR’s, waarbij uit de 3’LTR sequentie de promoter en enhancer sequenties zijn verwijderd;
d. de genen voor replicatie en packaging zijn verdeeld over de andere twee plasmiden waarop het packagingsignaal en de LTR’s ontbreken en het pseudotyperingsenvelopeiwit is afkomstig van andere virussen dan lentivirussen;
verantwoordelijk medewerker: verantwoordelijk medewerker, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b;
vergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van het Besluit is verleend;
vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen: activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat één of meerdere genetisch gemodificeerde organismen ontstaan;
virale sequentie: iedere sequentie die direct of oorspronkelijk uit een virus afkomstig is of daarvan synthetisch is nagemaakt, of iedere daarvan afgeleide sequentie;
virale vector: vector die nucleïnezuursequenties bevat afkomstig van een voor plantaardige, dierlijke of humane cellen infectieus virus, en die dat genetisch materiaal aan eukaryote cellen kan toevoegen, met dien verstande dat de betrokken virale sequenties kunnen leiden tot replicatie van de vector of delen hiervan, of tot integratie van genetische informatie van de vector of delen hiervan in het genetisch materiaal van de cel.
2 In deze regeling wordt verstaan onder vergunning:
a. voor de toepassing van hoofdstuk 2: vergunning als bedoeld in afdeling 2.2.3 van het Besluit;
b. voor de toepassing van hoofdstuk 3: vergunning als bedoeld in artikel 3.2 van het Besluit.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Afdeling 1.3 — Overbrenging en vervoer
Artikel 3
1 Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen binnen een instelling geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in bijlage 1, onder 1.1, indien de overbrenging plaatsvindt:
a. in het kader van ingeperkt gebruik of doelbewuste introductie voor overige doeleinden,
b. buiten een categorie van fysische inperking, en
c. niet over de openbare weg.
2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen aan boord van een schip, indien de overbrenging voldoet aan het eerste lid, aanhef en onder a en b.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Afdeling 1.3 — Overbrenging en vervoer
Artikel 4
Vervoer van organismen als bedoeld in artikel 1.6 van het Besluit geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in bijlage 1, onder 1.2, indien het vervoer plaatsvindt:
a. buiten een instelling;
b. binnen een instelling, maar over de openbare weg.
Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen › Afdeling 1.4 — Opslag bij schorsings- of stakingsbevel
Artikel 5
1 Ingeval genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen naar aanleiding van een bevel dat is gegeven krachtens artikel 2.31, artikel 2.34, artikel 2.51 of artikel 2.54 van het Besluit, geschiedt de opslag overeenkomstig de van toepassing zijnde categorie van fysische inperking en de daarbij behorende voorschriften van bijlage 9.
2 Indien genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen naar aanleiding van een bevel krachtens artikel 3.28 van het Besluit, dan wel naar aanleiding van een besluit als bedoeld in artikel 5.3 van het Besluit, geschiedt de opslag zodanig dat de genetisch gemodificeerde organismen zich niet kunnen verspreiden of vermenigvuldigen en zij niet vermengd kunnen raken met niet genetisch gemodificeerde organismen. De opslag is herkenbaar door een aanduiding met het opschrift ‘opslag genetisch gemodificeerde organismen waarop een schorsings- of stakingsbevel van toepassing is’.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 6
1 De gebruiker stelt één of meer door de Minister overeenkomstig de artikelen 11 tot en met 14 toegelaten biologischeveiligheidsfunctionarissen aan.
2 Voor elke categorie van fysische inperking waarin activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht, is voorafgaand aan de activiteiten in de betreffende categorie van fysische inperking een daarvoor toegelaten biologischeveiligheidsfunctionaris aangesteld.
3 Een biologischeveiligheidsfunctionaris voert zijn dagelijkse werkzaamheden uit binnen de instelling waar hij als biologischeveiligheidsfunctionaris optreedt.
4 Indien de gebruiker om bedrijfseconomische redenen geen biologischeveiligheidsfunctionaris kan aanstellen die zijn dagelijkse werkzaamheden uitvoert binnen de instelling waar hij als biologischeveiligheidsfunctionaris optreedt, kan die gebruiker gebruik maken van de diensten van een biologischeveiligheidsfunctionaris die niet voldoet aan het derde lid.
5 Indien het vierde lid van toepassing is, is de mate van aanwezigheid van de biologischeveiligheidsfunctionaris in overeenstemming met de aard en de omvang van de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen, het aantal medewerkers dat activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verricht, en de hoeveelheid tijd die nodig is om de taken op een adequate wijze te kunnen uitvoeren.
6 Indien meer dan één biologischeveiligheidsfunctionaris is aangesteld, voorziet de gebruiker, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de biologischeveiligheidsfunctionarissen.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 7
1 De gebruiker belast de biologischeveiligheidsfunctionaris binnen de grenzen van zijn toelating met:
a. het doen opstellen en wijzigen van nadere interne procedures en voorschriften ter uitwerking van de wettelijke bepalingen voor het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen;
b. het uitoefenen van interne controle op de uitgevoerde risicobeoordelingen en de naleving van de wettelijke bepalingen, alsmede de procedures en voorschriften, bedoeld onder a;
c. het optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels;
d. de evaluatie en rapportage over het optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, bedoeld onder c, aan de gebruiker en de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker;
e. het geven van interne voorlichting over biologische veiligheid;
f. het onverwijld intern melden aan de gebruiker van situaties, waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn.
2 De gebruiker draagt zorg voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, en geeft de biologischeveiligheidsfunctionaris daartoe instructies. Hij verschaft hem ten minste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van zijn taken:
a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en plaatsen die tot de instelling behoren te betreden, alsmede inzage te hebben in alle daar aanwezige schriftelijke dan wel elektronische bescheiden;
b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in noodsituaties, waarvan direct een interne melding aan de gebruiker en aan de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker wordt gedaan.
3 De gebruiker verschaft elke biologischeveiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie dat deze:
a. voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan rapporteren aan de gebruiker;
b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten hij controleert;
c. niet tevens optreedt als onderzoeksleider of verantwoordelijk medewerker voor de groep van activiteiten waarvoor hij als biologischeveiligheidsfunctionaris is aangesteld.
4 Indien een biologischeveiligheidsfunctionaris toeziet op personen die niet in dienst zijn bij de gebruiker die de biologischeveiligheidsfunctionaris heeft aangesteld, draagt de gebruiker er zorg voor dat de zeggenschap van de biologischeveiligheidsfunctionaris over deze medewerkers schriftelijk is vastgelegd.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 8
1 De gebruiker voorziet in de aanwijzing van:
a. een of meerdere onderzoeksleiders per te onderscheiden groep van activiteiten waarvan kennisgeving is gedaan, of
b. een of meerdere verantwoordelijk medewerkers per te onderscheiden groep van activiteiten waarvoor een vergunning is verleend.
2 De gebruiker belast de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker met de dagelijkse leiding per te onderscheiden groep van activiteiten en het opstellen van werkprotocollen. De gebruiker draagt zorg voor de uitvoering daarvan.
3 De gebruiker voorziet, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de biologischeveiligheidsfunctionaris en de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker, en, indien van toepassing, tussen de onderzoeksleiders dan wel de verantwoordelijk medewerkers onderling.
4 De gebruiker zorgt ervoor dat medewerkers activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren overeenkomstig de wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en voorschriften en geeft de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker de hiervoor benodigde instructies.
5 Indien onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht door personen die niet in dienst zijn van de gebruiker, is de zeggenschap van de gebruiker over deze personen schriftelijk vastgelegd.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 9
1 De gebruiker voorziet in het opstellen van procedures voor:
a. de onverwijlde interne melding aan de biologischeveiligheidsfunctionaris van afwijkingen van de wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne procedures, en
b. het onverwijld melden aan de Minister van situaties waarbij mogelijk ernstig risico voor mens en milieu is ontstaan.
2 De gebruiker voorziet voorts in het opstellen van procedures voor:
a. het uitoefenen van de interne controle op de naleving van de relevante wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne procedures;
b. de wijze van optreden bij incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, alsmede de evaluatie en rapportage hierover aan de gebruiker en de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker;
c. het indienen respectievelijk wijzigen van een kennisgeving dan wel het indienen van, wijzigen van respectievelijk het doen van meldingen bij een vergunning;
d. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen, waarbij, voor zover nodig, nadere instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven;
e. de beoordeling en goedkeuring door de biologischeveiligheidsfunctionaris van interne procedures en veiligheidsvoorschriften als bedoeld in artikel 7, en wijzigingen daarvan, die door de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker zijn opgesteld.
3 De gebruiker voorziet in het opstellen van veiligheidsvoorschriften voor:
a. de wijze van inactivering van genetisch gemodificeerde organismen en de wijze van ontsmetting van materiaal dat met genetisch gemodificeerde organismen in aanraking is geweest;
b. het opslaan en het ter onmiddellijke verbranding aan een verbrandingsinstallatie aanbieden van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten;
c. het schoonhouden en ontsmetten van de werkruimte en apparatuur;
d. de wijze waarop de reinheid dan wel de juiste identiteit van gebruikte micro-organismen en de bij de constructie van genetisch gemodificeerde organismen gebruikte nucleïnezuurpreparaten worden gegarandeerd;
e. de bij incidenten en ongevallen te nemen maatregelen;
f. het testen van de goede werking en het onderhoud van de gebruikte inperkingsapparatuur;
g. de regeling van de toegang tot de werkruimten en overige ruimten;
h. de adequate invulling van doelvoorschriften die op de uitgevoerde activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen zijn toegesneden.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 10
1 De gebruiker voorziet in een op één plaats binnen de instelling gehouden toegankelijke administratie, waarin ten minste zijn opgenomen:
a. de op schrift gestelde aanstellingen, aanwijzingen, bevoegdheden, instructies, procedures en voorschriften als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 9;
b. een overzicht van de door de gebruiker gedane kennisgevingen onder vermelding van de verschillende onderzoeksleiders per kennisgeving;
c. een overzicht van aan de gebruiker afgegeven vergunningen onder vermelding van de verschillende verantwoordelijk medewerkers per vergunning of vergunningonderdeel;
d. een overzicht van de kennisgevingen en vergunningen die niet meer door de gebruiker worden gebruikt;
e. een inzichtelijk overzicht van de ruimten binnen de instelling waar de verslagen van de risicobeoordelingen worden bewaard;
f. een actuele plattegrond van de instelling waarbij, voor zover aanwezig, is aangegeven:
1°. het ggo-gebied met het daarbinnen gelegen ODG en de werkruimten waar activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen mogen worden verricht onder vermelding van de categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau van die ruimten, en
2°. waar genetisch gemodificeerde organismen en afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten binnen het ODG worden opgeslagen, onder vermelding van de wijze van opslag;
g. de resultaten van een periodieke inventarisatie, uitgevoerd over de gehele instelling, van de organisatie-onderdelen die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren;
h. de resultaten van de controle op de uitvoering van de procedures voor het uitvoeren van risicobeoordelingen en de uitvoering van de procedures als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c;
i. gegevens, onder vermelding van de datum, betreffende:
1°. de uitvoering van de interne controle, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder a, en
2°. incidenten, ongevallen en afwijkingen van de geldende regels, bedoeld in artikel 9, eerste lid en tweede lid, onder b, alsmede de evaluatie en rapportage daarvan aan de gebruiker, de onderzoeksleider en de verantwoordelijk medewerker;
j. een inzichtelijk overzicht van de in de instelling bijgehouden administratieve gegevens als bedoeld in het tweede lid onder vermelding van de ruimte waar deze gegevens zich bevinden.
2 De gebruiker voorziet in het bijhouden van actuele en inzichtelijke administratieve gegevens, betreffende:
a. de voorhanden zijnde genetisch gemodificeerde organismen, per genetisch gemodificeerd organisme of groep van genetisch gemodificeerde organismen inhoudende ten minste de volgende gegevens:
1°. de gastheren die zijn gebruikt, met de namen waaronder de van de gastheren afgeleide genetisch gemodificeerde organismen bekend zijn;
2°. het genetisch materiaal dat is gebruikt bij de vervaardiging van het genetisch gemodificeerde organisme en een omschrijving van de samenstellende delen onder vermelding van de donororganismen;
3°. indien het activiteiten betreft met een genetisch gemodificeerd organisme waarvoor overeenkomstig artikel 2.10, derde en vierde lid, of artikel 2.11, tweede en derde lid, van het Besluit geen risicobeoordeling hoeft te worden gedaan:
i. de vermelding van ‘artikel 2.10’ met de van toepassing zijnde combinatie van lijsten dan wel de vermelding van ‘artikel 2.11’, en
ii. de functie of functies van de geïnserteerde genen;
4°. het nummer dat de Minister aan de betreffende kennisgeving dan wel vergunning heeft gegeven, en, voor zover onderdeel a, onder 3°, niet van toepassing is, het onderdeel van de daarbij behorende risicobeoordeling;
b. een overzicht, gegroepeerd per opslagfaciliteit, van opgeslagen genetisch gemodificeerde organismen;
c. relevante gegevens van de medewerkers die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verrichten, waarbij per medewerker ten minste de volgende informatie wordt vastgelegd:
1°. naam;
2°. relevante opleiding, training en ervaring;
3°. de inperkingsniveaus van de projecten waarbij de medewerker betrokken is;
4°. een door de biologischeveiligheidsfunctionaris getekende verklaring voor welke functie of functies en activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen de medewerker vakbekwaam wordt geacht;
d. een lijst met de namen van andere personen dan bedoeld onder c, die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen verrichten, onder vermelding van de onderzoeksleider of de verantwoordelijk medewerker onder wiens dagelijkse leiding zij de activiteiten verrichten, alsmede de periode gedurende welke zij in de instelling werkzaam zijn;
e. de vastlegging van de data en resultaten van de uitvoering van de voorschriften, bedoeld in artikel 9, derde lid, onder d, e en f;
f. de werkprotocollen die door de onderzoeksleider dan wel de verantwoordelijk medewerker zijn opgesteld;
g. een overzicht per werkruimte van de nummers van de kennisgevingen dan wel vergunningen die betrekking hebben op de activiteiten die in die ruimte worden uitgevoerd;
h. een overzicht per werkruimte van inperkingsniveau III of inperkingsniveau IV van de medewerkers die bevoegd zijn die werkruimte te betreden;
i. de opslag van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten als bedoeld in bijlage 9, onderdeel ODG.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 10a
1 In het geval van een zelfstandige afvalverbrandingsinstallatie zijn de artikelen 9, derde lid, onderdeel d, en 10, eerste lid, onderdeel g en tweede lid, onderdelen a en b, niet van toepassing.
2 In afwijking van artikel 10, eerste lid, onderdeel f, neemt de gebruiker van een zelfstandige afvalverbrandingsinstallatie in zijn administratie een actuele plattegrond van de instelling op, waarop de verschillende functionele delen van de afvalverbrandingsinstallatie zijn aangegeven.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.2 — Procedure voor toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris
Artikel 11
1 Een persoon kan op aanvraag door de Minister worden toegelaten als biologischeveiligheidsfunctionaris voor een of meer daarbij aangegeven categorieën van fysische inperking en inperkingsniveaus.
2 Met het oog op een adequate uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 7, eerste lid, beschikt de betrokkene in elk geval over:
a. algemene kennis op het gebied van genetische modificatie en de toepasselijke regelgeving;
b. kennis van en ervaring met werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in de aangevraagde categorieën van fysische inperking en de aangevraagde inperkingsniveaus;
c. kennis van en ervaring met de gebruikte technieken en de toegepaste veiligheidsmaatregelen;
d. algemene kennis van inperkende apparatuur en technische voorzieningen die inperking bewerkstelligen.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.2 — Procedure voor toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris
Artikel 12
1 Vervallen.
2 Bij de aanvraag om toelating als biologischeveiligheidsfunctionaris worden de volgende gegevens overgelegd:
a. de persoonlijke gegevens van de aanvrager;
b. een deugdelijk bewijs van de identiteit van de aanvrager;
c. de categorie of categorieën van fysische inperking en het inperkingsniveau of de inperkingsniveaus waarvoor de toelating wordt aangevraagd;
d. informatie waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 11, tweede lid.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.2 — Procedure voor toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris
Artikel 13
1 De Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
2 De Minister kan de toelating beperken tot een of meer daarbij aangegeven inperkingsniveaus en categorieën van fysische inperking. Hij kan daarbij afwijken van de aanvraag.
3 Aan de toelating kunnen voorschriften worden verbonden, inhoudende dat de toegelaten functionaris:
a. meldt voor welke rechtspersoon of rechtspersonen hij werkzaam is of zal zijn, en op welke kennisgevingen of vergunningen en plaatsen van uitvoering hij toeziet of gaat toezien,
b. een wijziging van de gemelde gegevens onverwijld meldt, of
c. een melding doet aan de Minister indien hij zijn werkzaamheden als biologischeveiligheidsfunctionaris geheel of gedeeltelijk staakt.
4 Vervallen.
5 De Minister kan aan de beschikking tot toelating andere voorschriften en beperkingen verbinden.
6 Tot de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kan in elk geval behoren de beperking dat de toelating slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.2 — Procedure voor toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris
Artikel 14
1 De biologischeveiligheidsfunctionaris kan een aanvraag indienen om wijziging van zijn toelating.
2 De artikelen 11 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat eerder overgelegde gegevens die nog actueel zijn niet opnieuw behoeven te worden overgelegd.
3 De Minister kan de toelating ambtshalve wijzigen of intrekken:
a. indien de functionaris bij de aanvraag om toelating zodanig onjuiste gegevens heeft overgelegd dat de Minister, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de beschikking niet of onder andere voorwaarden zou hebben gegeven;
b. indien de functionaris niet of niet langer voldoet aan de vereisten voor toelating;
c. indien de functionaris zich niet heeft gehouden aan de toepasselijke regelgeving;
d. bij gebleken ongeschiktheid van de functionaris.
4 De Minister kan de toelating voorts ambtshalve intrekken indien de functionaris aan de Minister heeft gemeld dat hij zijn werkzaamheden als biologischeveiligheidsfunctionaris geheel staakt.
5 De toelating komt te vervallen indien de functionaris gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vijf jaar niet als biologischeveiligheidsfunctionaris werkzaam is geweest.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 15
Als categorieën van fysische inperking worden, naast de categorieën van fysische inperking, genoemd in bijlage 4 bij het Besluit, onderscheiden:
a. apparatuurruimten, bedoeld voor handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in apparaten op inperkingsniveau I, genaamd AP-I;
b. laboratoria, uitsluitend bedoeld voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die zijn vermeld in bijlage 11 of die voldoen aan de criteria in bijlage 6 voor S-I op inperkingsniveau I en III, genaamd S-I en S-III;
c. tentoonstellingsruimten, bedoeld voor het tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen in een voor het publiek toegankelijke ruimte op inperkingsniveau I en III, genaamd TR-I en TR-III.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 16
1 De gebruiker voert de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit, uit overeenkomstig bijlage 5.
2 Bij de risicobeoordeling geeft de gebruiker tevens toepassing aan:
a. bijlage 2, of onderdelen van die bijlage, voor zover daarnaar wordt verwezen in bijlage 5;
b. bijlage 7, voor wat betreft de inschaling van genetisch gemodificeerde planten, met inbegrip van de daarbij aangegeven beschermingsmaatregelen.
3 Bij de risicobeoordeling hanteert de gebruiker uitsluitend de indeling in klassen van pathogene micro-organismen die is aangegeven in bijlage 4.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 17
De gebruiker kent, op basis van een risicobeoordeling die is uitgevoerd met toepassing van artikel 16, toe:
a. als categorie van fysische inperking: de categorie van fysische inperking die volgt uit de risicobeoordeling, met inbegrip van beschermingsmaatregelen, indien deze bij de risicobeoordeling in de beschouwing zijn betrokken;
b. als inperkingsniveau: het inperkingsniveau dat overeenkomt met het Romeinse cijfer dat behoort bij de aanduiding van de toegekende categorie van fysische inperking.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 18
1 Het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit, bevat in ieder geval per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen:
a. de gebruikte gastheren of gastheerstammen, vectoren en inserties, onder vermelding van de pathogeniteitsklasse van gastheer en donororganisme;
b. informatie over de aard en de omvang van de handelingen met de toegepaste genetisch gemodificeerde organismen;
c. de uitkomst van de risicobeoordeling, overeenkomstig het derde lid.
2 Vervallen.
3 De uitkomst van de risicobeoordeling omvat in elk geval de toegekende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau onder vermelding van het bijbehorende inschalingsartikel van deel I van bijlage 5, en de eventuele aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen onder vermelding van de toepasselijke inschalingsartikelen van deel II van bijlage 5.
4 Bij de vermelding van een inschalingsartikel, als bedoeld in het derde lid, worden tevens vermeld het lid van dat inschalingsartikel en, indien van toepassing, het onderdeel of de onderdelen van dat lid die hebben geleid tot de toe te passen categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau.
5 De gebruiker draagt er zorg voor dat er steeds een actueel verslag aanwezig is van het ingeperkt gebruik.
6 Het verslag wordt voorts aangepast op basis van de uitkomsten van een periodieke herhaling van de risicobeoordeling als bedoeld in de artikelen 2.32 en 2.53 van het Besluit.
7 De gebruiker voorziet voorts in het inzichtelijk groeperen van de verslagen van de risicobeoordelingen:
a. per kennisgeving en per onderzoeksleider van de activiteiten binnen die kennisgeving;
b. per afgegeven vergunning en per verantwoordelijk medewerker van de activiteiten binnen die vergunning.
8 Voor het verslag van de risicobeoordeling geldt een bewaartermijn van ten minste 20 jaar, indien het verslag betrekking heeft op:
a. een groep van samenhangende activiteiten binnen een kennisgeving die niet meer worden verricht;
b. vergunde activiteiten die niet meer worden verricht.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 19
1 Als de gebruiker voornemens is een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 2.8, tweede of derde lid, van het Besluit, voert hij een risicobeoordeling uit overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling, zoals aangegeven in bijlage 8, tenzij het een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, betreft, en dit verzoek betrekking heeft op:
a. inschaling op MI-I;
b. inschaling op S-I, of
c. inschaling op TR-I.
2 De gebruiker bewaart een verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in het eerste lid.
3 Artikel 18 is van overeenkomstige toepassing op het verslag.
4 Het verslag omvat voorts in elk geval per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen beschermingsmaatregelen, indien deze bij de risicobeoordeling in de beschouwing zijn betrokken.
5 In afwijking van artikel 18, derde lid, omvat de uitkomst van de risicobeoordeling als bedoeld in het eerste lid in elk geval de toegekende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau, waarbij een bijlage wordt gevoegd waarin de risicobeoordeling wordt omschreven.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 20
1 Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit worden overgelegd:
a. een toelichting, gericht op het aspect dat de twijfel heeft veroorzaakt;
b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van, en bijlage 5 bij, het Besluit.
2 Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit worden overgelegd:
a. een toelichting op het verzoek, onderbouwd door middel van het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 19;
b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van het Besluit en bijlage 5 van het Besluit.
3 In afwijking van het tweede lid worden bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit dat betrekking heeft op inschaling op MI-I, overgelegd:
a. een toelichting op het verzoek, met een onderbouwing aan de hand van de criteria, opgenomen in bijlage 6, die aangeeft dat inschaling kan plaatsvinden op MI-I;
b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 en bijlage 5 van het Besluit.
4 In afwijking van het tweede lid worden bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit dat betrekking heeft op inschaling op S-I, overgelegd:
a. een toelichting op het verzoek, met een onderbouwing aan de hand van de criteria, opgenomen in bijlage 6, die aangeeft dat inschaling kan plaatsvinden op S-I;
b. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 en bijlage 5 van het Besluit.
5 In afwijking van het tweede lid worden bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit, dat betrekking heeft op inschaling op TR-I, overgelegd:
a. een toelichting op het verzoek, inhoudende een beschrijving van de wijze waarop de organismen zullen worden tentoongesteld, een onderbouwing waaruit blijkt dat de tentoongestelde organismen niet in aanraking kunnen komen met het publiek en dat wordt voldaan aan de voorschriften voor TR-I in bijlage 9;
b. de gegevens, bedoeld in artikel 2.15 en bijlage 5 van het Besluit.
6 Als over te leggen gegevens bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.8, derde lid, van het Besluit, worden aangewezen:
a. het verslag van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 19;
b. een toelichting op het verzoek;
c. de gegevens, aangewezen in artikel 2.15 of artikel 2.36 van het Besluit en bijlage 5 van het Besluit met uitzondering van een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 21
De combinaties van lijsten, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder a, b en c, van het Besluit, zijn de combinaties van lijsten, opgenomen in bijlage 2.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 22
1 Als over te leggen gegevens bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit, tot vaststelling dat een gastheer in aanmerking komt voor opname op bijlage 2, lijst A1 van bijlage 2, worden aangewezen:
a. gegevens waaruit blijkt dat het micro-organisme niet behoort tot een soort waarvan vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant,
b. gegevens waaruit blijkt dat het micro-organisme een lange historie van veilig gebruik kent onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende maatregelen worden getroffen,
c. indien het micro-organisme behoort tot een soort die vertegenwoordigers bevat van micro-organismen van klasse 2, 3 of 4, gegevens waaruit blijkt dat de betrokken stam geen genetisch materiaal bevat dat verantwoordelijk is voor de virulentie, of
d. testgegevens die aantonen dat het micro-organisme niet-virulent is.
2 Als over te leggen gegevens bij een verzoek, als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit, tot vaststelling dat een vector in aanmerking komt voor opname op lijst A2 van bijlage 2, worden aangewezen:
a. de grootte van de vector,
b. een vectorkaartje of beschrijving waarop alle samenstellende delen en relatieve posities van de vector zijn aangegeven,
c. gegevens over de functie en de herkomst van de samenstellende delen,
d. de origins of replication (ori’s) die aanwezig zijn in de vector,
e. gegevens waaruit blijkt dat de samenstellende delen niet behoren tot de groep van inserties zoals bedoeld in bijlage 2, lijst A3, en
f. gegevens waaruit blijkt dat de vector geen virale sequenties, afkomstig van virussen die hogere eukaryoten als gastheer hebben, bevat waardoor de vector als virale vector zou kunnen functioneren.
3 Bij een verzoek als bedoeld in artikel 2.13, derde lid, van het Besluit tot vaststelling dat een insertie niet behoort tot de inserties die zijn opgenomen op lijst A3 van bijlage 2 als aangegeven in bijlage 2, worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de insertie niet voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 2, lijst A3.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.3 — Aanwijzing van categorieën van fysische inperking, risicobeoordeling en inschaling
Artikel 23
1 Een gebruiker kan de Minister verzoeken om een daarbij aangegeven genetisch gemodificeerd organisme op te nemen in bijlage 11.
2 Bij het verzoek worden gegevens overgelegd waaruit blijkt dat het organisme voldoet aan de criteria, opgenomen in bijlage 6, voor activiteiten onder laboratoriumcondities op S-I dan wel aan de criteria, opgenomen in bijlage II, onderdeel B, van richtlijn 2009/41, zoals aangevuld met daarop betrekking hebbende besluiten of aanbevelingen van de Raad van de Europese Unie of van de Europese Commissie.
3 De Minister zendt de verzoeker een bewijs van ontvangst van het verzoek.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.4 — De uitvoering van het ingeperkt gebruik
Artikel 24
Aan de categorieën van fysische inperking zoals opgenomen in bijlage 4 bij het Besluit, en in artikel 15, zijn de voorschriften verbonden zoals die zijn aangegeven in bijlage 9.
Hoofdstuk 2 — Ingeperkt gebruik › Afdeling 2.4 — De uitvoering van het ingeperkt gebruik
Artikel 25
1 Als categorieën van gevallen waarin kan worden volstaan met een melding in plaats van een aanvraag tot wijziging van een vergunning, als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, van het Besluit, worden aangewezen de toevoeging van een of meer:
a. gastheren met vergelijkbare eigenschappen als de gastheren waarop de eerder uitgevoerde risicobeoordeling betrekking heeft,
b. vectoren, of
c. inserties,
mits is voldaan aan de vereisten, aangegeven in het tweede lid.
2 De in het eerste lid bedoelde vereisten zijn:
a. de toevoeging valt binnen het doel van het onderzoek waarvoor de vergunning is afgegeven;
b. de toevoeging leidt tot toekenning van dezelfde categorie van fysische inperking, hetzelfde inperkingsniveau en hetzelfde onderdeel onderscheidenlijk dezelfde onderdelen van het inschalingsartikel van deel I van bijlage 5 alsmede, indien van toepassing, hetzelfde inschalingsartikel dan wel dezelfde inschalingsartikelen van deel II van bijlage 5;
c. de uitkomst van de risicobeoordeling die ten grondslag ligt aan de reeds verleende vergunning, en de bij de risicobeoordeling in de beschouwing te betrekken beschermingsmaatregelen blijven ongewijzigd.
3 Het eerste lid is niet van toepassing op handelingen in een procesinstallatie.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 26
1 De vergunninghouder stelt één of meer door de Minister overeenkomstig de artikelen 30 tot en met 33 toegelaten milieuveiligheidsfunctionarissen aan.
2 Voor elke categorie van werkzaamheden waarin activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht, is een daarvoor toegelaten milieuveiligheidsfunctionaris aangesteld.
3 Indien meer dan één milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld, voorziet de vergunninghouder, voor zover deze regeling daarin niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de milieuveiligheidsfunctionarissen.
4 Een milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld bij de instelling waarvoor hij zijn dagelijkse werkzaamheden uitvoert.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 27
1 De vergunninghouder belast de milieuveiligheidsfunctionaris binnen de grenzen van zijn toelating met:
a. het doen opstellen en wijzigen van de instructies die dienen als invulling van de wettelijke voorschriften of de algemene en bijzondere bepalingen in de vergunning voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in het milieu;
b. het uitoefenen van interne controle op de naleving van de bepalingen in de vergunning en de instructies, bedoeld onder a;
c. het optreden bij afwijkingen, wijzigingen en onvoorziene omstandigheden;
d. het geven van interne voorlichting over milieuveiligheid van genetisch gemodificeerde organismen;
e. het onverwijld intern melden aan de vergunninghouder van iedere wijziging van gegevens, onvoorziene omstandigheden en situaties, waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn;
f. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, waarbij door de milieuveiligheidsfunctionaris, voor zover nodig, nadere instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven;
g. het zich verzekeren van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
2 De vergunninghouder draagt zorg voor de uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, geeft de milieuveiligheidsfunctionaris daartoe instructies en verschaft hem ten minste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van de taken, bedoeld in het eerste lid:
a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en locaties die voor een introductie in het milieu van genetisch gemodificeerde organismen gebruikt worden of locaties waar handelingen plaatsvinden onder zeggenschap van de vergunninghouder, te betreden, alsmede inzage te hebben in alle daar aanwezige schriftelijke bescheiden;
b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in noodsituaties, waarvan direct een interne melding aan de vergunninghouder en de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen, wordt gedaan.
3 De vergunninghouder verschaft elke milieuveiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie dat:
a. deze voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan rapporteren aan de vergunninghouder;
b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten hij controleert;
c. deze niet tevens optreedt als de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen waarvoor hij als milieuveiligheidsfunctionaris is aangesteld.
4 De milieuveiligheidsfunctionaris draagt er zorg voor dat medewerkers die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij de veldproef, op de hoogte zijn van de toepasselijke voorschriften. Hij verstrekt hen daartoe een exemplaar van de instructies, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover deze betrekking hebben op hun werkzaamheden.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 28
1 De vergunninghouder voorziet in een actuele en inzichtelijke administratie betreffende de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen, waarin ten minste zijn opgenomen:
a. de aan de vergunninghouder afgegeven vergunningen, daaronder begrepen wijzigingen van vergunningen, en de door de vergunninghouder gedane meldingen;
b. de door de vergunninghouder opgestelde en aan de Minister gestuurde beschrijving van voorgenomen werkzaamheden, zoals opgenomen in de vergunningen of in bijlage 10, en het overeenkomstig artikel 3.27 van het Besluit en artikel 43 opgestelde verslag;
c. de instructies, bedoeld in artikel 27, eerste lid, onder a.
2 Bij medische en veterinaire toepassingen worden voorts in de administratie opgenomen:
a. een actuele plattegrond van de instelling waarop zijn aangegeven:
1°. de werkruimten waarin werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen worden verricht,
2°. de plaatsen waar genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen, en
3°. de plaatsen waar afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten wordt opgeslagen.
b. een inzichtelijk logboek voor werkzaamheden die onder één vergunning vallen, waarmee de voortgang van de werkzaamheden doelmatig en frequent wordt bijgehouden en waarin of, indien dit doelmatiger is, waarbij in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:
1°. het nummer van de vergunning dan wel de wijziging van de vergunning;
2°. een vermelding of de medewerkers die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals omschreven in de vergunning bedoeld onder 1°, in dienst zijn van de vergunninghouder, waarbij indien dit niet het geval is, wordt aangegeven hoe de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen door de vergunninghouder is geregeld;
3°. de datum van verzending van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aan de Minister, en de datum van ontvangst van een eventuele reactie van de Minister;
4°. voor iedere batch: de datum van ontvangst, een kopie van de kwaliteitsgegevens en de actuele plaats van opslag;
5°. voor iedere geïncludeerde proefpersoon, onderscheidenlijk ieder geïncludeerd proefdier: de resultaten van tests waaruit blijkt dat de proefpersoon onderscheidenlijk het proefdier voldoet aan de in de vergunning gestelde in- en exclusiecriteria;
6°. indien van toepassing: de resultaten van de controles en testen die in het kader van de bijzondere voorschriften, zoals vermeld in de vergunning, zijn opgelegd;
7°. voor iedere toediening aan een proefpersoon onderscheidenlijk een proefdier: een beschrijving van eventuele onvoorziene omstandigheden die zich bij de toediening of na de toediening hebben voorgedaan, waarbij in ieder geval de volgende gegevens opgenomen worden:
i. de naam of codering van de proefpersoon onderscheidenlijk het proefdier;
ii. de maatregelen die zijn genomen om de gevolgen voor mens en milieu te beperken;
iii. de datum waarop deze onvoorziene omstandigheden overeenkomstig vergunningvoorschrift aan de Minister zijn gemeld;
8°. bij hospitalisatie van een proefpersoon en bij beëindiging van deelname aan de studie van een proefpersoon:
i. de naam van de proefpersoon;
ii. datum en locatie van hospitalisatie;
iii. datum van ontslag of beëindiging van deelname aan de studie;
iv. de tests en de resultaten op grond waarvan besloten is tot ontslag;
v. eventuele andere redenen voor beëindiging van de opname of deelname aan de studie;
9°. bij huisvesting van een proefdier en bij beëindiging van deelname aan de studie van een proefdier:
i. de codering van het proefdier;
ii. datum van opname in huisvesting en locatie van huisvesting;
iii. vertrek uit huisvesting of beëindiging van deelname aan de studie;
iv. de tests en de resultaten op grond waarvan besloten is tot beëindiging van de huisvesting;
v. eventuele andere redenen voor beëindiging van de opname of deelname aan de studie;
10°. bij vervoer: de datum of data waarop materiaal is vervoerd buiten de instelling waar de behandeling van de proefpersonen, onderscheidenlijk proefdieren, plaatsvindt met daarbij de hoeveelheid materiaal, het verzendadres en de wijze van verpakken, waarbij onder materiaal wordt verstaan het studiemateriaal dat aan de proefpersonen onderscheidenlijk proefdieren wordt toegediend alsmede monsters die mogelijk genetisch gemodificeerde organismen bevatten;
11°. voor afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten, inclusief alle van een proefpersoon onderscheidenlijk proefdier afgenomen materiaal:
i. de datum, de locatie en de manier van afvalverwerking;
ii. in geval van verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie: de schriftelijke bewijzen van vernietiging.
3 Bij de toepassing van planten wordt voorts in de administratie opgenomen een inzichtelijk logboek voor werkzaamheden die onder één vergunning vallen, waarmee de voortgang van de werkzaamheden doelmatig en frequent wordt bijgehouden en waarin of, indien dit doelmatiger is, waarbij in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:
a. het nummer van de vergunning;
b. het kalenderjaar waarvoor de gegevens worden verzameld;
c. de datum van verzending van de jaarlijkse beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aan de Minister, en de datum van ontvangst van een eventuele reactie van de Minister;
d. een vermelding of de medewerkers die uit hoofde van hun functie zijn betrokken bij de werkzaamheden zoals omschreven in de vergunning bedoeld onder a, in dienst zijn van de vergunninghouder, waarbij indien dit niet het geval is, wordt aangegeven hoe de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen door de vergunninghouder is geregeld;
e. de locatie of locaties van het proefobject;
f. de kadastrale percelen waarop de werkzaamheden als omschreven in de vergunning bedoeld onder a, plaatsvinden, waarbij wordt aangegeven of deze in eigendom zijn van de vergunninghouder en indien dit niet het geval is, hoe door de vergunninghouder is voorzien in de zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen;
g. indien van toepassing: de gegevens en resultaten van de controles op het naleven van de isolatiezone, of de gemaakte schriftelijke afspraken met degenen die het desbetreffende teeltseizoen zeggenschap hebben over de teelt van hetzelfde, niet gemodificeerde gewas op de binnen de isolatiezone gelegen kadastrale percelen;
h. de datum of data waarop het proefobject is ingezaaid of beplant;
i. de periode waarin de planten bloeien;
j. de datum of data waarop de plantendelen geoogst worden of de planten van het veld worden verwijderd;
k. indien van toepassing: de resultaten van de controles en testen die in het kader van de bijzondere voorschriften, zoals vermeld in de vergunning, zijn opgelegd;
l. de resultaten van de monitoring zoals beschreven in het monitoringplan en verricht overeenkomstig de vergunningvoorschriften betreffende monitoring;
m. de gedurende de experimenten opgetreden afwijkingen in de fenotypen van de genetisch gemodificeerde planten in vergelijking met niet-genetisch gemodificeerde uitgangsplanten, geteeld onder gelijke omstandigheden;
n. de datum of data waarop de plantendelen worden geoogst of de planten van het veld worden verwijderd;
o. indien van toepassing: de plaatsen waar afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten wordt opgeslagen;
p. de datum of data waarop materiaal afkomstig van het proefveld wordt vervoerd, met vermelding van de hoeveelheid materiaal, het verzendadres en de wijze van verpakken;
q. de datum of data waarop het afval van het proefobject is verwerkt;
r. voor zover in de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden diverse mogelijkheden zijn aangegeven voor de wijze van afvalverwerking: de gebruikte wijze van afvalverwerking;
s. voor zover er sprake is van verbranding in een vuilverbrandingsinstallatie: de schriftelijke bewijzen van vernietiging;
t. indien van toepassing, na afronding van de werkzaamheden: de datum of data waarop het proefveld op opslag is gecontroleerd alsmede de datum of data waarop opslag is waargenomen, met de aantallen waargenomen opslagplanten, de wijze waarop deze planten zijn verwijderd en de wijze waarop het afval is verwerkt;
u. de datum waarop het verslag, als bedoeld in artikel 43, eerste lid, is gezonden aan de Minister;
v. voor zover het betreft de op grond van artikel 39, eerste lid, aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend: de in bijlage 10 aangewezen gegevens.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.1 — Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 29
De Minister legt een openbaar register aan waarin de locatie van overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Besluit geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen wordt opgenomen.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.2 — Procedure voor toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris
Artikel 30
1 De aanvrager of houder van een vergunning kan bij de Minister een aanvraag indienen om een persoon toe te laten als milieuveiligheidsfunctionaris binnen zijn organisatie. De aanvrager of houder van een vergunning geeft daarbij aan voor welke categorie of categorieën van werkzaamheden de toelating wordt aangevraagd.
2 Met het oog op een adequate uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 27, eerste lid, beschikt de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd in elk geval over:
a. algemene kennis op het gebied van genetische modificatie en de toepasselijke regelgeving;
b. kennis van en ervaring met werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen in de aangevraagde categorie of categorieën van werkzaamheden;
c. kennis van en ervaring met de gebruikte technieken en de toegepaste veiligheidsmaatregelen.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.2 — Procedure voor toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris
Artikel 31
1 Vervallen.
2 Bij de aanvraag om toelating als milieuveiligheidsfunctionaris worden de volgende gegevens overgelegd:
a. de gegevens van de aanvrager en van de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd;
b. de categorie of categorieën van werkzaamheden;
c. informatie waaruit blijkt dat de persoon waarvoor toelating wordt gevraagd voldoet aan artikel 30, tweede lid.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.2 — Procedure voor toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris
Artikel 32
1 De Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
2 De Minister kan de toelating beperken tot een of meer daarbij aangegeven categorieën van werkzaamheden. Hij kan daarbij afwijken van de aanvraag.
3 Aan de toelating kan een voorschrift worden verbonden, inhoudende dat de houder van een vergunning een melding aan de Minister doet als de milieuveiligheidsfunctionaris zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk staakt.
4 Vervallen.
5 De Minister kan aan de beschikking tot toelating andere voorschriften en beperkingen verbinden.
6 Tot de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen in elk geval behoren de bepaling dat de toelating slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.2 — Procedure voor toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris
Artikel 33
1 De houder van een vergunning kan een aanvraag indienen om wijziging van een toelating.
2 De artikelen 30 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat eerder overgelegde gegevens die nog actueel zijn niet opnieuw behoeven te worden overgelegd.
3 De Minister kan de toelating ambtshalve wijzigen of intrekken indien:
a. de houder van een vergunning bij de aanvraag om toelating zodanig onjuiste gegevens heeft overgelegd dat de Minister, indien deze ten tijde van de toelating bekend zouden zijn geweest, de toelating niet of onder andere voorwaarden zou hebben afgegeven;
b. de functionaris niet of niet langer voldoet aan de vereisten voor toelating;
c. de functionaris zich niet heeft gehouden aan de toepasselijke regelgeving;
d. bij gebleken ongeschiktheid van de functionaris.
4 De toelating komt te vervallen indien de functionaris zijn werkzaamheden als milieuveiligheidsfunctionaris geheel staakt.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.3 — Melding en wijziging van de vergunning
Artikel 34
1 Als categorie van gevallen waarin een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden wordt aangemerkt als een verandering die geen gevolgen heeft voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder a, van het Besluit, worden voor de toepassing van planten aangewezen:
a. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 5 hectare of 10 hectare waarbij de vergunning is verleend met toepassing paragraaf 3.2.2 van het Besluit:
1°. het verrichten van dezelfde werkzaamheden met een ander doel dan is aangegeven in de aanvraag;
2°. het toevoegen van andere cultivars van hetzelfde gewas;
3°. het toevoegen van extra constructen, die dezelfde of sterk soortgelijke sequenties bevatten, en waarbij de vectorbackbone afwezig is of het construct geen andere antibioticum resistentiegenen bevat;
4°. een verandering van de volgorde van sequenties binnen eenzelfde construct;
5°. het gebruiken van een andere promoter, met dezelfde weefselspecificiteit;
6°. het gebruiken van een andere terminator;
7°. een verandering van de proefopzet binnen de exacte locatie zonder gevolgen voor inperking of verspreiding, waaronder een andere indeling of een groter aantal planten;
8°. een verandering in de behandeling van monsters afkomstig van het proefveld;
9°. een verandering in het vernietigen of behandelen van afval na afloop van de proef zonder gevolgen voor verspreiding of overleving;
10°. het vervangen of toevoegen van één of meer locaties, voor zover deze locaties gelegen zijn in het gebied waarvoor de milieurisicobeoordeling is uitgevoerd en de omvang van alle locaties tezamen ten hoogste twee keer zo groot is als de vergunde omvang.
b. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van meer dan 10 hectare:
1°. het verrichten van dezelfde werkzaamheden met een ander doel dan is aangegeven in de aanvraag, waaronder het doen van registratieproeven in plaats van proeven voor agronomische performance;
2°. een verandering van de proefopzet binnen de exacte locatie zonder gevolgen voor inperking of verspreiding;
3°. een verandering in het vernietigen of behandelen van afval na afloop van de proef zonder gevolgen voor verspreiding of overleving;
4°. het vervangen of toevoegen van één of meer locaties, voor zover deze locaties gelegen zijn in het gebied waarvoor de milieurisicobeoordeling is uitgevoerd en de omvang van alle locaties tezamen ten hoogste twee keer zo groot is als de vergunde omvang.
2 Als categorieën van gevallen die geen significante gevolgen hebben voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder b, van het Besluit, worden voor de toepassing van planten aangewezen de categorieën van gevallen waarbij de vergunning is verleend met toepassing van paragraaf 3.2.2 van het Besluit en die voldoen aan de navolgende criteria:
a. de gevolgde redenatie in de milieurisicobeoordeling verandert niet fundamenteel;
b. er worden geen andere belangrijke factoren meegewogen in de milieurisicobeoordeling;
c. de uitkomst van de milieurisicobeoordeling verandert niet;
d. het beoogde effect van de risico-inperkende maatregelen verandert niet.
3 De volgende categorieën van gevallen voldoen in elk geval aan de criteria, bedoeld in het tweede lid:
a. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 5 hectare:
1°. het toevoegen van andere genen uit dezelfde genfamilie, waaronder R-genen van aardappel die resistentie verlenen tegen aardappelziekte;
2°. het inbrengen andere genen met een soortgelijke werking, waaronder een Bacillus thuringiensis gen (Bt) dat codeert voor insectenresistentie met eenzelfde specificiteit of een gen dat codeert voor tolerantie tegen een herbicide met dezelfde werking;
3°. het toepassen van een andere vector met een soortgelijk construct waarbij geen ander antibioticum resistentie gen op de vectorbackbone gelegen is;
4°. een andere wijze van inperken van proef, indien dit even veel inperking geeft, waaronder het verwijderen van bloeiwijzen in plaats van een isolatieafstand;
b. de volgende veranderingen in veldproeven met een vergunde maximale omvang van 10 hectare:
1°. het toevoegen van andere genen uit dezelfde genfamilie, waaronder R-genen van aardappel die resistentie verlenen tegen aardappelziekte;
2°. het inbrengen andere genen met een soortgelijke werking, waaronder een Bacillus thuringiensis gen (Bt) dat codeert voor insectenresistentie met eenzelfde specificiteit of een gen dat codeert voor tolerantie tegen een herbicide met dezelfde werking;
3°. het toepassen van een andere vector met een soortgelijk construct waarbij geen ander antibioticum resistentiegen op de vectorbackbone gelegen is.
4 Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in paragraaf 3.3.2 van het Besluit, betreft, mits de doelbewuste introductie voor overige doeleinden na de beoogde verandering nog steeds voldoet aan het bepaalde in artikel 39, eerste en tweede lid.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.3 — Melding en wijziging van de vergunning
Artikel 35
Als medische of veterinaire categorie van gevallen waarin een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden wordt aangemerkt als een verandering die geen gevolgen heeft voor een met betrekking tot die introductie uitgevoerde milieurisicobeoordeling, als bedoeld in artikel 3.15, onder a, van het Besluit, worden aangewezen:
a. iedere verandering in de introductie met betrekking tot de toepassing van naakt DNA waarbij de vergunning is gebaseerd op een door de Minister opgestelde milieurisicobeoordeling voor naakt DNA, tenzij deze verandering:
1°. een toevoeging van een locatie betreft;
2°. indien het een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren in de studie betreft, leidt tot een overschrijding van het maximaal vergunde aantal proefpersonen onderscheidenlijk proefdieren;
3°. indien het een verandering van de einddatum van de studie betreft, leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;
4°. indien de verleende vergunning betrekking heeft op gentherapie in de mens, niet beperkt blijft tot gentherapie in de mens;
5°. indien de verleende vergunning betrekking heeft op een veterinaire studie, niet binnen het kader blijft van de vergunde diersoort;
6°. een verandering in de toedieningswijze betreft, en deze niet beperkt blijft tot tatoeage of directe injectie in de huid of dwarsgestreepte spieren;
7°. een toevoeging van een virale sequentie betreft, waaronder niet wordt begrepen een toevoeging van een van de volgende virale regulatoire sequenties, mits de daarbij aangegeven restricties in acht worden genomen:
i. een CMV-promoter, toegepast bij mensen met uitsluiting van immuungecompromitteerde proefpersonen en pasgeborenen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;
ii. een RSV-promoter, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van kippen;
iii. een SV40 polyadenyleringssignaal, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;
iv. een SV40 nucleaire ‘targeting’ sequentie, toegepast bij mensen of toegepast bij dieren met uitsluiting van niet-humane primaten;
8°. een toevoeging van antibioticum-resistentie genen betreft, tenzij deze resistentie bieden tegen uitsluitend kanamycine of neomycine;
b. de volgende veranderingen in de introductie met betrekking tot de toepassing van naakt DNA, waarbij de vergunning is gebaseerd op een andere dan de onder a bedoelde milieurisicobeoordeling:
1°. een verandering van de verwijzing naar een of meer kennisgevingen dan wel vergunningen voor ingeperkt gebruik;
2°. een verandering van de samenstelling van het DNA-preparaat met uitzondering van een toevoeging van nucleïnezuren, virussen of micro-organismen, waaronder niet wordt begrepen de veranderingen aan de naakt DNA sequentie beschreven onder 6° tot en met 9°;
3°. een verandering in de productie van het DNA-preparaat, voor zover dit als eindproduct niet wordt verworpen op grond van de toepasselijke verwerpingscriteria;
4°. een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren voor zover dit niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen of proefdieren;
5°. een verandering in de begindatum van een studie die in het kader van de betrokken introductie wordt uitgevoerd of in de einddatum van een zodanige studie, voor zover dit niet leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;
6°. een vervanging van de bestaande promoter door een niet-virale of niet-bacteriële promoter;
7°. een verwijdering uit het DNA van sequenties, coderend voor antibioticum resistentie;
8°. een vervanging van de bestaande ‘origin of replication’ (ori) door een ori van de plasmiden pBR322, pUC (ColE1 ori), of p15A (pACYC-serie plasmiden);
9°. een vervanging van het bestaande antibioticum-resistentie gen door een gen dat in prokaryoten resistentie biedt tegen uitsluitend kanamycine of neomycine;
c. de volgende veranderingen in de introductie met betrekking tot andere toepassingen dan de toepassingen in de onderdelen a en b:
1°. een verandering van de verwijzing naar een of meer kennisgevingen dan wel vergunningen voor ingeperkt gebruik;
2°. een verandering van de samenstelling van het preparaat van het genetisch gemodificeerde organisme, met uitzondering van een toevoeging van nucleïnezuren, virussen of micro-organismen;
3°. een uitbreiding van het aantal proefpersonen of proefdieren voor zover dit niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen of proefdieren;
4°. een verandering in de begindatum van een studie die in het kader van de betrokken introductie wordt uitgevoerd of in de einddatum van een zodanige studie, voor zover dit niet leidt tot overschrijding van de vergunde einddatum;
5°. een verandering in de productielocatie van het genetisch gemodificeerde organisme, dan wel de producent van het genetisch gemodificeerde organisme, voor zover het productieproces daarbij ongewijzigd blijft en de productie geen onderdeel uitmaakt van de vergunning;
6°. een verandering van de fase van klinisch onderzoek van het genetisch gemodificeerde organisme, voor zover het maximum aantal proefpersonen dat is aangevraagd in de vergunning niet wordt overschreden;
7°. een verandering van de doelpopulatie in de mens in klinisch onderzoek waaraan het genetisch gemodificeerde organisme wordt toegediend, mits de wijze van toediening, maximale dosis, wijze van afname van monsters en verwerking van die monsters ongewijzigd blijft, de verandering niet leidt tot een overschrijding van het maximum van het vergunde aantal proefpersonen en toepassing in de beoogde doelpopulatie in de mens niet van invloed is op de milieurisicobeoordeling;
8°. uitvoeren van de werkzaamheden in een andere ruimte dan in de aanvraag aangeven voor zover deze ruimte zich binnen de opgegeven locatie bevindt en deze ruimte aan dezelfde voorwaarden voldoet als in de vergunning beschreven;
9°. een aanpassing in de dosis van het genetisch gemodificeerde organisme voor zover de maximale dosis zoals voorgeschreven in de vergunning niet wordt overschreden;
10°. een vermindering van het aantal toedieningen van het genetisch gemodificeerde organisme;
11°. een verlenging van de periode die wordt gehanteerd tussen opeenvolgende toedieningen van het genetisch gemodificeerde organisme, voor die toepassingen waarbij het genetisch gemodificeerde organisme meermaals wordt toegediend, en waarbij de maximale dosis zoals voorgeschreven in de vergunning niet wordt overschreden;
12°. toepassing van een ander desinfectiemiddel of ontsmettingsmiddel, voor zover het toe te passen middel een effectieve en gevalideerde methode betreft om het genetisch gemodificeerde organisme te desinfecteren;
13°. aanpassingen in de manier van opslag, periode van opslag, de duur van preparatie of de duur van de toediening van het genetisch gemodificeerde organisme voor zover deze voldoen aan dezelfde risicobeheersmaatregelen als beschreven in de vergunning.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.1 — Algemene bepalingen inzake doelbewuste introductie voor overige doeleinden › § 3.1.3 — Melding en wijziging van de vergunning
Artikel 36
Als over te leggen gegevens, als bedoeld in artikel 3.16, derde lid, van het Besluit, bij een melding van een voorgenomen verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden, worden aangewezen:
a. de van toepassing zijnde aangewezen categorie van gevallen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 35;
b. het nummer van de vergunning waarop de melding plaatsvindt en de naam van de vergunninghouder;
c. een omschrijving van de verandering, voorzien van een onderbouwing dat de verandering onder de van toepassing zijnde categorie valt.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 37
De aanvrager om een vergunning overeenkomstig de gedifferentieerde procedure voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde planten in het milieu van beschikking 94/730/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, van toepassing op grond van artikel 3.23, eerste lid, van het Besluit, legt de volgende gegevens over:
a. een duidelijk omschreven werkprogramma voor de introducties in het milieu van genetisch gemodificeerde planten die verkregen zijn met één duidelijk omschreven uitgangsplantensoort en een duidelijk omschreven reeks ingebouwde of geëlimineerde sequenties, dat een aantal jaren beslaat in een van te voren duidelijk omschreven periode en waarvoor op verschillende plaatsen introducties worden uitgevoerd;
b. een technisch dossier met informatie overeenkomstig bijlage IIIB bij richtlijn 2001/18 en de daarbij behorende Europese beschikkingen, die nodig is om een milieurisicobeoordeling uit te voeren, daaronder in ieder geval begrepen:
1°. informatie over algemene zaken, en informatie over personeel en opleiding;
2°. informatie over het genetisch gemodificeerde organisme;
3°. informatie over de omstandigheden van de introductie en het potentiële milieu waarin genetisch gemodificeerde organismen doelbewust wordt geïntroduceerd;
4°. informatie over de interactie tussen het genetisch gemodificeerde organisme en het milieu;
5°. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIB, onderdeel G, bij richtlijn 2001/18;
6°. informatie over plannen voor monitoring, herstelmethoden, afvalbehandeling en noodmaatregelen, en
7°. een samenvatting van het dossier als bedoeld in artikel 11 van richtlijn 2001/18 gebruikmakende van het model dat op basis van die richtlijn is vastgesteld,
met dien verstande dat de volgende gegevens betreffende de introducties niet in de aanvraag behoeven te worden aangegeven of te worden beschreven voor zover deze niet noodzakelijk zijn voor de gedetailleerde milieurisicobeoordeling als bedoeld onder c:
i. de verschillende plaatsen waar introductie plaatsvindt, de beschrijving en de oppervlakte daarvan;
ii. het aantal planten dat wordt geïntroduceerd;
iii. de verschillende intraspecifieke kruisingen die verder tot stand worden gebracht tussen de genetisch gemodificeerde planten onderling of met hun nageslacht;
iv. de verschillende intraspecifieke kruisingen tussen de genetisch gemodificeerde planten met plantenlijnen van de uitgangsplantensoort waarvoor de aanvraag werd ingediend alsmede met het nageslacht van deze kruisingen;
v. de voorwaarden waaronder de introductie plaatsvindt;
c. een gedetailleerde milieurisicobeoordeling voor in ieder geval de eerste introductie die in het kader van het werkprogramma wordt verricht, met een of meerdere globale milieurisicobeoordelingen voor de overige introducties die niet door de gedetailleerde milieurisicobeoordeling worden gedekt, voorzien van alle bibliografische verwijzingen en indicaties over de gebruikte methoden.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 38
1 Een melding van een verandering in de doelbewuste introductie voor overige doeleinden waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig de gedifferentieerde procedure voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde planten in het milieu vastgesteld bij beschikking 94/730/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, als bedoeld in artikel 3.23, zesde lid, van het Besluit, bevat de volgende gegevens:
a. de naam van de vergunninghouder;
b. het nummer van de vergunning.
2 Indien de onderstaande gegevens niet eerder zijn overgelegd of indien deze gegevens een wijziging inhouden in vergelijking met eerdere, al dan niet bij een melding overgelegde gegevens, bevat de melding tevens de volgende gegevens:
a. de voorwaarden waaronder de introductie plaatsvindt;
b. de verschillende plaatsen waar introductie plaatsvindt, waaronder in ieder geval wordt begrepen de beschrijving en de oppervlakte daarvan, en het aantal planten dat wordt geïntroduceerd;
c. de verschillende intraspecifieke kruisingen die verder tot stand worden gebracht tussen de genetisch gemodificeerde planten onderling of met hun nageslacht;
d. de verschillende intraspecifieke kruisingen tussen de genetisch gemodificeerde planten met plantenlijnen van de uitgangsplantensoort waarvoor de aanvraag werd ingediend alsmede met het nageslacht van deze kruisingen;
e. een verklaring waarin wordt aangegeven of de oorspronkelijke milieurisicobeoordeling al dan niet zijn geldigheid behoudt.
3 Indien in de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onder e, wordt aangegeven dat de oorspronkelijke milieurisicobeoordeling zijn geldigheid niet behoudt, legt de vergunninghouder tevens de volgende gegevens over:
a. de oorzaken van het niet behouden van de geldigheid van de milieurisicobeoordeling en de daarbij behorende informatie;
b. een nieuwe milieurisicobeoordeling van de eerste, na de verandering te verrichten introducties, waarin ook de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn betrokken, en een globale beoordeling van de risico’s van alle verdere introducties.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 39
1 Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, van het Besluit, met betrekking waartoe op verzoek van de aanvrager de procedure voor het verlenen van een vergunning onder vaste voorschriften wordt toegepast, wordt aangewezen:
genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de volgende sequenties:
a. delen van het korrelgebonden zetmeelsynthase (kgz) gen van aardappel, in sense of antisense oriëntatie;
b. de merker genen nptII en ahas;
c. alle knolspecifieke promotoren van aardappel;
d. de NOS terminator van R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens),
onder de voorwaarde dat is aangetoond dat de vectorbackbone in de aardappelplant afwezig is.
2 De toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit, is voor de in het eerste lid aangewezen categorie van genetisch gemodificeerde organismen beperkt tot veldproeven met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 39a
Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, in samenhang met artikel 3.26a, van het Besluit, worden aangewezen genetisch gemodificeerde virale vectoren afgeleid van Adeno-associated dependoparvovirus A of B zonder schadelijke sequenties.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 39b
Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, in samenhang met artikel 3.26a, van het Besluit, worden aangewezen humane cellen genetisch gemodificeerd met virale vectoren afgeleid van muizen gamma-retrovirussen dan wel humaan immunodeficiëntievirus, waarbij geen risico bestaat op de vorming van replicatiecompetent virus en waarbij residuele infectieuze retrovirale of lentivirale partikels afwezig zijn.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 39c
Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, in samenhang met artikel 3.26a, van het Besluit, worden aangewezen humane cellen genetisch gemodificeerd met virale vectoren afgeleid van humaan immunodeficiëntievirus 1 en gepseudotypeerd met Vesicular stomatitis virus glycoproteïne (VSV-G), waarbij er geen risico bestaat op de vorming van replicatiecompetent virus en waarbij residuele infectieuze SIN lentivirale partikels in het medisch product aanwezig kunnen zijn.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 39d
Als categorie van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3.24, eerste lid, in samenhang met artikel 3.26a, van het Besluit, worden aangewezen humane cellen genetisch gemodificeerd met virale vectoren afgeleid van Adeno-associated dependoparvovirus A of B zonder schadelijke sequenties.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 40
Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit, die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39, eerste lid, worden aangewezen:
a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;
b. de titel van de aanvraag;
c. het doel van de aanvraag;
d. de geschatte tijdsduur van de werkzaamheden;
e. het DNA-construct dat gebruikt wordt voor de genetische modificatie;
f. gegevens die de afwezigheid van de vector backbone onderbouwen;
g. gegevens over de te gebruiken locaties;
h. maatregelen voor inperking en risicomanagement;
i. een monitoringplan overeenkomstig bijlage IIIB, onderdeel G, bij richtlijn 2001/18.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 40a
Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39a, worden aangewezen:
a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;
b. gegevens over de plaats(en) van uitvoering;
c. de titel van de aanvraag;
d. het doel van de aanvraag;
e. een beschrijving van het productiesysteem van de in artikel 39a bedoelde virale vectoren;
f. een beschrijving van de in artikel 39a bedoelde virale vectoren en de daarin aangebrachte modificaties;
g. gegevens betreffende de moleculaire karakterisering van de in artikel 39a bedoelde virale vectoren;
h. gegevens betreffende de mogelijkheid tot vorming van replicatiecompetent Adeno-associated dependoparvovirus;
i. gegevens over de afwezigheid van infectieus helpervirus;
j. een ingevuld deel B Summary Notification Information Format.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 40b
Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39b, worden aangewezen:
a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;
b. gegevens over de plaats(en) van uitvoering;
c. de titel van de aanvraag;
d. het doel van de aanvraag;
e. een beschrijving van het productiesysteem van de in artikel 39b aangewezen retrovirale vectoren dan wel lentivirale vectoren;
f. een beschrijving van de in artikel 39b aangewezen retrovirale dan wel lentivirale vectoren en de daarin aangebrachte modificaties;
g. gegevens betreffende de moleculaire karakterisering van de in artikel 39b aangewezen retrovirale dan wel lentivirale vectoren;
h. gegevens betreffende het celproduct dat aan de proefpersoon wordt toegediend;
i. gegevens over de afwezigheid van replicatiecompetent retrovirus dan wel replicatiecompetent lentivirus;
j. gegevens over de afwezigheid van residuele infectieuze retrovirale dan wel lentivirale partikels in het celproduct dat aan de proefpersoon wordt toegediend;
k. een ingevuld deel B Summary Notification Information Format.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 40c
Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften, als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39c worden aangewezen:
a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;
b. gegevens over de plaats(en) van uitvoering;
c. de titel van de aanvraag;
d. het doel van de aanvraag;
e. een beschrijving van het productiesysteem van de in artikel 39c aangewezen lentivirale vectoren;
f. een beschrijving van de in artikel 39c aangewezen lentivirale vectoren en de daarin aangebrachte modificaties;
g. gegevens betreffende de moleculaire karakterisering van de in artikel 39c aangewezen lentivirale vectoren;
h. gegevens betreffende het medisch product, bedoeld in artikel 39c, dat aan de proefpersonen wordt toegediend;
i. gegevens over de afwezigheid van replicatiecompetent lentivirus;
j. gegevens over de hoeveelheid residuele infectieuze partikels in het medisch product, bedoeld in artikel 39c, dat aan de proefpersoon wordt toegediend;
k. een ingevuld deel B Summary Notification Information Format.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 40d
Als over te leggen gegevens bij een aanvraag om een vergunning onder vaste voorschriften als bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit die betrekking heeft op de categorie van genetisch gemodificeerde organismen, aangewezen in artikel 39d, worden aangewezen:
a. gegevens betreffende de aanvrager, waaronder de naam en het adres van de rechtspersoon;
b. gegevens over de plaats(en) van uitvoering;
c. de titel van de aanvraag;
d. het doel van de aanvraag;
e. een beschrijving van het productiesysteem van de in artikel 39d bedoelde virale vectoren;
f. een beschrijving van de in artikel 39d bedoelde virale vectoren en de daarin aangebrachte modificaties;
g. gegevens betreffende de moleculaire karakterisering van de in artikel 39d bedoelde virale vectoren;
h. gegevens betreffende het medisch product, bedoeld in artikel 39d, dat aan de proefpersoon wordt toegediend;
i. gegevens betreffende de mogelijkheid tot vorming van replicatiecompetent Adeno-associated dependoparvovirus;
j. gegevens over de afwezigheid van infectieus helpervirus;
k. een ingevuld deel B Summary Notification Information Format.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 41
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39, eerste lid, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26 van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel A.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 41a
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39a, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26a van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel B.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 41b
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39b, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26a van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel C.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 41c
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39c, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26a van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel D.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.2 — Bijzondere procedures voor een vergunning op verzoek
Artikel 41d
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen aangewezen in artikel 39d, waarvoor met toepassing van de procedure, aangegeven in de artikelen 3.25 en 3.26a van het Besluit, een vergunning onder vaste voorschriften is verleend, worden, onverminderd het elders in deze regeling bepaalde en het bepaalde in de vergunning, uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage 10, deel E.
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.3 — Overige bepalingen
Artikel 42
Vervallen
Hoofdstuk 3 — Doelbewuste introductie voor overige doeleinden › Afdeling 3.3 — Overige bepalingen
Artikel 43
1 De vergunninghouder zendt jaarlijks uiterlijk op 1 januari voor werkzaamheden met planten en uiterlijk op 1 maart voor overige werkzaamheden aan de Minister aangetekend een verslag over de resultaten van de doelbewuste introductie voor overige doeleinden in het voorafgaande kalenderjaar.
2 Vervallen.
3 Het verslag bevat in elk geval de volgende informatie:
a. informatie over algemene zaken, waaronder nummer van de vergunning en jaar van verslaglegging;
b. een beschrijving van de geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen;
c. informatie over de omstandigheden van de introductie, het aantal geïntroduceerde genetisch gemodificeerde organismen en de omvang van de introductie;
d. informatie over de methode of methoden en de resultaten van de introductie in het voorafgaande kalenderjaar en de risicobeheersmaatregelen;
e. informatie over de resultaten van monitoring, herstelmethoden, afvalbehandeling en eventueel genomen noodmaatregelen.
Hoofdstuk 4 — Doelbewuste introductie door het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen alsmede bepalingen omtrent het gebruik van toegelaten producten
Artikel 44
1 Degene die een toegelaten product teelt of gaat telen in Nederland, doet daarvan melding aan de Minister. De melding wordt gedaan door inzending van een formulier zoals aangegeven op de website ‘www.mijn.rvo.nl’, dat wordt ingediend bij de Dienst Regelingen.
2 De melding wordt gedaan binnen dezelfde periode als die van de landbouwtelling als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet.
3 De Minister maakt de gemelde locaties elektronisch bekend op de website, genoemd in het eerste lid.
4 Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de gemelde gegevens.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.1 — Bepalingen ter uitvoering van het Besluit omgevingsrecht
Artikel 45
Vervallen
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.2 — Bepalingen in verband met Europese verordeningen
Artikel 46
Indien de uitvoerder, bedoeld in verordening 1946/2003, een administratie bijhoudt als bedoeld in artikel 10, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, maakt het dossier, bedoeld in artikel 6 van verordening 1946/2003, onderdeel van die administratie uit.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.3 — Overgangsbepalingen
Artikel 47
1 Na de inwerkingtreding van deze regeling berust de toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, op artikel 11, eerste lid, van deze regeling.
2 Na de inwerkingtreding van deze regeling berust de toelating van een milieuveiligheidsfunctionaris, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, op artikel 30, eerste lid, van deze regeling.
3 De Regeling genetisch gemodificeerde organismen zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft van toepassing op een besluit op een verzoek om toelating, gedaan aan de Minister op grond van artikel 4, eerste lid, of artikel 11, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, totdat dat besluit onherroepelijk is geworden.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.3 — Overgangsbepalingen
Artikel 48
Elke biologischeveiligheidsfunctionaris die als zodanig is toegelaten op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, is mede toegelaten voor de categorie van fysische inperking AP-I.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.3 — Overgangsbepalingen
Artikel 49
1 Het tweede, derde en vierde lid zijn van toepassing op de volgende besluiten:
a. de beschikkingen genoemd in artikel 6.8 van het Besluit;
b. een omgevingsvergunning voor een inrichting die voor 1 maart 2015 is verleend;
c. een toelating van een biologischeveiligheidsfunctionaris krachtens artikel 4, eerste lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen.
2 Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar een bijlage die is vermeld in de linkerkolom van tabel 1 van bijlage 12, wordt deze verwijzing gelezen als een verwijzing naar de daarmee corresponderende bijlage, of het genoemde onderdeel daarvan, in de rechterkolom van die tabel.
3 Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar een categorie van fysische inperking die is vermeld in de linkerkolom van tabel 2 van bijlage 12, wordt deze verwijzing gelezen als een verwijzing naar de daarmee corresponderende categorie van fysische inperking in de rechterkolom van die tabel.
4 Indien aan een besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat, al dan niet via een ander document, een verwijzing bevat naar ‘bijlage 2.1.2 van de Regeling’, wordt deze verwijzing, in afwijking van het tweede en derde lid, gelezen als een verwijzing naar ‘bijlage 2.1.2 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen zoals deze gold onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013’.
5 Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het tweede, derde en vierde lid, met ingang van of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in het besluit een andere bijlage onderscheidenlijk een andere categorie van fysische inperking aangeven.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.3 — Overgangsbepalingen
Artikel 50
1 In aanvulling op artikel 49, tweede en derde lid en bijlage 12, wordt op ingeperkt gebruik:
a. dat betrekking heeft op de productie van en infectie met genetisch gemodificeerde retrovirale partikels die zijn afgeleid van muizenretrovirussen in animale cellen, of op de transfectie van retrovirale transfervectoren die zijn afgeleid van muizenretrovirussen in animale cellen, en
b. waarop categorie van fysische inperking ML-I wordt toegepast,
in plaats daarvan categorie van fysische inperking ML-II toegepast.
2 Artikel 49, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.3 — Overgangsbepalingen
Artikel 51
1 Indien aan een beschikking als bedoeld in artikel 6.8 van het Besluit op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling een voorschrift is verbonden dat betrekking heeft op handelingen buiten inperking, wordt voor de toepassing van die beschikking de locatie van deze handelingen voortaan aangemerkt als apparatuurruimte.
2 Naast de in de betrokken beschikking opgenomen voorschriften en aanvullende voorschriften, verbonden aan de handelingen in de apparatuurruimte, bedoeld in het eerste lid, zijn mede van toepassing de voorschriften die zijn verbonden aan de categorie van fysische inperking AP-I, voor zover deze niet in strijd zijn met de in de betrokken beschikking opgenomen voorschriften en aanvullende voorschriften.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.4 — Wijziging van andere regelingen
Artikel 52
Wijzigt de Regeling omgevingsrecht.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.5 — Slotbepalingen
Artikel 53
De Regeling genetisch gemodificeerde organismen wordt ingetrokken.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.5 — Slotbepalingen
Artikel 54
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 in werking treedt.
Hoofdstuk 5 — Overige bepalingen › Afdeling 5.5 — Slotbepalingen
Artikel 55
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 en artikel 4 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen
Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen
De overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen binnen een instelling, niet over de openbare weg of aan boord van een schip wordt niet geregeld door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Regels daaromtrent worden gesteld onder 1.1. Dit onderdeel berust op artikel 3 van deze Regeling.
Het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen wordt in principe geregeld door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en, wat toegelaten producten betreft, door de aan de toelating verbonden voorwaarden. Er blijven echter situaties over waarvoor de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de toelatingsvoorschriften geen of geen toepasbare voorschriften geven. Regels voor die situaties worden gesteld onder 1.2. Dit onderdeel berust op artikel 4 van deze Regeling.
Voor een algemene toelichting op het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen wordt verwezen naar § 11.2 van de Nota van toelichting bij het Besluit ggo. Op overbrenging en vervoer wordt voorts ingegaan in hoofdstuk 6 van de toelichting bij deze Regeling.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 en artikel 4 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen › 1.1 — Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3
1.1 — Overbrenging van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 3
Het overbrengen van genetisch gemodificeerde organismen binnen een instelling of aan boord van een schip, als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, geschiedt onder de volgende voorschriften:
a. genetisch gemodificeerde micro-organismen worden overgebracht in gesloten, breukvaste, lekdichte eenheden, die voor het overbrengen uitwendig worden ontsmet;
b. genetisch gemodificeerde planten en plantendelen worden overgebracht in eenheden die zodanig zijn afgesloten, dat verspreiding van reproductieve plantendelen wordt voorkomen;
c. grote genetisch gemodificeerde dieren worden tijdens het overbrengen zodanig begeleid dat zij niet kunnen ontsnappen;
d. kleine genetisch gemodificeerde dieren worden overgebracht in gesloten, breukvaste bakken of kooien;
e. planten of dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden overgebracht in een gesloten, breukvaste, lekdichte eenheid, waarbij de eenheid voor het overbrengen uitwendig wordt ontsmet en waarbij de eenheid voor het betreffende micro-organisme afdoende inperking biedt;
f. afval dat genetisch gemodificeerde micro-organismen bevat of kan bevatten wordt overgebracht in gesloten, breukvaste, lekdichte eenheden, waarbij de eenheid voor het overbrengen uitwendig wordt ontsmet;
g. afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten anders dan genetisch gemodificeerde micro-organismen wordt overgebracht in gesloten, breukvaste, lekdichte eenheden.
Bijlage 1 — behorende bij artikel 3 en artikel 4 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Overbrenging en vervoer van genetisch gemodificeerde organismen › 1.2 — Vervoer van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 4
1.2 — Vervoer van genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 4
Het vervoeren van genetisch gemodificeerde organismen buiten een instelling, of binnen een instelling, maar over de openbare weg, als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, geschiedt onder de volgende voorschriften:
a. genetisch gemodificeerde pollen worden vervoerd in gesloten, breukvaste, pollendichte eenheden;
b. genetisch gemodificeerde zaden worden vervoerd in gesloten breukvaste, zaaddichte eenheden;
c. knollen en andere overlevingsstructuren van genetisch gemodificeerde planten, uitgezonderd zaden en pollen, worden vervoerd in gesloten, breukvaste eenheden, waarbij ventilatieopeningen zodanig zijn geconstrueerd of afgeschermd dat daaruit geen overlevingsstructuren kunnen vrijkomen;
d. niet-bloeiende genetisch gemodificeerde planten of delen daarvan worden vervoerd in gesloten, breukvaste eenheden, waarbij ventilatieopeningen zodanig zijn geconstrueerd of afgeschermd dat daaruit geen plantenmateriaal kan vrijkomen;
e. bloeiende genetisch gemodificeerde planten of delen daarvan, met pollen of zaden worden vervoerd in gesloten, breukvaste eenheden, waarbij ventilatieopeningen zodanig zijn geconstrueerd of afgeschermd, dat daaruit geen pollen of zaden kunnen vrijkomen;
f. genetisch gemodificeerde dieren worden zodanig vervoerd dat de dieren niet buiten de vervoerseenheid kunnen geraken anders dan door ingrijpen van de mens of door een calamiteit;
g. planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden vervoerd in een gesloten, breukvaste, lekdichte vervoerseenheid die direct na het sluiten uitwendig wordt ontsmet en waarbij ventilatieopeningen zijn voorzien van een voor het betreffende micro-organisme afdoend filter;
h. dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden vervoerd in een gesloten, breukvaste, lekdichte vervoerseenheid die direct na het sluiten uitwendig wordt ontsmet, en waarbij ventilatieopeningen zijn voorzien van een voor het betreffende micro-organisme afdoend filter;
i. voor het vervoer conform a tot en met h geldt dat op de verpakking of in de begeleidende papieren is aangegeven dat het vervoer betreft van genetisch gemodificeerde organismen.
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Combinaties van lijsten als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit
Combinaties van lijsten als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit
Op grond van artikel 2.10, eerst lid, van het Besluit kan de Minister combinaties van lijsten vaststellen voor de vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen van inperkingsniveau I in een of meer daarbij aangegeven categorieën van fysische inperking. De vaststelling van de combinatie van lijsten is geschied in artikel 21 van deze regeling. In dat artikel wordt voor de vastgestelde combinaties van lijsten verwezen naar de combinaties van lijsten opgenomen in deze bijlage.
De vaststelling van een combinatie van lijsten omvat daarbij op grond van artikel 2.10 van het Besluit:
– een lijst met gastheerorganismen;
– een lijst met vectoren;
– een lijst met inserties die een sequentie bevat die het in te brengen genetisch materiaal niet mag bevatten;
– een daarbij aangegeven categorie van fysische inperking.
De risicobeoordeling van daarbij aangegeven samenstellingen van onderdelen uit de lijsten leidt tot inschaling op inperkingsniveau I. Deze inschaling is alleen van toepassing op ingeperkt gebruik onder laboratoriumcondities.
De gebruiker behoeft geen risicobeoordeling uit te voeren, indien hij voornemens is onder laboratoriumcondities een genetisch gemodificeerd organisme te vervaardigen dat is samengesteld uit gastheerorganismen en een of meer vectoren die zijn opgenomen in een combinatie van lijsten en waarvan de insertie of inserties niet is of zijn vermeld op de lijst die behoort tot dezelfde combinatie van lijsten.
Combinatie A:
Activiteiten met een genetisch gemodificeerd organisme:
a. dat is samengesteld uit een gastheerorganisme en een of meer vectoren, die zijn opgenomen op respectievelijk lijst A1 en lijst A2, en
b. waarvan de insertie of inserties, voor zover deze niet behoort of behoren tot een vector, niet is of zijn vermeld op lijst A3,
worden uitgevoerd op: ML-I.
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 1)
Op deze lijst A1 zijn gastheersoorten opgenomen die zijn gesorteerd op hun bijbehorende geslachtsnaam. Voor de werking van deze lijst betekent dit, dat alleen de soorten die zijn opgenomen op deze lijst, als apathogene gastheer in de context van bijlage 5 van deze regeling mogen worden gehanteerd.
Een soort die behoort tot een geslacht dat op deze lijst staat vermeld, maar waarbij deze soort zelf niet op de lijst is opgenomen, mag niet onder het regime van deze lijst worden gehanteerd.
Acetivibrio
cellulolyticus
multivorans
Acetoanaerobium
noterae
Acetobacter
aceti subsp. aceti
aceti subsp. orleanensis
diazotrophicus
europaeus
hansenii
indonesiensis
liquefaciens
pasteurianus subsp. ascendens
pasteurianus subsp. estunensis
pasteurianus subsp. lovaniensis
pasteurianus subsp. paradoxus
pasteurianus subsp. pasteurianus
peroxydans
persici
xylinum
Acetobacterium
carbinolicum
malicum
wieringae
woodii
Acetofilamentum
rigidum
Acetohalobium
arabaticum
Acetomicrobium
faecalis
flavidum
Acetonema
longum
Acetothermus
paucivorans
Acholeplasma
brassicae
cavigenitalium
equifetale
multilocale
palmae
parvum
Achromatium
oxaliferum
Acidaminobacter
hydrogenoformans
Acidianus
brierleyi
infernus
Acidicapsa
ligni
Acidiphilium
acidophilum
angustum
cryptum
facilis
multivorum
organovorum
rubrum
Acidithiobacillus
albertensis
ferrooxidans
Acidobacterium
capsulatum
Acidomonas
methanolica
Acidothermus
cellolyticus
Acidovorax
facilis
Acinetobacter
calcoaceticus BD413
calcoaceticus BD413 IV-110
radioresistens
Actinobispora
yunnansensis
Actinocorrallia
herbida
Actinokineospora
riparia
Actinomadura
atramentaria
aurantiaca
carminata
citrea
coerulea
cremea subsp. cremea
cremea subsp. rifamycini
echinospora
fibrosa
fulvescens
hibisca
kyaniata
libanotica
livida
luteofluorescens
macra
oligospora
rubrobrunea
rugatobispora
spadix
umbrina
verrucosospora
vinacea
viridis
yumaensis
Actinomyces
denticolens
georgiae
howellii
humiferus
slackii
Actinoplanes
auranticolor
brasiliensis
caeruleus
campanulatus
consettensis
cyaneus
deccanensis
derwentensis
digitatis
durhamensis
ferrugineus
globisporus
humidus
italicus
lobatus
minutisporangius
missouriensis
palleronii
philippinensis
rectilineatus
regularis
utahensis
Actinopolyspora
halophila
iraqiensis
mortivallis
Actinosynnema
mirum
pretiosum subsp. auranticum
pretiosum subsp. pretiosum
Aeromicrobium
erythreum
fastidiosum
Aeromonas
media
Agaricus
bisporus
Agitococcus
lubricus
Agrobacterium
atlanticum
ferrugineum
gelatinovorum
meteori
radiobacter (zie R. radiobacter)
stellutatum
tumefaciens ('disarmed' stammen) (zie R. radiobacter)
Agrocybe
aegerita
Agromonas
oligotrophica
Agromyces
cerinus subsp. cerinus
cerinus subsp. nitratus
fucosus subsp. fucosus
fucosus subsp. hippuratus
ramosus
Akkermansia
muciniphila
Alcaligenes
eutrophus
latus
paradoxus
ruhlandii
Alcanivorax
borkumensis
Alicyclobacillus
acidocaldarius
acidoterrestris
cycloheptanicus
Alteromonas
atlantica
aurantia
carrageenovora
citrea
denitrificans
espejiana
luteoviolacea
nigrifaciens
rubra
tetraodonis
undina
Alysiella
filiformis
Aminobacter
aganoensis
aminovorans
niigataensis
Amoebobacter
pedioformis
pendens
purpureus
roseus
Amphibacillus
xylanus
Amycolatopsis
alba
azurea
coloradensis
fastidiosa
mediterranei
methanolica
orientalis subsp. lurida
rugosa
sulphurea
Anabaena
azollae
sp. stam PCC 7120
variabilis stam ATCC 29413
Anacystis
nidulans
Anaeroplasma
abactoclasticum
bactoclasticum
intermedium
varium
Anaerovibrio
burkinabensis
lipolytica
Ancalochloris
perfilievii
Ancalomicrobium
adetum
Ancylobacter
aquaticus
Angiococcus
disciformis
Angulomicrobium
tetraedrale
Anoxybacillus
tepidamans
Aquabacter
spiritensis
Aquaspirillum
anulus
aquaticum
arcticum
autotrophicum
delicatum
dispar
metamorphum
peregrinum subsp. integrum
peregrinum subsp. peregrinum
polymorphum
psychrophilum
putridiconchylium
serpens
sinuosum
Aquifex
pyrophilus
Archaeoglobus
fulgidus
profundus
Archangium
gephyra
Arcobacter
nitrofigilis
Arhodomonas
aquaeolei
Arthrobacter
atrocyaneus
aurescens
citreus
chlorophenolicus
crystallopoietes
duodecadis
globiformis
histidinolovorans
mysorens
nicotianae
nicotinovorans
oxydans
pascens
polychromogenes
protophormiae
ramosus
siderocapsulatus
sulfureus
uratoxydans
ureafaciens
viscosus
Asaia
sp. SF2.1
Aspergillus
chevalieri
luchuensis
nidulans
niger
parvulus
sojae
vadensis
oryzae
Asteroleplasma
anaerobium
Asticcacaulis
biprosthecum
excentricus
Aurantiochytrium
limacinum
Aureobacterium
arabinogalactanolyticum
barkeri
esteraromaticum
flavescens
keratanolyticum
liquefaciens
luteolum
saperdae
schleiferii
terrae
terregens
testaceum
trichothecenolyticum
Aureobasidium
melanogenum
namibiae
pullulans sensu stricto
subglaciale
Azoarcus
communis
indigens
Azomonas
agilis
insignis
macrocytogenes
Azorhizobium
caulinodans
Azorhizophilus
paspali
Azospirillum
amazonense
brasilense
halopraeferens
irakense
lipoferum
Azotobacter
armeniacus
beijerinckii
chroococcum
nigricans subsp. achromogenes
nigricans subsp. nigricans
salinestris
vinelandii
Bacillus
agri
alcalophilus
alginolyticus
amyloliquefaciens
aneurolyticus
azotoformans
badius
benzoevorans
borstelensis
brevis
centrosporus
chondroitinus
choshinensis
circulans
coagulans
cohnii
fastidiosus
firmus
flexus
formosus
fusiformis
globisporus
glucanolyticus
halodenitrificans
insolitus
kaustophilus
laevolacticus
laterosporus
lautus
lentus
licheniformis
marinus
megaterium
methanolicus
migulanus
mojavensis
mycoides
naganoensis
natto
niacini
pallidus
pantothenticus
parabrevis
paralicheniformis
pasteurii
peoriae
psychrophilus
psychrosaccharolyticus
reuszeri
schlegelii
simplex
smithii
stearothermophilus
subtilis
thermoamylovorans
thermocatenulatus
thermocloaceae
thermoglucosidasius
thermoleovorans
thermoruber
thiaminolyticus
thuringiensis 407 Cry-
tusciae
Bacteroides
cellulosolvens
merdae
polypragmatus
xylanolyticus
Bactoderma
alba
rosea
Bdellovibrio
bacteriovorus
starrii
stolpii
Beggiatoa
alba
Beijerinckia
derxia subsp. derxia
derxia subsp. venezuelae
fluminensis
indica subsp. indica
indica subsp. lacticogenes
mobilis
Bifidobacterium
adolescentis
angulatum
animalis
asteroides
bifidum
boum
breve
catenulatum
choerinum
coryneforme
cuniculi
gallicum
gallinarum
indicum
infantis
longum
magnum
merycicum
minimum
pseudocatenulatum
pseudolongum subsp. globosum
pseudolongum subsp. pseudolomgum
pullorum
ruminantium
saeculare
subtile
suis
thermophilum
Bjerkandera
adusta
Blastobacter
aggregatus
capsulatus
denitrificans
henricii
natatorius
Blastococcus
aggregatus
Blattabacterium
cuenoti
Brachybacterium
conglomeratum
faecium
nesterenkovii
rhamnosum
Bradyrhizobium
elkanii
japonicum
Brettanomyces
bruxellensis
Brevibacterium
casei
epidermidis
frigoritolerans
halotolerans
incertum
iodinum
linens
liquefaciens
luteum
oxydans
pusillum
stationis
Brochothrix
campestris
thermosphacta
Brucella
grignonense
Buchnera
aphidicola
Budvicia
aquatica
Burkholderia
caribensis
cocovenenans
graminis
phymatum
phytofirmans
pickettii
tropica
xenovorans
Buttiauxella
agrestis
Butyricicoccus
pullicaecorum
Butyrivibrio
crossotus
fibrisolvens
Byssochlamys
fulva
Caldanaerobacter
subterraneus subsp. pacificus
Calderobacterium
hydrogenophilum
Caldicellulosiruptor
saccharolyticus
Caloramotor
fervidus
Campylobacter
helveticus
Candida
maltosa
utilis
Carbophilus
carboxidus
Carboxydocella
sporoproducens
thermoautotrophica
Carboxydothermus
ferrireducens
hydrogenoformans
Carnobacterium
alterfunditum
divergens
funditum
gallinarum
mobile
Caryophanon
latum
tenue
Catellatospora
citrea subsp. citrea
citrea subsp. methionotrophica
ferruginea
matsumotoense
tsunoense
Catenococcus
thiocycli
Catenuloplanes
japonicus
Caulobacter
bacteroides
crescentus
fusiformis
halobacteroides
henricii
intermedius
leidyia
maris
subvibrioides
variabilis
vibrioides
Cellulomonas
biazotea
cellasea
cellulans
fermentans
fimi
flavigena
gelida
uda
Cellvibrio
mixtus subsp. dextranolyticus
mixtus subsp. mixtus
Cercophora
scortea
Ceriporiopsis
subvermispora
Chelatobacter
heintzii
Chelatococcus
asaccharovorans
Chitinophaga
pinensis
Chlamydomonas
moewusii
reinhardtii
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 2)
Chlorella
ellipsoidea
kessleri
saccharophila
vulgaris
zofingienesis
Chlorobium
chlorovibrioides
limicola
phaeobacteroides
phaeovibrioides
vibrioforme
Chlorociboria
aeruginascens
Chloroflexus
aurantiacus
Chloroherpeton
thalassium
Chloronema
giganteum
Chondromyces
apiculatus
catenulatus
crocatus
lanuginosus
pediculatus
Chromatium
buderi
gracile
minus
minutissimum
okenii
purpuratum
salexigens
tepidum
vinosum
violascens
warmingii
weissei
Chromohalobacter
marismortui
Chryseobacterium
balustinum
indoltheticum
Chrysosporium
lucknowense
Clavibacter
toxicus
Clevelandina
reticulitermitidis
Clostridium
aceticum
acetobutylicum
acidiurici
aerotolerans
aldrichii
aminophilum
aminovalericum
arcticum
aurantibutyricum
autoethanogenum
beijerinckii
butyricum
celatum
celerecrescens
cellobioparum
cellulofermentans
cellulolyticum
cellulosi
cellulovorans
coccoides
collagenovorans
cylindrosporum
disporicum
estertheticum
felsineum
formicoaceticum
halophilum
homopropioicum
hydroxybenzoicum
intestinales
irregularis
josui
kluyveri
lentocellum
leptum
litorale
lituseburense
ljungdahlii
magnum
mangenotii
mayombei
methylpentosum
nexile
oceanicum
orbiscindes
papyrosolvens
paradoxum
pasteurianum
phytofermentans
polysaccharolyticum
populeti
propionicum
proteolyticum
purinolyticum
quercicolum
rectum
roseum
saccharolyticum
sartagoformum
scatologenes
scindens
sporosphaeroides
stercorarium
sticklandii
termitidis
thermoalcaliphilum
thermobutyricum
thermocellum
thermolacticum
thermopalmarium
thermopapyrolyticum
thermosuccinogenes
tyrobutyricum
xylanolyticum
Collimonas
fungivorans
pratensis
Colwellia
hadaliensis
psychroerythrus
Comamonas
acidovorans
testosteroni
Conglomeromonas
largomobilis subsp. largomobilis
largomobilis subsp. parooensis
Coprococcus
catus
eutactus
Coprothermobacter
proteolyticus
Coriobacterium
glomerans
Corynascus
fumimontanus
Corynebacterium
callunae
flavescens
glutamicum
variabilis
vitarumen
Couchioplanes
caeruleus
caeruleus subsp. azureus
caeruleus subsp. caeruleus
Crenothrix
polyspora
Crinalium
epipsammum
Cristispira
pectinis
Cupriavidus
basilensis
necator
Curtobacterium
albidum
citreum
luteum
plantarum
pusillum
Cutaneotrichosporon
curvatus
oleaginosus
Cyclobacterium
marinus
Cycloclasticus
pugetti
Cystobacter
ferrugineus
fuscus
minus
Cytophaga
agarovorans
aprica
arvensicola
aurantiaca
diffluens
fermentans
flevensis
hutchinsonii
latercula
lytica
marinoflava
pectinovora
saccharophila
salmonicolor
succinicans
uliginosa
xylanolytica
Dactylosporangium
aurantiacum
fulvum
matsuzakiense
roseum
thailandense
vinaceum
Debaryomyces
hansenii
Deinobacter
grandis
Deinococcus
erythromyxa
proteolyticus
radiodurans
radiophilus
radiopugnans
Deleya
cupida
halophila
marina
pacifica
salina
venusta
Dendryphion
nanum
Derxia
gummosa
Desulfacinum
infernum
Desulfitobacterium
hafniense
Desulfobacter
curvatus
hydrogenophilus
latus
postgatei
Desulfobacterium
anilini
autotrophicum
catecholicum
indolicum
macestii
phenolicum
Desulfobulbus
elongatus
propionicus
Desulfococcus
biaculus
multivorans
Desulfohalobium
retbaense
Desulfomicrobium
apsheronum
baculatus
Desulfomonas
pigra
Desulfomonile
tiedjei
Desulfonema
limicola
magnum
Desulfosarcina
variabilis
Desulfotomaculum
acetoxydans
antarcticum
australicum
geothermicum
guttoideum
kuznetsovii
nigrificans
orientis
ruminis
sapomandens
Desulfovibrio
africanus
baarsii
desulfuricans subsp. aestuarii
desulfuricans subsp. desulfuricans
fructosovorans
furfuralis
giganteus
gigas
halophilus
longus
salexigens
sapovorans
simplex
sulfodismutans
termitidis
vulgaris subsp. oxamicus
vulgaris subsp. vulgaris
Desulfurococcus
mobilis
mucosus
Desulfurolobus
ambivalens
Desulfuromonas
acetoxidans
Desulfuromusa
baki
kysingii
succinoxidans
Dichomitus
squalens
Dichotomicrobium
thermohalophilum
Dictyoglomus
thermophilum
Dictyostelium
spp.
Dietzia
maris
Dinoroseobacter
shibae
Diplocalyx
calotermitidis
Dunaliella
bardawil
salina
tertiolecta
Dyella
koreensis
Ectothiorhodospira
abdelmalekii
halochloris
halophila
marismortui
mobilis
shaposhnikovii
vacuolata
Enhydrobacter
aerosaccus
Ensifer
adhaerens
Enterococcus
cecorum
columbae
gilvus
malodoratus
mundtii
sulfureus
Erwinia
carnegieana
Erythrobacter
litoralis
longus
Erythromicrobium
ramosum
Escherichia
blattae
coli B
coli C
coli K12
coli W
Eubacterium
acidaminophilum
angustum
barkeri
biforme
budayi
callanderi
cellulosolvens
coprostanoligenes
cylindroides
desmolans
dolichum
eligens
fissicatena
formicigenerans
hadrum
hallii
oxidoreducens
plautii
plexicaudatum
ramulus
rectale
ruminantium
siraeum
uniforme
xylanophilum
Excellospora
viridilutea
Exiguobacterium
acetylicum
aurantiacum
Faecalibacterium
prausnitzii
Fervidobacterium
islandicum
nodosum
Fibriobacter
intestinalis
succinogenes subsp. elongata
succinogenes subsp. succinogens
Filibacter
limicola
Filifactor
villosus
Filomicrobium
fusiforme
Flammulina
velutipes
Flavobacterium
acidificum
acidurans
anhuiense
aquatile
devorans
ferrugineum
gondwanense
marinotypicum
oceanosedimentum
okeanokoites
psychrolimnae
resinovorum
salegens
thermophilum
uliginosum
weaverense
Flectobacillus
glomeratus
major
Flexibacter
aggregans
aurantiacus
canadensis
elegans
filiformis
flexilis
litoralis
polymorphus
roseolus
ruber
sancti
tractuosus
Flexithrix
dorotheae
Formivibrio
citrus
Frankia
alni
Frateuria
aurantia
Frondihabitans
australicus
Funneliformis
mosseae
Fusobacterium
simiae
Gallionella
ferruginea
Gemmata
obscuriglobus
Gemmiger
formicilis
Gemmobacter
aquatilis
Geobacillus
thermodenitrificans
Geobacter
bemidjiensis
metallireducens
sulfurreducens
Geodermatophilus
obscurus
Geotoga
petraea
subterranea
waeveri
Glarea
lozoyensis
Gluconobacter
asai
cerinus
frateurii
oxidans subsp. Industrius
oxidans subsp. Melanogenes
oxydans subsp. oxydans
oxydans subsp. Sphaericus
oxydans subsp. Suboxydans
Glycomyces
harbinensis
rutgersensis
tenuis
Gordona
amarae
rubropertinctus
terrae
Granulicella
arctica
aggregans
cerasi
mallensis
paludicola
pectinivorans
rosea
sapmiensis
sp. 5B5
sp. WH15
tundricola
Haliscomenobacter
hydrossis
Haloanaerobium
praevalens
salsugo
Haloarcula
hispanica
japonica
marismortui
vallismortis
Halobacterium
cutirubrum
distributum
halobium
lacusprofundi
saccharovorum
salinarium
sodomense
trapanicum
Halobacteroides
acetoethylicus
halobius
lacunaris
Halocella
cellulolytica
Halococcus
morrhuae
saccharolyticus
salifodinae
turkmenicus
Haloferax
denitrificans
gibbonsii
mediterranei
volcanii
Haloincola
saccharolytica subsp. saccharolytica
saccharolytica subsp. senegalensis
Halomethanococcus
doii
Halomonas
elongata
halmophila
halodurans
meridiana
subglaciescola
Halothermotrix
orenii
Halothiobacillus
neapolitanus
Halovibrio
variabilis
Hansenula
polymorpha
Helicobacter
nemestrinae
pametensis
Heliobacterium
chlorum
Heliothrix
oregonensis
Herbaspirillum
frisingense
seropedicae
Herbidospora
cretacea
Herpetosiphon
aurantiacus
cohaerens
geysericola
nigricans
persicus
Hirschia
baltica
Hodococcus
globerulus globerulus
Hollandina
pterotermitidis
Holophaga
foetida
Holospora
caryophila
elegans
obtusa
undulata
Hydrogenobacter
acidophilus
thermophilus
Hydrogenophaga
flava
palleronii
pseudoflava
taeniospiralis
Hydrogenovibrio
marinus
Hyperthermus
butylicus
Hyphomicrobium
aestuarii
coagulans
facilis subsp. facilis
facilis subsp. tolerans
facilis subsp. ureaphilum
hollandicum
indicum
methylovorum
vulgare
zavarzinii
Hyphomonas
hirschiana
jannaschiana
neptunium
oceanitis
polymorpha
Ideonella
dechloratans
sakaiensis
Ignicoccus
hospitalis
Ilyobacter
delafieldii
polytropus
tartaricus
Intrasporangium
calvum
Iodobacter
fluviatile
Irpex
lacteus
Isochrysis
galbana
Janthinobacterium
lividum
Kazachstania
africana
bulderi
Kibdelosporangium
albatum
aridum subsp. aridum
aridum subsp. largum
philippinense
Kineococcus
aurantiacus
Kinesporia
aurantiaca
Kitasatoa
diplospora
kauaiensis
nagasakiensis
Kitasatospora
viridifaciens
Klebsiella
planticola
terrigena
Kluyveromyces
marxianus var. lactis
marxianus var. marxianus
Komagataeibacter
rhaeticus
Kosakonia
radicincitans
Kurthia
sibirica
Kutzneria
albida
kofuensis
viridogrisea
Labrys
monachus
Lachancea
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 3)
kluyveri
thermotolerans
Lachnospira
multipara
pectinoschiza
Lactobacillus
acetotolerans
acidophilus
agilis
alimentarius
amylophilus
amylovorus
animalis
aviarius subsp. araffinosus
aviarius subsp. aviarius
bavaricus
bifermentans
brevis [var. lindneri]
buchneri
casei
cellobiosus
collinoides
coryniformis subsp. Coryniformis
coryniformis subsp. Torquens
crispatus
curvatus
delbrueckii subsp. Bulgaricus
delbrueckii subsp. Delbrueckii
delbrueckii subsp. Lactis
farciminis
fermentum
fructivorans
fructosus
gallinarum
gasseri
graminis
hamsteri
helveticus
hilgardii
homohiochii
iners
intestinalis
jensenii
johnsonii
kefir
kefiranofaciens
kefirgranum
malefermentans
mali
maltaromicus
murinus
oris
parabuchneri
paracasei subsp. paracasei
paracasei subsp. tolerans
parakefir
pentosus
plantarum
pontis
reuteri
rhamnosus
rogosae
ruminis
sake
salivarius subsp. salicinius
salivarius subsp. salivarius
sanfrancisco
sharpeae
suebicus
vaccinostercus
vitulinus
xylosus
Lactococcus
lactis subsp. cremoris
lactis subsp. hordniae
lactis subsp. lactis
piscium
plantarum
raffinolactis
Lactosphaera
pasteurii
Lamprobacter
modestohalophilus
Lamprocystis
roseopersicina
Lampropedia
hyalina
Legionella
geestiana
londiniensis
nautarum
quateirensis
rubrilucens
shakespearei
spiritensis
worsleiensis
Lentithecium
fluviatile
Leptonema
illini
Leptospira
biflexa
meyeri
parva
wollbachii
Leptothrix
cholodnii
lopholea
ochracea
Leptotrichia
wadei
Leuconostoc
argentinum
carnosum
citreum
fallax
gelidum
lactis
mesenteroides subsp. cremoris
mesenteroides subsp. dextranicum
mesenteroides subsp. mesenteroides
pseudomesenteroides
Leucothrix
mucor
Listeria
grayi
innocua
welshimeri
Listonella
pelagia
Luteibacter
rhizovicina
Luteococcus
japonicus
Lysobacter
antibioticus
brunescens
capsici
enzymogenes subsp. cookii
enzymogenes subsp. enzymogenes
gummosus
Lyticum
flagellatum
sinuosum
Macromonas
bipunctata
mobilis
Magnetospirillum
gryphiswaldense
magnetotacticum
Malonomonas
rubra
Marinobacter
hydrocarbonoclasticus
Marinococcus
albus
halophilus
Marinomonas
communis
vaga
Massariosphaeria
phaeospora
Megamonas
hypermegas
Megasphaera
cerevisiae
Melanocarpus
albomyces
Melittangium
alboraceum
boletus
lichenicola
Meniscus
glaucopis
Mesophilobacter
marinus
Mesoplasma
chauliocola
coleopterae
corruscae
entomophilum
florum
grammopterae
lactucae
photuris
pleciae
seiffertii
syrphidae
tabanidae
Mesorhizobium
plurifarium
Metallosphaera
sedula
Methanobacterium
alcaliphilum
bryantii
defluvii
espanolae
formicicum
ivanovii
palustre
thermoaggregans
thermoalcaliphilum
thermoautotrophicum
thermoflexum
thermoformicicum
thermophilum
uliginosum
wolfei
Methanobrevibacter
arbophilicus
ruminantium
smithii
Methanococcoides
burtonii
methylens
Methanococcus
deltae
igneus
jannaschii
maripaludis
thermolithotrophicus
vannielii
voltae
Methanocorpusculum
aggregans
bavaricum
labreanum
parvum
sinense
Methanoculleus
bourgense
marisnigri
olentangyi
thermophilicus
Methanogenium
cariaci
liminatans
organophilum
tationis
Methanohalobium
evestigatus
Methanohalophilus
halophilus
mahii
oregonense
portucalensis
zhilinae
Methanolacinia
paynteri
Methanolobus
bombayensis
taylori
tindarius
vulcani
Methanomicrobium
mobile
Methanoplanus
endosymbiosus
limicola
Methanopyrus
kandleri
Methanosaeta
concilii
thermoacetophila
Methanosarcina
acetivorans
barkeri
frisia
mazei
methanica
siciliae
thermophila
vacuolata
Methanosphaera
cuniculi
stadtmanae
Methanospirillum
hungatei
Methanothermobacter
thermautotrophicus
Methanothermus
fervidus
sociabilis
Methanothrix
soehngenii
thermophila
Methylobacillus
flagellatus
glycogenes
Methylobacter
luteus
marinus
wittenburyi
Methylobacterium
aminovorans
extorquens
fujisawaense
mesophilicum
organophilum
radiotolerans
rhodesianum
rhodinum
zatmanii
Methylocella
silvestris
tundrae
Methylococcus
bovis
capsulatus
chroococcus
mobilis
thermophilus
vinelandii
whittenburyi
Methylocystis
echinoides
parvus
Methylomicrobium
agile
album
pelagicum
Methylomonas
aurantiaca
fodinarum
methanica
Methylophaga
marina
thalassica
Methylophilus
methylotrophus
Methylosinus
sporium
trichosporum
Methylovorus
glucosotrophus
Micavibrio
admirandus
Microbacterium
arborescens
aurum
dextranolyticum
imperiale
lacticum
laevaniformans
Microbispora
bispora
rosea subsp. aerata
rosea subsp. rosea
Micrococcus
agilis
halobius
luteus
lylae
nishinomiyaensis
roseus
varians
Microlunatus
phosphovorus
Micromonospora
aurantiaca
brunnea
carbonacea subsp. aurantiaca
carbonacea subsp. carbonacea
chalcea
coerulea
echinospora subsp. echinospora
echinospora subsp. ferruginea
echinospora subsp. pallida
gallica
inositola
olivasterospora
purpurea
purpureochromogenes
rhodorangea
rosaria
Micropolyspora
internatus
Microscilla
marina
Microtetraspora
africana
angiospora
fastidiosa
ferruginea
flexuosa
fusca
glauca
helvata
niveoalba
polychroma
pusilla
recticatena
roseola
roseoviolacea
rubra
salmonea
spiralis
turkmeniaca
tyrrhenii
Monascus
ruber
Moorella
glycerini
thermoacetica
thermoautotrophica
Moraxella
caviae
cuniculi
bovis
Mortierella
alpina
Mucor
circinelloides f. lusitanicus
miehei
Myceliophthora
fergusii
thermophila
Mycobacterium
agri
aichiense
alvei
aurum
austroafricanum
brumae
chitae
chlorophenolicus
chubuense
confluentis
cookii
diernhoferi
fallax
gilvum
hassiacum
hiberniae
komossense
madagascariense
neoaurum
obuense
parafortuitum
phlei
poriferae
pulveris
smegmatis
sphagni
thermoresistibile
tokaiense
triviale
Mycoplana
bullata
dimorpha
ramosa
segnis
Mycoplasma
alvi
anseris
auris
cavipharyngis
citelli
columbinum
columborale
cottewii
cricetuli
ellychniae
fastidiosum
faucium
felifaucium
feliminutum
hyopharyngis
indiense
leocaptus
leopharyngis
lucivorax
luminosum
melaleuca
mirum
moatsii
molare
muris
mustelae
opalescens
oxoniensis
ovipneumoniae
pirum
simbae
somnilux
sualve
testudinis
yeatsi
Mycothermus
thermophilus
Myxococcus
coralloides
flavescens
fulvus
macrosporus
stipitatus
virescens
xanthus
Nannochloropsis
gaditana
oceanica
Nannocystis
exedens
Nannochloris
sp. Utex 1999
Nanohaloarchaeum
antarcticus (Candidatus)
Natronobacterium
gregoryi
magadii
pharaonis
vacuolatum
Natronococcus
occultus
Naumovozyma
castellii
Neisseria
animalis
denitrificans
macacae
polysaccharea
Neochloris
oleoabundans
Neocucurbitaria
sp. VM-36
Neosartorya
fischeri
Neurospora
crassa
intermedia
tetrasperma
Nevskia
ramosa
Nitrobacter
winogradskyi
Nitrococcus
mobilus
Nitrosococcus
nitrosus
oceanus
Nitrosolobus
multiformis
Nitrosomonas
europeae
Nitrosospira
briensis
Nitrospina
gracilis
Nitrospira
marina
Nocardia
carnea
coeliaca
corynebacteroides
pinensis
rugosa
sulphurea
vaccinii
Nocardioides
albus
jensenii
luteus
plantarum
simplex
Nocardiopsis
alborubidus
albus subsp. albus
albus subsp. prasina
antarcticus
halophila
listeri
lucentensis
Novosphingobium
sp. LH 128
Obesumbacterium
proteus
Oceanospirillum
beijerinckii subsp. beijerinckii
beijerinckii subsp. pelagicum
communis
jannaschii
japonicum
kriegii
linum
maris subsp. hirooshimense
maris subsp. maris
maris subsp. williamsae
minutulum
multiglobuliferum
pusillum
vagum
Oenococcus
oeni
Ogataea
parapolymorpha
Oidiodendron
maius
Oligotropha
carboxidovorans
Oscillochloris
chrysea
trichoides
Oscillospira
guilliermondii
Oxalobacter
formigenes
vibrioformis
Oxalophagus
oxalicus
Oxobacter
pfennigii
Paenibacillus
amylolyticus
azotofixans
chibensis
durum
gordonae
macquariensis
pabuli
polymyxa
pulvifaciens
taichungensis
validus
xylanexedens
Panellus
stipticus
Pantoea
citrea
punctata
terrea
Paraburkholderia
bryophila
caballeronis
fungorum
nodosa
sediminicola
terrae
Paracoccus
alcaliphilus
aminophilus
aminovorans
denitrificans
halodenitrificans
kocurii
versutus
Parageobacillus
toebii
Parathielavia
hyrcaniae
Parietochloris
incisa
Pasteurella
anatis
avium
langaa
Pectinatus
cerevisiiphilus
frisingensis
Pediococcus
acidilactici
damnosus
dextrinicus
inopinatus
parvulus
pentosaceus
urinaeequi
Pedomicrobium
americanum
australicum
ferrugineum
manganicum
Pelczaria
aurantia
Pelobacter
acetylenicus
acidigallici
carbinolicus
massiliensis
propionicus
venetianus
Pelodictyon
clathratiforme
luteolum
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 4)
phaeoclathratiforme
phaeum
Penicillium
brasilianum
chrysogenum
discolor
roqueforti
subrubescens
Penium
margaritaceum
Peptostreptococcus
barnesae
heliotrinreducens
hydrogenalis
lactolyticus
tetradius
Petrotoga
miotherma
Phaeodactylum
tricornutum
Phaffia
rhodozyma
Phascolarctobacterium
faecium
Phenylobacterium
immobile
Phlebia
radiata
tremellosa
Photobacterium
angustum
fischeri
histaminum
leiognathi
phosphoreum
Phyllobacterium
brassicacearum
ifriqiyense
myrsinacearum
rubiacearum
Physisporinus
rivulosus
Pichia
jadinii
kluyveri
methanolica
pastoris
Pilimelia
anulata
columellifera subsp. columellifera
columellifera subsp. pallida
terevasa
Pillotina
calotermitidis
Pirellula
marina
staleyi
Planctomyces
bekefii
brasiliensis
guttaeformis
limnophilus
maris
stranskae
Planobispora
longispora
rosea
Planococcus
citreus
kocurii
Planomonospora
alba
parontospora subsp. antibiotica
parontospora subsp. parontospora
sphaerica
venezuelensis
Planotetraspora
mira
Pleurotus
eryngii
ostreatus
pulmonarius
Podospora
pauciseta
Polyangium
aureum
cellulosum
fumosum
luteum
minor
parasiticum
rugiseptum
sorediatum
spumosum
vitellinum
Polynucleobacter
necessarius
Polysphondylium
pallidum
Porphyridium
cruentum
Porphyrobacter
neustonensis
Pragia
fontium
Prevotella
amnii
copri
oulora
timonensis
veroralis
zoogleoformans
Prochloron
didemni
Prochlorothrix
hollandica
Prolinoborus
fasciculus
Promicromonospora
citrea
enterophila
sukumoe
Propionibacterium
acidipropionicum
freudenreichii subsp. freudenreichii
freudenreichii subsp. shermanii
jensenii
thoenii
Propioniferax
innocua
Propionigenium
modestum
Propionispira
arboris
Propionivibrio
decabroxylicus
Prosthecobacter
fusiformis
Prosthecochloris
aestuarii
Prosthecomicrobium
enhydrum
hirschii
litoralum
pneumaticum
Proteus
myxofaciens
Prototheca
moriformis
Pseudocaedibacter
conjugatus
falsus
Pseudomonas
alcaligenes
antimicrobica
aurantiaca
azotoformans
beijerinckii
betle
boreopolis
brassicacearum
capeferrum
carboxydohydrogena
chlororaphis
citronellolis
doudoroffii
echinoides
elongata
fluorescens
fragi
fulva
gelidicola
geniculata
glathei
halophila
huttiensis
indigofera
iners
jessenii
lanceolata
lemoignei
lundensis
mephitica
mucidolens
nautica
nitroreducens
oleovorans
pertucinogena
phenazinium
pictorum
putida
pyrocinia
resinovorans
saccharophila
simiae WCS417
spinosa
stanieri
straminae
stutzeri
synxantha
taetrolens
thivervalensis
Pseudonocardia
alni
compacta
halophobica
hydrocarbonoxydans
nitrificans
petroleophila
saturnea
spinosa
thermophila
Pycnoporus
cinnabarinus
Pyrobaculum
islandicum
organotrophum
Pyrococcus
furiosus
woesei
Pyrodictium
abyssi
brockii
occultum
Quinella
ovalis
Rahnella
aquatilis
Rarobacter
faecitabidus
incanis
Rhizobium
ciceri
etli
galegae
huakuii
leguminosarum
loti
lupini
phaseoli
radiobacter (‘disarmed’ stammen) (voorheen A. tumefaciens)
tianshanense
trifolii
tropici
Rhizophagus
aggregatus
clarus
irregularis
manihotis
Rhizopus
arrhizus
microsporus var. oligosporus
oryzae
Rhodobacter
blastica
capsulatus
sphaeroides
veldkampii
Rhodobium
marinum
orientis
Rhodocista
centenaria
Rhodococcus
coprophilus
erythropolis
globerulus
luteus
marinonascens
opacus
rhodnii
rhodochrous
ruber
zopfii
Rhodocyclus
purpureus
tenuis
Rhodoferax
fermentans
Rhodomicrobium
vannielii
Rhodopila
globiformis
Rhodoplanes
elegans
roseus
Rhodopseudomonas
aciophila
julia
palustris
sulfoviridis
viridis
Rhodospirillum
centenum
fulvum
molischianum
photometricum
rubrum
salexigens
salinarum
sodomense
Rhodotorula
glutinis
Rhodovulum
adriaticum
euryhalinum
sulfidophilum
Rikenella
microfusus
Roseateles
terrae
Roseburia
cecicola
Roseobacter
denitrificans
litoralis
Roseococcus
thiosulfatophilus
Rubrivivax
gelatinosus
Rubrobacter
radiotolerans
Rugamonas
rubra
Ruminobacter
amylophilus
Ruminococcus
albus
bromii
callidus
flavefaciens
gnavus
hansenii
lactaris
obeum
productus
torquens
Runella
slithyformis
Saccharobacter
fermentatus
Saccharococcus
thermophilus
Saccharomonospora
azurea
cyanea
glauca
Saccharomyces
bayanus
cerevisiae
eubayanus
kudriavzevii
mikatae
paradoxus
pastorianus
uvarum
Saccharopolyspora
erythraea
gregorii
hirsuta subsp. hirsuta
hirsuta subsp. kobensis
hordei
spinosa
taberi
Saccharothrix
aerocolonigenes
australiensis
coeruleofusca
coeruleoviolacea
cryophilis
espanaensis
flava
longispora
mutabilis subsp. capreolus
mutabilis subsp. mutabilis
syringae
texasensis
waywayandensis
Salinicoccus
hispanicus
roseus
Salmonella
Typhi stam Ty21a
typhimurium SL 3261
gallinarum 9R
Salpingoeca
rosetta
Saprospira
grandis
Sarcina
maxima
ventriculi
Scenedesmus
obliquus
Scheffersomyces
stipitis
Schizosaccharomyces
japonicus
pombe
Schizophyllum
commune
Schwanniomyces
occidentalis
Scopulariopsis
paisii
Sebaldella
termitidis
Selenomonas
lacticifex
ruminantium subsp. lactilytica
ruminantium subsp. ruminantium
sputigena
Seliberia
stellata
Serpens
flexibilis
Serpulina
innocens
Serratia
ficaria
fonticola
odorifera
plymuthica
Shewanella
benthica
colwelliana
hanedai
Simonsiella
crassa
muelleri
steedae
Sinorhizobium
fredii
meliloti
saheli
teranga
xinjiangensis
Sodiomyces
alkalinus
Sphaerobacter
thermophilus
Sphaerotilus
natans
Sphingobacterium
antarticus
faecium
heparina
piscium
Sphingomonas
adhaesiva
capsulata
wittichii
Spirillospora
albida
rubra
Spirillum
volutans
Spirochaeta
aurantia subsp. aurantia
aurantia subsp. stricta
halophila
isovalerica
litoralis
plicatilis
stenostrepta
thermophila
zuelzerae
Spiroplasma
cantharicola
clarkii
chinense
culicicola
floricola
insolitum
ixodetis
monobiae
sabaudiense
taiwanense
Spirosoma
linquale
Sporichthia
polymorpha
downei
myxococcoides
Sporohalobacter
lortetii
marismortui
Sporolactobacillus
inulinus
Sporomusa
acidovorans
malonica
ovata
paucivorans
sphaeroides
termitida
Sporosarcina
halophila
ureae
Staphylococcus
arlettae
aureus subsp. aureus stam 8325-4
aureus subsp. aureus stam RN4220
auricularis
carnosus
caseolyticus
chromogenes
delphini
equorum
gallinarum
kloosii
lentus
muscae
piscifermentans
sciuri
vitulus
Staphylothermus
marinus
Starkeya
novella
Stella
humosa
vacuolata
Stibiobacter
senarmonti
Stigmatella
aurantiaca
erecta
Streptoalloteichus
hindustanus
Streptococcus
alactolyticus
cricetus
crista
downei
ferus
gordonii
helveticus
hyointestinalis
intestinalis
macacae
oligofermentans
pleomorphus
rattus
thermophilus
vestibularis
Streptomyces
abikoensis
aburaviensis
achromogenes subsp. achromogenes
achromogenes subsp. rubradiris
acrimycini
aculeolatus
afghanensis
alanosinicus
albaduncus
albiaxialis
albidochromogenes
albireticuli
albofaciens
alboflavus
albogriseolus
albolongus
alboniger
albospinus
albosporeus subsp. albosporeus
albosporeus subsp. labilomyceticus
albovinaceus
alboviridis
albulus
albus subsp. albus
albus subsp. pathocidicus
almquistii
althioticus
amakusaensis
ambofaciens
aminophilus
anandii
anthocyanicus
antibioticus
antimycoticus
anulatus
arabicus
arenae
armeniacus
asterosporus
atratus
atroauranticus
atroolivaceus
atrovirens
aurantiacus
aurantiogriseus
aureocirculatus
aureofaciens
aureorectus
aureoverticillatus
avellaneus
avidinii
azaticus
azureus
baarnensis
bacillaris
badius
baldaccii
bambergiensis
bellus
bikiniensis
biverticillatus
blastomyceticus
bluensis
bobili
bottropensis
brasiliensis
bungoensis
cacaoi subsp. asoensis
cacaoi subsp. cacaoi
caelestis
caeruleus
californicus
calvus
canarius
canescens
caniferus
canus
capillispiralis
capoamus
carpaticus
carpinensis
catenulae
cavourensis subsp. cavourensis
cavourensis subsp. washingtonensis
cellostaticus
celluloflavus
cellulosae
champavatii
chartreusis
chattanoogensis
chibaensis
chrestomyceticus
chromofuscus
chryseus
chrysomallus subsp. chrysmallus
chrysomallus subsp. fumigatus
cinereorectus
cinereoruber subsp. cinereoruber
cinereoruber subsp. fructofermentans
cinereospinus
cinereus
cinerochromogenes
cinnabarinus
cinnamonensis
cinnamoneus
cirratus
ciscaucasicus
citreofluorescens
clavifer
clavuligerus
cochleatus
coelescens
coelicoflavus
coelicolor
coeruleoflavus
coeruleofuscus
coeruleoprunus
coeruleorubidus
coerulescens
colombiensis
corchorusii
cremeus
crystallinus
curacoi
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 5)
cuspidosporus
cyaneofuscatus
cyaneus
cyanoalbus
cystargineus
daghestanicus
diastaticus subsp. diastaticus
diastaticus subsp. ardesiacus
diastatochromogenes
distallicus
djakartensis
durhamensis
echinatus
echinoruber
ederensis
ehimensis
endus
enissocaesilis
erumpens
erythrogriseus
eurocidicus
eurythermus
exofoliatus
faecalis
felleus
fervens
filamentosus
filipinensis
fimbriatus
fimicarius
finlayi
flaveolus
flaveus
flavidofuscus
flavidovirens
flaviscleroticus
flavofungini
flavofuscus
flavogriseus
flavopersicus
flavotricini
flavovariabilis
flavovirens
flavoviridis
flocculus
floridae
fluorescens
fradiae
fragilis
fulvissimus
fulvorobeus
fumanus
fumigatiscleroticus
galbus
galilaeus
gancidicus
gardneri
gelaticus
geysiriensis
ghanaensis
gibsonii
glaucescens
glaucosporus
glaucus
globisporus subsp. caucasicus
globisporus subsp. globisporus
globosus
glomeratus
glomeroaurantiacus
gobitricini
goshikiensis
gougerotii
graminearus
graminofaciens
griseinus
griseoaurantiacus
griseobrunneus
griseocarneus
griseochromogenes
griseoflavus
griseofuscus
griseoincarnatus
griseoloalbus
griseolosporeus
griseolus
griseoluteus
griseomycini
griseoplanus
griseorubens
griseoruber
griseorubiginosus
griseosporeus
griseostramineus
griseoverticillatus
griseoviridis
griseus
griseus subsp. alpha
griseus subsp. cretosus
griseus subsp. griseus
griseus subsp. solvifaciens
hachijoensis
halstedii
hawaiiensis
heliomycini
helvaticus
herbaricolor
hiroshimensis
hirsutus
humidus
humiferus
hydrogenans
hygroscopicus subsp. angustmyceticus
hygroscopicus subsp. decoyicus
hygroscopicus subsp. glebosus
hygroscopicus subsp. hygroscopicus
hygroscopicus subsp. ossamyceticus
iakyrus
indiaensis
indigoferus
inusitatus
janthinus
kanamyceticus
kashmirensis
katrae
kentuckensis
kifunensis
kishiwadensis
kunmingensis
kurssanovii
labedae
ladakanum
lanatus
lateritius
laurentii
lavendofoliae
lavendulae subsp. grasserius
lavendulae subsp. lavendulae
lavenduligriseus
lavendulocolor
levis
libani subsp. libani
libani subsp. rufus
lienomycini
lilacinus
limosus
lincolnensis
lipmanii
litmocidini
lividans
lomondensis
longisporoflavus
longispororuber
longosporus
longwoodensis
lucensis
luridus
lusitanus
luteogriseus
luteosporeus
luteoverticillatus
lydicus
macrosporus
malachitofuscus
malachitospinus
mashuensis
massasporeus
matensis
mauvecolor
mediocidicus
mediolani
megasporus
melanogenes
melanosporofaciens
michiganensis
microflavus
minutiscleroticus
mirabilis
misakiensis
misionensis
mobaraensis
monomycini
morookaensis
muensis
murinus
mutabilis
mutomycini
naganishii
narbonensis
nashvillensis
natalensis
netropsis
neyagawaensis
niger
nigrescens
nigrifaciens
nitrosporeus
niveoruber
niveus
noboritoensis
nodosus
nogalater
nojiriensis
noursei
novaecaesareae
ochraceiscleroticus
odorifer
olivaceiscleroticus
olivaceoviridis
olivaceus
olivochromogenes
olivoreticuli
olivoverticillatus
olivoviridis
omiyaensis
orinoci
ossamyceticus
pactum
paracochleatus
paradoxus
parvisporogenes
parvulus
parvus
peucetius
phaeochromogenes
phaeofaciens
phaeopurpureus
phaeoviridis
phosalacinea
pilosus
platensis
plicatus
pluricolorescens
pneumoniae
polychromogenes
poonensis
praecox
prasinopilosus
prasinosporus
prasinus
prunicolor
psammoticus
pseudoechinosporeus
pseudogriseolus
pseudovenezuelae
pulveraceus
puniceus
purpeofuscus
purpurascens
purpureus
purpurogeneiscleroticus
racemochromogenes
rameus
ramocissimus
ramulosus
rangoon
recifensis
rectiverticillatus
rectiviolaceus
regensis
resistomycificus
rimosus
rimosus subsp. paromomycinus
rimosus subsp. rimosus
rishiriensis
rochei
roseiscleroticus
roseodiastaticus
roseoflavus
roseofulvus
roseolilacinus
roseolus
roseosporus
roseoverticillatus
roseoviolaceus
roseoviridis
ruber
rubiginosohelvolus
rubiginosus
rubrogriseus
rutgersensis subsp. castelarensis
rutgersensis subsp. rutgersensis
sampsonii
sanguis
sannanensis
sclerotialus
septatus
setae
showdoensis
sindenensis
sioyaensis
sparsogenes
spectabilis
speleomycini
spheroides
spinoverrucosus
spiralis
spiroverticillatus
sporocinereus
sporoclivatus
spororaveus
sporoverrucosus
subrutilus
sulfonofaciens
sulphureus
tanashiensis
tauricus
tendae
termitum
thermoautotrophicus
thermodiastaticus
thermolineatus
thermonitrificans
thermoviolaceus subsp. apingens
thermoviolaceus subsp. thermoviolaceus
thermovulgaris
thioluteus
torulosus
toxytricini
tricolor
tubercidicus
tuirus
umbrinus
variabilis
variegatus
varsoviensis
vastus
venezuelae
vinaceus
vinaceusdrappus
violaceochromogenes
violaceolatus
violaceorectus
violaceoruber
violaceorubidus
violaceus
violaceusniger
violarus
violascens
violatus
violens
virens
virginiae
viridiviolaceus
viridobrunneus
viridochromogenes
viridodiastaticus
viridoflavus
viridosporus
vitaminophilus
werraensis
willmorei
xanthochromogenes
xanthocidicus
xantholiticus
xanthophaeus
yerevanensis
yokosukanensis
zaomyceticus
Streptosporangium
album
amethystogenes
carneum
corrugatum
fragile
longisporum
nondiastaticum
pseudovulgare
viridialbum
vulgare
Streptoverticillium
alboverticillatum
album
ardum
aureoversile
olivomycini
salmonis
sapporonense
syringium
Stygiolobus
azoricus
Succinimonas
amylolytica
Sulfobacillus
thermosulfidooxidans
Sulfolobus
acidocaldarius
metallicus
shibatae
solfataricus
Sulfurimonas
denitrificans
Sulfurospirillum
deleylanum
Symbiotes
lectularius
Synechococcus
elongatus
sp. stam PCC7002
Synechocystis
sp. PCC 6803
Synergistes
jonesii
Syntrophobacter
wolinii
Syntrophococcus
sucromutans
Syntrophomonas
sapovorans
wolfei subsp. saponavida
wolfei subsp. wolfei
Syntrophospora
bryantii
Syntrophus
buswellii
Talaromyces
aculeatus
columbinus
derxii
emersonii
macrosporus
verruculosus
versatilis
Tectibacter
vulgaris
Telluria
chitinolytica
mixta
Termitomyces
sp. symbiont van de termiet Macrotermes natalensis
Terrabacter
tumescens
Tetragenococcus
halophilus
Tetrahymena
thermophila
Tetrapisispora
phaffii
Tetraselmis
striata
Thauera
selenatis
Thermincola
carboxydiphila
ferriacetica
potens
Thermithiobacillus
tepidarius
Thermoactinomyces
intermedius
peptonophilus
putidus
Thermoanaerobacter
acetoethylicus
brockii
ethanolicus
finnii
kivui
thermocopriae
thermohydrosulfuricus
Thermoanaerobacterium
saccharolyticum
thermosaccharolyticum
thermosulfurogenes
xylanolyticum
Thermoanaerobium
acetigenum
Thermoascus
aurantiacus
crustaceus
Thermobacteroides
leptospartum
Thermococcus
celer
profundus
stetteri
Thermocrispum
agreste
munincipale
Thermodesulfobacterium
commune
mobile
Thermodesulfovibrio
yellowstonii
Thermofilum
pendens
Thermoleophilum
album
minutum
Thermomicrobium
fosteri
roseum
Thermomonospora
alba
chromogena
curvata
formosensis
fusca
mesophila
mesouviformis
Thermonema
lapsum
Thermoplasma
acidophilum
volcanium
Thermoproteus
neutrophilus
tenax
Thermosinus
carboxydivorans
Thermosipho
africanus
Thermothrix
thiopara
Thermotoga
maritima
neapolitana
thermarum
Thermus
aquaticus
filiformis
ruber
scotoductus
thermophillus
Thioalkalivibrio
denitrificans
jannaschii
halophilus
nitratireducens
nitratis
paradoxus
sulfidophilus
thiocyanodenitrificans
thiocyanoxidans
versutus
Thiobacillus
acidophilus
albertis
concretivorus
delicata
denitrificans
ferrooxidans
intermedius
neapolitanus
novellus
perometabolis
rapidicrescens
tepidarius
thiooxidans
thioparus
versutus
Thiobacterium
bovistum
Thiocapsa
halophila
pfennigii
roseopersicina
Thiocystis
gelatinosa
violacea
Thiodictyon
bacillosum
elegans
Thiomicrospira
crunogena
denitrificans
pelophila
Thiomonas
intermedia
perometabolis
Thiopedia
rosea
Thioploca
araucae
chileae
ingrica
schmidlei
Thiorhodovibrio
winogradski
Thiospira
winogradsky
Thiospirillum
jenense
Thiothrix
nivea
Thiovulum
majus
Torulaspora
delbrueckii
Toxothrix
trichogenes
Trabulsiella
guamensis
Trametes
ochracea
versicolor
Treponema
bryantii
minutum
phagedenis
refringens
saccharophilum
scoliodontum
succinifaciens
Trichococcus
flocculiformis
Trichoderma
reesei
harzianum
Ureaplasma
cati
felinum
Vampirovibrio
chlorellavorus
Vanderwaltozyma
polyspora
Variovorax
paradoxus
Veillonella
caviae
criceti
parvula
ratti
rodentium
Verrucomicrobium
spinosum
Vibrio
campbellii
costicola
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A
Lijst A1 — Gastheerorganismen behorende bij combinatie A (deel 6)
diazotrophicus
gazogenes
marinus
mediterranei
mytili
natriegens
navarrensis
nereis
nigripulchritudo
orientalis
proteolyticus
Vitreoscilla
beggiatoides
filiformis
stercoraria
Volcaniella
eurihalina
Weissella
halotolerans
hellenica
kandleri
minor
paramesenteroides
viridescens
Wolbachia
melophagi
persica
pipientis
Wolinella
succinogenes
Xanthobacter
agilis
autotrophicus
flavus
sp. SoF1
tagetidis
Xenorhabdus
poinari
Xylaria
flabelliformis
Yarrowia
lipolytica
Yersinia
aldovae
bercovieri
mollaretii
Zavarzinia
compransoris
Zoogloea
ramigera
Zygosaccharomyces
bailii
rouxii
Zygotorulaspora
mrakii
Zymomonas
mobilis subsp. mobilis
mobilis subsp. pomacea
Zymophilus
paucivorans
raffinosivorans
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A
Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A (deel 1)
Van de vectoren die in deze lijst zijn gepubliceerd, mogen afgeleide vectoren worden gebruikt voor zover deze afgeleide vectoren beschouwd kunnen worden als vectoren van deze lijst die afwijken in restrictiesites, marker- en reportergenen en regulatoire sequenties.
2μ
Big Blue LIZ
c2RB
c2XB
cEUK
Charomid 9-28
Charomid 9-36
Charomid 9-42
Charon 10
Charon 10A
Charon 16A
Charon 21A
Charon 23A
Charon 24A
Charon 27
Charon 28
Charon 30
Charon 34
Charon 35
Charon 36
Charon 37
Charon 38
Charon 38A
Charon 39
Charon 39A
Charon 3A
Charon 4
Charon 40
Charon 40A
Charon 4A
cistor
CKjm
ColE1
cosPneo
cTAK
D20S19
f88-4
fd-tet-DOG1
fUSE5
GP469
H2M
Her2/neu
HiCAT
HiLuc
Homer I
Homer II
KOS1
KT2440
Lafmid-BA
LAWrist
LAWrist16
loric
LoristX
m0pJL6
M13bla cat1
M13bla6-1
M13bluescript
M13Gori1
M13HinEco1
M13HinEco2
M13K07
M13K11
M13K11RX
M13K8
M13K8.2
M13mp10
M13mp11
M13mp12
M13mp18
M13mp18T
M13mp19
M13mp19 RF1
M13mp2
M13mp20
M13mp4
M13mp5
M13mp7
M13mp8
M13mp9
M13mpl18
M13mpl19
M13mplac
M13tg130
M13tg131
MUA-3
mWB2341
mWB2342
mWB2344
p(C2AT)
P1
P1A
p2Bac
p35S GUSintron
p35Sac
p3SR2
p3TPluc
p3XFLAG-CMV-10
p3XFLAG-CMV-14
p456,20
p4D0100
p4D0102
p4D0104
p4D0105
p4vir1
p4vir1sid1
p53-Luc
p560
p561
p562
p60
p8Op-LacZ
pA2TkCAT8+
pAA3
pAA31
pAA31P
pAA3H
pAA-7X
pAA-P23
pAA-pZ1
pAA-pZ3
pAA-pZ3.7X
pAA-pZ718
pAA-pZ719
pAB124
pAB4-1
pAB4Arp1
pAB5-1
pABAG
pAc360
pAc380
pAc5.1/V5-His en variantenA/B/C
pAcAB3
pAcAB4
pACD4K-C
pAcG3X
pAcGFP1-C1
pAcGP67 varianten A/B/C
pAcMP2
pACT
pACT1F
pACT2
pACTII
pAcUW21
pAcUW51
pACYC phoE
pACYC177
pACYC184
pACYC-A
pAD1
pAD123
pAdD26SVpA
pAD-GAL4
pAD-GAL4-2.1
pAD-MUT
pADNS
pADSL-Nx
pADSL-xN
pAD-WT
pAdβ
pAED4
pAG58
pAHC25
pAJM
pAJpi
pAK100
pAK200
pAK300
pAL-781
pALTER
pALTER-1
pALTER-Ex 1
pALTER-MAX
pALtrxA-781
pAMBV4
pAMP1
pANH-1
pANK-12
pAO815
pAP-1-hrGFP
pAP1-luc
pAP1-SEAP
pAR1959
pAR2019
pAR2075
pAR2078
pAR2084
pAR2093
pAR2098
pAR2106
pAR2113
pAR2120
pAR2156
pAR2192
pAR2305
pAR2369
pAR2463
pAR2529
pAR3038
pAR3039
pAR3040
pARC5
pARC7
pAS
pAS1
pAS1-CYH2
pAS2
pAS2-1
pASK-IBA4
pASK-IBA5
pAT134
pAT15
pAT153
pATH
pAtlas
pAW14B
pAX-PEPCK
pAZE1
pAZE3
pAZE3ss
pB2
pB2\35SacK
pB42AD
pBAC108L
pBAC64
pBacPAK8
pBacPAK9
pBacPAK-His varianten 1/2/3
pBAD/gIII varianten A/B/C
pBAD/Myc-His varianten A/B/C
pBAD/Thio
pBAD/ThioGSI en varianten GS2
pBAD/Thio-TOPO
pBAD18
pBAD22A
pBAD-DEST49
pBAD-TOPO
pBamCRT
pBB116
pBB3
pBC KS varianten +/-
pBC SK varianten +/-
pBD10
pBD11
pBD12
pBD137
pBD15
pBD214
pBD35
pBD6
pBD64
pBD8
pBD80
pBD9
pBDCI
pBD-GAL4
pBD-GAL4 Cam
pBD-MUT
pBD-WT
pBeloBAC11
pBeloBAC-Kan
pBEU
pBEU1
pBEU17
pBEU28
pBEU43
pBEU50
pBFP2
pBGS130 varianten +/-
pBGS131 varianten +/-
pBGS18 varianten +/-
pBGS19 varianten +/-
pBGS8 varianten +/-
pBGS9 varianten +/-
pBHA1
pBHA3
pBI
pBI101
pBI-EGFP
pBI-GL
pBI-L
pBIN19
pBIND
pBINMIN
pBINPLUS
pBJ
pBK28
pBK-CMV
pBK-RSV
pBLCAT2
pBLCAT3
pBLCAT5
pBlueBac4
pBlueBac4.5
pBlueBac4.5-E
pBlueBac4/CAT
pBlueBac-CAT
pBlueBacHis2 varianten A/B/C
pBluebacHis2/CAT
pBlueBacIII
pBluescribe
pBluescript
pBluescript II KS varianten +/-
pBluescript II SK varianten +/-
pBluescript KS varianten +/-
pBluescript LION
pBluescript SK varianten +/-
pBlue-TOPO
pBmA:neo
pBN37
pBN38
pBN40
pBN48
pBN69
pBN70
pBNR
pBP103
pBP108
pBP109
pBP110
pBP111
pBP90
pBP96
pBP97
pBPV-1
pBPV69T (43-1)
pBPV-β1
pBR312
pBR313
pBR315
pBR316
pBR317
pBR318
pBR320
pBR322
pBR322 LacI
pBR322 PhoE
pBR323
pBR324
pBR325
pBR327
pBR327par
pBR328
pBR329
pBR350
pBRH1
pBRH2B
pBRH3B
pBRH4
pBridge
pBRKtrpGbSE
pBRM
pBRN3
pBS varianten +/-
pBS/M13+
pBS185
pBS246
pBS8 varianten +/-
pBS9 varianten +/-
pBSUI61-1
pBT1-1
pBT1-10
pBT1-5
pBT1-7
pBT1-9
pBu10
pBudCE4
pBUI2a
pBUI3
pC/EBP-Luc
pC194
pC221
pC223
pC2RB
pCAL-c
pCAL-kc
pCAL-n
pCAL-n-EK
pCAMBIA1200
pCAMBIA1201
pCAMBIA1300
pCAMBIA1301
pCAMBIA1305.1
pCAMBIA1305.2
pCANTAB 5
pCANTAB 5E
pCANTAB 5E``
pCANTAB 6
pCAT3-Basic
pCAT3-Control
pCAT3-Enhancer
pCAT3-Promoter
pCAT-Basic
pCAT-Control
pCAT-Enhancer
pCAT-Promoter
pCB104
pCB1179
pCB182
pCB192
pCB264
pCB267
pCB302a
pCB302b
pCB303
pCB6
pCB6/7
pCB6+
pCCW-SUC
pcDE-GFP/Hygro
pCDIC-14
pCDIC-15
pCDIC-B1
pcDLSR 296
pCDM6
pCDM8
pCDM8 duplo
pcDNA I
pcDNA I/amp
pcDNA I/neo
pcDNA II
pcDNA/GW/D-TOPO
pcDNA1.1
pcDNA1.1/Amp
pcDNA1/Neo
pcDNA2.1
pcDNA2000
pcDNA3
pcDNA3.1
pcDNA3.1(+)/CAT
pcDNA3.1/CT-GFP-TOPO
pcDNA3.1/GS
pcDNA3.1/His varianten A/B/C
pcDNA3.1/myc-His varianten A/B/C
pcDNA3.1/myc-His/lacZ
pcDNA3.1/NT-GFP-TOPO
pcDNA3.1/nV5-DEST
pcDNA3.1/V5-His varianten A/B/C
pcDNA3.1/V5-His-TOPO
pcDNA3.2/capTEV-CT/V5-DEST
pcDNA3.2/capTEV-NT/V5-DEST
pcDNA3.2/capTEV-NTGW/ARPC2
pcDNA3.2/V5/GW/D-TOPO
pcDNA3.2/V5-DEST
pcDNA3-myc
pcDNA4/His varianten A/B/C
pcDNA4/HisMax variantenA/B/C
pcDNA4/TO
pcDNA4/TO/lacZ
pcDNA5/FRT
pcDNA5/FRT/CAT
pcDNA5/FRT/TO
pcDNA5/FRT/TO-E
pcDNA5/FRT/TO-TOPO
pcDNA5/FRT/V5-His-TOPO
pcDNA5/TO
pcDNA5/TO/lacZ
pcDNA6.2/cLumio-DEST
pcDNA6.2/GFP-DEST
pcDNA6.2/nGeneBLAzer-DEST
pcDNA6.2/nLumio-DEST
pcDNA6.2-GW/EmGFP-miR
pcDNA6.2-GW/miR-neg
pcDNA6/BioEase-DEST
pcDNA6/TR
pcDSRα
pCDV1-PL
pCDx
pCEP
pCEP4
pCES1
pCG150
pCGN1548
pCGN7001
pCGS966
pCGS998
pCGV2
pCH110
pCHB500
pCI
pCI1857
pCIneo
pCITE
pCJX
pCKR2
pCKSP6
pCL1920
pCL1921
pCM1
pCM3
pCM4
pCM7
pCMBV4
pCMV
pCMV.nls.lacZ
pCMV.nls.lacZ/S
pCMV/Bsd
pCMV/myc
pCMV/myc/nuc/GFP
pCMV10
pCMV4
pCMV6b
pCMV6c
pCMV6-XL4
pCMV6-XL6
pCMVcat
pCMV-HA
pCMVlacI
pCMVlacZ
pCMVluc
pCMV-Myc
pCMVneo
pCMV-Neo-Bam
pCMV-ProLink
pCMV-Script
pCMV-SPORT 6
pCMV-Tag
pCMV-Tag2-Mef2c
pCMVβ
pCNX2
pCoHYGRO
pCOP5
pCop-Green-C
pCop-Green-N
pcos1EMBL
pcos2EMBL
pcos3EMBL
pcos5EMBL
pcos6EMBL
pCP3 (= PC3060)
pCP39
pCP40
pCPG
pCQV0
pCQV2
pCR 4Blunt-TOPO
pCR1
pCR1000
pCR2.1
pCR2.1-TOPO
pCR2000
pCR3
pCR3.1
pCR3-Uni
pCR4Blunt-TOPO
pCR4-TOPO
pCR6
pCR8/GW/TOPO
pCRBac
pCR-Blunt
pCR-Blunt II-TOPO
pCRE-d2EGFP
pCRE-hrGFP
pCRE-Luc en varianten pCRE-LacZ
pCRE-SEAP
pCRII
pCRII-TOPO
pCR-Script Amp
pCR-Script Cam
pCR-Script Direct
pCR-Script Direct SK+
pCR-Script SK
pCR-Script SK+
pCRT7/CT-TOPO
pCRT7/NT-TOPO
pCRT7/VP22-1
pCRT7/VP22-1-TOPO
pCR-TOPO
pCruz en varianten A/B/C
pCR-XL-TOPO
pCT-1
pCT1Δ
pCV001
pCV1122
pCV20
pCV21
pCV7A
pCW59
pCW7
pCX
pCY1
pCY4
pCY7
pCYPAC2
pd1BPV69T(51-1)
pd1EGFP-N1
pd2EGFP
pd2EGFP-1
pDB20
pDB248
pDE110
pDE61
pDE613
pDE618
pdeltaE1AP-2
pDEST R4-R3
pDEST14
pDEST15
pDEST17
pDF41
pDF42
pDG1
pDG106
pDH24
pDH5060
pDirect
pDisplay
pDL2xN-SUC
pDNR-1
pDNR-CMV
pDNR-LIB
pDO102
pDOL
pDONR P2R-P3
pDONR P4-P1R
pDONR/Zeo
pDONR201
pDONR207
pDONR222
pDP-1
pDP-2
pDP-6
pDPL13
pDR1-Luc
pDR2
pDR3-Luc
pDR42
pDR4-Luc
pDR5-Luc
pDS5
pDS6
pDsRed
pDsRed1-1
pDsRed1-C1
pDsRed2
pDsRed2-N1
pDsRed-Express-C1
pDsRed-Express-DR
pDsRed-Monomer-N1
pDT-PGK
pDWH10
pE194
pE2F-Luc
pEA300
pEA301
pEAP8
pEBFP
pEBFP-C1
pEBFP-N1
pEBM3
pEBV His
pECE
pECFP
pECFP-1
pECFP-C1
pECFP-Golgi
pECFP-N1
pECFP-Nuc
pECM2
pEE14
pEF/Bsd
pEF/myc/cyto
pEF/myc/nuc
pEF1
pEF1/V5-His varianten A/B/C
pEF4/V5-His
pEF5/FRT/V5-D-TOPO
pEF6/V5-His-TOPO
pEF-BOS-myc
pEF-DEST51
pEG202
pEGFP
pEGFP-1
pEGFP-C1
pEGFP-C2
pEGFP-C3
pEGFPLuc
pEGFP-N1
pEGFP-N2
pEGFP-N3
pEgr-1-Luc
pEM7/Zeo
pEMBL
pEMBL Ye23
pEMBL Yi21
pEMBL Yi22
pEMBL Yi27
pEMBL130
pEMBL131
pEMBL18
pEMBL19
pEMBL3
pEMBL3A
pEMBL4
pEMBL8
pEMBL9
pEMBLex2
pEMBLex3
pEMBLyex4
pENTR en varianten /DTOPO, en /SD/D-TOPO
pENTR11
pENTR1A
pENTR221
pENTR4
pENTR5'-TOPO
pENTR5'-UBCp
pEP121
pEP165
pEP168
pEP301
pEP3012
pEP3014
pEP3015
pEP303
pEP70
pEP71
pEP72
pEP73
pEP74
pEP75
pEpslon TI
pER103
pER20
pER3
pER4
pESP-1
pESP-2
pESP-3
pET-1 varianten a/b/c
pET100/D-TOPO
pET101/D-TOPO
pET102/D-TOPO
pET104-DEST
pET-11 varianten a/b/c/d
pET-11T
pET-12 varianten a/b/c/d
pET-14 varianten b
pET151/D-TOPO
pET-15b
pET160/GW/D-TOPO
pET160-DEST
pET161/GW/D-TOPO
pET161-DEST
pET-16b
pET-17
pET-17x
pET-19b
pET-2 varianten a/b/c
pET200/D-TOPO
pET-20b(+)
pET-21 varianten a(+)/b(+)/c(+)/d(+)
pET-22b(+)
pET-23 varianten a(+)/b(+)/c(+)/d(+)
pET-24 varianten a(+)/b(+)/c(+)/d(+)
pET-25b(+)
pET-26b(+)
pET-27b(+)
pET-28 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-29 varianten a(+)/b(+)/ c(+)
pET-3 varianten a/b/c/d
pET-30 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-30 Xa/LIC
pET-31b(+)
pET-32 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-32 Ek/LIC
pET-32 Xa/LIC
pET-33b(+)
pET-34b(+)
pET-35b(+)
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A
Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A (deel 2)
pET-36b(+)
pET-37b(+)
pET-38b(+)
pET-39b(+)
pET-3x varianten a/b/c
pET-4 varianten a/b/c
pET-40b(+)
pET-41 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-42 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-43 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-43.1 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-43.1 Ek/LIC
pET-44 varianten a(+)/b(+)/c(+)
pET-44 Ek/LIC
pET-45b(+)
pET-46 Ek/LIC
pET-47b(+)
pET-48b(+)
pET-49b(+)
pET-5 varianten a/b/c
pET-50b(+)
pET-51b(+)
pET-52b(+)
pET-6
pET-7
pET-8 varianten c
pET-9 varianten a/b/c/d
pETBlue-2
pETcoco-2
pET-DEST41
pET-DEST42
pETIC
pETIC-1
pEUkc1
pEVHIS14
pEV-vrf1
pEV-vrf2
pEV-vrf3
pEVvrfl1
pEX
pEX1
pEX2
pEX3
pEXlox(+)
pEXP1-DEST
pEXP2-DEST
pEXP38-βgal
pEXP-AD502
pEXPR-IBA7
pEYFP
pEYFP-1
pEYFP-C1
pEYFP-N1
pEZZ18
pEZZ8
pFastBac HT varianten A/B/C
pFastBacDUAL
pFB9
pFCE4 varianten +/-
pfdA2
pfdA3
pfdA4
pfdA8
pfdB2
pFH2106
pFL1
pFL2
pFL20
pFL3
pFL4
pFLAG-1
pFLAG-CMV3
pFLAG-MAC
pFLASH
pFOS1
pFPMT121
pFR109
pFR97
pFR98
pFRCMV
pFRL4
pFRPn
pFRT/lacZEO
pFRT/lacZeo2
pFRTβGAL
pFTB14
pFTB91
pFZY1
pG1f1 varianten +/-
pG5luc
pGA22
pGA23
pGA24
pGA39
pGA44
pGA46
pGAD10
pGAD424
pGADGH
pGADGL
pGADRx
pGADT7
pGADT7-Rec
pGAL4
pGAPZ varianten A/B/C
pGAPZα varianten A/B/C
pGB2
pGB3
pGB301
pGB3-110
pGB33
pGB4
pGB8-110
pGB8-12
pGB8-90
pGB901
pGB902
pGB904
pGB905
pGB906
pGBK01
pGBKT7
pGBKT7-53
pGBKT7-Lam
pGBT9
pGBαMF1
pGEF+
pGEM
pGEM-1
pGEM-10
pGEM-100
pGEM-11
pGEM-11Zf varianten +/-
pGEM-12
pGEM-13
pGEM-13*
pGEM-13Zf varianten +/-
pGEM-2
pGEM-2F
pGEM-3
pGEM-3Z (= pGEM-blue)
pGEM-3Zf varianten +/-
pGEM-4
pGEM-4Z
pGEM-4Zf varianten +/-
pGEM-5
pGEM-5Zf varianten +/-
pGEM-6
pGEM-7
pGEM-7Z
pGEM-7Zf varianten +/-
pGEM-8
pGEM-9
pGEM-99
pGEM-9Zf varianten +/-
pGEMEX-1
pGEMEX-2
pGEM-luc
pGEM-neo
pGEM-T
pGEM-T Easy
pGEM-Zf varianten +/-
pGene/V5-His varianten A/B/C
pGene/V5-His/lacZ
pGEX-1
pGEX-1λT
pGEX-2
pGEX-2T
pGEX-2TK
pGEX-3
pGEX-3T
pGEX-3X
pGEX-4
pGEX-4T varianten -1/-2/-3
pGEX-5
pGEX-5T varianten -1/-2/-3
pGEX-5X varianten -1/-2/-3
pGEX-6P-1
pGEX-6P-3
pGEX-KG
pGFIB
pGFP
pGFP-1
pGFP10.1
pGFPuv
pGH-L11
pGH-L13
pGH-L8
pGH-L9
pGK12
pGK13
pG-KJE8
pGKV1
pGKV2
pGKV21
pGKV232
pGKV259
pGKV41
pGL101
pGL2-Basic
pGL2-Control
pGL2-Enhancer
pGL2-Promoter
pGL3-Basic
pGL3-Control
pGL3-Enhancer
pGL3-MMTV
pGL3-Promoter
pGL4.10[luc2]
pGL4.12[luc2CP]
pGL4.13[luc2/SV40]
pGL4.14[luc2/Hygro]
pGL4.16[luc2CP/Hygro]
pGL4.73[hRluc/SV40]
pGL4.74[hRluc/TK]
pGL4.76[hRluc/hygro]
pGL4.78[hRlucCP/Hygro]
pGMV
pGP
pGP1-2
pGP492
pGPD-1
pGPD-2
pGR71
pGRE-d2EGFP
pGreen 0000
pGRE-Luc
pGRE-SEAP
pGro7
pGS20
pGS21
pGS72
pGSC1700
pGSS15
pGSS33
pGSS8
pGSV1
pGT12
pGT6
pGTB9
pG-Tf2
pGTh
pGTRTT
pGus-int
pGUSN358 S
pGV1106
pGV1113
pGV1122
pGV1124
pGV2488
pH3EH1.7
pHA10
Phagescript
pHARS1
pHAT10 en varianten 11 en 12
pHB1
pHC
pHC312
pHC314
pHC624
pHC79
pHCMV-4C-dhfr
pHCMV-KR-neo
pHcRed1-C1
pHcRed1-N1
pHD8R/RW
pHE(PrEN)CAT
pHE3
pHE6
pHE7
pHEBO
pHEN1
pHG5-trp
pHGH807tac-I
pHGH807tac-II
pHGH-Prac5-16
pHIL-D2
pHIL-S1
pHIPA4
pHIPX1
pHIPX10
pHIPX11
pHIPX12
pHIPX2
pHIPX3
pHIPX4
pHIPX4-B
pHIPX4-HENSBX
pHIPX4-HNBESX
pHIPX5
pHIPX6
pHIPX7
pHIPX8
pHIPX9
pHIPZ11
pHIPZ4
pHIPZ5
pHIPZ6
pHIPZ7
pHIS1522
pHIS1525
pHL1
pHM1320
pHM4
pHM6
pHMR272
pHook-1
pHP34
pHR307a
phrGFP-N1
phRG-TK
pHRP2
pHS5
pHS6
pHSE3`
pHSE-Luc
pHSE-SEAP
pHSG276
pHSG415
pHSG664
pHTS-NFkB
pHUB2
pHUB4
pHV11
pHV12
pHV14
pHV23
pHV33
pHV41
pHWJ-2
pHWJ-5
pHY201
pHY310
pHY460
pHybcI/HK
pHybLex/Zeo
pHyg
pH-β-APr1-neo
pIB/His varianten A/B/C
pIB/V5-His-DEST
pIB/V5-His-TOPO
pIB-E
pIBI-76
pIC
pIC19
pIC19(H)
pIC19(R)
pIC20
pIC20(H)
pIC20(R)
pIEx varianten 1/2/3/4/5/6
pIJ102
pIJ350
pIJ361
pIJ364
pIJ486
pIJ702
pIJS1002
pIJS1010
pIN
pIND
pIND(SP1)
pIND/Hygro
pIND/V5-His-TOPO
pIN-II-A2
pIN-II-A3
pIN-III
pIN-III113-A1
pIN-III113-A2
pIN-III113-A3
pIN-III113-B1
pIN-III113-B2
pIN-III113-B3
pIN-III113-C1
pIN-III113-C2
pIN-III113-C3
pIN-III95-A1
pIN-III95-A2
pIN-III95-A3
pIN-III-A1
pIN-III-A2
pIN-III-A3
pIN-III-B1
pIN-III-B2
pIN-III-B3
pIN-III-C1
pIN-III-C2
pIN-III-C3
pIN-IIIompA
pIN-IIIompA-1
pIN-IIIompA-2
pIN-IIIompA-3
pIN-ompA3
PinPoint Xa varianten 1/2/3
pIP501
pIR12
pIRES
pIRES2-EGFP
pIRESbleo
pIRES-EGFP
pIRES-EYFP
pIREShyg
pIREShyg2
pIRESLuc
pIRESneo
pIRESneo2
pIRESpuro
pIRESpuro2
pIRESpuro3
pIRL19
pIRL20
pITC
pIVEX 1.3 WG
pIVEX 1.4 WG
piWiT9
pIZ/V5-His
pIZT/V5-His
pJ138
pJ3Ω
pJ4Ω
pJ5Ω
pJ6Ω
pJA4304
pJABS633
pJAC4
pJB137
pJB23
pJB63
pJB64
pJB65
pJB66
pJB8
pJBD207
pJBF
pJBS633
pJC119
pJC720
pJDC9
pJET1/blunt
pJFEH118 (=pJF118EH)
pJFEH119(=pJF119EH)
pJFHE118 (=pJF118HE)
pJFHE119 (=pJF119HE)
pJFXhoXΔ166
pJG4-5
pJIC Sa_Rep
pJIT82
pJJ04541
pJJS1002
pJJS1010
pJK101
pJK103
pJK105
pJKK3
pJL6
pJLA16
pJLA501
pJLA502
pJLA503
pJLA504
pJLA505
pJLA601
pJLA602
pJLA603
pJLA604
pJLA605
pJM111-ompA-1
pJM111-ompA-2
pJM111-ompA-3
pJMSP-0
pJMSP-8
pJP1P3
pJP33
pJQ200
pJQ254
pJRD158
pJRD184
pJRD215
pJRL19
pJRL20
pJS97
pJS98
pJT41
pK18
pK19
pKARS12
pKARS2
pKB 663
pKB 712
pKB 750
pKB 766
pKC16
pKC30
pKC7
pKD1
pKECaroP
pKEN029
pKEN037
pKEN039
pKEN040
pKEN045
pKEN602
pKG1800
pKGIXI
pKGS
pKGW
pKH4
pKH47
pKH502
pKH80
pKIL18
pKIL19
pKJE7
pKK10-2
pKK161-8
pKK175-6
pKK223-3
pKK231-1
pKK232-8
pKK233
pKK233-11
pKK233-2
pKK238-8
pKK240-11
pKK246-11
pKK388-1
pKK5-1
pKK56
pKK626-7
pKK62b-7
pKK65-10
pKK92c-2
pKL1
pKL7
pKM-1
pKM-11
pKM-2
pKMH4
pKMH5
pKMH6
pKMS.FSHαgβg
pKN001
pKN1562
pKN401
pKN402
pKN410
pKN80
pKNUN
pKO SelectNeo V800
pKO SelectTK V830
pKO-1
pKO-10
pKO-11
pKO1-S1
pKO-2
pKO-4
pKO-5
pKO-6
pKO-7
pKO-8
pKO-9
pKS hsp lac Z pA
pKT128
pKT19
pKT21
pKT210
pKT218
pKT226
pKT230
pKT231
pKT234
pKT235
pKT240
pKT241
pKT247
pKT248
pKT252
pKT254
pKT262
pKT263
pKT264
pKT279
pKT280
pKT287
pKT30
pKT41
pKTH38
pKTH50
pKTH51
pKTH53
pKTH601
pKTH604
pKTH605
pKTH606
pKUN
pKUN1
pKUN19
pKUN230
pKUN9
pL292
pLa2311
pLA7
pLacGUS
pLacZi
pLAFR1
pLAFR3
pLAM 5`
pLAM5`-1
pLamin C
pLawrist
pLawrist 4
pLBU3
pLC245
pLCK-hGH
pLCNX
pLDL1
pLET1
pLET2
pLET3
pLEX
pLexA
pLF1
pLG200
pLG300
pLG338
pLG339
pLG400
pLG5
pLG669
pLGV2381
pLGV2382
pLHL2
pLILRE-Luc
pLITMUS
pLITMUS 28
pLITMUS 29
pLITMUS 38
pLITMUS 39
pLivSelect-II
pLK31
pLK32
pLK33
pLK34
pLK34-1
pLK36
pLK36-1
pLK37
pLK38
pLK39
pLK51
pLK52
pLK53
pLK54
pLK54-1
pLK56
pLK56-1
pLK57
pLK58
pLK59
pLK63
pLK66
pLK68
pLK69
pLK69-1
pLK70-19
pLK70-191
pLK70-48
pLK70-481
pLK70-70
pLK70-701
pLK80
pLK80-1
pLK82
pLK84
pLK91
pLK94
pLNA1
pLNB1
pLNR2
pLNT1
pLP1021
pLP-EGFP-C1
pLPL
pLS1
pLS101
pLS103
pLS69
pLSDL
pLSV57
pLT1
pLTR-SV2-neo
pLuc-MCS
pLV57
pLV59
pLX100
pLX101
pLysE
pLysS
pM
pM69
pMa
pMa/c
pMA301
pMA424
pMA56
pMA91
pMAC561
pMac5-8
pMad5
pMAL
pMAL-c2
pMAL-p2
pMAM
pMAM17
pMATNde
pmaxFP-Green-C
pmaxFP-Yellow-C
pmaxFP-Yellow-PRL
pMB1
pMB2
pMB9
pMBL1034
pMBL104
pMBL113
pMBL24
pMBL604
pMc
pMC1403
pMC1513
pMC1790
pMC1843
pMC1844
pMC1871
pMC1neo
pMC2010
pMC306
pMC449
pMC489
pMC632
pMC661
pMC81
pMC871
pMC874
pMC9
pMC931
pMCL2
pMcTnde
pMD4
pMelBac varianten A/B/C
pMEP4
pMET varianten A/B/C
pMETα varianten A/B/C
pMEX001
pMEX1.6
pMG159
pMG15a
pMG165
pMG196
pMG24
pMG36
pMG411
pMH
pMH4
pMIB/V5-His varianten A/B/C
pMK
pMK155
pMK16
pMK20
pMK2004
pMK3
pMK4
pMKΔ
pML
pML(C2AT)
pMLB1034
pMLC2luc
pMLVKT
pMLVTK
pMM1522
pMM1525
pMM4
pMM5
pMMB22
pMMB24
pMMB33
pMMB34
pMMB66HE
pMMB67
pMMHa
pMMuLV-SVTK-NEO
pMOB02
pMOB45
pMOB48
pMOG402
pMOG410
pMON120
pMON129
pMON131
pMON13438
pMON999
pMOSBlue
pMOSElox
pMP100
pMP78-1
pMPT121
pMR100
pMS470Δ-8
pMT/BioEase-DEST
pMT/BiP/V5-His varianten A/B/C
pMT/V5-His varianten A/B/C
pMT/V5-His/lacZ
pMT/V5-His-TOPO
pMT2
pMT-DEST48
pMTL
pMTL123
pMTL20
pMTL21
pMTL21P
pMTL22
pMTL22P
pMTL23
pMTL23P
pMTL24
pMTL25
pMTL26
pMV
pMV158
pMVHis
pMyc-SEAP
pMyr
pMyr Lamin C
pMyr MAFB
pMyr XR
pNA16
pNA16a
pNA18
pNA8
pNA8a
pNASSβ
pNC10
pND201
pNEB193
pNEO
pNeoEGFP
pNEOβGAL
pNF2
pNF3
pNFAT-hrGFP
pNFAT-SEAP
pNFAT-TA-Luc
pNF-kB-hrGFP
pNF-kB-Luc
pNFκB-d2EGFP
pNFκB-Luc
pNFκB-SEAP
pNFκB-TA-Luc
pNGS18
pNGS20
pNGS21
pNH16
pNH16a
pNH18
pNH18a
pNH8
pNH8a
pNJ5073
pNM185
pNM422
pNM480
pNM481
pNM482
pNMT/CAT
pNMT-TOPO
pNO1523
pNRC747-10
pNRC747-10 (RSBI)
pNRC747-10 (RSBII)
pNS1
pNSElacZ
pNTAP-Mef2a
pNUT
pNW33N
pNZ12
pNZ121
pNZ123
pOFF 1
pOG2165
pOG44
pOG45
pOHT
pOL3
pOL4
pOL5
pOL6
pOM1
pOM2
pOM3
pOM4
pOM41
pOM8
pOM9
pON249
pOP13CAT
pOP203(Ps)-1
pOP203(WT)-1
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A
Lijst A2 — Vectoren behorende bij combinatie A (deel 3)
pOP203-1
pOP203-13
pOP203-24
pOP203-27
pOP203-28
pOP203-29
pOP203-3
pOP95-15
pOP95-2
pOP95-5
pOPIΔ6
pOPRSVI CAT
pOPRSVI/MCS
pORF1
pORF2
pORF9
pOU71
pP1EX
pP2-102
pP2-103
pPA209-1
pPA209-110
pPA215-1
pPA215-110
pPA8-3
pPAFiq-20
pPANH-1
pPANK-18
pPAP1
pPAP2
pPAT153
pPB104
pPC62
pPC86
pPC97
pPG5
pPGV2
pPH125
pPH126
pPIC3
pPIC3.5K
pPIC6 varianten A/B/C
pPIC6α varianten A/B/C
pPIC9
pPIC9K
pPICZ varianten A/B/C
pPICZα varianten A/B/C
pPL2
pPL603
pPL608
pPLa2311
pPLa8
pPLa83
pPLa831
pPLa832
pPLc236
pPLc236trp
pPLc24
pPLc245
pPLc28
pPLcAT10
pPLcmu 299
pPLEX
pPM1
pPNT
pPolyI
pPolyI+
pPolyI+Bo
pPolyII
pPolyII-D
pPolyIII-1
pPolyIII-D
pPolyII-Sn-14
pPR100
pPR110
pPR111
pPR9
pProEX HT varianten A/B/C
pPROTet.E
pPS791
pPur
pPV33
pPV33H
pQE
pQE10
pQE11
pQE12
pQE13
pQE14
pQE15
pQE16
pQE17
pQE18
pQE22
pQE3
pQE30
pQE31
pQE32
pQE4
pQE40
pQE41
pQE42
pQE5
pQE50
pQE51
pQE52
pQE60
pQE70
pQE8
pQE9
pR884
pRAJ255
pRAJ260
pRAL1
pRAP1
pRAP2
pRAP3x
pRB394
pRc/CMV
pRc/CMV2
pRc/RSV
pRC1
pRC2
pRC23
pRC3
pRC4
pRcos1
pRDB8
pRDB8A
pRDB9
pREGA
pREMI-Z
pREP1
pREP10
pREP3X
pREP3Y
pREP4
pREP7
pREP8
pREP9
pResEM749
pResKmdBCEm
pRI40
pRIB1300
pRIT
pRIT11
pRIT12
pRIT13
pRIT16
pRIT2T
pRIT4
pRIT4661
pRIT5
pRIT6
pRK153
pRK248
pRK248cIts
pRK290
pRK291
pRK292
pRK293
pRK310
pRK311
pRK353
pRK415
pRL250
pRL-CMV
pRL-null
pRL-SV40
pRL-TK
pRluc-N2(h)
pRMe1
pRMe1ss
pRMe2
pRMe2ss
pRNA-H1.1/Neo
pRNAT-H1.1/Neo
pRNATin-H1.2/Hygro
pRNAT-U6.1/hygro
pRNAT-U6.1/Neo
pRNA-U6.1/Hygro
pRO1614
pRO1748
pRP270
pRpsp2
pRS1316
pRS303
pRS304
pRS305
pRS306
pRS313
pRS314
pRS315
pRS316
pRS414
pRS415
pRS550
pRS551
pRS552
pRS555
pRSC
pRSET varianten A/B/C
pRSET5 varianten A/B/C/D
pRSET6 varianten A/B/C/D
pRSET-B mCherry
pRSET-B mOrange
pRSETB/CAT
pRSET-E
pRSV
pRSV.nls.lacZ
pRSV2neo
pRSV3gpt
pRSV5neo
pRSVcat
pRSVgpt
pRSVlacZ
pRSVlacZ sense
pRSVluc
pRSVneo
pRT100 en varianten 101 t/m 108
pRV1
pRV2
pRYM225
pS14
pS194
pS65T-C1
pSA151
pSA2100
pSA3
pSAO501
pSC101
pSC11
pSC-A
pSCC31
pSE280
pSE380
pSE420
pSE640
pSEAP2-control
pSEAP-basic
pSEAP-control
pSEAP-enhancer
pSEAP-promoter
pSecTag varianten A/B/C
pSecTag2 varianten A/B/C
pSecTag2/Hygro varianten A/B/C
pSecTag2/PSA
pSELECT
pSELECT-1
pSEY210
pSFFVLTR neo
pSG1151
pSG20
pSG21
pSG5
pSG8
pSGpuro
pSH1834
pSH47
pShooter/myc/ER
pShuttle2
pSI
pSI4
pSilencer
pSilencer 1.0-U6
pSilencer 2.0-U6
pSilencer 3.1-H1 hygro
pSilencer 4.1-CMV neo
pSilencer2.1-U6 hygro
pSilencer2.1-U6 neo
pSilencer2.1-U6 puro
pSIREN-Shuttle
pSK104
pSK105
pSK106
pSK236
pSKIIA-His
pSKS104
pSKS105
pSKS106
pSKS107
pSKS116
pSL1180
pSL1190
pSL301
pSLA3
pSM10
pSM10221
pSM10419
pSM7
pSM7311
pSM8
pSM9
pSNV-TK23del
pSNV-TKdeldelter(R)
pSNV-TKdeldelter(RP)
pSos
pSOS bait
pSos Coll
pSos MAFB
pSP
pSP2
pSP50
pSP6
pSP62-K2
pSP62-PL
pSP64
pSP64 bluescript Tmb
pSP64 Poly(A)
pSP64AI
pSP64CG
pSP64CS
pSP64-f1 varianten +/-
pSP64-f2 varianten +/-
pSP64T
pSP64ΔI
pSP65
pSP65 bluescript Tmb
pSP65CG
pSP65CS
pSP65-f1 varianten +/-
pSP65ss
pSP70
pSP71
pSP72
pSP73
pSPORT
pSPORT1
pSPORT2
pSPUTK
pSRE-Luc
pSRE-SEAP
pSRF-luc
pSRα
pSRαneo
pSS24
pSS25
pST1401
pSTBlue-1
pSTP2
pSTREPHIS1525
pSUP101
pSUP104
pSUP104Ap
pSUP106
pSUP202
pSUP2021
pSUP203
pSUP204
pSUP205
pSUP2121
pSUP301
pSUP304
pSUP304.1
pSUP304.2
pSUP401
pSUP404.2
pSUP5011
pSUPER.basic
pSuper.neo
pSuper.neo+GFP
pSuper.puro
pSUPERCATCH-NLS
pSuperior.neo
pSuperior.neo+GFP
pSuperior.puro
pSV
pSV(X-)1-ADA
pSV1-gt5-gt
pSV2
pSV2-cat
pSV2-dhrf
pSV2-gpt
pSV2-gpt-tkpr
pSV2-gptΔ (HindIII-BGLII)
pSV2-his
pSV2-lacZ
pSV2-luc
pSV2-neo
pSV3
pSV3-gpt
pSV5-gpt
pSV7d
pSVAEQN
pSVEp
pSV-gpt
pSV-gt
pSVK3
pSVL
pSVM-gpt
pSV-neo
pSV-sport1
pSVT7
pSV-β
pSV-βgal
pSwitch
pSY16
pSY2501
pSY343
pSYS343
pSZ212
pSZ515
pSZ57
pSZ58
pT127
pT3/T7-LUC
pT7
pT7 Blue T
pT7/T3-184
pT7/T3-18U
pT7/T3-19U
pT7/T3α-18
pT7/T3α-19
pT7-1
pT712
pT713
pT7-5
pT7-6
pT7-7
pT7F1A
pT7T3
pTA1529
ptac11
ptac12
ptac12H
ptac85
ptacCP
ptacterm
pT-AdV
pTAL-d2EGFP
pTAL-Luc
pTARE-Luc
pTarget
pTarget-Luc
pTB19
pTB90
pTBE
pTCF
pTCF/c-myc
pTD1
pTD1-1
pTEF1/Zeo
pTet-Off
pTet-Off-Advanced
pTet-On
pTf16
pTFB1
pTG201
pTG206
pTG402
pThioHis varianten A/B/C
pTKcat
pTKhyg
pTKluc
pTKβ
pTL12
pTLL12
pTMBV4
pTNT
pTP30-5
pTP5-3
pTP8-5
pTQpST11
pTR262
pTracer-CMV
pTracer-CMV/Bsd
pTracer-CMV2
pTracer-EF/V5-His varianten A/B/C
pTracer-SV40
pTrc99A
pTrcHis varianten A/B/C
pTrcHis2 varianten A/B/C
pTrcHis2-TOPO
pTrcHis-TOPO
pTRE
pTRE2
pTRE2hyg
pTRE-d2EGFP
pTRE-Shuttle2
pTRE-Tight
pT-REx-DEST30
pT-REx-DEST31
pTriplEx
pTriplEx2
ptrpED5-1
pTrpST11
pTrS3
pTrx
pTrxFus
pTSG 4
pTSG 4-421
pTSG11
pTSV-1
pTSV-2 varianten A/B
pTSV-3 varianten A/B
pTT6
ptTA-2 varianten 3/4
pTTG19
pTTQ18
pTTQ181
pTTQ19
pTTQ8
pTTQ9
ptTS-NEO
pTU#58
pTU#65
pTV2
pTYB1
pTYB11
pTYB2
pTYB3
pTYB4
pTZ
pTZ18
pTZ18R
pTZ18U
pTZ19
pTZ19R
pTZ19U
pUB/Bsd
pUB110
pUB112
pUB6/V5-His
pUC
pUC1
pUC11
pUC118
pUC119
pUC12
pUC13
pUC18
pUC19
pUC20
pUC21
pUC3
pUC4
pUC4k
pUC5
pUC6
pUC7
pUC8
pUC8-1
pUC8-2
pUC830
pUC9
pUC9-1
pUC9-2
pUC931
pUCAP
pUCAP35S
pUCBM20
pUCBM21
pUCD1001
pUCD1002
pUCD2001
pUC-f1
pUCHinEco1
pUCHinEco2
pUClac20
pUCP18
pUCsneo
pUEX
pUEX1
pUEX2
pUEX3
pUH84
pUHC133
pUHC136
pUHD10-3
pUHD15-1
pUHD15-1neo
pUHD172-1neo
pUHG16-3
pUHG171
pUK21
pUK230
pUN121
pUR1
pUR2
pUR222
pUR2730
pUR2740
pUR277
pUR278
pUR288
pUR289
pUR290
pUR291
pUR292
pUT614
pUT701
pUT715
pUT802
pV69
pVA3
pVA3-1
pVA680
pVA736
pVA738
pVA749
pVA794
pVA795
pVA797
pVA838
pVA856
pVA891
pVAC2mcs
pVAX1
pVAX1/lacZ
pVgRXR
pVK100
pVK102
pVK57
pVL
pVL1392
pVL1393
pVP16
pVP22/Myc-His
pVR1012
pVR104
pVT25
pVU1011
pW8
pWA15
pWE
pWE15
pWG.G1
pWGx.G1T
pWH1509E
pWR1
pWR2
pWR3
pWR4
pWR450
pWR450-1
pWR450-2
pWR5
pWR590
pWR590-1
pWR590-2
pWS3
pWS4kpn
pWS50
pWS70
pWT111
pWT121
pWT131
pWT511
pWT551
pWT551-2P2
pWT551-3P3
pWT571
pWTT2081
pWW-84
pWW-97
pX1
pXeX
pXINSECT-DEST39
pXP1
pXP2
pYAC2
pYAC4
pYAC5
pYC2/CT
pYCp19
pYCplac111
pYCplac22
pYCplac33
pYCpR1
pYD1
pYe(CEN3)41
pYeHBs
pYEp13
pYEp13 G418
pYEp13S
pYEp2
pYEp20
pYEp21
pYEp24
pYEp25
pYEp4
pYEp51
pYEp6
pYEplac112
pYEplac181
pYEplac195
pYES2
pYES2.1/V5-His-TOPO
pYES2/GS
pYES-DEST52
pYESTrp
pYESTrp2
pYESTrp3
pYET2
pYETrp1
pYETrp5
pYEX 4T en varianten -1/-2/-3
pYF46
pYF92
pYIp1
pYIp25
pYIp26
pYIp27
pYIp28
pYIp29
pYIp30
pYIp31
pYIp32
pYIp33
pYIp5
pYIplac128
pYIplac204
pYIplac211
pYR12GR
pYRp12
pYRp14
pYRp17
pYRp7B
pYRp7HIS
pYT11-LEU2
pYT3
pYα-E
pYαEGF-22
pYαEGF-24
pYαEGF-25
pZEM228
pZEM229
pZeoSV
pZeoSV2 varianten +/-
pZErO
pZErO-1
pZErO-2
pZero-2.1
pZIP
pZIP-neo SV
pZIP-neo SV(x)
pZIP-neo SV(x)1
pZL1
pZsGreen1-C1
pZsGreen1-DR
pZsYellow1-C1
pβgal-Basic
pβgal-Control
pβgal-Enhancer
pβgal-Promotor
R300B
sCOGH1
sCOGH2
sCOGH3
sCOGH4
sCOGH5
sCOGH6
sCOS1
SCP2
SLP1.2
SP680
Supercos
SuperCos I
α+GFP
λ1059
λ1121
λ1127
λ1129
λ1130
λ2001
λ21
λ641
λA
λA8
λAmp3
λB
λB8
λBluestar
λBV2
λDASH
λDASH II
λDL10
λDL11
λelement 8
λelement 9
λEMBL
λEMBL3
λEMBL301
λEMBL3A
λEMBL4
λExCell
λEXlox
λFIX
λFIX II
λGEM
λGEM11
λGEM12
λGEM301
λGEM4
λgt10
λgt11
λgt18
λgt19
λgt22
λgtALO.B
λgtWES
λgtWES.B*
λgtWES B`
λgtWES B1
λgtWES.T5-622
λgtWES.λB
λgtWES.λB`
λgtZJvir.B`
λIoic
λL47
λL47-6
λlac5-2
λlac5-2i
λlac5-IUV5
λMG14
λMOSElox
λNM1149
λNM1150
λNM540
λNM590
λNM607
λNM641
λpF13
λRS203
λRS205
λSCOS1
λSWAJ1
λSWAJ2
λSWAJ3
λSWAJ4
λSWAJ5
λTnPHoA
λTriplEx
λTriplEx2
λUniZAP XR
λY1EQS
λY2UQS
λY3ZQS
λZAP
λZAP Express
λZAP II
λZEQS
λZIPLOX
Φ-C31
Bijlage 2 — behorende bij artikel 21 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst A3 — Inserties behorende bij combinatie A
Lijst A3 — Inserties behorende bij combinatie A
Inserties die één of meer van de onderstaande sequenties bevatten:
1. Ongekarakteriseerde sequenties:
Een sequentie wordt in ieder geval beschouwd als ongekarakteriseerd indien een of meerdere van de hierna genoemde gegevens ontbreken:
a. de herkomst en de aard van de sequenties;
b. de wijze waarop de insertie is geconstrueerd;
c. een onderbouwing van welke functie of functies de sequentie kan hebben.
Aandachtspunten bij de onderbouwing bedoeld onder c, zijn de functie en de relatieve posities van structurele genen, regulerende sequenties, synthetische sequenties, van transposons en provirussen afgeleide sequenties en sequenties die van belang zijn voor de replicatie in het genetisch gemodificeerde organisme.
2. Sequenties coderend voor:
a. toxines en cytolysines met een LD50 voor vertebraten van 100 microgram of minder per kilogram lichaamsgewicht;
b. overige virulentie- en pathogeniteitsfactoren;
c. virale en cellulaire oncogenen in combinatie met een virale vector die virale sequenties bevat die betrokken zijn bij integratie of replicatie;
d. enzymatische functies die betrokken zijn bij transpositie of integratie van transposons of provirussequenties;
e. functies die leiden tot zelfstandige overdracht van genetisch materiaal;
f. functies waardoor de insertie als virale vector kan functioneren;
g. een antibioticumresistentie die van nature niet voorkomt in de soort waartoe de gastheer behoort, of in aanverwante soorten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
Bijlage 3
Bijlage 3
Gereserveerd voor de combinatie van lijsten, bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit.
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen
De indeling in klassen van pathogene micro-organismen
Op grond van de definities voor micro-organismen van klasse 1, 2, 3 en 4, zoals opgenomen in artikel 2 van deze regeling, worden micro-organismen ten behoeve van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen ingedeeld in vier klassen, waarvan de klassen 2 tot en met 4 gehanteerd worden voor pathogene organismen. Ten behoeve van de uitvoering van de risicobeoordeling in het kader van het Besluit en deze regeling, is in bijlagen 2 en 4 van deze regeling voor de daarin opgenomen micro-organismen aangegeven tot welke klasse deze micro-organismen worden gerekend.
In bijlage 2 van deze regeling zijn de micro-organismen van klasse 1 opgenomen, welke niet ziekteverwekkend zijn voor mens, dier of plant. Deze bijlage bevat de classificatie van micro-organismen op basis van hun ziekteverwekkend vermogen voor mens, dier of plant. Deze bijlage bestaat uit vier onderdelen. Onderdeel 4.1 bevat de classificatie van pathogene virussen, onderdeel 4.2 de pathogene bacteriën, onderdeel 4.3 de pathogene schimmels en onderdeel 4.4 de pathogene parasieten.
De in bijlage 2 en bijlage 4 van deze regeling aangegeven klasse van een micro-organisme wordt op grond van artikel 2.5 van het Besluit en artikel 16 van deze regeling altijd gehanteerd bij de risicobeoordeling, zoals uitgewerkt in bijlage 5 van deze regeling.
Ten aanzien van de indeling van pathogene virussen in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (subonderdeel 4.1.1) wordt opgemerkt, dat vooralsnog alleen de virussen, die door de COGEM in het advies CGM/060420-04 zijn beoordeeld, als strikt dierpathogeen zijn opgenomen in de kolom met het opschrift ‘strikt dierpathogene virussen’. Staat een dierpathogeen virus niet in de kolom met het opschrift ‘strikt dierpathogene virussen’ van subonderdeel 4.1.1. dan wordt het virus voor de inschaling overeenkomstig bijlage 5 van deze regeling aangemerkt als humaan pathogeen.
Bij het uitvoeren van een risicobeoordeling conform bijlage 8 van deze regeling kan de aangegeven klasse ook worden gehanteerd, maar is dit niet in alle gevallen verplicht. Er kan bijvoorbeeld van de aangegeven klasse-indeling worden afgeweken, indien de gebruiker van mening is dat een andere klasse van toepassing zou zijn. Dit moet dan wel in de risicobeoordeling overeenkomstig bijlage 8 van deze regeling worden gemotiveerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de definities voor de klassen van micro-organismen, zoals opgenomen in artikel 2 van deze regeling.
Indien een micro-organisme niet is opgenomen in bijlage 2, combinatie A, of in deze bijlage dan wordt op grond van artikel 2.8, derde lid, van het Besluit en artikel 19 van deze regeling de risicobeoordeling uitgevoerd overeenkomstig bijlage 8 van deze regeling. In het verslag van de risicobeoordeling wordt daarbij gemotiveerd, met gebruikmaking van de definities van de klassen van micro-organismen, aangegeven tot welke klasse het betreffende micro-organisme behoort.
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.1 — Indeling in klassen van pathogene virussen › § 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen
§ 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (deel 1)
In onderstaande tabel is voor de opgenomen virussen ten behoeve van werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen de toegekende klasse van pathogeniteit opgenomen. Indien de klasse voor het virus vermeld staat in de kolom ‘dier- en humaan pathogene virussen’, dan wordt het virus voor de toepassing van bijlage 5 van deze regeling beschouwd als humaan pathogeen. Indien de klasse van pathogeniteit voor het virus vermeld staat in de kolom ‘strikt dierpathogene virussen’, dan wordt het virus voor de toepassing van bijlage 5 van deze regeling beschouwd als dierpathogeen.
Klasse
Familie | Soort (Species) | Dier- en humaan pathogene virussen | Strikt dierpathogene virussen1
Geslacht (Genus)
Adenoviridae
Atadenovirus | Bovine adenovirus D, ssp Bovine adenovirus 4 | | 2
Atadenovirus | Snake adenovirus 2 | | 2
Aviadenovirus | Fowl adenovirus 1 | | 2
Mastadenovirus | Bovine adenovirus B | | 2
Mastadenovirus | Canine adenovirus A, type 1 | | 2
Mastadenovirus | Canine adenovirus A, type 2 | | 2
Mastadenovirus | Chimpansee adenovirus type 3 | 2
Mastadenovirus | Chimpansee adenovirus type 155 | 2
Mastadenovirus | Chimpansee adenovirus type Y25 | 2
Mastadenovirus | Human adenovirus A-G (uit mens geïsoleerde virussen) | 2
Mastadenovirus | Human adenovirus B, C en E (uit mensaap geïsoleerde virussen) | 2
Mastadenovirus | Murine adenovirus 2 | | 2
Mastadenovirus | Pan paniscus adenovirus type 3 | 2
Mastadenovirus | Porcine mastadenovirus A | | 2
Mastadenovirus | Porcine mastadenovirus B | | 2
Mastadenovirus | Porcine mastadenovirus C | | 2
Mastadenovirus | Rhesus adenovirus 51-66 | 2
Mastadenovirus | Simian adenovirus 13 | 2
Mastadenovirus | Simian adenovirus 16 | 2
Mastadenovirus | Simian adenovirus 17 | 2
Mastadenovirus | Simian adenovirus 19 | 2
Mastadenovirus | Simian adenovirus 24 | 2
Mastadenovirus | Simian adenovirus 25 | 2
Alloherpesviridae
Cyprinivirus | Cyprinid herpesvirus 3 (Koi herpesvirus) | | 2
Anelloviridae
Alphatorquevirus | Torque teno virus | 2
Betatorquevirus | Torque teno minivirus | 2
Gammatorquevirus | Torque teno midi virus 1 tot en met 15 | 2
Arenaviridae
Mammarenavirus | Brazilian mammarenavirus | 4
Mammarenavirus | Cali mammarenavirus | 2
Mammarenavirus | Chapare mammarenavirus | 4
Mammarenavirus | Guanarito mammarenavirus | 4
Mammarenavirus | Junín virus | 4
Mammarenavirus | Lassa virus | 4
Mammarenavirus | Lujo mammarenavirus | 4
Mammarenavirus | Lymphocytic choriomeningitis virus | 3
Mammarenavirus | Lymphocytic choriomeningitis virus, stam 'Armstrong' | 2
Mammarenavirus | Machupo virus | 4
Mammarenavirus | Tacaribe virus | | 2
Mammarenavirus | Whitewater arroyo mammarenavirus | 4
Arteriviridae
Arterivirus | African pouched rat arterivirus (Cricetomys 1 nesartevirus) | | 2
Arterivirus | DeBrazza’s monkey arterivirus (Cercopithecus 2 simartevirus) | | 2
Arterivirus | Equine arteritis virus | | 2
Arterivirus | Kibale red colobus virus 1 (Procolobus 1 simartevirus) | | 2
Arterivirus | Kibale red colobus virus 2 (Procolobus 2 simartevirus) | | 2
Arterivirus | Kibale red-tailed guenon virus (Cercopithecus 1 simartevirus) | | 2
Arterivirus | Lactate dehydrogenase-elevating virus | | 2
Arterivirus | Mikumi yellow baboon virus 1 (Papio 1 simartevirus) | | 2
Arterivirus | Pebjah virus (Alamogordo simartevirus) | | 2
Arterivirus | Porcine reproductive and respiratory syndrome virus-1 (Lelystadvirus) | | 2
Arterivirus | Porcine reproductive and respiratory syndrome virus-2 (SIRS) | | 2
Arterivirus | Simian hemorrhagic encephalitis virus (Sukhumi simartevirus) | | 2
Arterivirus | Simian hemorrhagic fever virus | | 2
Arterivirus | Wobbly possum disease virus (Trichosurus 1 dipartevirus) | | 2
Asfarviridae
Asfivirus | African swine fever virus (Afrikaanse varkenspestvirus) | | 4
Astroviridae
Mamastrovirus | Mamastrovirus 1 | 2
Mamastrovirus | Mamastrovirus 6 | 2
Mamastrovirus | Mamastrovirus 8 | 2
Mamastrovirus | Mamastrovirus 9 | 2
Baculoviridae
Alphabaculovirus | Autographa californica multiple nucleopolyhedrovirus | | 2
Alphabaculovirus | Bombyx mori nucleopolyhedrovirus | | 2
Alphabaculovirus | Helicoverpa armigera multiple nucleopolyhedrovirus | | 2
Alphabaculovirus | Spodoptera exigua multiple nucleopolyhedrovirus | | 2
Alphabaculovirus | Spodoptera frugiperda multiple nucleopolyhedrovirus | | 2
Alphabaculovirus | Trichoplusia ni single nucleopolyhedrovirus | | 2
Birnaviridae
Avibirnavirus | Infectious bursal disease virus (ziekte van Gumboro) | | 2
Bornaviridae
Orthobornavirus | Orthobornavirus bornaense (Borna disease virus 1) | 3
Orthobornavirus | Orthobornavirus bornaense (Borna disease virus 2) | 3
Bunyaviridae
Nairovirus | Crimean-Congo hemorrhagic fever virus | 4
Orthobunyavirus | Akabane virus | | 3
Orthobunyavirus | Bunyamwera virus | 2
Orthobunyavirus | Cell fusing agent virus | 3
Orthobunyavirus | La Crosse orthobunyavirus | 3
Orthobunyavirus | Schmallenbergvirus | | 2
Orthobunyavirus | Shamonda virus | | 2
Orthobunyavirus | Shuni virus | | 2
Phlebovirus | Huaiyangshan virus (Henan fever virus) | 4
Phlebovirus | Rift Valley fever virus | 3
Phlebovirus | Sandfly fever Sicilian virus | 2
Phlebovirus | Toscana virus | 2
Phlebovirus | Uukuniemi virus | | 2
Caliciviridae
Lagovirus | Rabbit haemorrhagic disease virus | | 2
Norovirus | Norwalk virus | 2
Sapovirus | Sapporo virus | 2
Vesivirus | Feline calicivirus | | 2
Vesivirus | Vesicular exanthema of swine virus | | 2
Circoviridae
Circovirus | Porcine circovirus-1 | | 2
Circovirus | Porcine circovirus-2 | | 2
Gyrovirus | Chicken anemia virus | | 2
Coronaviridae
Alphacoronavirus | Alphacoronavirus 1 provisional ssp Ferret coronavirus (type Ferret enteric coronavirus) | | 2
Alphacoronavirus | Alphacoronavirus 1 provisional ssp Ferret coronavirus (type Ferret systemic coronavirus) | | 2
Alphacoronavirus | Alphacoronavirus 1 ssp Canine coronavirus (type I en II) | | 2
Alphacoronavirus | Alphacoronavirus 1 ssp Feline coronavirus (type I en II) (Feline infectious peritonitis virus) | | 2
Alphacoronavirus | Alphacoronavirus 1 ssp Porcine respiratory coronavirus | | 2
Alphacoronavirus | Alphacoronavirus 1 ssp Transmissible gastroenteritis virus | | 2
Alphacoronavirus | Human coronavirus 229E | 2
Alphacoronavirus | Human coronavirus NL63 | 2
Alphacoronavirus | Porcine epidemic diarrhea virus | | 2
Alphacoronavirus | Swine enteric alphacoronavirus | | 2
Betacoronavirus | Betacoronavirus 1 ssp Bovine coronavirus | | 2
Betacoronavirus | Betacoronavirus 1 ssp Equine coronavirus | | 2
Betacoronavirus | Betacoronavirus 1 ssp Human coronavirus OC43 | 2
Betacoronavirus | Betacoronavirus 1 ssp Porcine hemagglutinating encephalomyelitis virus | | 2
Betacoronavirus | Betacoronavirus 1 ssp Rabbit coronavirus HKU14 | | 2
Betacoronavirus | Human coronavirus HKU1 | 2
Betacoronavirus | Middle East Respiratory Syndrome-Coronavirus | 3
Betacoronavirus | Murine coronavirus, ssp Mouse hepatitis virus | | 2
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus, ssp Severe acute respiratory syndrome coronavirus | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus, ssp Severe acute respiratory syndrome coronavirus 2 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam BM48-31/BGR/2008 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam BtKY72 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam Cp/Yunnan2011 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam Pangolin BetaCoV Guandong2019 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam RaTG13 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam Rf1 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam Rs4081 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam SHC014 | 3
Betacoronavirus | Severe acute respiratory syndrome-related coronavirus stam WIV1 | 3
Deltacoronavirus | Coronavirus HKU15 | | 2
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.1 — Indeling in klassen van pathogene virussen › § 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen
§ 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (deel 2)
Gammacoronavirus | Avian coronavirus, ssp Infectious bronchitis virus | | 2
Gammacoronavirus | Beluga whale coronavirus SW1 | | 2
Gammacoronavirus | Bottlenose dolphin coronavirus | | 2
Torovirus | Bovine torovirus | | 2
Torovirus | Equine torovirus (Berne virus) | | 2
Torovirus | Porcine torovirus | | 2
Dicistroviridae
Aparavirus | Taura syndrome virus | | 2
Filoviridae
Orthoebolavirus | Orthoebolavirus bundibugyoense | 4
Orthoebolavirus | Orthoebolavirus restonense | 4
Orthoebolavirus | Orthoebolavirus sudanese | 4
Orthoebolavirus | Orthoebolavirus taiense | 4
Orthoebolavirus | Orthoebolavirus zairense | 4
Orthomarburgvirus | Orthomarburgvirus marburgense ssp Marburg virus | 4
Orthomarburgvirus | Orthomarburgvirus marburgense ssp Ravn virus | 4
Flaviviridae
Flavivirus | Bagaza virus | | 2
Flavivirus | Binjari virus | | 2
Flavivirus | Cell fusing agent virus | | 2
Flavivirus | Dengue virus | 3
Flavivirus | Israel turkey meningoencephalomyelitis virus | | 2
Flavivirus | Japanese encephalitis virus | 3
Flavivirus | Kamiti River virus | | 2
Flavivirus | Modoc virus | 2
Flavivirus | Palm Creek virus | | 2
Flavivirus | Tembusu virus | | 2
Flavivirus | Tick-borne encephalitis virus European subtype | 3
Flavivirus | Tick-borne encephalitis virus Far Eastern subtype | 3
Flavivirus | Tick-borne encephalitis virus Siberian subtype | 3
Flavivirus | Usutu virus | 2
Flavivirus | West Nile virus | 3
Flavivirus | Yellow fever virus | 3
Flavivirus | Yellow fever virus vaccinstam YF-17D | 2
Flavivirus | Yokose virus | | 3
Flavivirus | Zika virus | 3
Hepacivirus | Hepatitis C virus | 2
Pestivirus | Atypical porcine pestivirus | | 2
Pestivirus | Border disease virus | | 2
Pestivirus | Bovine viral diarrhea virus 1 | | 2
Pestivirus | Bovine viral diarrhea virus 2 | | 2
Pestivirus | Bungowannah virus | | 3
Pestivirus | Classical swine fever virus (Klassieke varkenspestvirus, Hog cholera virus) | | 4
Hantaviridae
Orthohantavirus | Sin Nombre orthohantavirus | 3
Orthohantavirus | Tula orthohantavirus | 2
Hepadnaviridae
Orthohepadnavirus | Hepatitis B virus | 2
Orthohepadnavirus | Woodchuck hepatitis virus | | 2
Hepeviridae
Hepevirus | Hepatitis E virus | 2
Herpesviridae
Cytomegalovirus | Cercopithecine herpesvirus 5 | 2
Cytomegalovirus | Human herpesvirus 5 (Human cytomegalovirus) | 2
Cytomegalovirus | Macacine herpesvirus 3 | 2
Cytomegalovirus | Panine herpesvirus 2 | 2
Iltovirus | Gallid herpesvirus 1 (Infectious laryngotracheïtis virus) | | 2
Iltovirus | Psittacid herpesvirus 1 | | 2
Lymphocryptovirus | Human herpesvirus 4 (Epstein-Barr virus) | 2
Mardivirus | Anatid alphaherpesvirus 1 | | 2
Mardivirus | Gallid herpesvirus 2 (Marek's disease virus type 1) | | 2
Mardivirus | Gallid herpesvirus 3 (Marek's disease virus type 2) | | 2
Mardivirus | Meleagrid herpesvirus 1 (Herpesvirus of turkeys; Marek's disease virus type 3) | | 2
Muromegalovirus | Muromegalovirus muridbeta1 (Mouse cytomegalovirus, Mouse herpesvirus 1) | | 2
Muromegalovirus | Muromegalovirus muridbeta2(Rat cytomegalovirus) | | 2
Proboscivirus | Elephantid herpesvirus (EIHV-1) | | 2
Rhadinovirus | Bovine herpesvirus 4 | | 2
Rhadinovirus | Human herpesvirus 8 | 2
Rhadinovirus | Murid gammaherpesvirus 4 | | 2
Rhadinovirus | Saimiriine herpesvirus 2 | 2
Roseolovirus | Human herpesvirus 6 | 2
Roseolovirus | Human herpesvirus 7 | 2
Simplexvirus | Human herpesvirus 1 (Herpes simplex virus 1) | 2
Simplexvirus | Human herpesvirus 2 (Herpes simplex virus 2) | 2
Simplexvirus | Macacine herpesvirus 1 | 3
Varicellovirus | Bovine herpesvirus 1 | | 2
Varicellovirus | Cercopithecine alphaherpesvirus 9 | | 2
Varicellovirus | Equid alphaherpesvirus 4 | | 2
Varicellovirus | Equid herpesvirus 1 | | 2
Varicellovirus | Felid herpesvirus 1 (Feline herpesvirus 1) | | 2
Varicellovirus | Human herpesvirus 3 (Varicella-zoster virus) | 2
Varicellovirus | Suid herpesvirus 1 (Pseudorabiesvirus, Aujesky's disease virus) | | 3
Varicellovirus | Suid herpesvirus 1 (Pseudorabiesvirus, Aujesky's disease virus), vaccinstam ‘Bartha K61‘ | | 2
Iridoviridae
Iridovirus | Invertebrate iridescent virus 6 | | 2
Megalocytivirus | Red sea bream iridovirus | | 2
Megalocytivirus | Scale drop disease virus | | 2
Kolmioviridae
Deltavirus | Deltavirus italiense (Hepatitis delta virus) | 2
Narnaviridae
Unassigned | Narnavirus AejapNV1 | | 2
Unassigned | Narnavirus CxNV1 | | 2
Nimaviridae
Whispovirus | White spot syndrome virus | | 2
Nodaviridae
Alphanodavirus | Flock House virus | | 2
Alphanodavirus | Nodamura virus | | 2
Betanodavirus | Barfin flounder nervous necrosis virus | | 2
Betanodavirus | Redspotted grouper nervous necrosis virus | | 2
Betanodavirus | Striped jack nervous necrosis virus | | 2
Betanodavirus | Tiger puffer nervous necrosis virus | | 2
Betanodavirus | Turbot nodavirus | | 2
Unassigned | Orsay virus | | 2
Nudiviridae
Alphanudivirus | Kallithea virus | | 2
Betanudivirus | Heliothis zea nudivirus | | 2
Orthomyxoviridae
Influenza A virus | Bat Influenza A virus H17N10 | | 2
Influenza A virus | Bat Influenza A virus H18N11 | | 2
Influenza A virus | Influenza A virus | 2
Influenza A virus | Influenza A virus, stam 'HongKong/1/68' | 2
Influenza A virus | Influenza A virus, stam 'Udorn/307/72' | 2
Influenza A virus | Influenza A virus, stam 'WSN/33' | 2
Influenza A virus | Influenza A virus, vaccinstam 'Port Chalmers/1/73' | 2
Influenza A virus | Influenza A virus, vaccinstam 'Puerto Rico/8/34' | 2
Influenza A virus | Influenza A virus, hoogpathogene aviaire influenza A virussen van de subtypen H5 en H7, 1918 H1N1 (Spaanse griep), 1957 H2N2 (Aziatische griep), H7N9 virussen | 3
Influenza B virus | Influenza B virus | 2
Influenza C virus | Influenza C virus | 2
Influenza D virus | Influenza D virus | 2
Isavirus | Infectious salmon anemia virus | | 2
Unassigned | Tilapia lake virus | | 2
Papillomaviridae
Alphapapillomavirus | Alphapapillomavirus 1 tot en met 11, 13 en 14 | 2
Betapapillomavirus | Betapapillomavirus 1 tot en met 5 | 2
Deltapapillomavirus | Deltapapillomavirus 4 ssp Bovine papillomavirus 1 | | 2
Deltapapillomavirus | Deltapapillomavirus 4 ssp Bovine papillomavirus 2 | | 2
Gammapapillomavirus | Gammapapillomavirus 1 tot en met 20 | 2
Mupapillomavirus | Mupapillomavirus 1 en 2 | 2
Nupapillomavirus | Nupapillomavirus 1 | 2
Paramyxoviridae
Avulavirus | Avian paramyxovirus 2-9 | | 2
Avulavirus | Newcastle disease virus | 3
Avulavirus | Newcastle disease virus vaccinstam ‘C2' | 2
Avulavirus | Newcastle disease virus vaccinstam ‘Clone 30’ | 2
Avulavirus | Newcastle disease virus vaccinstam ‘Hitchner B1’ | 2
Avulavirus | Newcastle disease virus vaccinstam ‘LaSota’ | 2
Avulavirus | Newcastle disease virus vaccinstam ‘Ulster’ | 2
Avulavirus | Newcastle disease virus vaccinstam ‘VG-GA’ | 2
Henipavirus | Hendra virus | 4
Henipavirus | Nipah virus | 4
Metapneumovirus | Avian metapneumovirus (Avian pneumovirus) | | 2
Metapneumovirus | Human metapneumovirus | 2
Morbillivirus | Canine distemper virus | | 2
Morbillivirus | Measles virus (Mazelenvirus) | 2
Morbillivirus | Peste-des-Petits-Ruminants virus | | 3
Morbillivirus | Phocine distemper virus | | 2
Morbillivirus | Phyllostomus bat morbillivirus | | 3
Morbillivirus | Porcine morbillivirus | | 3
Morbillivirus | Rinderpest morbillivirus (Runderpestvirus) | | 4
Pneumovirus | Bovine respiratory syncytial virus | | 2
Pneumovirus | Human respiratory syncytial virus | 2
Pneumovirus | Murine pneumonia virus (Pneumonia virus of mice) | | 2
Respirovirus | Bovine parainfluenza virus 3 | | 2
Respirovirus | Human parainfluenza virus 1 | 2
Respirovirus | Human parainfluenza virus 3 | 2
Respirovirus | Sendai virus (Murine parainfluenza virus type 1) | | 2
Rubulavirus | Mumps virus (Bofvirus) | 2
Rubulavirus | Human parainfluenza virus 2 | 2
Rubulavirus | Human parainfluenza virus 4 | 2
Rubulavirus | Parainfluenza virus 5 | | 2
Parvoviridae
Ambidensovirus | Orthopteran ambidensovirus 1 | | 2
Bocaparvovirus | Primate bocaparvovirus 1 ssp Gorilla bocavirus 1 | 2
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.1 — Indeling in klassen van pathogene virussen › § 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen
§ 4.1.1 — Indeling in klassen van dier- en humaan pathogene virussen (deel 3)
Bocaparvovirus | Primate bocaparvovirus 1 ssp Human bocavirus 1 | 2
Bocaparvovirus | Primate bocaparvovirus 1 ssp Human bocavirus 3 | 2
Bocaparvovirus | Primate bocaparvovirus 2 ssp Gorilla bocavirus 2 | 2
Bocaparvovirus | Primate bocaparvovirus 2 ssp Human bocavirus 2 | 2
Bocaparvovirus | Primate bocaparvovirus 2 ssp Human bocavirus 4 | 2
Copiparvovirus | Equine copiparvovirus | | 2
Copiparvovirus | Equine parvovirus-CSF | | 2
Copiparvovirus | Ungulate copiparvovirus 6 ssp Equine parvovirus-hepatitis | | 2
Erythrovirus | Human parvovirus B19 | 2
Parvovirus | Feline panleukopenia virus (Canine parvovirus) | | 2
Parvovirus | H-1 parvovirus (Rodent parvovirus H-1) | | 2
Parvovirus | Minute virus of mice | | 2
Permutotetraviridae
Alphapermutotetravirus | Thosea asigna virus | | 2
Phenuiviridae
Phasivirus | Badu phasivirus | | 2
Picornaviridae
Aphthovirus | Equine rhinitis A virus | | 2
Aphthovirus | Foot-and-mouth disease virus (Mond- en klauwzeervirus) | | 4
Cardiovirus | Cardiovirus B type Saffold virus 1-11 | 2
Cardiovirus | Encephalomyocarditis virus | 2
Cardiovirus | Theilovirus type Theiler's murine encephalomyocarditis virus | | 2
Cardiovirus | Theilovirus type thera virus | | 2
Enterovirus | Enterovirus A Coxsackievirus A2 – A8, A10, A12, A14, A16 | 2
Enterovirus | Enterovirus A Enterovirus A71 | 2
Enterovirus | Enterovirus B Coxsackievirus A9, B1 – B6 | 2
Enterovirus | Enterovirus B Echovirus 1 – 7, 9, 11 – 15, 17, 18, 20, 21, 24 – 27, 29 – 33 | 2
Enterovirus | Enterovirus B Enterovirus B69 | 2
Enterovirus | Enterovirus B variant Swine vesicular disease virus (Vesiculaire varkensziektevirus) | | 3
Enterovirus | Enterovirus C Coxsackievirus A1, A11, A13, A17, A19 tot en met A22, A24 | 2
Enterovirus | Enterovirus C Poliovirus 1, 2 en 3 | 3
Enterovirus | Enterovirus D Enterovirus D68, D70 | 2
Enterovirus | Rhinovirus A | 2
Enterovirus | Rhinovirus B | 2
Enterovirus | Rhinovirus C | 2
Erbovirus | Erbovirus A | | 2
Hepatovirus | Hepatitis A virus | 2
Kobuvirus | Aichivirus A | 2
Kobuvirus | Aichivirus B | | 2
Parechovirus | Human parechovirus, typen 'Human parechovirus 1 t/m 5' | 2
Parechovirus | Ljungan virus | 2
Senecavirus | Seneca Valley virus | | 3
Teschovirus | Teschovirus A | | 2
Polyomaviridae
Polyomavirus | African green monkey polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Baboon polyomavirus 2 | | 2
Polyomavirus | BK polyomavirus | 2
Polyomavirus | Bornean orangutan polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Bovine polyomavirus 2 | | 2
Polyomavirus | Bovine polyomavirus 3 | | 2
Polyomavirus | Budgerigar fledgling disease polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Chimpanzee polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Cynomolgus polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Epsilonpolyomavirus bovis | | 2
Polyomavirus | Human polyomavirus 6 | 2
Polyomavirus | Human polyomavirus 7 | 2
Polyomavirus | JC polyomavirus | 2
Polyomavirus | KI polyomavirus | 2
Polyomavirus | Merkel cell polyomavirus | 2
Polyomavirus | Murine polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Simian virus 12 | | 2
Polyomavirus | Simian virus 40 | 2
Polyomavirus | Squirel monkey polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Sumatran orangutan polyomavirus | | 2
Polyomavirus | Trichodysplasia spinulosa-associated polyomavirus | 2
Polyomavirus | WU polyomavirus | 2
Poxviridae
Avipoxvirus | Canarypox virus | | 2
Avipoxvirus | Fowlpox virus | | 2
Capripoxvirus | Goatpox virus | | 3
Capripoxvirus | Lumpy skin disease virus | | 3
Capripoxvirus | Sheeppox virus | | 3
Leporipoxvirus | Myxoma virus | | 2
Orthopoxvirus | Cowpox virus | 2
Orthopoxvirus | Vaccinia virus | 2
Orthopoxvirus | Vaccinia virus, stam 'WR' | 2
Parapoxvirus | Parapoxvirus ovis (Orf virus), stam 'D1701' | | 2
Suidpoxvirus | Swinepox virus | | 2
Yatapoxvirus | Tanapox virus, ssp Yaba-like disease virus | | 2
Reoviridae
Orbivirus | African horse sickness virus (Afrikaanse paardenpestvirus) | | 3
Orbivirus | Bluetongue virus | | 3
Orbivirus | Epizootic hemorrhagic disease virus | | 3
Orbivirus | Equine encephalosis virus | | 3
Orbivirus | Toggenburg virus | | 3
Orthoreovirus | Mammalian orthoreovirus | 2
Orthoreovirus | Mammalian orthoreovirus, 'serotype 3 Dearing' | 2
Orthoreovirus | Piscine orthoreovirus | | 2
Rotavirus | Rotavirus A | 2
Rotavirus | Rotavirus B | 2
Rotavirus | Rotavirus C | 2
Rotavirus | Rotavirus D | | 2
Retroviridae
Alpharetrovirus | Avian leukosis virus | | 2
Alpharetrovirus | Rous sarcoma virus | | 2
Betaretrovirus | Mason-Pfizer monkey virus | | 2
Betaretrovirus | Mouse mammary tumor virus | | 2
Deltaretrovirus | Bovine leukemia virus | 2
Deltaretrovirus | Primate T-lymphotropic virus 1, type 'Human T-lymphotropic virus 1' | 3
Deltaretrovirus | Primate T-lymphotropic virus 2, type 'Human T-lymphotropic virus 2' | 3
Deltaretrovirus | Primate T-lymphotropic virus 3 | 3
Gammaretrovirus | Baboon endogenous retrovirus | | 2
Gammaretrovirus | Feline endogenous retrovirus RD-114 | | 2
Gammaretrovirus | Feline leukemia virus | | 2
Gammaretrovirus | Gibbon ape leukemia virus | | 2
Gammaretrovirus | Murine leukemia virus | | 2
Gammaretrovirus | Reticuloendotheliosis virus | | 2
Lentivirus | Bovine immunodeficiency virus | | 2
Lentivirus | Caprine arthritis encephalitis virus | | 2
Lentivirus | Equine infectious anemia virus | | 2
Lentivirus | Feline immunodeficiency virus | | 2
Lentivirus | Human immunodeficiency virus 1 | 3
Lentivirus | Human immunodeficiency virus 2 | 3
Lentivirus | Simian immunodeficiency virus | 3
Lentivirus | Visna/maedi virus (Maedi-Visna virus, Zwoegerziekte) | | 2
Spumavirus | African green monkey simian foamy virus | 2
Spumavirus | Eastern chimpanzee simian foamy virus | 2
Spumavirus | Feline foamy virus | | 2
Spumavirus | Macaque simian foamy virus | 2
Spumavirus | Simian foamy virus | 2
Rhabdoviridae
Lyssavirus | Duvenhage virus | 3
Lyssavirus | Mokola virus | 3
Lyssavirus | Rabies virus (Rabiësvirus) | 3
Lyssavirus | Rabies virus (Rabiësvirus), vaccinstam SAD-B19 | 2
Sprivivirus | Spring viraemia of carp virus (Rhabdovirus carpio) | | 2
Vesiculovirus | Alagoas vesiculovirus | 3
Vesiculovirus | Cocal vesiculovirus’ | 3
Vesiculovirus | Indiana vesiculovirus | 3
Vesiculovirus | New Jersey vesiculovirus | 3
Togaviridae
Alphavirus | Barmah forest virus | 2
Alphavirus | Bebaru virus | 2
Alphavirus | Chikungunya virus | 3
Alphavirus | Eastern equine encephalitis virus | 3
Alphavirus | Eilat virus | | 2
Alphavirus | Getah virus | 2
Alphavirus | Mayaro virus | 3
Alphavirus | Middelburg virus | | 2
Alphavirus | O'nyong-nyong virus | 2
Alphavirus | Ross River virus | 2
Alphavirus | Salmon pancreas disease virus | | 2
Alphavirus | Semliki Forest virus | 2
Alphavirus | Sindbis virus | 2
Alphavirus | Southern elephant seal virus | | 2
Alphavirus | Taï forest Alphavirus | | 2
Alphavirus | Una virus | 2
Alphavirus | Venezuelan equine encephalitis virus | 3
Alphavirus | Venezuelan equine encephalitis virus, vaccinstam TC-83 | 2
Alphavirus | Western equine encephalitis virus | 3
Alphavirus | Whataroa virus | 2
Rubivirus | Rubella virus | 2
Tymoviridae
Tymovirus | Bombyx mori latent virus | | 2
Unassigned
Unassigned | Cell fusing agent virus | 3
Unassigned | Chronic bee paralysis virus | | 2
Unassigned | Diaphorina citri picorna-like virus | | 2
1 Strikt dierpathogene virussen zijn ingedeeld volgens de criteria van de COGEM adviezen CGM/060420-04 ‘Dierpathogene virussen’, CGM/130917-01 ‘Classificatie humaan- en dierpathogene DNA virussen’ en CGM/131031-02 ‘Classificatie humaan- en dierpathogene RNA virussen’.
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.1 — Indeling in klassen van pathogene virussen › § 4.1.2 — Indeling in klassen van plant pathogene virussen
§ 4.1.2 — Indeling in klassen van plant pathogene virussen
Familie | Klasse
Plantenvirussen | 2
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.2 — Indeling in klassen van pathogene bacteriën
4.2 — Indeling in klassen van pathogene bacteriën (deel 1)
Pathogene bacterie | klasse
Acetivibrio
ethanolgignens | 2
Acholeplasma
axanthum | 2
granularum | 2
hippikon | 2
laidlawii | 2
modicum | 2
morum | 2
oculi | 2
Acidaminococcus
fermentans | 2
Acinetobacter
baumannii | 2
calcoaceticus | 2
haemolyticus | 2
johnsonii | 2
junii | 2
lwoffii | 2
Actinobacillus
capsulatus | 2
equuli | 2
hominis | 2
lignieresii | 2
muris | 2
pleuropneumoniae | 2
rossii | 2
seminis | 2
suis | 2
ureae | 2
Actinomadura
madurae | 2
pelletieri | 2
Actinomyces
bernardiae | 2
bovis | 2
gerencseriae | 2
hordeovulneris | 2
hyovaginalis | 2
israelii | 2
meyeri | 2
naeslundii | 2
neuii
subsp. anitratius | 2
subsp. neuii | 2
odontolyticus | 2
pyogenes | 2
suis | 2
viscosus | 2
Aegyptianella
pullorum | 2
Aerococcus
urinae | 2
viridans | 2
Aeromonas
allosaccharophila | 2
caviae | 2
hydrophila
subsp. anaerogenes | 2
subsp. hydrophila | 2
subsp. proteolytica | 2
jandaei | 2
piscicola | 2
punctata | 2
salmonicida
subsp. masoucida | 2
subsp. salmonicida | 2
subsp. smithia | 2
schubertii | 2
sobria | 2
trota | 2
Afipia
broomeae | 2
clevalandensis | 2
felis | 2
Alcaligenes
faecalis
subsp. faecalis | 2
piechaudii | 2
xylosoxidans | 2
Alloiococcus
otitis | 2
Allomonas
enterica | 2
Alteromonas
haloplanctis | 2
Anaerorhabdus
furcosus | 2
Anaplasma
caudatum | 2
centrale | 2
marginale | 2
ovis | 2
Apiosporina
morbosa | 2
Arcanobacterium
haemolyticum | 2
Arcobacter
butzleri | 2
cryaerophilus | 2
Arsenophonus
nasoniae | 2
Atopobium
minutum | 2
parvulum | 2
rimae | 2
vaginae | 2
Atopodium
minutus | 2
Bacillus
anthracis | 3
anthracis Sterne | 2
cereus | 2
lentimorbus | 2
popiliae | 2
sphaericus | 2
thuringiensis | 2
weihenstephanensis | 2
Bacteroides
caccae | 2
capillosus | 2
coagulans | 2
distasonis | 2
eggerthii | 2
forsythus | 2
fragilis | 2
gracilis | 2
helcogenes | 2
macacae | 2
ovatus | 2
putredinis | 2
pyogenes | 2
splanchnicus | 2
stercoris | 2
suis | 2
tectum | 2
thetaiotaomicron | 2
uniformis | 2
ureolyticus | 2
xylanisolvens | 2
Balneatrix
alpica | 2
Bartonella
bacilliformis | 2
doshiae | 3
elizabethae | 3
grahamii | 3
peromysci | 3
quintana | 3
talpae | 3
taylorii | 3
vinsonii | 3
Bergeyella
zoohelcum | 2
Bifidobacterium
dentium | 2
Bilophila
wadsworthia | 2
Bordetella
avium | 2
bronchiseptica | 2
hinzi | 2
parapertussis | 2
pertussis | 2
Borrelia
anserina | 2
baltazardii | 2
brasiliensis | 2
burgdorferi | 2
caucasica | 2
coriaceae | 2
crocidurae | 2
dugesii | 2
duttonii | 2
garini | 2
graingeri | 2
harveyi | 2
hermsii | 2
hispanica | 2
latyschewii | 2
mazzottii | 2
parkeri | 2
persica | 2
recurrentis | 2
theileri | 2
tillae | 2
turicatae | 2
venezuelensis | 2
vincenti | 2
Brachyspira
aalborgi | 2
Brevibacterium
mebrellnerii | 2
Brevinema
andersonii | 2
Brevundimonas
diminuta | 2
vesicularis | 2
Brucella
spp. | 3
Burkholderia
ambifaria | 2
mallei | 3
pseudomallei | 3
thailandensis | 2
Caedibacter
caryophila | 2
paraconjugatus | 2
pseudonutans | 2
taeniospiralis | 2
varicaedens | 2
Calymmatobacterium
granulomatis | 2
Campylobacter
coli | 2
concisus | 2
curvus | 2
fetus
subsp. fetus | 2
subsp. venerealis | 2
gracilis | 2
hyoilei | 2
hyointestinalis | 2
jejuni
subsp. doylei | 2
subsp. jejuni | 2
lari | 2
mucosalis | 2
rectus | 2
sputorum
subsp. bubulus | 2
subsp. sputorum | 2
upsaliensis | 2
Capnocytophaga
canimorsus | 2
cynodegmi | 2
gingivalis | 2
granulosa | 2
haemolytica | 2
ochracea | 2
sputigena | 2
Cardiobacterium
hominis | 2
Carnobacterium
piscicola | 2
Catonella
morbi | 2
Cedecea
davisae | 2
lapagei | 2
neteri | 2
Centipeda
periodontii | 2
Chlamydia
muridarum | 2
pecorum | 2
pneumoniae | 2
psittaci | 3
trachomatis | 2
Chromobacterium
violaceum | 2
Chryseobacterium
gleum | 2
indologenes | 2
meningosepticum | 2
scophthalmum | 2
Chryseomonas
luteola | 2
polytricha | 2
Citrobacter
amalonaticus | 2
braakii | 2
farmeri | 2
freundii | 2
koseri | 2
sedlakii | 2
werkmanii | 2
youngae | 2
Clostridium
absonum | 2
argentinense | 2
barati | 2
bifermentans | 2
botulinum | 2
cadaveris | 2
carnis | 2
chauvoei | 2
clostridiiforme | 2
colinum | 2
difficile | 2
fallax | 2
ghoni | 2
glycolicum | 2
haemolyticum | 2
hastiforme | 2
histolyticum | 2
indolis | 2
innocuum | 2
limosum | 2
malenominatum | 2
novyi | 2
oroticum | 2
paraputrificum | 2
perfringens | 2
piliforme | 2
putrificum | 2
ramosum | 2
septicum | 2
sordellii | 2
sphenoides | 2
sporogenes | 2
subterminale | 2
symbiosum | 2
tertium | 2
tetani | 2
Comamonas
terrigena | 2
Corynebacterium
accolens | 2
afermentans
subsp. afermentans | 2
subsp. lipophilum | 2
beticola | 2
bovis | 2
cystitidis | 2
diphtheriae | 2
hoagii | 2
jeikeium | 2
macginleyi | 2
matruchotii | 2
minutissimum | 2
mycetoides | 2
pilosum | 2
propinquum | 2
pseudodiphtheriticum | 2
pseudotuberculosis | 2
renale | 2
striatum | 2
urealyticum | 2
xerosis | 2
Cowdria
ruminantium | 2
Coxiella
burnetii | 3
Cytophaga
aquatilis | 2
columnaris | 2
marina | 2
psychrophila | 2
Deleya
aquamarina | 2
Dermatophilus
chelone | 2
congolensis | 2
Dialister
pneumosintes | 2
Dichelobacter
nodosus | 2
Edwardsiella
anguillimortifera | 2
ictaluri | 2
tarda | 2
Ehrlichia
canis | 2
chaffeensis | 2
equi | 2
ewingii | 2
phagocytophila | 2
risticii | 2
sennetsu | 2
Eikenella
corrodens | 2
Empedobacter
brevis | 2
Enterobacter
aerogenes | 2
amnigenus | 2
asburiae | 2
cloacae | 2
gergoviae | 2
hormaechei | 2
intermedius | 2
sakazakii | 2
taylorae | 2
Enterococcus
avium | 2
dispar | 2
durans | 2
faecalis | 2
faecium | 2
flavescens | 2
gallinarum | 2
hirae | 2
pseudoavium | 2
raffinosus | 2
seriolicida | 2
solitarius | 2
Eperythrozoon
coccoides | 2
ovis | 2
parvum | 2
suis | 2
wenyonii | 2
Erysipelothrix
rhusiopathiae | 2
tonsillarium | 2
Escherichia
coli (HUS geassocieerde E. coli) | 3
coli (uitgezonderd HUS geassocieerde E. coli) | 2
fergusonii | 2
hermannii | 2
vulneris | 2
Eubacterium
aerofaciens | 2
alactolyticum | 2
brachy | 2
combesii | 2
contortum | 2
fossor | 2
lentum | 2
limosum | 2
moniliforme | 2
nitritogenes | 2
nodatum | 2
saphenum | 2
tarantellus | 2
tenue | 2
timidum | 2
tortuosum | 2
ventriosum | 2
yurii
subsp. margaretiae | 2
subsp. schtitka | 2
subsp. yurii | 2
Ewingella
americana | 2
Falcivibrio
grandis | 2
vaginalis | 2
Flavimonas
oryzihabitans | 2
Flavobacterium
branchiophilum | 2
mizutaii | 2
odoratum | 2
yabuuchiae | 2
Flexibacter
columnaris | 2
maritimus | 2
ovolyticus | 2
psychrophilus | 2
Fluoribacter
bozemanae | 2
dumoffii | 2
gormanii | 2
Francisella
novicida | 2
philomiragia | 2
tularensis (typeA) | 2
tularensis (typeB) | 2
tularensis
subsp. holarctica | 3
subsp. mediasiatica | 3
subsp. tularensis | 3
Fusobacterium
alocis | 2
gonidiaformans | 2
mortiferum | 2
naviforme | 2
necrogenes | 2
necrophorum
subsp. funduliforme | 2
subsp. necrophorum | 2
nucleatum
subsp. animalis | 2
subsp. fusiforme | 2
subsp. nucleatum | 2
subsp. polymorphum | 2
subsp. vincentii | 2
periodonticum | 2
prausnitzii | 2
russii | 2
sulci | 2
ulcerans | 2
varium | 2
Gardnerella
vaginalis | 2
Gemella
haemolysans | 2
morbillorum | 2
Gordona
bronchialis | 2
sputi | 2
Grahamella
peromysci | 2
talpae | 2
Haemobartonella
canis | 2
felis | 2
muris | 2
Haemophilus
actinomycetemcomitans | 2
aegyptius | 2
aphrophilus | 2
ducreyi | 2
haemoglobinophilus | 2
influenzae | 2
paracuniculus | 2
paragallinarum | 2
parahaemolyticus | 2
parainfluenzae | 2
paraphrohaemolyticus | 2
paraphrophilus | 2
parasuis | 2
piscium | 2
segnis | 2
Hafnia
alvei | 2
Hallella
seregens | 2
Helcococcus
kunzi | 2
Helicobacter
acinomyx | 2
canis | 2
cinaedi | 2
fennelliae | 2
hepaticus | 2
mustelae | 2
pullorum | 2
pylori | 2
Histophilus
somni | 2
Johnsonella
ignava | 2
Jonesia
denitrificans | 2
Kingella
denitrificans | 2
kingae | 2
oralis | 2
Klebsiella
ornithinolytica | 2
oxytoca | 2
pneumoniae | 2
Kluyvera
ascorbata | 2
cryocrescens | 2
Koserella
trabulsii | 2
Lactobacillus
carnis | 2
catenaformis | 2
trichodes | 2
uli | 2
Lactococcus
garvieae | 2
Leclercia
adecarboxylata | 2
Legionella
anisa | 2
birminghamensis | 2
cincinnatiensis | 2
feeleii | 2
hackeliae | 2
jordanis | 2
lansingensis | 2
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.2 — Indeling in klassen van pathogene bacteriën
4.2 — Indeling in klassen van pathogene bacteriën (deel 2)
longbeachae | 2
maceachernii | 2
oakridgensis | 2
pittsburghensis | 2
pneumophila
subsp. fraseri | 2
subsp. pascullei | 2
subsp. pneumophila | 2
sainthelensi | 2
tucsonensis | 2
wadsworthii | 2
Leptospira
borgpetersenii | 2
inadai | 2
interrogans | 2
kirschneri | 2
noguchii | 2
santarosai | 2
weilii | 2
Levinea
malonatica | 2
Listeria
ivanovii
subsp. vanovii | 2
monocytogenes | 2
Listonella
anguillarum | 2
Megasphaera
elsdenii | 2
Melissococcus
pluton | 2
Mitsuokella
multiacidus | 2
Mobiluncus
curtisii
subsp. curtisii | 2
subsp. holmesii | 2
mulieris | 2
Moellerella
wisconsensis | 2
Moraxella
atlantae | 2
catharrhalis | 2
equi | 2
lacunata | 2
nonliquefaciens | 2
osloensis | 2
ovis | 2
phenylpyruvica | 2
saccharolytica | 2
Morganella
morganii
subsp. morganii | 2
subsp. siboni | 2
Morococcus
cerebrosus | 2
Mycobacterium
abscessus | 2
africanum | 3
asiaticum | 2
avium
subsp. avium | 2
subsp. paratuberculosis | 2
subsp. silvaticum | 2
bovis | 3
bovis BCG | 2
celatum | 2
chelonae
subsp. abscessus | 2
subsp. chelonae | 2
farcinogenes | 2
flavescens | 2
fortuitum
subsp. acetamidolyticum | 2
subsp. fortuitum | 2
gastri | 2
genavense | 2
haemophilum | 2
interjectum | 2
intermedium | 2
intracellulare | 2
kansasii | 2
leprae | 3
lepraemurium | 2
malmoense | 2
marinum | 2
microti | 3
porcinum | 2
scrofulaceum | 2
senegalense | 2
shimoidei | 2
simiae | 2
szulgai | 2
tuberculosis | 3
tuberculosis H37Ra | 2
ulcerans | 3
vaccae | 2
xenopi | 2
Mycoplasma
adleri | 2
agalactiae | 2
alkalescens | 2
anatis | 2
arginini | 2
arthritidis | 2
bovigenitalium | 2
bovis | 2
bovoculi | 2
buteonis | 2
califormicum | 2
canadense | 2
canis | 2
capricolum
subsp. capricolum | 2
subsp. capripneumonias | 2
cloacale | 2
collis | 2
columbinasale | 2
conjunctivae | 2
corogypsi | 2
cynos | 2
dispar | 2
edwardii | 2
equigenitalium | 2
equirhinis | 2
falconis | 2
felis | 2
fermentans | 2
floculare | 2
gallinarium | 2
gallisepticum | 2
gallopavonis | 2
gateae | 2
genitalium | 2
glycophilum | 2
gypsis | 2
hominis | 2
hyopneumoniae | 2
hyorhinis | 2
hyosynoviae | 2
imitans | 2
iowae | 2
lipofaciens | 2
maculosum | 2
meleagridis | 2
mycoides
subsp. mycoides | 2
subsp. capri | 2
neurolyticum | 2
phocacerebrale | 2
phocarhinis | 2
phocidae | 2
pneumoniae | 2
pulmonis | 2
putrefaciens | 2
salivarium | 2
spumans | 2
suipneumoniae | 2
synoviae | 2
verecundum | 2
Neisseria
elongata
subsp. nitroreducans | 2
flavescens | 2
gonorrhoeae | 2
iguanae | 2
lactamica | 2
meningitidis | 2
mucosa | 2
sicca | 2
subflava | 2
weaveri | 2
Nocardia
asteroides | 2
brasiliensis | 2
farcinica | 2
nova | 2
otitidiscaviarum | 2
seriolae | 2
transvalensis | 2
Nocardiopsis
dassonvillei | 2
Ochrobacterium
anthropi | 2
Orientia
tsutsugamushi | 3
Ornithobacterium
rhinotracheale | 2
Pantoea
agglomerans | 2
Pasteurella
bettyae | 2
caballi | 2
canis | 2
dagmatis | 2
gallinarum | 2
granulomatis | 2
haemolytica | 2
lymphangitidis | 2
mairi | 2
multocida
subsp. gallicida | 2
subsp. multocida | 2
subsp. septica | 2
pneumotropica | 2
stomatis | 2
testudinis | 2
trehalosi | 2
Pasteuria
nishizawae | 2
penetrans | 2
thornei | 2
Peptococcus
glycinophyilua | 2
niger | 2
Peptostreptococcus
anaerobius | 2
asaccharolyticus | 2
indolicus | 2
lacrimalis | 2
magnus | 2
micros | 2
prevotii | 2
vaginalis | 2
Photobacterium
damsela
subsp. damsela | 2
subsp. piscicida | 2
Photorhabdus
luminescens | 2
Plesiomonas
shigelloides | 2
Porphyromonas
asaccharolytica | 2
cangingivalis | 2
canoris | 2
cansulci | 2
catniae | 2
circumdentari | 2
crevioricanis | 2
endodontalis | 2
gingivalis | 2
levii | 2
macacae | 2
Prevotella
bivia | 2
bryantii | 2
buccae | 2
buccalis | 2
corporis | 2
denticola | 2
disiens | 2
intermedia | 2
loescheii | 2
melaninogenica | 2
nigrescens | 2
oralis | 2
oris | 2
ruminicola
subsp. brevis | 2
subsp. ruminicola | 2
tannerae | 2
Propionibacterium
acnes | 2
avidum | 2
granulosum | 2
lymphophilum | 2
propionicum | 2
Proteus
inconstams | 2
mirabilis | 2
morganii | 2
penneri | 2
rettgeri | 2
vulgaris | 2
Providencia
alcalifaciens | 2
rustigianii | 2
Pseudomonas
aeruginosa | 2
anguilliseptica | 2
mendocina | 2
protegens | 2
simiae | 2
taiwanensis | 2
Renibacterium
salmoninarum | 2
Rhodococcus
equi | 2
Rhodotorula
mucilaginosa | 2
Rickettsia
akari | 3
australis | 3
canada | 3
conorii | 3
helvetica | 2
japonica | 3
massiliae | 2
montana | 3
parkeri | 2
prowazeki | 3
rhipicephali | 2
rickettsii | 3
typhi | 3
Rickettsiella
chironomi | 2
grylii | 2
massiliensis | 2
popillae | 2
stethorae | 2
Riemerella
anatipestifer | 2
Rothia
mucilaginosa | 2
Salmonella
choleraesuis
subsp. arizonae | 2
subsp. bongori | 2
subsp. choleraesuis | 2
subsp. diarizonae | 2
subsp. houtenae | 2
subsp. indica | 2
subsp. salamae | 2
enteritidis | 2
gallinarum | 2
infantis | 2
parathyphiA | 2
parathyphiB | 2
parathyphiC | 2
suis | 2
typhi | 3
typhimurium | 2
Sarcobium
lyticum | 2
Selenomonas
artemidis | 2
dianae | 2
flueggei | 2
infelix | 2
noxia | 2
Serpulina
hyodysenteriae | 2
Serratia
entomophila | 2
grimesii | 2
marcescens | 2
proteamaculans | 2
rubidaea | 2
Shewanella
algae | 2
oneidensis | 2
putrefaciens | 2
Shigella
boydii | 2
dysenteriae (type1) | 3
dysenteriae (type 2–15) | 2
flexneri | 2
sonnei | 2
Sphingobacterium
multivorum | 2
spiritivorum | 2
thalpophilum | 2
Sphingomonas
yanoikuyae | 2
Spiroplasma
apis | 2
melliferum | 2
mirum | 2
Staphylococcus
aureus
subsp. anaerobius | 2
subsp. aureus | 2
epidermidis | 2
felis | 2
haemolyticus | 2
hyicus | 2
intermedius | 2
lugdunensis | 2
pasteuri | 3
pseudintermedius | 2
saccharolyticus | 2
saprophyticus | 2
schleiferi
subsp. coagulans | 2
subsp. schleiferi | 2
Stenotrophomonas
maltophilia | 2
Streptobacillus
moniliformis | 2
Streptococcus
acidominimus | 2
adjacens | 2
agalactiae | 2
anginosus | 2
bovis | 2
canis | 2
constellatus | 2
defectivus | 2
dysgalactiae | 2
equi
subsp. equi | 2
subsp. zooepidemicus | 2
equinis | 2
iniae | 2
intermedius | 2
mitis | 2
mutans | 2
oralis | 2
parasanguis | 2
phocae | 2
pneumoniae | 2
porcinus | 2
pyogenes | 2
salivarius
subsp. salivarius | 2
sanguis | 2
sobrinus | 2
suis | 2
uberis | 2
Streptomyces
somaliensis | 2
Suttonella
indologenes | 2
Tatlockia
macaechernii | 2
micdadei | 2
Tatumella
ptyseos | 2
Tissierella
praeacuta | 2
Treponema
carateum | 2
denticola | 2
pallidum | 2
paraluiscuniculi | 2
pectinovorum | 2
pertenue | 2
socranskii
subsp. buccale | 2
subsp. paredis | 2
subsp. socranskii | 2
Tsukamurella
icho | 2
ichonensus | 2
Turicella
otidis | 2
Ureaplasma
diversum | 2
urealyticum | 2
Vagococcus
salmoninarum | 2
Veillonella
dispar | 2
Vibrio
aestuarianus | 2
carchariae | 2
cholerae | 2
cicinnatiensis | 2
fluvialis | 2
foetidus | 2
furnissii | 2
harveyi | 2
hollisae | 2
metschnikovii | 2
mimicus | 2
ordalii | 2
parahaemolyticus | 2
penaecida | 2
pseudotuberculosis | 2
salmonicida | 2
tubiashi | 2
vulnificus | 2
Yersinia
enterocolitica | 2
frederiksenii | 2
intermedia | 2
kristensenii | 2
pestis | 3
pseudotuberculosis | 2
ruckeri | 2
Tabel 4.2.a Indeling in klassen van plantpathogene bacteriën
Familie | Klasse
Plantpathogene bacteriën | 2
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.3 — Indeling in klassen van pathogene schimmels
4.3 — Indeling in klassen van pathogene schimmels
Pathogene schimmel | klasse
Acremonium
falciforme | 2
kiliense | 2
recifei | 2
strictum | 2
Ajellomyces
dermatitidis | 3
Akanthomyces
attenuatus | 2
Arthrobotrys
oligospora | 2
Arthroderma
benhamiae | 2
simii | 2
vanbreuseghemii | 2
Arthrographis
kalrae | 2
Aspergillus
flavus | 2
fumigatus | 2
terreus | 2
versicolor | 2
Basidiobolus
haptosporus | 2
Beauveria
bassiana | 2
brongniartii | 2
pseudobassiana | 2
Blastomyces
dermatitidis | 3
Candida
albicans | 2
bantianum | 3
carrionii | 2
glabrata | 2
guilliermondii | 2
krusei | 2
lusitaniae | 2
parapsilosis | 2
pseudotropicalis | 2
stellatoidea | 2
trichoides | 3
tropicalis | 2
Clonostachys
rosea | 2
Coccidioides
immitis | 3
Cryptococcus
neoformans | 2
Delacroixia
coronata | 2
Dipodascus
capitatus | 2
Emmonsia
parva | 2
Emmonsiella
capsulatum | 3
Epidermophyton
floccosum | 2
Eremomyces
langeronii | 2
Exophiala
castellanii | 2
dermatitidis | 2
jeanselmei | 2
mansonii | 2
Filobasidiella
neoformans | 2
Fomitopsis
pinicola | 2
Fonsecaea
compacta | 2
pedrosi | 2
Ganoderma
australe | 2
Geotrichum
capitatum | 2
clavatum | 2
Graphium
eumorphum | 2
Histoplasma
capsulatum | 3
capsulatum var. duboisii | 3
duboisii | 3
Hortaea
werneckii | 2
Leptosphaeria
senegalensis | 2
thompkinsii | 2
Loboa
loboi | 2
Madurella
grisea | 2
mycetomi | 2
Malassezia
furfur | 2
globosa | 2
pachydermatis | 2
sympodialis | 2
Microsporum
audouinii | 2
canis | 2
duboisii | 2
equinum | 2
ferrugineum | 2
fulvum | 2
gallinae | 2
gypseum | 2
nanum | 2
persicolor | 2
praecox | 2
Monosporium
apiospermum | 2
Mortierella
wolfii | 2
Mucor
circinelloides | 2
Nannizzia
fulva | 2
gypsea | 2
obtusa | 2
otae | 2
persicolor | 2
Ochroconis
gallopavum | 2
Ophiocordyceps
albacongiuae | 2
blakebarnesii | 2
camponoti-atricipis | 2
camponoti-balzani | 2
camponoti-bispinosi | 2
camponoti-chartificis | 2
camponoti-femorati | 2
camponoti-floridani | 2
camponoti-hippocrepidis | 2
camponoti-indiani | 2
camponoti-leonardii | 2
camponoti-melanotici | 2
camponoti-nidulantis | 2
camponoti-novogranadensis | 2
camponoti-renggeri | 2
camponoti-rufipedis | 2
camponoti-saundersi | 2
halabalaensis | 2
humbertii | 2
kimflemingiae | 2
naomipierceae | 2
ootakii | 2
polyrhachis-furcata | 2
pulvinata | 2
rami | 2
satoi | 2
unilateralis | 2
Ophiostoma
roboris | 2
stenoceras | 2
Paecilomyces
variotii | 2
Paracoccidioides
brasiliensis | 3
Penicillium
marneffei | 2
Phellinus
pini | 2
Phialophora
verrucosa | 2
Pityrosporium
orbiculare | 2
Pyrenochaeta
romeroi | 2
Pythium
insidiosum | 2
Rhinocladiella
compacta | 2
pedrosoi | 2
spinifera | 2
Rhinosporidium
seeberi | 2
Saksenaea
vasiformis | 2
Sarcinomyces
phaeomuriformis | 2
Scedosporium
apiospermum | 2
Scopulariopsis
brumptii | 2
Sporothrix
pallida | 2
schenckii | 2
Torulopsis
glabrata | 2
Trichoderma
viride | 2
Trichophyton
concentricum | 2
equinum | 2
erinacei | 2
gallinae | 2
gourvilii | 2
megninii | 2
mentagrophytes | 2
rubrum | 2
schoenleinii | 2
simii | 2
soudanense | 2
tonsurans | 2
verrucosum | 2
violaceum | 2
yaoundei | 2
Trichosporon
beigelii | 2
capitatum | 2
cutaneum | 2
Tabel 4.3.a Indeling in klassen van plantpathogene schimmels
Familie | Klasse
Plantpathogene schimmels | 2
Bijlage 4 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › De indeling in klassen van pathogene micro-organismen › 4.4 — Indeling in klassen van pathogene parasieten
4.4 — Indeling in klassen van pathogene parasieten
Pathogene parasiet | klasse
Acanthamoeba
castellani | 2
Babesia
bigemina | 2
bovis | 2
canis | 2
divergens | 2
equi | 2
microti | 2
Cooperia
curticei | 2
oncophora | 2
Cryptosporidium
parvum | 2
Dictyocaulus
viviparus | 2
Echinococcus
granulosus | 3
multilocularis | 3
Eimeria
spp. | 2
Entamoeba
histolytica | 2
Fasciola
hepatica | 2
Giardia
spp. | 2
Haemonchus
contortus | 2
Ixodes
ricinus | 2
Leishmania
infantum | 2
major | 2
mexicana | 2
tarentolae | 2
tropica | 2
Neospora
caninum | 2
Ostertagia
ostertagi | 2
Plasmodium
falciparum | 3
spp. (m.u.v. P. falciparum) | 2
Rhipicephalus
microplus | 2
Schistosoma
mansoni | 2
Strongyloides
stercoralis | 2
Teladorsagia
circumcincta | 2
Theileria
annulata | 2
Toxocara
spp. | 2
Toxoplasma
gondii | 2
Trichinella
spiralis | 2
Trichostrongylus
spp. | 2
Trypanoplasma
borreli | 2
Trypanosoma
brucei brucei | 2
carassii | 2
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Inschaling van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
Inschaling van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
In deze bijlage is de uitkomst van de risicobeoordeling, overeenkomstig artikel 2.5 van het Besluit en artikel 16 van deze regeling, omschreven voor een aantal individueel bepaalde groepen van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen. De uitkomst van de risicobeoordeling is daarbij vastgelegd in de vorm van inschalingsartikelen.
De term ‘inschaling’ wordt daarbij gehanteerd voor een risicobeoordeling met toepassing van deze bijlage en die voor een specifieke activiteit met een bepaald genetisch gemodificeerd organisme leidt tot de vaststelling van de daarvoor van toepassing zijnde categorie van fysische inperking en inperkingsniveau. Met de term inschalingsartikel wordt bedoeld de in deze bijlage genummerde onderdelen 5.0 tot en met 5.15. Een inschalingsartikel is vervolgens onderverdeeld in leden, aangeduid met a, b, c, enzovoort, en eventueel in onderdelen, bijvoorbeeld als er onderscheid wordt gemaakt in micro-organismen van klasse 1, 2, 3 of 4.
Deze bijlage bestaat uit twee delen.
Deel I geldt voor alle genetisch gemodificeerde organismen en bevat generieke inschalingartikelen die elk per groep van genetische gemodificeerde organismen als uitkomst van de risicobeoordeling een categorie van fysische inperking en een passend inperkingsniveau geven. De categorie van fysische inperking geeft hierbij aan in welk type werkruimte en onder welke voorschriften, zoals opgenomen in bijlage 9 van deze regeling, de genetisch gemodificeerde organismen op een veilige manier gehanteerd kunnen worden. Het inperkingsniveau geeft aan welk veiligheidsniveau en welke procedure van toepassing is. De omschrijving van het inschalingsartikel moet daarbij in zijn geheel passend zijn voor de voorgenomen activiteit met het genetisch gemodificeerde organisme om het in de daarbij behorende categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau te mogen hanteren.
Bij de toepassing van deel I is er altijd maar één inschalingsartikel van deel I van toepassing. Is de omschrijving niet geheel passend voor de voorgenomen activiteit of bestaat er twijfel welk inschalingsartikel van deel I van toepassing is, dan moet artikel 2.8 van het Besluit worden toegepast.
Voor de toepassing van deel I kan het van belang zijn om te weten tot welke klasse een micro-organisme behoort dat als gastheer of donor wordt gebruikt. In een dergelijk geval wordt dit aangegeven in het inschalingsartikel en moet voor de van toepassing zijnde klasse van het betreffende micro-organisme worden gekeken naar bijlage 4 en lijst A1 van combinatie A zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.
Indien de aanduiding van de klasse van het virus in bijlage 4, subonderdeel 4.1.1, van deze regeling is opgenomen in de meest rechtse kolom met het opschrift ‘strikt dier pathogene virussen’ wordt het virus voor de toepassing van deze bijlage aangemerkt als ‘strikt dierpathogeen virus’. Is de aanduiding van de klasse van het virus in bijlage 4, subonderdeel 4.1.1 van deze regeling opgenomen in de op één na rechtse kolom met het opschrift ‘dier- en humaan pathogene virussen’, dan wordt het virus voor de toepassing van deze bijlage als ‘humaan pathogeen’ aangemerkt. Indien het virus staat vermeld in de kolom ‘dier- en humaanpathogene virussen’ kan een gebruiker, indien gewenst, op grond van artikel 2.8 van het Besluit een verzoek indienen om het virus voor zijn werkzaamheden te laten classificeren als een strikt dierpathogeen.
Met betrekking tot de toepassing van het inschalingsartikel 5.4.2 moet worden opgemerkt dat dit inschalingsartikel uitsluitend betrekking heeft op de in dat artikel aangegeven biologisch ingeperkt systemen. Overige virale systemen vallen onder inschalingsartikel 5.4.3, dus ook de biologisch ingeperkte systemen die niet zijn genoemd in artikel 5.4.2.
Deel II moet daarnaast altijd worden gehanteerd voor die genetisch gemodificeerde organismen waarvan de uitkomst blijkens deel I inperkingsniveau I of II is. Indien er sprake is van inperkingsniveau III of IV dan hoeft deel II niet te worden toegepast.
In deel II wordt nagegaan of er naast de categorie van fysische inperking, zoals bepaald in deel I, nog aanvullende voorschriften toegepast moeten worden om de werkzaamheden in specifieke gevallen dan wel met specifieke genetisch gemodificeerde organismen veilig te kunnen uitvoeren op inperkingsniveau I of II. Ook deze categorieën van aanvullende voorschriften hebben de vorm van een inschalingsartikel.
In deel II kunnen meerdere inschalingsartikelen van toepassing zijn op een bepaalde activiteit met een genetisch gemodificeerd organisme. In zo’n geval moeten alle aanvullende voorschriften in acht genomen worden om de genetisch gemodificeerde organismen op de daarbij vermelde categorie van fysische inperking en het inperkingsniveau I of II te mogen hanteren.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Deel I Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
5.0 | Activiteiten met organismen die in staat zijn tot geslachtelijke voortplanting waarbij gebruik wordt gemaakt van genetische informatie die codeert voor een sequentie-specifiek endonuclease dat kan integreren op of nabij een positie in het gastheergenoom die overeenkomt met de knipplaats van het endonuclease.
5.1 | Kleinschalige handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden in apparaten waarbij de genetisch gemodificeerde organismen op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I vervaardigd zijn en aldaar in de gesloten eenheid zijn gebracht.
5.2 | Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarvan de gastheer staat vermeld in bijlage 2 op lijst A1 en de vector staat vermeld in bijlage 2 op lijst A2 of een vector die voldoet aan bepaalde criteria.
5.3 | Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
5.4 | Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen.
5.4.1 | De vector is een plasmide.
5.4.2 | De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
5.4.3 | De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
5.4.4 | Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen al dan niet in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme.
5.5 | Handelingen met planten.
5.5.1 | Handelingen met genetisch gemodificeerde planten.
5.5.2 | Handelingen in laboratoria met planten opgenomen in bijlage 7 met genetisch gemodificeerde micro-organismen.
5.5.3 | Handelingen met planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen.
5.6 | Handelingen met dieren.
5.6.1 | Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren.
5.6.2 | Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren die vervaardigd zijn met een virale vector.
5.6.3 | Handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde dieren in associatie met genetisch gemodificeerde organismen.
5.7 | Handelingen in procesinstallaties.
5.7.1 | Handelingen in procesinstallaties.
5.8 | Overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen.
5.8.1 | Activiteiten met zeer veilige genetisch gemodificeerde organismen.
5.8.2 | Tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen.
Deel II Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II.
5.9 | Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-I gehanteerd moeten worden.
5.10 | Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-II gehanteerd moeten worden.
5.11 | Aanvullende voorschriften voor activiteiten met planten die op PL-I, ML-I, PC-I, PKa-I, PKb-I, gehanteerd moeten worden.
5.12 | Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde dieren die op D-I gehanteerd moeten worden.
5.13 | Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen in laboratoria, kweekcellen of kassen op inperkingsniveau I dan wel II.
5.14 | Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op DM-II gehanteerd moeten worden.
5.15 | Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op AP-I gehanteerd moeten worden.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.0 — Activiteiten met organismen die in staat zijn tot geslachtelijke voortplanting waarbij gebruik wordt gemaakt van genetische informatie die codeert voor een sequentie-specifiek endonuclease dat kan integreren op of nabij een positie in het gastheergenoom die overeenkomt met de knipplaats van het endonuclease.
5.0 — Activiteiten met organismen die in staat zijn tot geslachtelijke voortplanting waarbij gebruik wordt gemaakt van genetische informatie die codeert voor een sequentie-specifiek endonuclease dat kan integreren op of nabij een positie in het gastheergenoom die overeenkomt met de knipplaats van het endonuclease.
Inschaling: niveau IV.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.1 — Kleinschalige handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden in apparaten waarbij de genetisch gemodificeerde organismen op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I vervaardigd zijn en aldaar in de gesloten eenheid zijn gebracht.
5.1 — Kleinschalige handelingen met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden in apparaten waarbij de genetisch gemodificeerde organismen op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I vervaardigd zijn en aldaar in de gesloten eenheid zijn gebracht.
a. Inschaling: AP-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.2 — Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarvan de gastheer staat vermeld in bijlage 2 op lijst A1 en de vector staat vermeld in bijlage 2 op lijst A2 of een vector die voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria zijn:
5.2 — Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarvan de gastheer staat vermeld in bijlage 2 op lijst A1 en de vector staat vermeld in bijlage 2 op lijst A2 of een vector die voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria zijn:
i. de grootte van de vector is bekend;
ii. er is een vectorkaartje of beschrijving beschikbaar waarop alle samenstellende delen en relatieve posities van de vector zijn aangegeven;
iii. de functie en de herkomst van de samenstellende delen is bekend;
iv. de in de vector aanwezige ori’s zijn bekend;
v. de samenstellende delen behoren niet tot de groep van inserties zoals bedoeld in bijlage 2 lijst A3; indien dit wel het geval is dienen die delen beschouwd te worden als donorsequenties;
vi. de vector bevat geen virale sequenties, afkomstig van virussen die hogere eukaryoten als gastheer hebben, waardoor de vector als virale vector zou kunnen functioneren; indien dit wel het geval is, dienen die sequenties beschouwd te worden als donorsequenties.
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
a. De donor bevat een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: ML-II.
b. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
c. De donor is een defect, voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: respectievelijk ML-II, ML-I, ML-I.
d. De donor is een niet-viraal pathogeen van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
e. De donor is een organisme dat geen schadelijk genproduct bevat.
Inschaling: ML-I.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
f. De sequentie bevat genetische informatie voor een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: ML-II.
g. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2 of voor de vorming van een Adeno-associated dependoparvovirus A of B.
Inschaling: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I ,ML-I, ML-I.
h. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een defect, voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2 of voor de vorming van een defect Adeno-associated dependoparvovirus A of B.
Inschaling: respectievelijk ML-II, ML-I, ML-I, ML-I, ML-I.
i. De sequentie bevat geen genetische informatie die codeert voor een schadelijk genproduct.
Inschaling: ML-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.3 — Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
5.3 — Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van klasse 4, 3, 2 of 1 (uitgezonderd virussen infectieus voor hogere eukaryoten), waarbij de onderdelen van de vector beschouwd dienen te worden als donorsequenties.
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
a. De donor bevat een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-III
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: ML-II.
b. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
c. De donor is een defect, voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-III, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: respectievelijk ML-II, ML-II, ML-II.
d. De donor is een niet-viraal pathogeen van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II.
e. De donor is een organisme dat geen schadelijk genproduct bevat.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: ML-II.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
f. De sequentie bevat genetische informatie voor een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-III. Indien afdoende is onderbouwd dat de donorsequentie niet in een schadelijk effect resulteert: ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: ML-II.
g. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
h. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een defect, voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-III, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: respectievelijk ML-II, ML-II, ML-II.
i. De sequentie bevat geen genetische informatie die codeert voor een schadelijk genproduct.
Inschaling: de gastheer is een micro-organisme van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-II
klasse 1, nog niet erkend als geschikt voor bijlage 2, lijst A1: ML-II.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.4 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen. › 5.4.1 — De vector is een plasmide
5.4.1 — De vector is een plasmide
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
a. De donor bevat een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: ML-II.
b. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en aanwezigheid van het genetisch materiaal van de donor in de gastheer kan leiden tot de vorming van autonoom replicerende virusdeeltjes.
Inschaling: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
c. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en aanwezigheid van het genetisch materiaal van de donor in de gastheer kan niet leiden tot de vorming van autonoom replicerende virusdeeltjes.
Inschaling: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
d. De donor is een niet-viraal pathogeen van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
e. De donor is een organisme dat geen schadelijk genproduct bevat.
Inschaling: ML-I.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
f. De sequentie bevat genetische informatie voor een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: ML-II.
g. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2 of voor de vorming van een muizen gammaretrovirus of afgeleiden hiervan of voor de vorming van een Adeno-associated dependoparvovirus A of B en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II, ML-II, ML-I, ML-I.
h. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2 of voor de vorming van een defect Adeno-associated dependoparvovirus A of B of coderend voor een lentivirale transfervector die afgeleid is van HIV, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen niet leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I, ML-I, ML-I, ML-I.
i. De sequentie bevat geen genetische informatie die codeert voor een schadelijk genproduct.
Inschaling: ML-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.4 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen. › 5.4.2 — De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
5.4.2 — De combinatie van gastheercel, virale vector en donorsequentie is biologisch ingeperkt.
Dit betreft uitsluitend één van de volgende virale vectoren:
Virale vectoren afgeleid van virusgroep A:
i. baculovirus soorten als genoemd in de tabel van § 4.1.1 van bijlage 4 van deze Regeling met p10-deletie of met polyhedrine-deletie;
ii. modified vacciniavirus Ankara (MVA) en vacciniavirus NYVAC;
iii. kanariepokkenvirus ALVAC en kippenpokkenvirus TROVAC;
iv. van Semliki-forest virus afgeleide replicons waarbij het genetisch gemodificeerde replicon is geproduceerd met behulp van een meervoudig plasmiden systeem;
v. Adeno-associated dependoparvovirus A en B;
vi. replicatie-deficiënte virale vectoren afgeleid van Adeno-associated dependoparvovirus A of B met capsiden van dependoparvovirussen;
vii. lentivirus dat wordt vervaardigd met een tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, een derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of een translentiviraal vectorsysteem.
Virale vectoren afgeleid van virusgroep B:
i. Influenza stammen A/PR/8/34 en A/WSN/33 die zijn vervaardigd middels recombinant DNA technieken;
ii. afgeleiden van deze stammen waarbij minimaal 6 genoomsegmenten afkomstig zijn van deze stammen en twee heterologe gensegmenten van andere Influenza A stammen. Daarbij geldt voor heterologe HA-coderende gensegmenten dat de aanwezigheid van een basische klievingsplaats is uitgesloten.
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
a. De donor bevat een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: ML-II
virusgroep A: ML-II.
b. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II
virusgroep A: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
c. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen niet leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II
virusgroep A: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
d. De donor is een niet-viraal pathogeen van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II
virusgroep A: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
e. De donor is een organisme dat geen schadelijk genproduct bevat.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: ML-II
virusgroep A: ML-I.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
f. De sequentie bevat genetische informatie voor een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: ML-II
virusgroep A: ML-II.
g. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen leiden tot de vorming van autonoom replicerende virusdeeltjes.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II
virusgroep A: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
h. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen niet leiden tot de vorming van autonoom replicerende virusdeeltjes.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II
virusgroep A: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-I.
i. De sequentie bevat geen genetische informatie die codeert voor een schadelijk genproduct.
Inschaling: de virale vector is afgeleid van een van de hierboven genoemde virussen van
virusgroep B: ML-II
virusgroep A: ML-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.4 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen. › 5.4.3 — De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
5.4.3 — De combinatie van gastheercel en virale vector is biologisch niet ingeperkt.
Retrovirale vectoren die vervaardigd zijn met een retroviraal vectorsysteem dat gebaseerd is op muizen gammaretrovirussen of afgeleiden hiervan, worden in dit inschalingsartikel gelijkgesteld aan een virale vector die een virus is van klasse 2 en humaan pathogeen.
Activiteiten waarbij ongekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
a. De donor bevat een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-III.
b. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
c. De donor is een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen niet leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling:de virale vector is een virus van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-III, ML-III, ML-III
klasse 2: ML-III. Indien van de virale donorsequentie afkomstig van een klasse 3 of klasse 2 virus afdoende is onderbouwd dat dit niet kan leiden tot het verhogen van de pathogeniteit, de virulentie of de transmissie, of het veranderen van het gastheerbereik of tropisme dan wel afdoende is onderbouwd dat ML-II voldoende inperking biedt: respectievelijk ML-II, ML-II.
d. De donor is een niet-viraal pathogeen van respectievelijk klasse 4, 3 of 2.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-III, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-III, ML-II, ML-II.
e. De donor is een organisme dat geen schadelijk genproduct bevat
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-II.
Activiteiten waarbij gekarakteriseerde donorsequenties worden gebruikt:
f. De sequentie bevat genetische informatie voor een schadelijk genproduct dat werkzaam kan zijn in deze gastheer.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-III. Indien afdoende is onderbouwd dat de donorsequentie niet in een schadelijk effect resulteert: ML-II.
g. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-III
klasse 2: respectievelijk ML-IV, ML-III, ML-II.
h. De sequentie bevat, in combinatie met sequenties van de gastheer of de vector, genetische informatie voor de vorming van een voor eukaryote cellen infectieus virus van respectievelijk klasse 4, 3 of 2, en de in de gastheer gebrachte virale sequenties kunnen niet leiden tot de vorming van autonoom replicerende deeltjes.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: respectievelijk ML-IV, ML-IV, ML-IV
klasse 3: respectievelijk ML-III, ML-III, ML-III
klasse 2: ML-III. Indien van de virale donorsequentie afkomstig van een klasse 3 of klasse 2 virus afdoende is onderbouwd dat dit niet kan leiden tot het verhogen van de pathogeniteit, de virulentie of de transmissie, of het veranderen van het gastheerbereik of tropisme dan wel afdoende is onderbouwd dat ML-II voldoende inperking biedt: respectievelijk ML-II, ML-II.
i. De sequentie bevat geen genetische informatie die codeert voor een schadelijk genproduct.
Inschaling: de virale vector is een virus van
klasse 4: ML-IV
klasse 3: ML-III
klasse 2: ML-II.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.4 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen. › 5.4.4 — Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen al dan niet in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
5.4.4 — Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde animale cellen dan wel plantencellen al dan niet in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
a. Celkweek van cellen afkomstig van genetisch gemodificeerde dieren die volgens inschalingsartikel 5.6.1.a dan wel 5.6.3.a zijn ingeschaald op D-I.
Inschaling: ML-I indien de cellen gebracht worden onder omstandigheden dat replicatie dan wel overdracht van genetisch materiaal mogelijk is.
b. Cellen afkomstig van al dan niet genetisch gemodificeerde dieren in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat gehanteerd moet worden op ML-IV, ML-III, ML-II, ML-I niveau.
Inschaling: ML niveau waarop het genetisch gemodificeerde micro-organisme gehanteerd moet worden.
c. Cellen afkomstig van al dan niet genetisch gemodificeerde dieren in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarbij de dieren gehouden worden in een DM-IV, DM-III, DM-II, DM-I instelling.
Inschaling: ML niveau corresponderend met het inperkingsniveau waarop de dieren moeten worden gehouden dan wel voor cellen afkomstig van dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen waarbij een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door het dier is gecomplementeerd: ML niveau corresponderend met het inperkingsniveau waarop de micro-organismen moeten worden gehanteerd.
d. Celkweek van cellen afkomstig van genetisch gemodificeerde planten die volgens inschalingsartikel 5.5.1.a, 5.5.1.b dan wel 5.5.3.a zijn ingeschaald op PL-I, PC-I, PKa-I of PKb-I.
Inschaling: PL-I dan wel ML-I indien de cellen gebracht worden onder omstandigheden dat replicatie dan wel overdracht van genetisch materiaal mogelijk is.
e. Cellen afkomstig van al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat gehanteerd moet worden op ML-IV, ML-III, ML-II, ML-I niveau.
Inschaling: ML niveau waarop het genetisch gemodificeerde micro-organisme gehanteerd moet worden.
f. Cellen afkomstig van al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme waarbij de planten gekweekt worden in een PCM-IV/PKM-IV, PCM-III/PKM-III, PCM-II/PKM-II, PCM-I/PKM-I instelling.
Inschaling: ML niveau corresponderend met het inperkingsniveau waarop de planten gekweekt moeten worden dan wel voor cellen afkomstig van planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen waarbij een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door de plant is gecomplementeerd: ML niveau corresponderend met het inperkingsniveau waarop de micro-organismen moeten worden gehanteerd.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.5 — Handelingen met planten. › 5.5.1 — Handelingen met genetisch gemodificeerde planten
5.5.1 — Handelingen met genetisch gemodificeerde planten
a. Genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7 die het stadium van bloei niet bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct codeert.
Inschaling:
– PL-I voor handelingen in laboratoria
– PC-I voor handelingen in kweekcellen
– PKa-I of PKb-I voor handelingen in kassen.
b. Genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7 die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct codeert.
Inschaling:
– PC-I voor handelingen in kweekcellen
– PKa-I of PKb-I voor handelingen in kassen.
c. Kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, uitgezonderd planten in watercultures, die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct codeert.
Inschaling: PL-I of ML-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.5 — Handelingen met planten. › 5.5.2 — Handelingen in laboratoria met planten opgenomen in bijlage 7 met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
5.5.2 — Handelingen in laboratoria met planten opgenomen in bijlage 7 met een genetisch gemodificeerd micro-organisme
a. Het inoculeren van al dan niet genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, uitgezonderd planten in watercultures, met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden en waarbij geen voor planten infectieus virus gevormd kan worden.
Inschaling: ML-I.
b. Kortdurende handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, uitgezonderd planten in watercultures, met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden en waarbij geen voor planten infectieus virus gevormd kan worden.
Inschaling: ML-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.5 — Handelingen met planten. › 5.5.3 — Handelingen met planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.5.3 — Handelingen met planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
a. Planten in associatie met genetisch gemodificeerde disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A.tumefaciens) waarin geen volledig voor planten infectieus virus geïnserteerd is in het T-DNA.
Inschaling: PC-I.
b. Planten, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-I niveau moeten worden gehanteerd uitgezonderd schimmelcultures die sporen produceren.
Inschaling:
– PCM-I / PKM-I.
– PCM-II/PKM-II in geval van disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A.tumefaciens) waarin een volledig voor planten infectieus virus geïnserteerd is.
c. Planten, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-II niveau moeten worden gehanteerd.
Inschaling:
– PCM-II/PKM-II.
– PCM-III / PKM-III in geval van aërogene verspreiding van het micro-organisme.
d. Planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-III niveau moeten worden gehanteerd.
Inschaling: PCM-III / PKM-III.
e. Planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-IV niveau moeten worden gehanteerd.
Inschaling: PCM-IV / PKM-IV.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.6 — Handelingen met dieren. › 5.6.1 — Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren
5.6.1 — Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren
a. Handelingen met genetisch gemodificeerde zoogdieren, vogels, vissen, Xenopus of Drosophila melanogaster die geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen en die niet vervaardigd zijn met behulp van een virale vector.
Inschaling: D-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.6 — Handelingen met dieren. › 5.6.2 — Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren die vervaardigd zijn met een virale vector
5.6.2 — Handelingen met genetisch gemodificeerde dieren die vervaardigd zijn met een virale vector
a. Zoogdieren vervaardigd met een virale vector die onder laboratorium omstandigheden op ML-I niveau moet worden gehanteerd en waarbij een eventuele biologische inperking van het virus niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling: DM-I.
b. Kleine zoogdieren vervaardigd met genetisch gemodificeerd(e):
i. retrovirale vectoren die vervaardigd zijn met een retroviraal vectorsysteem dat gebaseerd is op de muizen gammaretrovirussen en hiervan afgeleide virussen als genoemd onder 5.4.3;
ii. adenovirus;
die afkomstig zijn van ML-II en waarbij een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling: DM-II.
c. Vervallen.
d. Dieren vervaardigd met een virale vector die onder laboratorium omstandigheden op ML-III niveau moet worden gehanteerd en waarbij een eventuele biologische inperking van het virus niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling: DM-III.
e. Dieren vervaardigd met een virale vector die onder laboratorium omstandigheden op ML-IV niveau moet worden gehanteerd.
Inschaling: DM-IV.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.6 — Handelingen met dieren. › 5.6.3 — Handelingen met dieren dan wel met genetisch gemodificeerde dieren ingeschaald volgens 5.6.1.a op D-I in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.6.3 — Handelingen met dieren dan wel met genetisch gemodificeerde dieren ingeschaald volgens 5.6.1.a op D-I in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
a. Zoogdieren in associatie met:
– een plasmide zonder schadelijke sequenties, of
– getransfecteerde cellen afkomstig van hogere eukaryoten die volgens inschalingsartikel 5.4.1 zijn ingeschaald op ML-I
waarbij de in het zoogdier gebrachte virale sequenties niet kunnen leiden tot de vorming van al dan niet replicatiecompetente recombinante virussen.
Inschaling: D-I
Als aan a. niet wordt voldaan:
b. Zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden volgens de inschaling van deze bijlage op ML-I niveau moeten worden gehanteerd, uitgezonderd schimmelcultures die sporen produceren, en waarbij een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling: DM-I.
c.
i. Kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-II niveau moeten worden gehanteerd of Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën die onder laboratorium omstandigheden op ML-II niveau moeten worden gehanteerd en waarbij in beide gevallen een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling: DM-II.
ii. Grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-II niveau moeten worden gehanteerd en waarbij een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling:
– DM-II in onderdrukisolator
– DM-III.
d. Vervallen.
e. Dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-III niveau moeten worden gehanteerd en waarbij een eventuele biologische inperking van het micro-organisme niet door het dier gecomplementeerd kan worden.
Inschaling: DM-III.
f. Dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die onder laboratorium omstandigheden op ML-IV niveau moeten worden gehanteerd.
Inschaling: DM-IV.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.7 — Handelingen in procesinstallaties. › 5.7.1 — Handelingen in procesinstallaties
5.7.1 — Handelingen in procesinstallaties
a. Handelingen met het genetisch gemodificeerd organisme die volgens deze bijlage of conform een beschikking op grond van artikel 2.8 van het Besluit onder laboratorium omstandigheden op ML-I niveau worden gehanteerd.
Inschaling: MI-II.
b. Handelingen met het genetisch gemodificeerd organisme die volgens de inschaling van deze bijlage of conform een beschikking op grond van artikel 2.8 van het Besluit onder laboratorium omstandigheden op ML-II niveau worden gehanteerd.
Inschaling: MI-III.
c. Handelingen met het genetisch gemodificeerd organisme die volgens de inschaling van deze bijlage of conform een beschikking op grond van artikel 2.8 van het Besluit onder laboratorium omstandigheden op ML-III niveau worden gehanteerd.
Inschaling: MI-IV.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.8 — Overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.8.1 — Activiteiten met zeer veilige genetisch gemodificeerde organismen
5.8.1 — Activiteiten met zeer veilige genetisch gemodificeerde organismen
a. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op grond van de criteria in bijlage 6 mogelijk geschikt zijn voor activiteiten onder laboratoriumcondities op S-I.
Inschaling: S-III.
b. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen genoemd in bijlage 11.
Inschaling: S-I.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel I — Standaard inschalingsartikelen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.8 — Overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 5.8.2 — Tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen
5.8.2 — Tentoonstellen van genetisch gemodificeerde organismen
a. Het tentoonstellen van niet pathogene genetisch gemodificeerde organismen in een voor het publiek toegankelijke ruimte.
Inschaling: TR-III.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.9 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-I gehanteerd moeten worden. › 5.9.1 — Bijzondere activiteiten
5.9.1 — Bijzondere activiteiten
a. Activiteiten op ML-I met een bioreactor.
Inschaling: ML-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met een bioreactor.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.9 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-I gehanteerd moeten worden. › 5.9.2 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde organismen
5.9.2 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde organismen
a. Activiteiten op ML-I met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren.
Inschaling: ML-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met schimmels die sporen produceren.
b. Activiteiten op ML-I met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, translentiviraal vectorsysteem of een lentivirale transfervector die afgeleid is van HIV.
Inschaling: ML-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met een tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, een derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, translentiviraal vectorsysteem of een lentivirale transfervector die afgeleid is van HIV.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.10 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-II gehanteerd moeten worden. › 5.10.1 — Activiteiten met bijzondere apparatuur
5.10.1 — Activiteiten met bijzondere apparatuur
a. Activiteiten op ML-II met een bioreactor.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met een bioreactor.
b. Activiteiten op ML-II met FACS apparatuur.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met FACS apparatuur.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.10 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-II gehanteerd moeten worden. › 5.10.2 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.10.2 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
a. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1).
b. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
c. Activiteiten op ML-II met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of translentiviraal vectorsysteem.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met een tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, een derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of een translentiviraal vectorsysteem.
d. Vervallen.
e. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd Hepatitis B virus, Hepatitis D virus, Mazelenvirus of Bofvirus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met Hepatitis B virus, Hepatitis D virus, Mazelenvirus of Bofvirus.
f. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd Vaccinia virus of Cowpoxvirus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met Vaccinia virus of Cowpoxvirus.
g. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd Influenza B virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met Influenza B virus.
h. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd Feline immunodeficiency virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met Feline immunodeficiency virus.
i. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd Leishmania infantum of Leishmania mexicana.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met Leishmania infantum of Leishmania mexicana.
j. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd influenza A virus die niet vallen onder de onderdelen a of b.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerd influenza A virus.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.10 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-II gehanteerd moeten worden. › 5.10.3 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen ten aanzien van de verspreidingswijze
5.10.3 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen ten aanzien van de verspreidingswijze
a. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerd micro-organismen die aërogeen kunnen verspreiden.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerd micro-organismen die aërogeen kunnen verspreiden.
b. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid.
c. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk kunnen zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met micro-organismen die schadelijk kunnen zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht.
d. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich via gebruiksvoorwerpen (fomites) kunnen verspreiden.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met micro-organismen die zich via gebruiksvoorwerpen (fomites) kunnen verspreiden.
e. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich oro-fecaal dan wel oraal kunnen verspreiden.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met micro-organismen die zich oro-fecaal dan wel oraal kunnen verspreiden.
f. Activiteiten op ML-II met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met schimmels die sporen produceren.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.10 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op ML-II gehanteerd moeten worden. › 5.10.4 — Specifieke handelingen met specifieke genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.10.4 — Specifieke handelingen met specifieke genetisch gemodificeerde micro-organismen
a. Activiteiten op ML-II met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
b. Activiteiten op ML-II met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde virussen die niet vallen onder de onderdelen a, c, d of e.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd virus.
c. Activiteiten op ML-II met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
d. Activiteiten op ML-II met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza B virus.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza B virus.
e. Activiteiten op ML-II met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza A virus, die niet vallen onder de onderdelen a of c.
Inschaling: ML-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza A virus.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.11 — Aanvullende voorschriften voor activiteiten met planten die op PL-I, ML-I, PC-I, PKa-I, PKb-I, gehanteerd moeten worden › 5.11.1 — Activiteiten met planten opgenomen in bijlage 7
5.11.1 — Activiteiten met planten opgenomen in bijlage 7
a. Activiteiten op PC-I met planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens).
Inschaling: PC-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens).
b. Activiteiten op PC-I, PKa-I dan wel PKb-I met bloeiende genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7.
Inschaling: PC-I, PKa-I dan wel PKb-I, onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor de betreffende plantensoort zoals aangegeven in bijlage 7.
c. Kortdurende handelingen op PL-I dan wel ML-I met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7.
Inschaling: PL-I dan wel ML-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten.
d. Activiteiten op PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, in watercultures.
Inschaling: PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I, onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in watercultures.
e. Activiteiten op PC-I met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met biologische bestrijders.
Inschaling: PC-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met biologische bestrijders.
f. Activiteiten op PKb-I met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7 in associatie met biologische bestrijders.
Inschaling: PKb-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met biologische bestrijders.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.12 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde dieren die op D-I gehanteerd moeten worden. › 5.12.1 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde dieren
5.12.1 — Activiteiten met nader genoemde genetisch gemodificeerde dieren
a. Activiteiten op D-I met genetisch gemodificeerde vissen (uitgezonderd Danio rerio) en Xenopus.
Inschaling: D-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor genetisch gemodificeerde vissen of Xenopus.
b. Activiteiten op D-I met genetisch gemodificeerde Drosophila melanogaster.
Inschaling: D-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor genetisch gemodificeerde Drosophila melanogaster.
c. Activiteiten op D-I met genetisch gemodificeerde Danio rerio.
Inschaling: D-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor genetisch gemodificeerde Danio rerio.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.13 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen in laboratoria, kweekcellen of kassen op inperkingsniveau I dan wel II. › 5.13.1 — Activiteiten op ML-I, PCM-I, PCM-II, PKM-I dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met micro-organismen
5.13.1 — Activiteiten op ML-I, PCM-I, PCM-II, PKM-I dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met micro-organismen
a. Activiteiten op PCM-I, PCM-II, PKM-I dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde planten opgenomen in bijlage 7, met uitzondering van planten in watercultures, in associatie met micro-organismen.
Inschaling: PCM-I, PCM-II, PKM-I dan wel PKM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor de betreffende plantensoort zoals aangegeven in bijlage 7, en de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.13 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen in laboratoria, kweekcellen of kassen op inperkingsniveau I dan wel II. › 5.13.2 — Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.13.2 — Activiteiten met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen
a. Inoculatie van planten op PCM-I dan wel PKM-I met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden.
Inschaling: PCM-I dan wel PKM-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden.
b. Kortdurende handelingen op ML-I met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden.
Inschaling: ML-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor kortdurende handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden.
c. Inoculatie van planten op PCM-II dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde plantenvirussen.
Inschaling: PCM-II dan wel PKM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met genetisch gemodificeerde plantenvirussen.
d. Inoculatie van planten op PCM-II dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I of II gehanteerd mogen worden.
Inschaling: PCM-II dan wel PKM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I of II gehanteerd mogen worden.
e. Inoculatie van planten op ML-I met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden.
Inschaling: ML-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor het inoculeren van planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.14 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op DM-II gehanteerd moeten worden. › 5.14.1 — Activiteiten met proefdieren in associatie met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
5.14.1 — Activiteiten met proefdieren in associatie met nader genoemde genetisch gemodificeerde micro-organismen
a. Vervallen.
b. Activiteiten op DM-II met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1) virus.
c. Vervallen.
d. Vervallen.
e. Activiteiten op DM-II met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus.
f. Activiteiten op DM-II met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza A virus die niet vallen onder onderdeel b.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerd influenza A virus.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.14 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op DM-II gehanteerd moeten worden. › 5.14.2 — Activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen
5.14.2 — Activiteiten met proefdieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen met specifieke eigenschappen
a. Activiteiten op DM-II met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen.
b. Vervallen.
c. Vervallen.
d. Activiteiten op DM-II met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen die schadelijk kunnen zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor dieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen die schadelijk kunnen zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht.
e. Vervallen.
f. Activiteiten op DM-II met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen die infectieus zijn via wondjes van de huid.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor dieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen die infectieus zijn via wondjes van de huid.
g. Activiteiten op DM-II met Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën.
h. Activiteiten op DM-II met grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen.
Inschaling: DM-II onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen.
Bijlage 5 — behorende bij artikel 16 en artikel 17, tweede lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Deel II — Bepaling van eventuele aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op inperkingsniveau I en II › 5.15 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen van activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die op AP-I gehanteerd moeten worden › 5.15.1 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden
5.15.1 — Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in gesloten eenheden
a. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen vervaardigd op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I in gesloten eenheden in AP-I
Inschaling: AP-I onder toepassing van de aanvullende voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen vervaardigd op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I in gesloten eenheden.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I
Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I
Handelingen met genetisch gemodificeerde organismen, die normaliter onder laboratoriumcondities kunnen worden verricht in een ML-I ruimte worden met gebruikmaking van bijlage 5 van deze regeling ingeschaald op MI-II (op grond van inschalingsartikel 5.7.1.a), maar kunnen bij toepassing in procesinstallaties in bepaalde gevallen op MI-I worden uitgevoerd. Daartoe kan op grond van artikel 2.8 van het Besluit bij de Minister een verzoek om omlaagschaling worden ingediend. Het genetisch gemodificeerde organisme moet, om voor omlaagschaling in aanmerking te komen, voldoen aan een aantal criteria. In deze bijlage zijn richtinggevende criteria opgenomen, zodat vooraf nagegaan kan worden of het genetisch gemodificeerde organisme voor een omlaagschaling naar MI-I in aanmerking zou kunnen komen.
De criteria die worden gehanteerd voor een omlaagschaling van MI-II naar MI-I, worden ook gehanteerd voor de beoordeling van een verzoek om omlaagschaling naar S-I van handelingen die overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling worden ingeschaald op S-III.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
Het genetisch gemodificeerde organisme voldoet aan alle volgende criteria die achtereenvolgens gesteld worden aan:
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Genetisch gemodificeerde organisme
Genetisch gemodificeerde organisme
a. Het genetisch gemodificeerde organisme is, in geval van een pathogene gastheer, veiliger voor de menselijke gezondheid en het milieu dan het wildtype organisme onder vergelijkbare condities.
b. Het genetisch gemodificeerde organisme is, in geval van een apathogene gastheer, minstens zo veilig voor de menselijke gezondheid en het milieu als het wildtype organisme onder vergelijkbare condities.
c. Het genetisch gemodificeerde organisme is niet pathogeen.
d. Het genetisch gemodificeerde organisme is genetisch stabiel in geval van een verliesmutatie die van belang is voor de apathogeniteit van het genetisch gemodificeerde organisme.
e. Het genetisch gemodificeerde organisme is in het installatie- en productieproces ten minste net zo veilig als de uitgangsstam onder vergelijkbare condities.
f. Het genetisch gemodificeerde organisme heeft ten opzichte van het wildtype organisme waarvan het is afgeleid, een beperkte overlevingskans buiten het fysisch inperkend systeem.
g. Het genetisch gemodificeerde organisme bezit een modificatie waardoor het genetisch gemodificeerde organisme niet in het milieu kan persisteren, indien de gastheer niet voldoet aan de criteria onder h en j of aan de criteria onder i en j.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Gastheer
Gastheer
h. De gastheer is veilig gebleken bij langdurig gebruik onder condities van het laagste niveau van fysische inperking dat normaliter bij grootschalige industriële toepassingen gebruikelijk is.
i. De gastheer heeft, als aan onderdeel h niet wordt voldaan, een genetisch bepaalde, voor het milieu onschadelijke, biologische inperking waardoor overlevings- en reproductiekansen in het milieu beperkt zijn.
j. De gastheer vormt geen structuren die bijdragen aan een langdurige overleving of verdere verspreiding.
k. De gastheer is niet in staat tot woekering of toxische algenbloei.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Vector
Vector
l. De vector is goed gekarakteriseerd ten aanzien van de genetische inhoud van de samenstellende delen.
m. De vector is in omvang zoveel mogelijk beperkt tot de voor het beoogde doel noodzakelijke sequenties.
n. De vector is vrij van sequenties die coderen voor een genproduct dat in de context van de van toepassing zijnde gastheer of in het milieu tot een schadelijk effect kunnen leiden.
o. De vector is vrij van virale sequenties die in de van toepassing zijnde gastheer tot de productie van virus kunnen leiden.
p. De vector is niet in staat tot zelfstandige overdracht naar andere organismen door conjugatie of transductie.
q. Mobilisatie van de vector is niet beschreven en niet aannemelijk.
r. Indien de vector in het genetisch gemodificeerde organisme aanwezig blijft, is deze vrij van sequenties waarvan bekend is dat ze in de van toepassing zijnde gastheer bijdragen aan de instabiliteit van het ingebrachte genetische materiaal, bijvoorbeeld als gevolg van transpositie, integratie of recombinatie.
s. De vector kan geen resistentiemarkers overdragen op micro-organismen die deze niet van nature bezitten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
t. De vector verhoogt de persistentie van het genetisch gemodificeerde organisme in het milieu niet.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde micro-organismen (uitgezonderd humane en animale cellen en/of virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Insertie
Insertie
u. De insertie is goed gekarakteriseerd ten aanzien van de genetische inhoud van de samenstellende delen.
v. De insertie is in omvang zoveel mogelijk beperkt tot de voor het beoogde doel noodzakelijke sequenties.
w. De insertie is vrij van sequenties die coderen voor een genproduct dat in de context van de van toepassing zijnde gastheer of in het milieu tot een schadelijk effect kunnen leiden.
x. De insertie is vrij van virale sequenties die in de van toepassing zijnde gastheer tot de productie van virus kunnen leiden.
y. De insertie is niet in staat tot zelfstandige overdracht naar andere organismen door conjugatie of transductie.
z. Mobilisatie van de insertie is niet beschreven en niet aannemelijk.
aa. De insertie is vrij van sequenties waarvan bekend is dat ze in de van toepassing zijnde gastheer bijdragen aan de instabiliteit van het ingebrachte genetische materiaal, bijvoorbeeld als gevolg van transpositie, integratie of recombinatie.
bb. De insertie kan geen resistentiemarkers overdragen op micro-organismen die deze niet van nature bezitten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
cc. De insertie verhoogt de persistentie van het genetisch gemodificeerde organisme in het milieu niet.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
De genetisch gemodificeerde cellen voldoen aan alle van de volgende criteria die achtereenvolgens gesteld worden aan:
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Genetisch gemodificeerde cellen
Genetisch gemodificeerde cellen
a. De genetisch gemodificeerde cellen zijn ten minste net zo veilig voor de menselijke gezondheid en het milieu als de wildtype gastheercellen onder vergelijkbare condities.
b. De genetisch gemodificeerde cellen hebben geen overlevingskans buiten het fysisch inperkend systeem.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Gastheercellen
Gastheercellen
c. De gastheercellen zijn vrij van wildtype virussen die kunnen leiden tot recombinatie met de toegepaste vector of insertie, of die kunnen leiden tot de productie van virus.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Vector
Vector
d. De vector is goed gekarakteriseerd ten aanzien van de genetische inhoud van de samenstellende delen.
e. De vector is in omvang zoveel mogelijk beperkt tot de voor het beoogde doel noodzakelijke sequenties.
f. De vector is vrij van sequenties die coderen voor een genproduct dat in de context van de van toepassing zijnde gastheer of in het milieu tot een schadelijk effect kunnen leiden.
g. De vector is vrij van virale sequenties die in de van toepassing zijnde gastheer tot de productie van virus kunnen leiden.
h. De vector is niet in staat tot zelfstandige overdracht naar andere organismen door conjugatie of transductie.
i. Mobilisatie van de vector is niet beschreven en niet aannemelijk.
j. De vector kan geen resistentiemarkers overdragen op micro-organismen die deze niet van nature bezitten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
k. De vector verhoogt de persistentie van de genetisch gemodificeerde cellen in het milieu niet.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.2 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen (uitgezonderd cellen in associatie met virale vectoren afgeleid van virussen infectieus voor hogere eukaryoten) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Insertie
Insertie
l. De insertie is goed gekarakteriseerd ten aanzien van de genetische inhoud van de samenstellende delen.
m. De insertie is in omvang zoveel mogelijk beperkt tot de voor het beoogde doel noodzakelijke sequenties.
n. De insertie is vrij van sequenties die coderen voor een genproduct dat in de context van de van toepassing zijnde gastheer of in het milieu tot een schadelijk effect kunnen leiden.
o. De insertie is vrij van virale sequenties die in de van toepassing zijnde gastheer tot de productie van virus kunnen leiden.
p. De insertie is niet in staat tot zelfstandige overdracht naar andere organismen door conjugatie of transductie.
q. Mobilisatie van de insertie is niet beschreven en niet aannemelijk.
r. De insertie kan geen resistentiemarkers overdragen op micro-organismen die deze niet van nature bezitten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
s. De insertie verhoogt de persistentie van de genetisch gemodificeerde cellen in het milieu niet.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I
De genetisch gemodificeerde cellen en de virale vector (met insertie) voldoen aan alle van de volgende criteria die achtereenvolgens gesteld worden aan:
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Genetisch gemodificeerde cellen
Genetisch gemodificeerde cellen
a. De genetisch gemodificeerde cellen zijn ten minste net zo veilig voor de menselijke gezondheid en het milieu als de wildtype gastheercellen onder vergelijkbare condities.
b. De genetisch gemodificeerde cellen hebben geen overlevingskans buiten het fysisch inperkend systeem.
c. Er zijn geen vrije dan wel geïnternaliseerde infectieuze virale vectordeeltjes meer in de kweek aanwezig.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Gastheercellen
Gastheercellen
d. De gastheercellen zijn vrij van wildtype virussen die kunnen leiden tot recombinatie met de toegepaste virale vector of insertie, complementatie van de toegepaste virale vector of de productie van nieuwe virusdeeltjes.
e. Indien de gastheercellen tevens op andere wijze genetisch gemodificeerd zijn, wordt voldaan aan de criteria onder 6.1.2.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Virale vector
Virale vector
f. De virale vector is goed gekarakteriseerd ten aanzien van de genetische inhoud van de samenstellende delen.
g. De virale vector is in omvang zoveel mogelijk beperkt tot de voor het beoogde doel noodzakelijke sequenties.
h. De virale vector is vrij van sequenties die coderen voor een genproduct dat in de context van de van toepassing zijnde gastheer of in het milieu tot een schadelijk effect kunnen leiden.
i. Mobilisatie van de vector is niet beschreven en niet aannemelijk.
j. De virale vector is biologisch ingeperkt en voor kleinschalige handelingen op ML-I ingeschaald.
k. De virale vector batch is vrij van replicatiecompetent virus.
l. De toegepaste virale vectordeeltjes of virale replicons zijn eenmalig infectieus en kunnen na infectie van de gastheer geen nieuwe virusdeeltjes of virus-like-vesicles vormen.
m. De virale vector kan geen resistentiemarkers overdragen op micro-organismen die deze niet van nature bezitten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
n. De virale vector verhoogt de persistentie van de genetisch gemodificeerde cellen in het milieu niet.
Bijlage 6 — behorende bij artikel 20, derde en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Criteria voor de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen naar categorie van fysische inperking MI-I dan wel S-I › 6.1 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde organismen van MI-II naar MI-I › 6.1.3 — Criteria voor een omlaagschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde humane of animale cellen die zijn vervaardigd met een virale vector (inclusief virale replicons) van MI-II naar MI-I dan wel van S-III naar S-I › Insertie
Insertie
o. De insertie is goed gekarakteriseerd ten aanzien van de genetische inhoud van de samenstellende delen.
p. De insertie is in omvang zoveel mogelijk beperkt tot de voor het beoogde doel noodzakelijke sequenties.
q. De insertie is vrij van sequenties die coderen voor een genproduct dat in de context van de van toepassing zijnde gastheer of in het milieu tot een schadelijk effect kunnen leiden.
r. De insertie is vrij van virale sequenties die in de van toepassing zijnde gastheer tot de productie van virus kunnen leiden.
s. De insertie is niet in staat tot zelfstandige overdracht naar andere organismen door conjugatie of transductie.
t. Mobilisatie van de insertie is niet beschreven en niet aannemelijk.
u. De insertie kan geen resistentiemarkers overdragen op micro-organismen die deze niet van nature bezitten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
v. De insertie verhoogt de persistentie van de virale vector of de genetisch gemodificeerde cellen in het milieu niet.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 1)
De tabel van deze bijlage geeft een overzicht van planten, waarvoor de categorie van fysische inperking door de Minister is vastgesteld. Daarnaast geeft de tabel voor deze planten aan welke aanvullende maatregelen op inperkingsniveau I en II, worden genomen bij de verschillende categorieën van fysische inperking om de verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen te voorkomen. De combinatie van fysische inperking en eventuele aanvullende maatregelen voorkomt dat het milieu wordt blootgesteld aan genetisch gemodificeerde organismen.
De inschaling van handelingen met genetisch gemodificeerde planten, die geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct codeert, vindt op grond van deel I van bijlage 5, inschalingsartikel 5.5.1, plaats met behulp van deze bijlage.
– Plantensoorten die het stadium van bloei niet bereiken en die staan vermeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel worden volgens inschalingsartikel 5.5.1, onderdeel a, ingeschaald op PL-I, PC-I, PKa-I of PKb-I, afhankelijk of de handeling plaatsvindt in een laboratorium, kweekcel, kas of insectendichte kas.
– Plantensoorten die het stadium van bloei wel bereiken en die staan vermeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel worden volgens inschalingsartikel 5.5.1, onderdeel b, ingeschaald op PC-I, PKa-I of PKb-I, afhankelijk of de handeling plaatsvindt in een, kweekcel, kas of insectendichte kas.
Indien een genetisch gemodificeerde plantensoort niet in de eerste kolom van deze bijlage is opgenomen, kan deze plant niet met behulp van deel I van bijlage 5 van deze regeling worden ingeschaald en zal met behulp van de procedure van artikel 2.8, derde lid, van het Besluit een door de Minister toegekende categorie van fysische inperking en een inperkingsniveau worden aangevraagd.
Volgens de systematiek van bijlage 5 wordt deel II van bijlage 5 altijd gehanteerd voor die genetisch gemodificeerde organismen, waarvan de uitkomst blijkens deel I inperkingsniveau I of II, is. In deel II van bijlage 5 van deze regeling is onder 5.11 en 5.13 aangegeven welke aanvullende voorschriften in acht worden genomen voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten die respectievelijk op PC-I, PKa-I of PKb-I, dan wel op PCM-I, PCM-II, PKM-I, PKM-II gehanteerd moeten worden. Deze inschalingsartikelen bepalen dat naast de volgens deel I bepaalde categorie van fysische inperking de aanvullende voorschriften voor de betreffende plantensoort gelden zoals aangegeven in deze bijlage.
Deze aanvullende voorschriften richten zich op het voorkomen van de verspreiding van zaden, pollen en reproductieve plantendelen en zijn in drie groepen verdeeld naar de wijze van verspreiding: insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders. In de tweede en derde kolom is aangegeven welke aanvullende voorschriften voor een plantensoort voor de verschillende categorieën van fysische inperking en inperkingsniveaus in acht worden genomen. In bijlage 9 van deze regeling zijn vervolgens per categorie van fysische inperking de van toepassing zijne aanvullende voorschriften voor insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders opgenomen. Deze voorschriften zijn opgenomen na de inrichtingsvoorschriften en werkvoorschriften, onder het kopje ‘aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen’.
De maatregelen die genomen worden voor gemakkelijke zaadverspreiders zijn afhankelijk van de verspreidingsbiologie van de plant. De bijzondere kenmerken ten aanzien van deze verspreiding, die relevant zijn voor de te hanteren voorschriften, zijn vermeld in de vierde kolom. De gebruiker neemt op basis van deze bijzondere kenmerken passende maatregelen, die de verspreiding tegengaan.
Plantensoort | Aanvullende voorschriften in PKa-I, PCM-I, PCM-II, PKM-I of PKM-II voor: | Aanvullende voorschriften in PC-I of PKb-I, voor: | Bijzonder kenmerk van de plant of ten aanzien van (zaad)verspreiding
Abelmoschus esculentus | insectenbestuivers | n.v.t.
Aethionema arabicum | gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | plakkerig zaad met uitsteeksels na imbibitie
Agrostis capillaris (syn. Agrostis tenuis) | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Agrostis stolonifera | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Allium ampeloprasum (syn. Allium porrum) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | windstrooiers: zaden worden door plant 'weggeslingerd'
Allium cepa | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | windstrooiers: zaden worden door plant 'weggeslingerd'
Allium sativum | n.v.t. | n.v.t.
Alnus glutinosa | windbestuivers | windbestuivers
Alstroemeria spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Anthriscus sylvestris | insectenbestuivers | n.v.t.
Anthurium andraenum | insectenbestuivers | n.v.t.
Antirrhinum majus | insectenbestuivers | n.v.t.
Arabidopsis thaliana | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Arachis hypogaea | n.v.t. | n.v.t.
Arachis pintoi | n.v.t. | n.v.t.
Artemisia spp. | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Asparagus officinalis | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke planten) | n.v.t. | mogelijkheid tot vegetatieve vermeerdering via wortelstokken
Avena sativa | windbestuivers | windbestuivers
Begonia spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Begonia grandis | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Beta vulgaris | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Bidens ferulifolia | insectenbestuivers | n.v.t.
Biscutella laevigata | n.v.t. | n.v.t.
Boechera holboellii (syn. Arabis holboellii) | gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | openspringende peul met klein zaad
Boechera stricta (syn. Arabis drummondii) | gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | openspringende peul met klein zaad
Bornmuellera emarginata | n.v.t. | n.v.t.
Bornmuellera tymphaea | n.v.t. | n.v.t.
Bougainvillea vera | n.v.t. | n.v.t.
Bouvardia spp. | n.v.t. | n.v.t.
Brachypodium distachyon | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | licht zaad met kafnaalden
Brachyscome melanophora | insectenbestuivers | n.v.t.
Brachyscome multiflora | insectenbestuivers | n.v.t.
Brassica spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein en wegspringend zaad. Asynchrone zaadrijping
Brassica napus | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein en wegspringend zaad. Asynchrone zaadrijping
Brassica oleracea | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein en wegspringend zaad. Asynchrone zaadrijping
Brassica rapa | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein en wegspringend zaad. Asynchrone zaadrijping
Calathea roseopicta | n.v.t. | n.v.t.
Calibrachoa hybrida | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Camelina sativa | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | kleine zaden in hauwtjes die na rijping kunnen openspringen
Camellia sinensis (syn. Thea sinensis) | insectenbestuivers | n.v.t.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 2)
Cannabis sativa | insectenbestuivers en windbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | windbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen)
Capsicum annuum | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum baccatum | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum cardenasii | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum chacoense | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum chinense | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum eximium | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum frutescens | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum galapagoense | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum pubescens | insectenbestuivers | n.v.t.
Capsicum tovarii | insectenbestuivers | n.v.t.
Cardamine flexuosa | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaaddozen schieten zaad weg
Cardamine hirsuta | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaaddozen schieten zaad weg
Carum spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Castanea mollissima | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Castanea sativa | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Catharanthus roseus | n.v.t. | n.v.t.
Chamaecrista mimosoides | n.v.t. | n.v.t.
Chenopodium quinoa | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Chrysanthemum x morifolium (syn. Dendranthema grandiflora) | n.v.t. | n.v.t.
Cicer arietinum | n.v.t. | n.v.t.
Cichorium spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Cichorium endivia | insectenbestuivers | n.v.t.
Cichorium intybus | insectenbestuivers | n.v.t.
Citrullus lanatus (syn. Citrullus vulgaris) | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | n.v.t.
Citrus spp. | n.v.t. | n.v.t.
Cleome gynandra | n.v.t. | n.v.t.
Cleome spinosa | n.v.t. | n.v.t.
Crambe hispanica subsp. abyssinica (syn. Crambe abyssinica) | insectenbestuivers | n.v.t.
Craterostigma plantagineum | n.v.t. | n.v.t.
Crocus sativus | n.v.t. | n.v.t.
Cucumis spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | n.v.t.
Cucumis melo | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | n.v.t.
Cucumis sativus | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | n.v.t.
Cucurbita spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | n.v.t.
Cucurbita pepo | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) | n.v.t.
Curcuma longa | n.v.t. | n.v.t.
Cyclamen persicum | insectenbestuivers | n.v.t.
Datura stramonium | insectenbestuivers | n.v.t.
Dactylis glomerata | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Daucus carota | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | vruchten hebben harige stekels, zaad is klein
Delphinium elatum (syn. Delphinium belladonna) | insectenbestuivers | n.v.t.
Dianthus spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Dianthus caryophyllus | n.v.t. | n.v.t.
Dieffenbachia spp. | n.v.t. | n.v.t.
Diplotaxis tenuifolia | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | vruchten kunnen openspringen en zaadjes op de grond laten vallen
Draba alyssoides | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba aretioides | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba fladnizensis | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba hookeri | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba lactea | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba muralis | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden in openspringende doosvrucht
Draba nivalis | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba steyermarkii | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba subcapitata | insectenbestuivers | n.v.t.
Draba verna (syn. Erophila verna) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Drosera spp. | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Ecballium elaterium | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | vruchten schieten zaad weg
Emilia sonchifolia | n.v.t. | n.v.t.
Eryngium bourgatii | insectenbestuivers | n.v.t.
Eryngium planum | insectenbestuivers | n.v.t.
Erysimum cheiranthoides | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Eustoma grandiflorum | insectenbestuivers | n.v.t.
Festuca spp. | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Ficus spp. | n.v.t. | n.v.t.
Fragaria spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Fragaria vesca | insectenbestuivers | n.v.t.
Fragaria x ananassa | insectenbestuivers | n.v.t.
Freesia spp. | n.v.t. | n.v.t.
Fuchsia hybrida | insectenbestuivers | n.v.t.
Geranium pyrenaicum | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | dopvruchtjes kunnen weggeschoten worden
Geranium robertianum | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | dopvruchtjes met vezeldraden, vruchtjes kunnen weggeschoten worden
Gerbera jamesonii | n.v.t. | n.v.t.
Gladiolus spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Glycine max | n.v.t. | n.v.t.
Gomphrena claussenii | n.v.t. | n.v.t.
Gomphrena elegans | n.v.t. | n.v.t.
Gossypium hirsutum | insectenbestuivers | n.v.t.
Gypsophila paniculata | insectenbestuivers | n.v.t.
Helianthus annuus | insectenbestuivers | n.v.t.
Hirschfeldia incana | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | kleine, plakkerige, lichtgewicht zaden in openspringende doosvrucht; zaad verspreidt zich via grond
Hordeum vulgare | windbestuivers | windbestuivers
Hosta spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Hyacinthoides spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Hyacinthus orientalis | insectenbestuivers | n.v.t.
Hydrangea macrophylla | insectenbestuivers | n.v.t.
Hypericum spp. | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Impatiens spp. | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | vruchten schieten zaad weg
Ipomoea batatas | n.v.t. | n.v.t.
Iris spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Jacobaea vulgaris subsp. dunensis | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Jatropha curcas | n.v.t. | n.v.t.
Juglans regia | windbestuivers | windbestuivers
Kalanchoe blossfeldiana | n.v.t. | n.v.t.
Lactuca spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Lactuca saligna | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Lactuca sativa | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Lactuca serriola | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Lavandula spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Lemna gibba | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | kroos; klein zaad en (drijvende) reproductieve plantendelen (turionen)
Lemna minor | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | kroos; klein zaad en (drijvende) reproductieve plantendelen (turionen)
Lilium spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Lilium auratum | n.v.t. | n.v.t.
Lilium brownii | n.v.t. | n.v.t.
Lilium japonicum | n.v.t. | n.v.t.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 3)
Lilium longiflorum | n.v.t. | n.v.t.
Lilium nobilissimum | n.v.t. | n.v.t.
Lilium platyphyllum (Lilium auratum var. platyphyllum) | n.v.t. | n.v.t.
Lilium rubellum | n.v.t. | n.v.t.
Lilium speciosum | n.v.t. | n.v.t.
Linum usitatissimum | insectenbestuivers | n.v.t.
Lolium spp. | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Lotus corniculatus (syn. Lotus japonicus) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | peul slingert zaden weg na afrijpen
Lupinus albus | insectenbestuivers | n.v.t.
Lycopersicon spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Malus spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Malus domestica | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Manihot esculenta | n.v.t. | n.v.t.
Medicago truncatula | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders
Medicago x varia | insectenbestuivers | n.v.t.
Mentha spp. | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Miscanthus floridulus | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Miscanthus giganteus | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Miscanthus lutarioriparius | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad; verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Miscanthus sacchariflorus | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad; verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Miscanthus sinensis | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Momordica balsamina | n.v.t. | n.v.t.
Momordica charantia | n.v.t. | n.v.t.
Momordica cochinchinensis | n.v.t. | n.v.t.
Musa spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | n.v.t. | n.v.t.
Musa acuminata | n.v.t. | n.v.t.
Narcissus spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Neptunia amplexicaulis | n.v.t. | n.v.t.
Neptunia heliophila | n.v.t. | n.v.t.
Nicotiana spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Nicotiana benthamiana | gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Nicotiana sylvestris | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Nicotiana tabacum | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Noccaea caerulescens | insectenbestuivers | n.v.t.
Noccaea perfoliata | insectenbestuivers | n.v.t.
Odontarrhena chalcidica | insectenbestuivers | n.v.t.
Oryza sativa | n.v.t. | n.v.t.
Panicum virgatum | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad; mogelijkheid tot vegetatieve vermeerdering via wortelstokken
Parasponia andersonii | n.v.t. | n.v.t.
Pelargonium spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Petunia axillaris subsp. axillaris | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Petunia axillaris subsp. parodii | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Petunia exserta | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Petunia hybrida | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Petunia inflata | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Petunia integrifolia (syn. Petunia violacea) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Phalaenopsis amabilis | n.v.t. | n.v.t.
Phaseolus spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Phaseolus vulgaris | insectenbestuivers | n.v.t.
Phleum pratense | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Phlox paniculata | insectenbestuivers | n.v.t.
Physalis grisea | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Physalis pubescens (syn. Physalis floridana) | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Pilosella aurantiaca | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad; zaden met vruchtpluis
Pilosella caespitosa (syn. Hieracium caespitosum) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Pilosella officinarum | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad; zaden met vruchtpluis
Pisum sativum | insectenbestuivers | n.v.t.
Poa pratensis | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Poa trivialis | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Populus tomentosa | windbestuivers | windbestuivers | verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Populus trichocarpa | windbestuivers | windbestuivers | verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Portulaca oleracea | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Pyrus spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Pyrus communis (syn. Pyrus domestica) | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Quercus robur | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Raphanus raphanistrum subsp. sativus (syn. Raphanus sativus) | insectenbestuivers | n.v.t.
Ribes nigrum | insectenbestuivers | n.v.t. | verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Ribes rubrum | insectenbestuivers | n.v.t. | verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Rorippa amphibia (syn. Nasturtium amphibium) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | verspreidt zich via ondergrondse uitlopers en vormt zaad in hauwen die gemakkelijk openspringen
Rorippa islandica | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaad groeit in hauwen die gemakkelijk openspringen
Rorippa palustris | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaad groeit in hauwen die gemakkelijk openspringen
Rorippa sylvestris (syn. Nasturtium sylvestre) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad in openspringende hauwen. Klonale verspreiding door wortels voorkomen
Rosa cultivargroep Climbing floribunda | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Climbing Grandiflora | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Climbing Hybrid Tea | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Climbing Miniature | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Climbing Polyantha | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Floribunda | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Grandiflora | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Hybrid Kordesii | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Hybrid Moyesii | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Hybrid Musk | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Hybrid Rugosa | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Hybrid Tea | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Hybrid Wichurana | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Large Flowered Climber | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Miniature | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Mini-Flora | n.v.t. | n.v.t.
Rosa cultivargroep Polyantha | n.v.t. | n.v.t.
Rubus allegheniensis | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers | verspreidt zich via ondergrondse uitlopers
Rumex palustris | windbestuivers | windbestuivers
Saintpaulia ionantha | n.v.t. | n.v.t.
Bijlage 7 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 4)
Salix alba | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen), windbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) en gemakkelijke zaadverspreiders | zaad met vruchtpluis
Salix matsudana (syn. Salix babylonica) | insectenbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen), windbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers (alleen voor mannelijke bloeiwijzen) en gemakkelijke zaadverspreiders | zaad met vruchtpluis
Salpiglossis sinuata | insectenbestuivers | n.v.t.
Sanvitalia speciosa | insectenbestuivers | n.v.t.
Scaevola aemula | insectenbestuivers | n.v.t.
Schefflera spp. | n.v.t. | n.v.t.
Schrenkiella parvula (syn. Thellungiella parvula, Eutrema parvulum) | gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Scutellaria baicalensis | insectenbestuivers | n.v.t.
Setaria viridis | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad, bevindt zich in aarpluimen met naaldvormige borstels met weerhaakjes
Sinapis spp. | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | kleine zaden, springen weg bij aanraking van rijpe vruchten
Solanum spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum acaule | n.v.t. | n.v.t.
Solanum agrimonifolium | n.v.t. | n.v.t.
Solanum agroglossum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum ajanhuiri | n.v.t. | n.v.t.
Solanum alandiae | n.v.t. | n.v.t.
Solanum albicans | n.v.t. | n.v.t.
Solanum albornozii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum andigena | n.v.t. | n.v.t.
Solanum andreanum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum aracc-papa | n.v.t. | n.v.t.
Solanum arnezii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum astleyi | n.v.t. | n.v.t.
Solanum aviculare | n.v.t. | n.v.t.
Solanum avilesii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum berthaultii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum boliviense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum brachistotrichum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum brachycarpum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum bukasovii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum bulbocastanum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum candolleanum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum cantense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum capsicibaccatum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum cardiophyllum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum chacoense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum cheesmaniae | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum chilense | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum chmielewskii | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum chomatophilum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum circaeifolium | n.v.t. | n.v.t.
Solanum clarum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum colombianum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum commersonii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum demissum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum doddsii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum dulcamara | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum ehrenbergii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum etuberosum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum fendlerii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum fernandezianum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum fraxinifolium | n.v.t. | n.v.t.
Solanum galapagense | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum gandarillasii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum gourlayi | n.v.t. | n.v.t.
Solanum guerrercense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum habrochaites | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum hawkesianum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum hjertingii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum hondelmannii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum hoopesii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum hougasii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum huancabambense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum immite | n.v.t. | n.v.t.
Solanum incamayoense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum iopetalum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum jamesii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum kurtzianum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum leptophyes | n.v.t. | n.v.t.
Solanum lesteri | n.v.t. | n.v.t.
Solanum longiconicum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum lycopersicoides | n.v.t. | n.v.t.
Solanum lycopersicum | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum marinasense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum megistacrolobum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum melongena | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum michoacanum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum microdontum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum mochiquense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum morelliforme | n.v.t. | n.v.t.
Solanum moscopanum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum multiinterruptum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum muricatum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum neocardenasii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum neorossii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum nigrum | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum okadae | n.v.t. | n.v.t.
Solanum oplocense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum oxycarpum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum palustre | n.v.t. | n.v.t.
Solanum pampasense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum papita | n.v.t. | n.v.t.
Solanum paucissectum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum pennellii (syn. Lycopersicon pennellii) | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum peruvianum | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum phureja | n.v.t. | n.v.t.
Solanum pimpinellifolium | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum pinnatisectum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum piurana | n.v.t. | n.v.t.
Solanum polyadenium | n.v.t. | n.v.t.
Solanum polytrichon | n.v.t. | n.v.t.
Solanum raphanifolium | n.v.t. | n.v.t.
Solanum ruiz-lealii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum sandemanii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum schenckii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum semidemissum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum sitiens | n.v.t. | n.v.t.
Solanum sparsipilum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum spegazzinii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum stenotomum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum stoloniferum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum sucrense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum tarijense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum tarnii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum trifolium | n.v.t. | n.v.t.
Solanum tuberosum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum venturii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum vernei | n.v.t. | n.v.t.
Solanum verrucosum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum violaceum | insectenbestuivers | n.v.t.
Solanum virgultorum | n.v.t. | n.v.t.
Solanum x blanco-galdosii | n.v.t. | n.v.t.
Solanum x edinense | n.v.t. | n.v.t.
Solanum x sambucinum | n.v.t. | n.v.t.
Solidago hybride | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad dat wordt verspreid door de wind
Sorghum bicolor | windbestuivers | windbestuivers
Spinacia oleracea | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Spirodela polyrhiza | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | kroos; klein zaad en (drijvende) reproductieve plantendelen (turionen)
Spirodela punctata (syn. Landoltia punctata) | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | kroos; klein zaad en (drijvende) reproductieve plantendelen (turionen)
Stanleya pinnata | n.v.t. | n.v.t.
Stevia rebaudiana | n.v.t. | n.v.t.
Sutera diffusa | insectenbestuivers | n.v.t.
Swietenia humilis | n.v.t. | n.v.t.
Swietenia mahagoni | n.v.t. | n.v.t.
Tabernaemontana pandacaqui | n.v.t. | n.v.t.
Tagetes erecta | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | nootjes met haakjes
Tagetes patula | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | nootjes met haakjes
Tanacetum cinerariifolium | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | loszadig
Taraxacum campylodes (syn. Taraxacum officinale) | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Taraxacum kok-saghyz | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | zaden met vruchtpluis
Thellungiella halophila | gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Theobroma cacao | n.v.t. | n.v.t.
Thlaspi arvense | insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers
Trema levigata | n.v.t. | n.v.t.
Trema orientalis | n.v.t. | n.v.t.
Trema tomentosa | n.v.t. | n.v.t.
Trifolium repens | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | klein zaad
Triticum aestivum | windbestuivers | windbestuivers
Triticum durum (syn. Triticum turgidum subsp. durum) | windbestuivers | windbestuivers
Bijlage 7 — behorende bij artikel 16 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3
Lijst van genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en geen genetische informatie bevatten die voor een schadelijk genproduct kan coderen, behorende bij inschalingsartikel 5.5.1, inschalingsartikel 5.5.2 en inschalingsartikel 5.5.3 (deel 5)
Tulipa spp. (uitgezonderd de hieronder genoemde soorten) | insectenbestuivers | n.v.t.
Tulipa gesneriana | n.v.t. | n.v.t.
Vanilla planifolia | n.v.t. | n.v.t.
Vicia faba | insectenbestuivers | n.v.t.
Vicia hirsuta | insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | gemakkelijke zaadverspreiders | peul slingert zaden weg na afrijpen
Vigna unguiculata | insectenbestuivers | n.v.t.
Vitis vinifera | Insectenbestuivers en windbestuivers | windbestuivers | mogelijkheid tot vegetatieve vermeerdering via wortelstokken
Wolffia globosa | insectenbestuivers, windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | windbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders | kroos; klein zaad en (drijvende) reproductieve plantendelen (turionen)
Zantedeschia spp. | insectenbestuivers | n.v.t.
Zea mays | n.v.t. | n.v.t.
Zingiber officinale | n.v.t. | n.v.t.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling
Deze bijlage beschrijft in algemene bewoordingen de relevante elementen en de stappen die worden gevolgd bij het uitvoeren van een risicobeoordeling bedoeld in artikel 19 van deze regeling.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › A — Inleiding
A — Inleiding
De doelstelling van een risicobeoordeling is om per geval, dat wil zeggen per genetisch gemodificeerd organisme of per groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen, de mogelijke schadelijke effecten op de gezondheid van mens en milieu te bepalen en te beoordelen. Als mogelijke schadelijke effecten worden hierbij beschouwd de effecten die onder meer tot ziekten kunnen leiden, de effectiviteit van profylaxe of behandeling teniet kunnen doen, de vestiging en/of verspreiding in het milieu kunnen bevorderen hetgeen leidt tot schadelijke effecten op de aanwezige organismen of natuurlijke populaties, of schadelijke effecten die voortvloeien uit de overdracht van genetisch materiaal naar andere organismen. Het risico van dergelijke mogelijke schadelijke effecten worden voor elke activiteit bepaald.
Op grond van de risicobeoordeling worden de activiteiten ingedeeld in een inperkingsniveau en een categorie van fysische inperking die noodzakelijk zijn om de risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken tot een verwaarloosbaar klein risico. De categorie van fysische inperking geeft aan welke inrichtings- en werkvoorschriften gehanteerd worden bij de uitvoering van de activiteiten met het betreffende genetisch gemodificeerde organisme of groep van soortgelijke genetisch gemodificeerde organismen. De standaard inrichtings- en werkvoorschriften staan per categorie van fysische inperking beschreven in Bijlage 9 van deze regeling. Indien de uitkomst van de risicobeoordeling dat noodzakelijk maakt, dan kunnen daar aan additionele inrichtings- en werkvoorschriften worden toegevoegd.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › B — De risicobeoordeling
B — De risicobeoordeling
De risicobeoordeling voor het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen bestaat uit de volgende stappen.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben
Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben
Tijdens de risicobeoordeling worden alle mogelijke eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme beschouwd, die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit gebeurt door te kijken naar de gastheer, het donororganisme, de kenmerken en locatie van het geïnserteerde genetische materiaal en een eventuele vector.
Bij de bepaling van de mogelijke schadelijke eigenschappen worden, voor zover van toepassing, in ieder geval de volgende aspecten onderzocht:
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben › 1.1 — De gastheer en eerste indicatie van het inperkingsniveau
1.1 — De gastheer en eerste indicatie van het inperkingsniveau
Als eerste wordt in het beoordelingsproces de potentiële schadelijke eigenschappen van de gastheer geïnventariseerd. Deze eigenschappen leiden tot een eerste indicatie van het inperkingsniveau waarna een verdere verfijning kan plaatsvinden van de risicobeoordeling.
Micro-organisme als gastheer
De vaststelling van de schadelijke eigenschappen van een micro-organisme geschiedt zo mogelijk op basis van de klasse van het micro-organisme, zoals aangegeven in bijlage 2, lijst A1 en bijlage 4 van deze regeling. Primaire cellen van eukaryote oorsprong worden hierbij gezien als micro-organismen van klasse 1. Indien cellen reeds genetisch gemodificeerd zijn, dan worden de daarvoor gebruikte vector en insertie volgens onderstaande stappen in de risicobeoordeling van het nieuw te vormen genetisch gemodificeerde organisme meegenomen.
■ Vuistregel 1: Indicatieve indeling micro-organismen als gastheer
Als vuistregel1 geldt voor apathogene en pathogene micro-organismen dat de klasse van het micro-organisme een eerste indicatie geeft voor het te hanteren inperkingsniveau. Een micro-organisme van klasse 1, 2, 3 dan wel 4, kan als eerste indicatie veilig op respectievelijk inperkingsniveau I, II, III dan wel IV worden gehanteerd.
Indien er aanleiding is om te veronderstellen dat de gebruikte gastheer in eigenschappen afwijkt van de op bijlage 2, lijst A1 en bijlage 4 van deze regeling vermelde soort (bijvoorbeeld omdat de gastheer van deze soort is afgeleid), wordt de gastheer onderworpen aan de nadere beschouwing van de gastheer zoals hieronder aangegeven.
■ Uitzonderingssituatie
Indien de gebruiker het niet eens is met de door de Minister aangegeven indeling in bijlage 2, lijst A1 en bijlage 4 van deze regeling, of het micro-organisme niet in de betreffende bijlage is opgenomen, inventariseert hij de eigenschappen van het betreffende micro-organisme. Hiervoor worden de elementen gebruikt van ‘de nadere beschouwing gastheer’ zoals hieronder aangegeven. Op basis van de geïnventariseerde eigenschappen en de geldende definities voor micro-organismen van klasse 1, 2, 3 en 4 wordt vervolgens de klasse van het micro-organismen bepaald.
Uit de op deze wijze bepaalde klasse van het micro-organisme kan net als hierboven het indicatieve inperkingsniveau worden bepaald. Ook hier geldt dat het nummer van de klasse aangeeft op welk inperkingsniveau het organismen gehanteerd moet worden.
Plant als gastheer
Een aanwijzing voor de potentiële schadelijke effecten van planten is opgenomen in bijlage 7 van deze regeling, de lijst ‘planten’. Planten worden indicatief ingedeeld in inperkingsniveau 1. Indien de plant die als gastheer gebruikt gaat worden niet voorkomt op bijlage 7 van deze regeling, dan wordt de gastheer aan ‘de nadere beschouwing gastheer’ onderworpen, zoals hieronder is weergegeven.
Dier als gastheer
Dieren als gastheer worden indicatief ingedeeld op inperkingsniveau I.
Overige organismen als gastheer
Voor de overige gastheren wordt een nadere beschouwing gedaan, zoals hieronder is opgenomen. Op basis van deze beschouwing wordt er een onderbouwd voorstel geformuleerd voor het volgens de gebruiker van toepassing zijnde inperkingsniveau die afdoende is om de risico’s van de betreffende gastheer in zijn algemeen in te perken.
Nadere beschouwing gastheer
In een aantal gevallen wordt de gebruikte gastheer aan een nadere beschouwing onderworpen. Hierbij worden, onder meer en voor zo ver van toepassing, de volgende aspecten van de gastheer in beschouwing genomen:
a. allergene werking, toxiciteit en vectoren voor ziekteoverdracht bij de mens, dier of plant;
b. de aard van eigen vectoren en adventieve agentia, wanneer deze het geïnserteerde genetische materiaal zouden kunnen mobiliseren, en de mobilisatiefrequentie;
c. de aard en stabiliteit van eventuele eigenschappen die tot een biologische inperking hebben geleid;
d. eventuele eerdere genetische modificaties;
e. het verspreidingsgebied van de gastheer;
f. significante fysiologische kenmerken die in het uiteindelijke genetisch gemodificeerde organisme veranderd zouden kunnen zijn en, indien van toepassing, hun stabiliteit;
g. de natuurlijke habitat en geografische distributie;
h. de interactie met en effecten op andere organismen in het milieu (met inbegrip van competitieve, pathogene of symbiotische eigenschappen);
i. het vermogen om overlevingsstructuren te vormen.
De in deze stap geïdentificeerde schadelijke of mitigerende eigenschappen kunnen het eventueel al bepaalde indicatieve inperkingsniveau verhogen dan wel respectievelijk verlagen.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben › 1.2 — Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
1.2 — Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen.
Algemeen
Vervolgens worden de mogelijke schadelijke eigenschappen onderzocht van:
1.2.1 de vector,
1.2.2 de insertie en, indien de insertiesequentie als ongekarakteriseerd wordt beschouwd of indien deze gebruikt is voor fusie-experimenten, het donororganisme, en
1.2.3 het resulterende genetisch gemodificeerde organisme.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben › 1.2 — Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen. › 1.2.1 — De vector
1.2.1 — De vector
Ten aanzien van de vector worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit zijn in ieder geval:
a. de aard en herkomst van de vector; indien de vector wordt toegepast voor de productie van virale partikels is de klasse van het virus van belang waarvan deze vector is afgeleid. Als de klasse van het gebruikte virus, waarvan de vector is afgeleid, hoger is dan de klasse van de gebruikte gastheer, dan wordt de indicatieve indeling bepaald door de klasse van het virus en niet door de klasse van de gastheer;
b. het vermogen tot de overdracht van genetisch materiaal zoals het al dan niet zelfoverdraagbare karakter van de vector, de aanwezigheid op de vector van sequenties die aan de mobiliteit van de vector bijdragen, zoals actieve transposons, en het gastheerbereik van de vector;
c. de structuur van en de hoeveelheid vector- en/of donornucleïnezuur dat in het uiteindelijke gemodificeerde micro-organisme overblijft.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben › 1.2 — Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen. › 1.2.2 — De insertie
1.2.2 — De insertie
Ten aanzien van de insertie worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben. Dit zijn in ieder geval de specifieke identiteit en functie van de insertie (genen) en de aard van het genetische materiaal.
■ Indien de inserties een van de volgende eigenschappen bezit dan wordt de insertie in ieder geval als (mogelijke) schadelijke eigenschap beschouwd:
a. toxines en cytolysines met een LD50 voor vertebraten van 100 microgram of minder per kilogram lichaamsgewicht;
b. overige virulentie- en pathogeniteitsfactoren;
c. virale en cellulaire oncogenen in combinatie met een virale vector die virale sequenties bevat die betrokken zijn bij integratie of replicatie;
d. enzymatische functies die betrokken zijn bij transpositie of integratie van transposons of provirussequenties;
e. functies die leiden tot zelfstandige overdracht van genetisch materiaal;
f. functies waardoor de insertie als virale vector kan functioneren;
g. een resistentiemarker die van nature niet voorkomt in de soort waartoe de gastheer behoort, of in aanverwante soorten, indien daardoor de toepassing van medicijnen ter bestrijding van ziekteverwekkers in gevaar wordt gebracht.
■ Daarnaast is het van belang of de gebruikte insertie als ongekarakteriseerd wordt beschouwd. Een sequentie wordt in ieder geval als ongekarakteriseerd beschouwd indien een of meerdere van de hierna genoemde gegevens ontbreekt:
a. de herkomst en de aard van de sequenties;
b. de wijze waarop de insertie is geconstrueerd;
c. de functie en de relatieve posities van:
i. structurele genen;
ii. regulerende sequenties;
iii. synthetische sequenties;
iv. van transposons en provirussen afgeleide sequenties;
v. sequenties die van belang zijn voor de replicatie in het genetisch gemodificeerd organisme.
■ Indien de insertie als ongekarakteriseerd wordt beschouwd of indien de insertie(s) gebruikt is/worden voor celfusie-experimenten, worden onder meer de volgende aspecten van het donororganisme beschouwd:
a. de identiteit van het (de) donororganisme(n);
b. de aard van de pathogeniteit en virulentie, besmettelijkheid, toxiciteit en vectoren voor ziekteoverdracht;
c. de aard van eigen vectoren en bijkomende agentia;
d. de aanwezigheid van genen die resistentie verlenen tegen remmers van micro-organismen, met inbegrip van antibiotica;
e. andere relevante fysiologische kenmerken.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 1 — Bepaling van de eigenschappen van het genetisch gemodificeerde organisme die schadelijke effecten kunnen hebben › 1.2 — Inventarisatie overige mogelijke schadelijke eigenschappen. › 1.2.3 — Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme
1.2.3 — Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme
Hierbij wordt de interactie van de diverse elementen van het genetisch gemodificeerde organisme, zijnde de gastheer (inclusief zijn eventuele voorgaande genetische modificaties), de vector en de gebruikte inserties, in ogenschouw genomen.
Het resulterende genetisch gemodificeerde organisme wordt met name in beschouwing genomen om te bezien of de genetische modificatie de schadelijkheid van de gastheer kan vergroten dan wel kan verkleinen. Bijvoorbeeld, indien een schadelijk genproduct niet tot expressie kan komen in de betreffende gastheer, dan is verhoging van het inperkingsniveau niet nodig. Indien de modificatie de schadelijkheid verkleint, wordt de genetische stabiliteit van de modificatie in beschouwing genomen.
Ten aanzien van het genetisch gemodificeerde organisme worden alle mogelijke eigenschappen beschouwd die schadelijke effecten tot gevolg kunnen hebben, dit zijn voor zover van toepassing in ieder geval:
a. de locatie van het geïnserteerde genetische materiaal;
b. de mate van expressie van het geïnserteerde genetische materiaal;
c. de verwachte toxische of allergene effecten van het genetisch gemodificeerde organisme of de producten van zijn metabolisme;
d. een vergelijking van het gemodificeerde micro-organisme met het recipiënte of (indien van toepassing) ouderorganisme ten aanzien van pathogeniteit;
e. het verwachte kolonisatievermogen;
f. de infectieuze dosis;
g. een mogelijke wijziging in de infectieroute of de weefselspecificiteit;
h. het vermogen om buiten de menselijke gastheer te overleven;
i. de biologische stabiliteit;
j. de antibioticaresistentiepatronen;
k. bij cellijnen: de mogelijkheid of er als gevolg van de toegepaste vector of insertie complementatie kan optreden waardoor de vorming virale partikels niet uitgesloten kan worden;
l. de beschikbaarheid van adequate therapieën en profylactische maatregelen.
■ Uitkomst stap 1: bepaling indicatief inperkingsniveau voor het genetisch gemodificeerde organisme
De eventueel geïdentificeerde schadelijke effecten of mitigerende factoren die de schadelijke effecten kunnen verhogen dan wel verminderen (zoals een eventuele biologische inperking), worden in de stap bij de beoordeling van het genetisch gemodificeerde organisme in onderlinge samenhang beschouwd om te bepalen of de indicatieve indeling verhoogd dan wel verlaagd moet worden. Hiermee is de uitkomst van stap 1 bepaald.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking.
Bij de beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme worden de volgende aspecten bezien:
2.1 aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden;
2.2 kweekomstandigheden;
2.3 concentratie;
2.4 schaal.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking. › 2.1 — Aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden
2.1 — Aard van de uit te voeren activiteiten en werkmethoden
De activiteiten, die met de genetisch gemodificeerde organismen worden uitgevoerd, zijn van invloed op de risico’s en worden derhalve geïnventariseerd en beschreven. Op basis van de aard van de activiteiten wordt onder meer bepaald welke categorie van fysische inperking (op het indicatief bepaalde inperkingsniveau) de meest geschikte inperkings- en controlemaatregelen bevat om de kans dat er zich schadelijke effecten kunnen voordoen zo klein mogelijk te maken. De hiervoor bedoelde inperkings- en controlemaatregelen zijn in de vorm van inrichtings- en werkvoorschriften per te onderscheiden categorie van fysische inperking opgenomen in bijlage 9 van deze regeling.
Hierbij wordt opgemerkt dat het in de praktijk voor werkzaamheden op laboratoriumschaal, waarbij het effect van standaard-laboratoriumprocedures op de blootstelling goed bekend is, een gedetailleerde risicobeoordeling van elke procedure afzonderlijk waarschijnlijk niet nodig is, tenzij een zeer schadelijk organisme wordt gebruikt. Procedures die niet tot de routinehandelingen behoren of significante gevolgen voor de hoogte van het risico kunnen hebben, bijvoorbeeld procedures waarbij aërosolen ontstaan, worden zo nodig meer in detail bekeken.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking. › 2.2 — Kweekomstandigheden
2.2 — Kweekomstandigheden
Biologische en chemische inperkingsmaatregelen kunnen een bijdrage leveren aan de reductie van mogelijke risico’s die verbonden zijn aan activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen. Indien er van dergelijke maatregelen gebruikt wordt gemaakt, dan is het van belang om rekening te houden met condities die de biologische dan wel chemische inperking te niet zouden kunnen doen. Als voorbeeld van een biologische inperking die negatief beïnvloed kan worden door bijvoorbeeld kweekomstandigheden, kunnen auxotrofe mutanten worden genoemd, die specifieke groeifactoren krijgen om te kunnen groeien. De biologische inperking kan in dit geval worden opgeheven als het kweekmedium stoffen bevat die de auxotrofie opheffen. Als chemische inperkingsmaatregel kan het gebruik van oplossingen van desinfecterende stoffen in afwateringssystemen worden genoemd.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking. › 2.3 — Concentratie
2.3 — Concentratie
De dichtheid van een kweek kan een risico van blootstelling aan hoge concentraties van het genetisch gemodificeerde organisme opleveren, met name in latere fasen van het productieproces. Het effect van concentratie op de kans dat een schadelijke effect zich voordoet, wordt gewogen. Zo nodig wordt het van toepassing zijnde inperkingsniveau verhoogd.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking. › 2.4 — Schaal
2.4 — Schaal
De schaal heeft gevolgen voor de toekenning van de categorie van fysische inperking. Grootschalige activiteiten met micro-organismen worden uitgevoerd in procesinstallaties op MI-I, II, III, of IV niveau. Kleinschalige activiteiten kunnen daarentegen in microbiologische laboratoria op ML I, II, III of IV worden uitgevoerd.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 2 — Beschouwing van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme en bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking. › 2.5 — Bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking
2.5 — Bepaling van de voorlopige categorie van fysische inperking
Naar aanleiding van de overwegingen van stap 2.1 tot en met 2.4 wordt aan de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen op onderstaande wijze een categorie van fysische inperking gekoppeld. Daarbij wordt in eerste instantie de onderstaande vuistregel 2 gehanteerd. Van deze vuistregel kan echter vervolgens beargumenteerd afgeweken worden.
■ Vuistregel 2: Koppeling van inperkingsniveau aan bijbehorende categorie van fysisch inperking
Als vuistregel 2 geldt dat activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen van een bepaald inperkingsniveau worden uitgevoerd in de bij die activiteiten behorende categorie van fysische inperking van datzelfde inperkingsniveau.
■ Uitzonderingssituatie
Deze vuistregel geldt niet voor grootschalige activiteiten in procesinstallaties.
De invloed van de aard van de activiteiten op de te kiezen categorie van fysische inperking is in het algemeen als volgt:
Micro-organismen
Activiteiten met een genetisch gemodificeerd micro-organisme van een bepaald inperkingsniveau worden uitgevoerd in een microbiologisch laboratorium (ML) van datzelfde inperkingsniveau.
Bijvoorbeeld: een micro-organisme van inperkingsniveau III wordt gehanteerd in ML-III.
Dieren
Activiteiten met genetisch gemodificeerde dieren van inperkingsniveau-I worden uitgevoerd in een dierenverblijf: D-I.
Planten
a. Planten die het stadium van bloei niet bereiken in laboratoria worden gehanteerd in een plantenlaboratorium (PL-I).
b. Planten in kweekcellen worden gehanteerd in een plantenkweekcel (PC-I).
c. Planten in kassen worden gehanteerd in kassen (PKa-I of PKb-I).
Voor planten in kassen geldt dat bijlage 7 van deze regeling aangeeft welke categorie van fysische inperking zijnde plantenkassen (PK) en eventuele aanvullende inperkingsmaatregelen afdoende zijn om de risico’s van de betreffende plant in zijn algemeen in te perken.
Micro-organismen in associatie met dieren
Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen van een bepaald inperkingsniveau in associatie met een al dan niet genetisch gemodificeerde dier worden uitgevoerd in dieren-microbiologisch laboratorium (DM) van hetzelfde inperkingsniveau als het gehanteerde micro-organisme, tenzij er bijvoorbeeld sprake is van aerogene verspreiding.
Micro-organismen in associatie met planten
Activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen van een bepaald inperkingsniveau in associatie met een al dan niet genetisch gemodificeerde plant worden uitgevoerd in planten-microbiologische kas (PKM of PCM) van hetzelfde inperkingsniveau als het gehanteerde micro-organisme, tenzij er bijvoorbeeld sprake is van aerogene verspreiding.
Handelingen met micro-organismen in procesinstallaties
Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen in procesinstallaties volgen niet vuistregel 2. Dit is het gevolg van de inperkingsmaatregelen die bij procesinstallaties (MI) op niveau I, II en III worden gehanteerd. In welke procesinstallatie activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen mogen worden uitgevoerd, is afhankelijk van de mate waarin het genetisch gemodificeerde organisme in het milieu kan overleven en de (a)pathogeniteit. De criteria voor het laagste inperkingsniveau (MI-I) die de Minister hiervoor hanteert, zijn opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling. In de risicobeoordeling wordt derhalve aangetoond dat het betreffende genetisch gemodificeerde organisme aan deze criteria voldoet om in een MI-I installatie te mogen worden gehanteerd.
Het voorgaande betekent dat:
• a. genetisch gemodificeerde organismen, die onder laboratoriumcondities worden gehanteerd op ML-I, in een procesinstallatie worden gehanteerd op MI-II.
• b. genetisch gemodificeerde organismen die onder laboratoriumcondities worden gehanteerd op ML-I en die tevens voldoen aan de criteria opgenomen in bijlage 6 van deze regeling, in een procesinstallatie worden gehanteerd op MI-I;
• c. genetisch gemodificeerde organismen die onder laboratoriumcondities worden gehanteerd op ML-II, in een procesinstallatie worden gehanteerd op MI-III;
• d. genetisch gemodificeerde organismen die onder laboratoriumcondities worden gehanteerd op ML-III, in een procesinstallatie worden gehanteerd op MI-IV.
■ Uitkomst stap 2: bepaling indicatieve categorie van fysische inperking
Bovenstaande overwegingen van stap 2 leiden tot de vaststelling van de indicatieve categorie van fysische inperking, die wordt toegepast bij de activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme. De categorie van fysische inperking bepaalt de bij de activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen toe te passen voorschriften. Deze voorschriften zijn per categorie van fysische inperking opgenomen in bijlage 9 van deze regeling.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 3 — Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
Stap 3 — Bepaling of het indicatieve inperkingsniveau en de indicatieve categorie van fysische inperking de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme afdoende tegengaat.
De in stap 2 bepaalde categorie van fysische inperking bepaalt in welke werkruimte de activiteiten met het desbetreffende genetisch gemodificeerde organisme worden verricht en welke voorschriften daarbij worden gehanteerd. De voorschriften van de categorieën van fysische inperking staan uitgewerkt in bijlage 9 van deze regeling.
In de stap 3 wordt nagegaan of de inperking van de voorgenomen activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme, onder toepassing van de hiervoor bedoelde voorschriften, daadwerkelijk afdoende zijn om de risico’s van de activiteiten met het genetisch gemodificeerde organisme tot verwaarloosbaar klein terug te brengen.
■ Uitkomst stap 3: de verspreiding van het genetisch gemodificeerde organisme wordt al dan niet afdoende tegengegaan
Een vergelijking van de voorlopige indeling en bijbehorende inperkingsmaatregelen met het eventuele effect op de verspreidingskans kan drie resultaten opleveren:
I. de voorlopige toewijzing van het inperkingsniveau en de categorie van fysische inperking was correct en met de bijbehorende inperkingsmaatregelen wordt schade aan de gezondheid van de mens of het milieu afdoende voorkomen of tot een minimum beperkt: het bijbehorende risico is in dit geval verwaarloosbaar klein;
II. er zijn schadelijke effecten waarmee bij de voorlopige toewijzing van het inperkingsniveau en de categorie van fysische inperking onvoldoende rekening is gehouden en die met de voorlopige inperkingsmaatregelen niet afdoende worden ingeperkt: het bijbehorende risico is in dit geval groter dan verwaarloosbaar klein;
III. de voorlopige toewijzing van het inperkingsniveau en de categorie van fysische inperking is hoger dan voor de activiteit nodig is, en derhalve kan bijvoorbeeld volstaan worden met een lager inperkingsniveau: het bijbehorende risico is in dit geval verwaarloosbaar klein maar kan ook met de maatregelen behorend bij een minder stringent inperkingsniveau worden bereikt.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 4 — Bepaling van de definitieve indeling in inperkingsniveau, categorie van fysische inperking en eventueel benodigde aanvullende beheersmaatregelen.
Stap 4 — Bepaling van de definitieve indeling in inperkingsniveau, categorie van fysische inperking en eventueel benodigde aanvullende beheersmaatregelen.
Op basis van de uitkomst van de stappen 1 tot en met 3 worden in stap 4 het definitieve inperkingsniveau, de categorie van fysische inperking en eventuele aanvullende beheersmaatregelen bepaald. Voor de situaties I, II en III zoals weergegeven in stap 3 betekent dit het volgende.
Situatie I: Indien de uitkomst van stap 3 situatie I aangeeft, dan wordt de voorlopige indeling omgezet in de definitieve indeling.
Situatie II: Indien de beoordeling van de beheersmaatregelen, zoals uitgevoerd onder stap 3, uitwijst dat het risico van het genetisch gemodificeerde organisme en zijn toepassing niet verwaarloosbaar klein is onder toepassing van de bij het inperkingsniveau gestelde voorschriften, dan wordt het inperkingsniveau verhoogd of worden er aanvullende beheersmaatregelen vastgesteld zodanig dat bij uitvoering van deze beheersmaatregelen het risico als verwaarloosbaar klein kan worden ingeschat.
Als alternatief voor verhoging van het inperkingsniveau of de aanvullende beheersmaatregelen, kunnen er ook wijzigingen worden aangebracht aan de samenstelling van het genetisch gemodificeerde organisme of in de omstandigheden van de werkzaamheden. Deze laatste wijzigingen moeten eveneens leiden tot een verwaarloosbaar risico dat verbonden is aan de uit te voeren activiteiten.
Situatie III: Indien geconcludeerd wordt dat het uit stap 3 resulterende inperkingsniveau en bijbehorende beheersmaatregelen als te streng gelden, dan kan dit ook aanleiding zijn om op minder strenge beheersmaatregelen uit te kunnen komen.
Bijlage 8 — behorende bij artikel 19 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Risicobeoordeling overeenkomstig de beginselen voor een risicobeoordeling › Stap 5 — Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
Stap 5 — Bevestiging dat de definitieve inperkingsmaatregelen al dan niet leiden tot een verwaarloosbaar risico.
Voor de situaties II en III van stap 4, worden, uitgaande van de toepassing van deze definitief vastgestelde maatregelen, de stappen 1 tot en met 4 voor zo ver van toepassing van de risicobeoordeling opnieuw doorlopen. Hierdoor moet worden bevestigd dat de kans dat schadelijke effecten zich voordoen, rekening houdend met de aard en de schaal van de werkzaamheden en de vastgestelde inperkingsmaatregelen, verwaarloosbaar klein is.
Wanneer de uitkomst in stap 4 situatie I aangeeft en de bij de activiteiten behorende risico’s onder toepassing van de inperkingsmaatregelen verwaarloosbaar klein is, is het risicobeoordelingsproces voltooid.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
9.1 | Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven
9.1.1. | Laboratoria
9.1.1.1 | De ML-I werkruimte
9.1.1.2 | De PL-I werkruimte
9.1.1.3 | De ML-II werkruimte
9.1.1.4 | De ML-III werkruimte
9.1.1.5 | De ML-IV werkruimte
9.1.2. | Kweekcellen
9.1.2.1 | De PC-I kweekcel
9.1.3 | Kassen
9.1.3.1 | De PKa-I kas
9.1.3.2 | De PKb-I kas
9.1.4 | Dierverblijven
9.1.4.1 | Het D-I verblijf
9.1.5 | Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast
9.1.5.1 | De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas
9.1.5.2 | De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas
9.1.5.3 | De PCM-III kweekcel en de PKM-III kas
9.1.5.4 | De PCM-IV kweekcel en de PKM-IV kas
9.1.6 | Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast
9.1.6.1 | Het DM-I verblijf
9.1.6.2 | Het DM-II verblijf
9.1.6.3 | Het DM-III verblijf
9.1.6.4 | Het DM-IV verblijf
9.2. | Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties
9.2.1 | MI-I procesinstallatie
9.2.2 | MI-II procesinstallatie
9.2.3 | MI-III procesinstallatie
9.2.4 | MI-IV procesinstallatie
9.3. | Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied
9.3.1 | De AP-I apparatuurruimte
9.3.2 | Het overig deel ggo-gebied ODG
9.4 | Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
9.4.1 | De S-I ruimte
9.4.2 | De TR-I ruimte
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-I
9.1.1.1.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-I
ruimte
a. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De werkruimte wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een ML-I ruimte gaat;
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
uitrusting
c. Een autoclaaf is aanwezig op de locatie;
d. Een wastafel en een dispenser voorzien van zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, is aanwezig in de werkruimte;
e. In de werkruimte is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
overig
f. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.2 — Werkvoorschriften ML-I
9.1.1.1.2 — Werkvoorschriften ML-I
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. De werkruimte is beperkt toegankelijk;
c. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
d. Pipetteren met de mond is verboden;
e. Ongedierte is niet aanwezig;
f. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
g. Door morsen of ongevallen met genetisch gemodificeerde organismen besmette kleding wordt voor het wassen gesteriliseerd of gedesinfecteerd;
h. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, worden buiten de werkruimte opgeborgen;
i. Bij werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen worden de ML-I werkvoorschriften in acht genomen;
j. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen indien de werkruimte niet wordt gebruikt voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
k. Het is toegestaan genetisch gemodificeerde organismen afkomstig van ML-I op te slaan in ODG met inachtneming van de voorschriften zoals vermeld onder ODG;
tijdens werkzaamheden
l. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren en de ramen van de werkruimte gesloten;
m. Bij alle werkzaamheden wordt het ontstaan en de verspreiding van aërosolen vermeden;
n. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
o. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de werkruimte achtergelaten;
beëindigen werkzaamheden
p. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
q. Bij het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
r. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
s. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen wordt geïnactiveerd of gedesinfecteerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
t. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerde organismen afkomstig van ML-I bevat op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
u. De te kweken cultuurvloeistof bedraagt maximaal 10 liter, tenzij er gewerkt wordt met een bioreactor;
v. Planten en dieren, gemodificeerd en ongemodificeerd, die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
w. Huisvesting van dieren en planten is in de werkruimte niet toegestaan.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.1.3.1 — Voor activiteiten met een bioreactor
9.1.1.1.3.1 — Voor activiteiten met een bioreactor
a. De bioreactor heeft geen grotere effectieve inhoud dan 100 liter;
b. De bioreactor is zo geconstrueerd, dat de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen is beperkt;
c. De bemonstering van de bioreactor, de toevoeging van materiaal aan de bioreactor en de overdracht van materiaal naar een ander systeem, geschiedt zodanig dat de vorming en verspreiding van aërosolen en de besmetting van externe oppervlakken worden vermeden;
d. De lozing van de inhoud van de bioreactor geschiedt nadat de eventueel aanwezige genetisch gemodificeerde organismen volgens een gevalideerde methode zijn geïnactiveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.1.3.2 — Voor het inoculeren van planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
9.1.1.1.3.2 — Voor het inoculeren van planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
a. Tijdens de inoculatie van de planten(delen) wordt aërosolvorming voorkomen;
b. De planten zijn opgepot alvorens te inoculeren;
c. Gemorste druppels, of druppelvorming op de plant tijdens inoculatie, worden verwijderd;
d. De geïnoculeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-geïnoculeerde planten onderscheiden kunnen worden;
e. In geval van dipinoculatie worden de bloeiwijzen na inoculatie ingehuld of worden de planten na inoculatie in bakken met een goed passende, gesloten overkapping geplaatst;
f. Na inoculatie worden de planten gehuisvest in de van toepassing zijnde categorie van fysische inperking;
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.1.3.3 — Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
9.1.1.1.3.3 — Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
a. De planten worden gehouden in gesloten bakken en uitsluitend voor kortdurende handelingen uit de bakken gehaald;
b. De planten blijven opgepot tijdens de werkzaamheden;
c. Er worden maatregelen getroffen om verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen te voorkomen;
d. Na de kortdurende handelingen worden de planten terug geplaatst in de gesloten bakken en overgebracht naar de voor de huisvesting van toepassing zijnde categorie van fysische inperking.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.1.3.4 — Voor kortdurende handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden
9.1.1.1.3.4 — Voor kortdurende handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met een genetisch gemodificeerd micro-organisme dat op inperkingsniveau I gehanteerd mag worden
a. De planten worden gehouden in gesloten bakken en uitsluitend voor kortdurende handelingen uit de bakken gehaald;
b. De planten blijven opgepot tijdens de werkzaamheden;
c. Er worden maatregelen getroffen om verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen te voorkomen;
d. Na de kortdurende handelingen worden de planten terug geplaatst in de gesloten bakken en overgebracht naar de voor de huisvesting van toepassing zijnde categorie van fysische inperking;
e. Indien het oogsten van zaden aan de orde is, worden de zaden na de oogst gedecontamineerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.1.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
9.1.1.1.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
a. De open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
b. De kweek vindt plaats in sporendichte containers.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.1 — De ML-I werkruimte › 9.1.1.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.1.3.6 — Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, translentiviraal vectorsysteem of een lentivirale transfervector die afgeleid is van HIV
9.1.1.1.3.6 — Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, translentiviraal vectorsysteem of een lentivirale transfervector die afgeleid is van HIV
a. Het te gebruiken gastheer materiaal is vrij van HIV-1, HIV-2, HTLV-1 en -2, SIV en andere lentivirussen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.2 — De PL-I werkruimte › 9.1.1.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PL-I
9.1.1.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PL-I
ruimte
a. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken zijn afgewerkt met niet absorberend materiaal;
b. De werkruimte wordt betreden via een deur die voorzien is van:
i. een aanduiding dat het om een PL-I ruimte gaat;
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
overig
c. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.2 — De PL-I werkruimte › 9.1.1.2.2 — Werkvoorschriften PL-I
9.1.1.2.2 — Werkvoorschriften PL-I
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. De werkruimte is beperkt toegankelijk;
c. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimten zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
d. Ongedierte is niet aanwezig;
e. Genetisch gemodificeerde planten mogen het bloeistadium niet bereiken of bereikt hebben;
f. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
g. Het is toegestaan genetisch gemodificeerd materiaal afkomstig van PL-I op te slaan in ODG met inachtneming van de voorschriften zoals vermeld onder ODG;
tijdens werkzaamheden
h. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren en de ramen van de werkruimte gesloten;
afval en besmet materiaal
i. Al het biologisch afval dat reproductieve plantendelen bevat wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
j. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde planten wordt vrijgemaakt van reproductieve plantendelen voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
k. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerde planten afkomstig van PL-I bevat op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
l. Werkzaamheden met genetisch gemodificeerde planten die zijn ingeschaald op PL-I niveau en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde planten mogen gelijktijdig worden uitgevoerd in dezelfde werkruimte. Indien de niet-genetisch gemodificeerde planten van dezelfde soort zijn als de genetisch gemodificeerde planten dienen voor alle werkzaamheden met deze planten de PL-I werkvoorschriften in acht te worden genomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.2 — De PL-I werkruimte › 9.1.1.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.2.3.1 — Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
9.1.1.2.3.1 — Voor kortdurende handelingen met genetisch gemodificeerde planten
a. De planten worden gehouden in gesloten bakken en uitsluitend voor kortdurende handelingen uit de bakken gehaald;
b. De planten blijven opgepot tijdens de werkzaamheden;
c. Er worden maatregelen getroffen om verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen te voorkomen;
d. Na de kortdurende handelingen worden de planten terug geplaatst in de gesloten bakken en overgebracht naar de voor de huisvesting van toepassing zijnde categorie van fysische inperking;
e. Indien kruisingswerkzaamheden aan de orde zijn:
i. wordt beschermende kleding gedragen,
ii. worden de handen bij het verlaten van de werkruimte gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
f. Indien het kiemen of het oogsten van zaden aan de orde is:
i. wordt beschermende kleding gedragen;
ii. worden de handen bij het verlaten van de werkruimte gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
iii. worden maatregelen getroffen die passend zijn voor de verspreidingsbiologie van de plant om zaadverspreiding te voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.2 — De PL-I werkruimte › 9.1.1.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.2.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.1.2.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
a. De verspreiding van zaad en reproductieve plantendelen via water wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-II
9.1.1.3.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-II
ruimte
a. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De werkruimte wordt betreden via een afsluitbare deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een ML-II ruimte gaat,
ii. het biorisicoteken, en
iii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
c. Ramen in de werkruimte kunnen niet geopend worden;
uitrusting
d. Een autoclaaf is aanwezig in het gebouw;
e. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn dichtbij de uitgang van de werkruimte aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
f. In de werkruimte is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
g. Een veiligheidskabinet van klasse II is in de werkruimte aanwezig;
overig
h. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.2 — Werkvoorschriften ML-II
9.1.1.3.2 — Werkvoorschriften ML-II
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur die toegang geeft tot de werkruimte is op slot wanneer er geen personeel in de werkruimte aanwezig is;
d. Toegang tot de werkruimte is verboden voor onbevoegden;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Ongedierte is niet aanwezig;
g. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
h. De werkkleding wordt gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
i. Persoonlijke bezittingen, waaronder kleding die niet gedragen wordt, worden buiten de werkruimte opgeborgen;
j. Bij werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op ML-I niveau of werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de ML-II werkvoorschriften in acht genomen;
k. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor uitsluitend ML-I-werkzaamheden volgens de onder 9.1.1.1 vermelde voorschriften of voor uitsluitend werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
l. Het is toegestaan genetisch gemodificeerde organismen afkomstig van ML-II op te slaan in ODG, met inachtneming van de voorschriften zoals vermeld onder ODG;
tijdens werkzaamheden
m. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren van de werkruimte gesloten;
n. Handelingen waarbij aërosolen kunnen ontstaan dan wel open handelingen met aërogeen verspreidende micro-organismen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
o. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
p. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de werkruimte achtergelaten;
beëindigen werkzaamheden
q. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
r. Bij het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
s. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
t. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen wordt geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
u. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerde organismen afkomstig van ML-II bevat op te slaan in ODG, met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
v. De te kweken cultuurvloeistof bedraagt maximaal 10 liter, tenzij er gewerkt wordt met een bioreactor;
w. Alle werkzaamheden met dieren en planten worden uitgevoerd in een veiligheidskabinet van klasse II;
x. Tijdens werkzaamheden met dieren worden handschoenen gedragen;
y. Dieren en planten, gemodificeerd en ongemodificeerd, die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
z. Huisvesting van dieren en planten is in de werkruimte niet toegestaan.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.1 — Voor activiteiten met een bioreactor
9.1.1.3.3.1 — Voor activiteiten met een bioreactor
a. De bioreactor heeft geen grotere effectieve inhoud dan 100 liter, en in de luchtafvoerleiding van de bioreactor is een hydrofoob absoluut-filter, of een daaraan gelijkwaardige voorziening, aanwezig;
b. De bioreactor is zo geconstrueerd, dat de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen sterk is beperkt;
c. De bemonstering van de bioreactor, de toevoeging van materiaal aan de bioreactor en de overdracht van materiaal naar een ander systeem geschiedt zodanig, dat de vorming en verspreiding van aërosolen en de besmetting van externe oppervlakken worden vermeden;
d. Lozing van de bioreactorinhoud geschiedt nadat de eventueel aanwezige genetisch gemodificeerde organismen volgens een gevalideerde methode zijn geïnactiveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.2 — Voor activiteiten met FACS apparatuur
9.1.1.3.3.2 — Voor activiteiten met FACS apparatuur
a. De FACS apparatuur is dusdanig geconstrueerd, dat verspreiding van aërosolen wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.3 — Voor activiteiten met de geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.1.3.3.3 — Voor activiteiten met de geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of influenza A/WSN/33 (H1N1)
a. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1), of influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.1.3.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1), of influenza A/WSN/33 (H1N1)
a. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
c. De heterologe gensegmenten zijn volledig gekarakteriseerd;
d. Medewerkers, die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
e. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan influenza A virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.5 — Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of translentiviraal vectorsysteem
9.1.1.3.3.5 — Voor activiteiten met een genetisch gemodificeerd tweede generatie SIN lentiviraal vectorsysteem, derde generatie SIN lentiviraal vectorsysteem of translentiviraal vectorsysteem
a. Het te gebruiken gastheermateriaal is vrij van HIV-1, HIV-2, HTLV-1 en -2, SIV en andere lentivirussen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.6
9.1.1.3.3.6
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.7 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Hepatitis B virus, Hepatitis D virus, Mazelenvirus of Bofvirus
9.1.1.3.3.7 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Hepatitis B virus, Hepatitis D virus, Mazelenvirus of Bofvirus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen tot over de mouw van de werkkleding gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.8 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
9.1.1.3.3.8 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
a. De volgende medewerkers zijn uitgesloten van deelname aan activiteiten met Vacciniavirus of Cowpoxvirus vectoren:
i. medewerkers die lijden aan eczeem, en medewerkers die in hun naaste omgeving te maken hebben met lijders aan eczeem,
ii. medewerkers die zwanger zijn,
iii. medewerkers bij wie het immuunsysteem niet goed functioneert, en
iv. medewerkers die seropositief zijn voor HIV;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen tot over de mouw van de werkkleding gedragen;
c. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.9 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die aërogeen kunnen verspreiden
9.1.1.3.3.9 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die aërogeen kunnen verspreiden
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.10 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
9.1.1.3.3.10 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen tot over de mouw van de werkkleding gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.11 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
9.1.1.3.3.11 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
a. Medewerkers die zwanger zijn, zijn uitgesloten van deelname aan de werkzaamheden.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.12 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich via gebruiksvoorwerpen (fomites) kunnen verspreiden
9.1.1.3.3.12 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich via gebruiksvoorwerpen (fomites) kunnen verspreiden
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.13 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich oro-fecaal dan wel oraal kunnen verspreiden
9.1.1.3.3.13 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die zich oro-fecaal dan wel oraal kunnen verspreiden
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.14 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
9.1.1.3.3.14 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde geattenueerde influenza A stammen A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. De geïnfecteerde eieren worden in een gesloten vloeistofdichte doos in een stoof bebroed;
d. De dozen worden uitsluitend in een veiligheidskabinet van klasse II geopend en bij eventuele breuk van een ei wordt de gesloten doos in zijn geheel geautoclaveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.15 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd virus
9.1.1.3.3.15 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. De geïnfecteerde eieren worden in een gesloten vloeistofdichte doos in een stoof bebroed;
d. De dozen worden uitsluitend in een veiligheidskabinet van klasse II geopend en bij eventuele breuk van een ei wordt de gesloten doos in zijn geheel geautoclaveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.16 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
9.1.1.3.3.16 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. Medewerkers die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
d. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan influenza B virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.17 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Feline immunodeficiency virus
9.1.1.3.3.17 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Feline immunodeficiency virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.18 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Leishmania infantum of Leishmania mexicana
9.1.1.3.3.18 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd Leishmania infantum of Leishmania mexicana
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen tot over de mouw van de werkkleding gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. Tijdens de werkzaamheden worden huidwonden of eczeem bedekt.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.19 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
9.1.1.3.3.19 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerde influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) en influenza A/WSN/33 (H1N1) virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. De heterologe gensegmenten zijn volledig gekarakteriseerd;
d. Medewerkers die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
e. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan influenza A virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie;
f. De geïnfecteerde eieren worden in een gesloten vloeistofdichte doos in een stoof bebroed;
g. De dozen worden uitsluitend in een veiligheidskabinet van klasse II geopend en bij breuk van een ei wordt de gesloten doos in zijn geheel geautoclaveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.20 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
9.1.1.3.3.20 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza B virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. Medewerkers die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
d. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan influenza B virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie;
e. De geïnfecteerde eieren worden in een gesloten vloeistofdichte doos in een stoof bebroed;
f. De dozen worden uitsluitend in een veiligheidskabinet van klasse II geopend en bij breuk van een ei wordt de gesloten doos in zijn geheel geautoclaveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.21 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
9.1.1.3.3.21 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde schimmels die sporen produceren
a. De open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
b. De kweek vindt plaats in sporendichte containers.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.22 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd influenza A virus
9.1.1.3.3.22 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerd influenza A virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. De heterologe gensegmenten zijn volledig gekarakteriseerd;
d. Voor heterologe HA-coderende gensegmenten is de aanwezigheid van een polybasische klievingsplaats uitgesloten;
e. Medewerkers die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
f. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan influenza A virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.3 — De ML-II werkruimte › 9.1.1.3.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.1.3.3.23 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza A virus
9.1.1.3.3.23 — Voor activiteiten met eieren in associatie met genetisch gemodificeerd influenza A virus
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
b. Open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
c. De heterologe gensegmenten zijn volledig gekarakteriseerd;
d. Voor heterologe HA-coderende gensegmenten is de aanwezigheid van een polybasische klievingsplaats uitgesloten;
e. Medewerkers die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
f. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan influenza A virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie;
g. De geïnfecteerde eieren worden in een gesloten vloeistofdichte doos in een stoof bebroed;
h. De dozen worden uitsluitend in een veiligheidskabinet van klasse II geopend en bij breuk van een ei wordt de gesloten doos in zijn geheel geautoclaveerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.4 — De ML-III werkruimte › 9.1.1.4.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-III
9.1.1.4.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-III
ruimte
a. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken, wanden en deuren bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De werkruimte is voorzien van een afsluitbare toegangssluis voorzien van twee deuren, welke niet gelijktijdig geopend kunnen worden;
c. De sluis bestaat uit een schone en een potentieel besmette zijde, die door middel van een fysieke barrière gescheiden zijn;
d. De sluis wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een ML-III ruimte gaat,
ii. het biorisicoteken, en
iii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
e. De ramen in de werkruimte zijn afgekit en kunnen niet geopend worden;
f. De vloer is vloeistofkerend uitgevoerd;
g. Het laboratorium is zodanig geconstrueerd dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is;
h. Een ventilatiesysteem is aanwezig. Het zorgt voor een onderdruk van de werkruimte ten opzichte van de heersende atmosferische druk. De luchtafvoer is een onafhankelijk kanaal waarin een HEPA filter is aangebracht;
i. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter of van een gelijkwaardige voorziening;
uitrusting
j. Een autoclaaf is aanwezig en suite;
k. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn in de sluis aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
l. Er is een kapstok of een andere opbergmogelijkheid voor werkkleding in de potentieel besmette zijde van de sluis aanwezig en er is een kapstok of een andere opbergmogelijkheid voor eigen kleding in de schone zijde van de sluis aanwezig;
m. Een veiligheidskabinet van klasse II is in de werkruimte aanwezig;
overig
n. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.4 — De ML-III werkruimte › 9.1.1.4.2 — Werkvoorschriften ML-III
9.1.1.4.2 — Werkvoorschriften ML-III
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur die toegang geeft tot de werkruimte is op slot wanneer er geen personeel in de werkruimte aanwezig is;
d. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de werkruimten; anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Ongedierte is niet aanwezig;
g. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
h. De werkkleding wordt gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen; Persoonlijke bezittingen en eigen kleding die niet onder de werkkleding wordt gedragen, blijven in de niet besmette zijde van de sluis achter;
i. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte gedurende een periode van tenminste een maand worden gebruikt voor uitsluitend ML-II werkzaamheden volgens de onder 9.1.1.3 vermelde voorschriften. De periode waarvoor dit geldt is op de toegangsdeur aangegeven en de betrokken medewerkers zijn hierover vooraf geïnformeerd;
j. Bij werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op ML-II of ML-I niveau of werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de ML-III werkvoorschriften in acht genomen;
tijdens werkzaamheden
k. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren van de werkruimte gesloten;
l. Alle open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
m. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
n. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de besmette zijde van de sluis achtergelaten.
o. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
beëindigen werkzaamheden
p. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
q. Voor het verlaten van het ingeperkte gebied worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
r. Al het biologisch afval wordt verzameld en opgeslagen in de werkruimte in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of een gelijkwaardige verpakking, en wordt geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
s. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen wordt geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
overig
t. Alle werkzaamheden met dieren en planten worden uitgevoerd in een veiligheidskabinet van klasse II;
u. Dieren en planten, gemodificeerd en ongemodificeerd, die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
v. Huisvesting van dieren en planten is in de werkruimte niet toegestaan.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.5 — De ML-IV werkruimte › 9.1.1.5.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-IV
9.1.1.5.1 — Inrichtingsvoorschriften ML-IV
ruimte
a. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden, deuren en plafonds zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden deuren en plafond bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. Het laboratorium is voorzien van een afsluitbare toegangssluis;
c. In de sluis is een douche aangebracht, die als enige doorgang is gelegen tussen een ‘schone’ en een ingeperkte kleedruimte. De schone en de ingeperkte ruimte staan in verbinding met elkaar door middel van twee deuren met gekoppelde vergrendeling;
d. De sluis wordt betreden via een deur die is voorzien van,
i. een aanduiding dat het om een ML-IV ruimte gaat,
ii. het biorisicoteken, en
iii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
e. De ramen in de werkruimte zijn afgekit, en kunnen niet geopend worden;
f. De vloer is vloeistofdicht afgewerkt dan wel uitgevoerd;
g. Het laboratorium is zodanig geconstrueerd, dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is;
h. Een ventilatiesysteem is aanwezig. Het zorgt voor een onderdruk van de werkruimte ten opzichte van de sluis en van de sluis ten opzichte van de heersende atmosferische druk. In de luchtafvoer en aanvoer is een HEPA filter aangebracht. De filters worden bij vervanging ter plekke gedesinfecteerd;
i. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter of van een gelijkwaardige voorziening De filters worden bij vervanging ter plekke gedesinfecteerd;
j. Het laboratorium is niet gelegen in de nabijheid van ruimten met gevaar voor brand of explosie of op plaatsen waar kans op wateroverlast bestaat;
k. Bij iedere deur is in de dag van het kozijn een drempel van minstens twee centimeter hoogte aangebracht. De drempels zijn naadloos en zonder scherpe overgangen uitgevoerd;
l. Alle kranen in de werkruimte kunnen bediend worden zonder dat de handen daarbij worden gebruikt;
m. Waterleidingen zijn ontkoppeld van de waterleidingen buiten de werkruimte of voorzien van terugslagkleppen;
n. Er zijn voorzieningen voor desinfectie van alle afvalwater inclusief dat van wastafels en douche;
o. De ventilatiesystemen, de koppelingssystemen van de deuren en de douche en de doorgeefautoclaaf, de veiligheidskabinetten, de noodverlichting en de signaleringssystemen zijn aangesloten op een noodstroomvoorziening, zodanig dat een goede werking van de systemen gewaarborgd blijft;
p. Er is zichtcontact mogelijk met medewerkers in de werkruimte;
q. Het ventilatiesysteem is beveiligd tegen omkering van de richting van de luchtstroom en is voorzien van een alarmsysteem dat bij elke storing van het ventilatiesysteem waarschuwt;
r. De onderdruk in de werkruimte wordt gemeten; de meetapparatuur kan zowel binnen als buiten de werkruimte worden afgelezen;
uitrusting
s. Tussen het ingeperkte en het niet-ingeperkte gebied is een doorgeefautoclaaf aanwezig, waarvan de deur aan de niet-ingeperkte zijde slechts geopend kan worden na afloop van een volledige sterilisatierun;
t. De ingeperkte werkruimte beschikt over een wastafel en een dispenser met zeep. Zowel de kraan van de wastafel als de dispenser kunnen bediend worden zonder dat de handen daarbij worden gebruikt;
u. In de besmette zijde van de sluis is een container voor gebruikte werkkleding aanwezig;
v. Een veiligheidskabinet van klasse-III is in de werkruimte aanwezig;
w. Er is een telefoon en fax of gelijkwaardige voorziening aanwezig in de werkruimte voor communicatie met de buitenwereld;
overig
x. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.1 — Laboratoria › 9.1.1.5 — De ML-IV werkruimte › 9.1.1.5.2 — Werkvoorschriften ML-IV
9.1.1.5.2 — Werkvoorschriften ML-IV
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Pipetteren met de mond is verboden;
d. Ongedierte is niet aanwezig;
e. De deur die toegang geeft tot de werkruimte is op slot wanneer er geen personeel in de werkruimte aanwezig is;
f. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de werkruimten; anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
g. Werkkleding wordt na gebruik gesteriliseerd;
h. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris en na desinfectie van de ML-IV werkruimte mag de werkruimte gedurende een periode van ten minste een maand worden gebruikt voor uitsluitend ML-III werkzaamheden volgens de onder 9.1.1.4 vermelde voorschriften. De periode waarvoor dit geldt is op de toegangsdeur aangegeven en de betrokken medewerkers zijn hierover vooraf geïnformeerd. Bij het weer in gebruik nemen als ML-IV werkruimte worden de werkruimte en het instrumentarium opnieuw gedesinfecteerd en is wederom schriftelijk toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris vereist. Op de toegangsdeur wordt het gebruik als ML-IV werkruimte aangegeven;
i. Bij binnenkomst en vertrek vindt een volledige kledingwisseling plaats en bij vertrek wordt gedoucht;
j. De werkkleding omvat een laboratoriumjas, gown of een overall alle in combinatie met laarzen of wegwerpschoenen;
k. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
tijdens werkzaamheden
l. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren van de werkruimte gesloten;
m. Alle activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op ML-IV niveau, worden verricht in een klasse III veiligheidskabinet, een onderdrukisolator dan wel, in geval van activiteiten met dieren die niet in een onderdrukisolator kunnen worden gehouden, in een voorziening met vergelijkbare fysische inperking;
n. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
o. Volledig beschermende kleding en apart schoeisel wordt gedragen. Deze kleding en schoeisel worden na afloop van de werkzaamheden in de besmette zijde van de sluis achtergelaten. Persoonlijke bezittingen, eigen kleding en schoeisel blijven in de niet besmette zijde van de sluis achter;
p. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
beëindigen werkzaamheden
q. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
r. Voor het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep;
afval en besmet materiaal
s. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden, en wordt geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
t. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen wordt geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
u. Het afvalwater wordt volgens een gevalideerde methode geïnactiveerd alvorens het wordt geloosd;
overig
v. Afvoeren van materiaal uit de werkruimte, anders dan na sterilisatie via de doorgeefautoclaaf of een gevalideerd doorgeefdompelbad, is verboden.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PC-I
9.1.2.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PC-I
ruimte
a. De wanden en deur van de kweekcel zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal;
b. De kweekcel is afsluitbaar;
c. De kweekcel wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een PC-I kweekcel gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
d. De ramen van de kweekcel zijn gesloten;
e. De vloer is afgewerkt met niet-absorberend materiaal en is gemakkelijk schoon te maken;
f. Alle ventilatieopeningen zijn voorzien van insectendicht gaas.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.2 — Werkvoorschriften PC-I
9.1.2.1.2 — Werkvoorschriften PC-I
algemeen
a. De kweekcel wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kweekcel zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur van de kweekcel is op slot als er geen personeel in de kweekcel aanwezig is;
d. Toegang tot de kweekcel is verboden voor onbevoegden;
e. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen wordt voorkomen;
f. Kruisingen worden verricht onder omstandigheden waarbij verspreiding van genetisch gemodificeerde pollen anders dan naar de doelorganismen wordt voorkomen;
g. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
h. Ongedierte en vliegende insecten die geen deel uitmaken van het experiment, zijn niet aanwezig;
i. Indien vliegende insecten nodig zijn voor het experiment dan bevinden deze zich in een insectendicht afgesloten compartiment;
j. Het is verboden om met genetisch gemodificeerde micro-organismen te werken in de PC-I kweekcel met uitzondering van werkzaamheden met genetisch gemodificeerde disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens) stammen, waarmee onder laboratorium omstandigheden activiteiten worden verricht op ML-I niveau;
k. Indien in de PC-I kweekcel gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd met genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en niet-genetisch gemodificeerde planten van dezelfde soort of van een kruisbare verwant, worden voor de niet-genetisch gemodificeerde planten dezelfde aanvullende voorschriften gehanteerd die gelden voor de genetisch gemodificeerde planten;
l. Het is toegestaan genetisch gemodificeerd materiaal (pollen, zaden, knollen en overlevingsstructuren) afkomstig van PC-I op te slaan in ODG met inachtneming van de voorschriften zoals vermeld onder ODG;
tijdens werkzaamheden
m. Tijdens de werkzaamheden is de deur van de kweekcel gesloten;
afval en besmet materiaal
n. Al het biologisch afval dat reproductieve plantendelen bevat wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
o. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde planten wordt vrijgemaakt van reproductieve plantendelen voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
p. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerd reproductieve plantendelen afkomstig van PC-I op te slaan in ODG met inachtneming van de voorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.2.1.3.1 — Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens)
9.1.2.1.3.1 — Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens)
a. De geïnoculeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-geïnoculeerde planten onderscheiden kunnen worden;
b. De planten worden na inoculatie in bakken met een goed passende, gesloten overkapping geplaatst;
c. Het water geven gebeurt voorzichtig, waarbij de bovengrondse plantendelen zo min mogelijk worden beroerd;
d. Van de verkregen planten wordt aangetoond dat zij vrij zijn van R. radiobacter alvorens de planten buiten de kweekbakken in een kweekcel of kas geplaatst worden;
e. Indien het oogsten van zaden aan de orde is, worden de zaden na de oogst gedecontamineerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.2.1.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.2.1.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
a. De bloeiwijzen worden pollendicht ingehuld, of
b. De kweekcel bevat voorzieningen, waarmee pollenverspreiding wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.2.1.3.3 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.2.1.3.3 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
a. Iedereen, die de kas betreedt, draagt passende beschermende kleding. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de kweekcel achtergelaten;
b. Uitgebloeide bloeiwijzen worden verwijderd voordat zaden gerijpt zijn en verspreid kunnen worden, of
c. Indien zaadzetting aan de orde is, worden maatregelen getroffen die passend zijn voor de verspreidingsbiologie van de plant om zaadverspreiding te voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.2.1.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.2.1.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
a. De verspreiding van zaad en reproductieve plantendelen via water wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.2 — Kweekcellen › 9.1.2.1 — De PC-I kweekcel › 9.1.2.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.2.1.3.5 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in associatie met biologische bestrijders
9.1.2.1.3.5 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in associatie met biologische bestrijders
a. De volgende biologische bestrijders worden gezien als zijnde onderdeel van het experiment en mogen vrij in de kweekcel aanwezig zijn: Encarsia formosa en Eretmocerus eremicus (sluipwesp), Stratiolaelaps scimitus, Phytoseiulus persimilis, Carpoglyphus lactis en Macrocheles robustulus (roofmijt), Steinernema carpocapsae en Steinernema feltiae (nematoden).
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.1 — De PKa-I kas › 9.1.3.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PKa-I
9.1.3.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PKa-I
ruimte
a. De kas bestaat uit een permanente structuur met wanden en dak, die speciaal geconstrueerd is voor het kweken van planten;
b. De kas is afsluitbaar;
c. De kas wordt betreden via een deur die afsluitbaar is en voorzien is van:
i. een aanduiding dat het om een PKa-I kas gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
d. Indien planten in de volle grond van de kas worden gekweekt en zij zich door middel van ondergrondse plantendelen kunnen verspreiden, zijn schotten om de groeiplaats aangebracht die minimaal 50 cm in de grond steken of tot in het grondwater reiken;
e. Indien gebruik gemaakt wordt van een insectendichte kas dan kunnen de wanden en het dak bestaan uit een met gaas overtrokken stellage. Deze stellage is geplaatst op een permanent fundament.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.1 — De PKa-I kas › 9.1.3.1.2 — Werkvoorschriften PKa-I
9.1.3.1.2 — Werkvoorschriften PKa-I
algemeen
a. De kas wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kas zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur tot de kas is op slot als er geen personeel in de kas aanwezig is;
d. Toegang tot de kas is verboden voor onbevoegden;
e. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen wordt voorkomen;
f. Kruisingen worden verricht onder omstandigheden waarbij verspreiding van genetisch gemodificeerd pollen anders dan naar doelorganismen wordt voorkomen;
g. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
h. Ongedierte is niet aanwezig;
i. Indien in de PKa-I kas gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd met genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en niet-genetisch gemodificeerde planten van dezelfde soort of van een kruisbare verwant, worden voor de niet-genetisch gemodificeerde planten dezelfde aanvullende voorschriften gehanteerd die gelden voor de genetisch gemodificeerde planten;
j. Van genetisch gemodificeerde planten waarvoor bij de vervaardiging gebruik is gemaakt van genetisch gemodificeerde micro-organismen, wordt voordat zij naar de kas worden overgebracht, met een gevalideerde methode vastgesteld dat zij vrij zijn van de betreffende micro-organismen.
k. Het is toegestaan genetisch gemodificeerd materiaal (pollen, zaden, knollen en overlevingsstructuren) afkomstig van PKa-I op te slaan in ODG met inachtneming van de voorschriften zoals vermeld onder ODG;
tijdens werkzaamheden
l. Tijdens de werkzaamheden is de deur, die toegang geeft tot de kas gesloten;
afval en besmet materiaal
m. Al het biologisch afval dat genetisch gemodificeerde reproductieve plantendelen bevat wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
n. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde planten wordt vrijgemaakt van reproductieve plantendelen voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
o. Als planten in de volle grond zijn gekweekt en reproductieve plantendelen worden na beëindiging van een experiment niet uit de grond gehaald, dan wordt de grond na afloop van een experiment behandeld met een gevalideerde methode die reproductieve plantendelen inactiveert.
p. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerd reproductieve plantendelen afkomstig van PKa-I op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.1 — De PKa-I kas › 9.1.3.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.1.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.3.1.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
a. De bloeiwijzen worden insectendicht ingehuld, of
b. Indien geen insectendichte inhulling plaatsvindt:
i. De kas wordt betreden via een (voor)ruimte met een afsluitbare deur en in (voor)ruimte en kas zijn ventilatieopeningen voorzien van insectendicht gaas,
ii. Vrij vliegende insecten zijn niet aanwezig, en
iii. Indien vliegende insecten nodig zijn voor de bestuiving, bevinden deze zich in een insectendicht afgesloten compartiment.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.1 — De PKa-I kas › 9.1.3.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.1.3.2 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.3.1.3.2 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
a. De bloeiwijzen worden pollendicht ingehuld, of
b. De kas bevat voorzieningen, waarmee pollenverspreiding wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.1 — De PKa-I kas › 9.1.3.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.1.3.3 — Voor activiteiten gemodificeerde planten aangeduid als met gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.3.1.3.3 — Voor activiteiten gemodificeerde planten aangeduid als met gemakkelijke zaadverspreiders
a. Iedereen die de kas betreedt draagt passende beschermende kleding. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de kas achtergelaten;
b. Uitgebloeide bloeiwijzen worden verwijderd voordat zaden gerijpt zijn en verspreid kunnen worden, of
c. Indien zaadzetting aan de orde is, worden maatregelen getroffen, die passend zijn voor de verspreidingsbiologie van de plant om zaadverspreiding te voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.1 — De PKa-I kas › 9.1.3.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.1.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.3.1.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
a. De verspreiding van zaad en reproductieve plantendelen via water wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.2 — De PKb-I kas › 9.1.3.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PKb-I
9.1.3.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PKb-I
ruimte
a. De kas bestaat uit een permanente structuur met wanden, dak en vloer die speciaal geconstrueerd is voor het kweken van planten;
b. De kas is afsluitbaar;
c. De kas wordt betreden via een (voor)ruimte met een deur die afsluitbaar is en voorzien is van:
i. een aanduiding dat het om een PKb-I kas gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
d. De vloer is zodanig uitgevoerd dat de planten zich niet via de grond kunnen verspreiden;
e. Alle ventilatieopeningen zijn voorzien van insectendicht gaas.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.2 — De PKb-I kas › 9.1.3.2.2 — Werkvoorschriften PKb-I
9.1.3.2.2 — Werkvoorschriften PKb-I
algemeen
a. De kas wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kas zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur tot de kas is op slot als er geen personeel in de kas aanwezig is;
d. Toegang tot de kas is verboden voor onbevoegden;
e. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen wordt voorkomen;
f. Kruisingen worden verricht onder omstandigheden waarbij verspreiding van genetisch gemodificeerd pollen anders dan naar doelorganismen wordt voorkomen;
g. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
h. Ongedierte en vliegende insecten, die geen onderdeel uitmaken van het experiment, zijn niet aanwezig;
i. Indien vliegende insecten nodig zijn voor het experiment dan bevinden deze zich in een insectendicht afgesloten compartiment;
j. Indien in de PKb-I kas gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd met genetisch gemodificeerde planten die het stadium van bloei bereiken en niet-genetisch gemodificeerde planten van dezelfde soort of van een kruisbare verwant, worden voor de niet-genetisch gemodificeerde planten dezelfde aanvullende voorschriften gehanteerd die gelden voor de genetisch gemodificeerde planten;
k. Van genetisch gemodificeerde planten waarvoor bij de vervaardiging gebruik is gemaakt van genetisch gemodificeerde micro-organismen, is voordat zij naar de kas worden overgebracht, met een gevalideerde methode vastgesteld dat zij vrij zijn van de betreffende micro-organismen;
l. Het is toegestaan genetisch gemodificeerd materiaal (pollen, zaden, knollen en overlevingsstructuren) afkomstig van PKb-I op te slaan in ODG met inachtneming van de voorschriften zoals vermeld onder ODG;
tijdens werkzaamheden
m. Tijdens de werkzaamheden is de deur, die toegang geeft tot de kas gesloten;
afval en besmet materiaal
n. Al het biologisch afval dat genetisch gemodificeerde reproductieve plantendelen bevat of kan bevatten wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
o. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde planten wordt vrijgemaakt van reproductieve plantendelen voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
p. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerd reproductieve plantendelen afkomstig van PKb-I op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.2 — De PKb-I kas › 9.1.3.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.2.3.1 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.3.2.3.1 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
a. De bloeiwijzen worden pollendicht ingehuld, of
b. De kas bevat voorzieningen, waarmee pollenverspreiding wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.2 — De PKb-I kas › 9.1.3.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.2.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.3.2.3.2 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
a. Iedereen die de kas betreedt draagt passende beschermende kleding. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de kas achtergelaten;
b. Uitgebloeide bloeiwijzen worden verwijderd voordat zaden gerijpt zijn en verspreid kunnen worden, of
c. Indien zaadzetting aan de orde is, worden maatregelen getroffen die passend zijn voor de verspreidingsbiologie van de plant om zaadverspreiding te voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.2 — De PKb-I kas › 9.1.3.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.2.3.3 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
9.1.3.2.3.3 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in watercultures
a. De verspreiding van zaad en reproductieve plantendelen via water wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.3 — Kassen › 9.1.3.2 — De PKb-I kas › 9.1.3.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.3.2.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in associatie met biologische bestrijders
9.1.3.2.3.4 — Voor activiteiten met gemodificeerde planten in associatie met biologische bestrijders
a. De volgende biologische bestrijders worden gezien als onderdeel van het experiment en mogen vrij in de kas aanwezig zijn Encarsia formosa, Eretmocerus eremicus, Aphidius colemani, Aphidius ervi, Aphelinus abdominalis, Praon volucre, Ephedrus cerasicola en Trichogramma achaeae (sluipwesp), Stratiolaelaps scimitus, Phytoseiulus persimilis, Carpoglyphus lactis, Macrocheles robustulus, Neoseiulus californicus, Amblydromalus limonicus, Amblyseius swirskii, Neoseiulus cucumeris en Transeius montdorensis (roofmijt), Steinernema carpocapsae en Steinernema feltiae (nematoden), Macrolophus pygmaeus en Orius laevigatus (roofwants), Feltiella acarisuga en Aphidoletes aphidimyza (galmug);
b. Bij het gebruik van Macrolophus pygmaeus wordt 9.1.3.2.2, onderdeel i, vervangen door:
i. De deuren van de voorruimte van de kas worden niet gelijktijdig geopend;
ii. In de voorruimte worden voor de bestrijder geschikte (plak)vallen aangebracht;
iii. Er wordt een vloermat met ontsmettingsmiddel gehanteerd of er worden overschoenen gedragen die achtergelaten worden in de kas;
iv. De biologische bestrijder wordt na het experiment afgedood met een gevalideerde methode;
c. Bij het gebruik van Orius laevigatus wordt 9.1.3.2.2, onderdeel i, vervangen door:
i. De deuren van de voorruimte van de kas worden niet gelijktijdig geopend;
ii. In de voorruimte worden voor de bestrijder geschikte (plak)vallen aangebracht;
iii. Er wordt een vloermat met ontsmettingsmiddel gehanteerd of er worden overschoenen gedragen die achtergelaten worden in de kas;
iv. Kieren en naden van de kas worden afgedicht;
v. De deur van de kas heeft aan de onderzijde veegborstels en in de sponning van de deur zijn aan de zij- en bovenkant tochtstrippen aangebracht;
vi. De biologische bestrijder wordt na het experiment afgedood met een gevalideerde methode;
d. Bij het gebruik van Feltiella acarisuga en Aphidoletes aphidimyza (galmug), Aphidius colemani, Aphidius ervi, Aphelinus abdominalis, Praon volucre en Ephedrus cerasicola wordt 9.1.3.2.2, onderdeel i, vervangen door:
i. De deuren van de voorruimte van de kas worden niet gelijktijdig geopend;
ii. In de voorruimte worden voor de bestrijder geschikte (plak)vallen aangebracht;
iii. De biologische bestrijder wordt na het experiment afgedood met een gevalideerde methode;
e. Bij het gebruik van Neoseiulus californicus, Amblydromalus limonicus, Amblyseius swirskii, Neoseiulus cucumeris, Transeius montdorensis en Trichogramma achaeae wordt 9.1.3.2.2, onderdeel i, vervangen door:
i. De deuren van de voorruimte van de kas worden niet gelijktijdig geopend;
ii. Er wordt een vloermat met ontsmettingsmiddel gehanteerd of er worden overschoenen gedragen die achtergelaten worden in de kas;
iii. Er wordt witte werkkleding gedragen zonder zakken. Na afloop van de werkzaamheden wordt deze werkkleding in de kas achtergelaten;
iv. De biologische bestrijder wordt na het experiment afgedood met een gevalideerde methode.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.1 — Openluchtverblijf voor grote landbouwhuisdieren › 9.1.4.1.1.1 — Inrichtingsvoorschriften D-I openluchtverblijf
9.1.4.1.1.1 — Inrichtingsvoorschriften D-I openluchtverblijf
ruimte
a. Het verblijf is zodanig afgescheiden en afgesloten dat de daarin te houden dieren niet anders dan door ingrijpen van de mens dan wel door een calamiteit buiten het verblijf kunnen geraken;
b. Bij de toegang tot het verblijf is het telefoonnummer aangegeven van het centrale meldpunt binnen de instelling waar onraad gemeld wordt. Dit meldpunt draagt zorg voor een doormelding aan de verantwoordelijke personen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.1 — Openluchtverblijf voor grote landbouwhuisdieren › 9.1.4.1.1.2 — Werkvoorschriften D-I openluchtverblijf
9.1.4.1.1.2 — Werkvoorschriften D-I openluchtverblijf
algemeen
a. Het verblijf wordt schoon en netjes gehouden;
b. Het verblijf is beperkt toegankelijk;
c. Elk dier wordt individueel gemerkt. Voor pasgeborenen gebeurt dit binnen 24 uur na de geboorte;
d. Mannelijke en vrouwelijke dieren worden op zodanige wijze van elkaar gescheiden, dat er geen paring kan plaatsvinden, tenzij deze door de gebruiker wordt beoogd;
e. Toegang tot de werkruimte is verboden voor onbevoegden.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.2 — Gesloten dierverblijf › 9.1.4.1.2.1 — Inrichtingsvoorschriften D-I gesloten verblijf
9.1.4.1.2.1 — Inrichtingsvoorschriften D-I gesloten verblijf
ruimte
a. Het verblijf bestaat uit een permanente structuur;
b. Het verblijf wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een D-I dierverblijf gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. een signalering die waarschuwt wanneer de deur niet geopend mag worden;
c. Het verblijf is afsluitbaar en zo geconstrueerd dat de daarin te houden dieren niet anders dan door ingrijpen van de mens dan wel door een calamiteit buiten het verblijf kunnen geraken;
d. Indien gebruik wordt gemaakt van een onderdrukisolator, die wordt geplaatst buiten een verblijf zoals bedoeld onder a tot en met c, dan wordt de isolator beschouwd als het onder a tot en met c bedoelde verblijf. De onderdrukisolator wordt in dat geval geplaatst in een afsluitbare ruimte.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.2 — Gesloten dierverblijf › 9.1.4.1.2.2 — Werkvoorschriften D-I gesloten verblijf
9.1.4.1.2.2 — Werkvoorschriften D-I gesloten verblijf
algemeen
a. Het verblijf wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Het verblijf is op slot wanneer zich daarin geen medewerkers bevinden;
d. Toegang tot het verblijf is verboden voor onbevoegden;
e. Ongedierte is niet aanwezig;
f. Het houden van dieren in het verblijf geschiedt op zodanige wijze dat geen paring kan plaatsvinden, tenzij deze door de gebruiker wordt beoogd;
g. De huisvesting van genetisch gemodificeerde dieren is duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde dieren onderscheiden kunnen worden;
h. Grote genetisch gemodificeerde zoogdieren of vogels worden gehouden in een afsluitbare ruimte binnen het verblijf. Bij het betreden van deze ruimte is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
i. Kleine genetisch gemodificeerde zoogdieren of vogels worden gehouden in een in het verblijf geplaatste gesloten kooi. Bij het openen van de kooi is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
j. Vissen (uitgezonderd Danio rerio) en Xenopus worden gehouden in een adequate huisvesting zoals beschreven onder 9.1.4.1.2.3.1. Danio rerio wordt gehouden in een adequate huisvesting zoals beschreven onder 9.1.4.1.2.3.3. Drosophila melanogaster wordt gehouden in een adequate huisvesting zoals beschreven onder 9.1.4.1.2.3.2;
k. Een onderdrukisolator, als bedoeld in 9.1.4.1.2.1.d, wordt alleen geopend in een dierverblijf als bedoeld in 9.1.4.1.2.1 a tot en met c. Bij het openen van de isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
tijdens werkzaamheden
l. Tijdens de werkzaamheden is de deur van het verblijf gesloten en is aan de buitenzijde van het verblijf aangegeven dat het niet betreden mag worden.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.2 — Gesloten dierverblijf › 9.1.4.1.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.4.1.2.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde vissen (uitgezonderd Danio rerio) of Xenopus
9.1.4.1.2.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde vissen (uitgezonderd Danio rerio) of Xenopus
a. De genetisch gemodificeerde vissen of Xenopus zijn gehuisvest in een als D-I verblijf ingerichte aquariumruimte;
b. De dieren worden gehouden in aquaria met afsluitbaar deksel;
c. Alle afvoerbuizen en afvoerputjes (doorstroomsysteem naar biologisch filter, rioolbuis) zijn voorzien van gaas;
d. Afvalwater is gefilterd of ontsmet met een gevalideerde methode alvorens het materiaal wordt afgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.2 — Gesloten dierverblijf › 9.1.4.1.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.4.1.2.3.2 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Drosophila melanogaster
9.1.4.1.2.3.2 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Drosophila melanogaster
a. Het verblijf bevat een sluis waarvan de opening aan de buitenkant is voorzien van een deur en de opening naar de binnenkant is afgesloten met een gordijn van insectengaas. De deur is aan de onderzijde voorzien van veegborstels en aan de zij- en bovenkant zijn tochtstrips in de sponning aangebracht;
b. De ramen van het verblijf zijn afgekit;
c. Alle kieren zijn afgekit;
d. Alle ventilatieopeningen zijn voorzien van insectengaas;
e. Kapstokken voor dagelijkse kleding zijn buiten het verblijf aangebracht;
f. Kapstokken voor de werkkleding zijn in de sluis aangebracht;
g. Een diepvriezer (-20°C) is in het verblijf aanwezig;
h. Werkkleding wordt gedragen. Alvorens de werkkleding het verblijf verlaat wordt deze, gedurende 10 uur, in een in het verblijf aanwezige diepvriezer (–20 °C) geplaatst om eventueel aanwezige insecten te doden;
i. In het verblijf mogen uitsluitend niet-genetisch gemodificeerde insecten aanwezig zijn indien zij deel uitmaken van het experiment;
j. Voorafgaand aan het openen van de insectenkooien worden de insecten geïmmobiliseerd met een gevalideerde methode. Tijdens de werkzaamheden worden de insecten met een gevalideerde methode immobiel gehouden. Na afloop van de handelingen worden de insecten overgezet in een container die gesloten is, voordat de insecten mobiel worden;
k. Besmet materiaal en afval wordt ontsmet door minimaal 10 uur te bevriezen bij –20°C. Hetzelfde gebeurt aan het eind van het experiment met de insecten.
l. In de werkruimte en de sluis zijn voor D. melanogaster geschikte vallen, zoals een elektrische val, vangplaten, een voedselval of feromoonval, aangebracht.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.4 — Dierverblijven › 9.1.4.1 — Het D-I verblijf › 9.1.4.1.2 — Gesloten dierverblijf › 9.1.4.1.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.4.1.2.3.3 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Danio rerio
9.1.4.1.2.3.3 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde Danio rerio
a. Bij het houden van de genetisch gemodificeerde Danio rerio in het verblijf hoeft paring niet voorkomen te worden;
b. De dieren zijn gehuisvest in een als D-I verblijf ingerichte aquariumruimte;
c. De dieren worden gehouden in aquaria met afsluitbaar deksel;
d. Alle afvoerbuizen en afvoerputjes (doorstroomsysteem naar biologisch filter, rioolbuis) zijn voorzien van filters of gelijkwaardige voorzieningen, die zodanig zijn geconstrueerd dat de verspreiding van dieren langs deze weg wordt tegengegaan;
e. Het afvalwater uit de aquaria wordt gefilterd met een gevalideerde methode, waarbij eventuele eitjes dan wel embryo’s worden afgevangen, alvorens het wordt afgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-I en PKM-I
9.1.5.1.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-I en PKM-I
ruimte
a. De kweekcel of kas bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia, en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De kweekcel of kas is afsluitbaar;
c. De kweekcel of kas wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een PCM-I kweekcel dan wel PKM-I kas gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
uitrusting
d. Een autoclaaf is aanwezig op locatie;
e. Een wastafel en een dispenser voorzien van zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, is aanwezig in de werkruimte;
f. In de kweekcel of kas is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
overig
g. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.2 — Werkvoorschriften PCM-I en PKM-I
9.1.5.1.2 — Werkvoorschriften PCM-I en PKM-I
algemeen
a. De kweekcel of kas wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kweekcel of kas zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur van de kweekcel of kas is op slot als er geen personeel in de kweekcel of kas aanwezig is;
d. Toegang tot de kweekcel of kas is verboden voor onbevoegden;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
g. Ongedierte is niet aanwezig;
h. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
i. Door morsen of ongevallen met genetisch gemodificeerde organismen besmette kleding wordt voor het wassen gesteriliseerd of gedesinfecteerd;
j. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, worden buiten de kweekcel of kas opgeborgen;
k. Bij werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen worden de PCM-I dan wel PKM-I werkvoorschriften in acht genomen;
l. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de kweekcel of kas worden gebruikt voor werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen indien de kweekcel of kas niet wordt gebruikt voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens werkzaamheden
m. Tijdens de werkzaamheden, waaronder mede wordt verstaan de inoculatie van planten, de incubatie van planten in associatie met micro-organismen tot en met de vernietiging van deze planten, zijn de deuren en ramen van de kweekcel of kas gesloten;
n. Bij alle werkzaamheden wordt het ontstaan en de verspreiding van aërosolen vermeden;
o. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
p. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de kweekcel of kas achtergelaten;
q. Het ontstaan van run-off water wordt zoveel mogelijk voorkomen.
beëindigen werkzaamheden
r. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
s. Bij het verlaten van de kweekcel of kas worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
t. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of een in gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
u. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd of gedesinfecteerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
v. Het is toegestaan afval dat planten in associatie met micro-organismen afkomstig van PCM-I dan wel PKM-I bevat op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
w. Dieren en planten, gemodificeerd en ongemodificeerd, die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de kweekcel of kas aanwezig;
x. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
y. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.1.3.1 — Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
9.1.5.1.3.1 — Voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I gehanteerd mogen worden
a. Inoculatie vindt plaats in een veiligheidskabinet van klasse II, indien tijdens de inoculatie van de planten(delen) aërosolvorming kan optreden;
b. Gemorste druppels, of druppelvorming op de plant tijdens inoculatie, worden verwijderd;
c. De geïnoculeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-geïnoculeerde planten onderscheiden kunnen worden;
d. Het water geven gebeurt voorzichtig, waarbij de bovengrondse plantendelen zo min mogelijk worden beroerd;
e. Indien het oogsten van zaden aan de orde is, worden de zaden na de oogst gedecontamineerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.1.3.2
9.1.5.1.3.2
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.1.3.3 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.5.1.3.3 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
a. De bloeiwijzen zijn insectendicht ingehuld, of
b. Indien geen insectendichte inhulling plaatsvindt:
i. de kas wordt betreden via een (voor)ruimte met een afsluitbare deur en in (voor)ruimte en kas zijn ventilatieopeningen voorzien van insectendicht gaas,
ii. vrij vliegende insecten zijn niet aanwezig, en
iii. indien vliegende insecten nodig zijn voor de bestuiving, bevinden deze zich in een insectendicht afgesloten compartiment.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.1.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.5.1.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
a. De bloeiwijzen zijn pollendicht ingehuld, of
b. De kas bevat voorzieningen waarmee pollenverspreiding wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.1 — De PCM-I kweekcel en de PKM-I kas › 9.1.5.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.1.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.5.1.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
a. Uitgebloeide bloeiwijzen worden verwijderd voordat zaden gerijpt zijn en verspreid kunnen worden, of
b. Indien zaadzetting aan de orde is, worden maatregelen getroffen die passend zijn voor de verspreidingsbiologie van de plant om zaadverspreiding te voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-II en PKM-II
9.1.5.2.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-II en PKM-II
ruimte
a. De kweekcel of kas bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. Vervallen.
c. De kweekcel of kas is afsluitbaar;
d. De kweekcel of kas wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een PCM-II kweekcel dan wel PKM-II kas gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. het biorisicoteken;
e. Ramen in de kweekcel of kas kunnen niet geopend worden;
uitrusting
f. Een autoclaaf is aanwezig in het gebouw;
g. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn dichtbij de uitgang van de werkruimte aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
h. In de ruimte is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
overig
i. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.2 — Werkvoorschriften PCM-II en PKM-II
9.1.5.2.2 — Werkvoorschriften PCM-II en PKM-II
algemeen
a. De kweekcel of kas wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kweekcel of kas zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur van de kweekcel of kas is op slot als er geen personeel in de kweekcel of kas aanwezig is;
d. Toegang tot de kweekcel of kas is verboden voor onbevoegden;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
g. Ongedierte is niet aanwezig;
h. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
i. De werkkleding wordt gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
j. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, worden buiten de kweekcel of kas opgeborgen;
k. Bij werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op PCM-I dan wel PKM-I niveau en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de PCM-II dan wel PKM-II werkvoorschriften in acht genomen;
l. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de kweekcel of kas worden gebruikt voor uitsluitend PCM-I dan wel PKM-I-werkzaamheden volgens de onder 9.1.5.1 vermelde voorschriften of voor uitsluitend werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens werkzaamheden
m. Tijdens de werkzaamheden, waaronder mede wordt verstaan de inoculatie van planten, de incubatie van planten in associatie met micro-organismen tot en met de vernietiging van deze planten, zijn de deur(en) van de kweekcel of kas gesloten;
n. Handelingen waarbij aërosolen kunnen ontstaan dan wel open handelingen met aërogeen verspreidende micro-organismen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd, dat zo nodig in een andere ingeperkte ruimte van inperkingsniveau II gelegen kan zijn;
o. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
p. Passende beschermende kleding wordt gedragen. De kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de kweekcel of kas achtergelaten;
q. Het ontstaan van run-off water wordt zoveel mogelijk voorkomen;
beëindigen werkzaamheden
r. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
s. Bij het verlaten van de kweekcel of kas worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
t. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval is geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
u. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
v. Het is toegestaan afval dat planten in associatie met micro organismen afkomstig van PCM-II dan wel PKM- II bevat op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
w. Dieren en planten, gemodificeerd en ongemodificeerd, die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de kweekcel of kas aanwezig;
x. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
y. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.2.3.1 — Voor activiteiten met de planten in associatie met genetisch gemodificeerde plantenvirussen
9.1.5.2.3.1 — Voor activiteiten met de planten in associatie met genetisch gemodificeerde plantenvirussen
a. Inoculatie vindt plaats in een veiligheidskabinet van klasse II, indien tijdens de inoculatie van de planten(delen) aërosolvorming kan optreden;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
c. Tijdens inoculatie worden gemorste druppels, of druppelvorming op de plant verwijderd;
d. De geïnoculeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-geïnoculeerde planten onderscheiden kunnen worden;
e. Het water geven gebeurt voorzichtig, waarbij de bovengrondse plantendelen zo min mogelijk worden beroerd;
f. De opgepotte planten staan in plastic bakken waarin run-off water wordt opgevangen. Na gebruik wordt de inhoud van de bakken gesteriliseerd en de bakken ontsmet.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.2.3.2 — Voor activiteiten met planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I of II gehanteerd mogen worden
9.1.5.2.3.2 — Voor activiteiten met planten met genetisch gemodificeerde micro-organismen die op inperkingsniveau I of II gehanteerd mogen worden
a. Inoculatie vindt plaats in een veiligheidskabinet van klasse II, indien tijdens de inoculatie van de planten(delen) aërosolvorming kan optreden;
b. De planten zijn opgepot alvorens te inoculeren;
c. Tijdens inoculatie worden gemorste druppels of druppelvorming op de plant verwijderd;
d. De geïnoculeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-geïnoculeerde planten onderscheiden kunnen worden;
e. Het water geven gebeurt voorzichtig, waarbij de bovengrondse plantendelen zo min mogelijk worden beroerd;
f. Indien het oogsten van zaden aan de orde is, worden de zaden na de oogst gedecontamineerd in een veiligheidskabinet van klasse II.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.2.3.3
9.1.5.2.3.3
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.2.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
9.1.5.2.3.4 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als insectenbestuivers
a. De bloeiwijzen zijn insectendicht ingehuld, of
b. Indien geen insectendichte invulling plaatsvindt:
i. de kas wordt betreden via een (voor)ruimte met een afsluitbare deur en in (voor)ruimte en kas zijn ventilatieopeningen voorzien van insectendicht gaas,
ii. vrij vliegende insecten zijn niet aanwezig, en
iii. indien vliegende insecten nodig zijn voor de bestuiving, bevinden deze zich in een insectendicht afgesloten compartiment.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.2.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
9.1.5.2.3.5 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als windbestuivers
a. De bloeiwijzen zijn pollendicht ingehuld of
b. De kas bevat voorzieningen, waarmee pollenverspreiding wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.2 — De PCM-II kweekcel en de PKM-II kas › 9.1.5.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.5.2.3.6 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
9.1.5.2.3.6 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde planten aangeduid als gemakkelijke zaadverspreiders
a. Uitgebloeide bloeiwijzen zijn verwijderd voordat zaden gerijpt zijn en verspreid kunnen worden, of
b. Indien zaadzetting aan de orde is, worden maatregelen getroffen die passend zijn voor de verspreidingsbiologie van de plant om zaadverspreiding te voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.3 — De PCM-III kweekcel en de PKM-III kas › 9.1.5.3.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-III en PKM-III
9.1.5.3.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-III en PKM-III
ruimte
a. De kweekcel of kas bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken, wanden en deuren bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De kweekcel of kas is voorzien van een afsluitbare toegangssluis voorzien van twee deuren, welke niet gelijktijdig geopend kunnen worden;
c. De sluis bestaat uit een schone en een potentieel besmette zijde, die door middel van een fysieke barrière gescheiden zijn;
d. De sluis wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een PCM-III kweekcel dan wel PKM-III kas gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. het biorisicoteken;
e. De ramen van de kweekcel of kas kunnen niet geopend worden en zijn afgekit;
f. De vloer is vloeistofkerend uitgevoerd;
g. De kweekcel of kas is zodanig geconstrueerd dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is.
h. Een ventilatiesysteem is aanwezig. Het zorgt voor een onderdruk van de kweekcel of kas ten opzichte van de heersende atmosferische druk. De luchtafvoer is een onafhankelijk kanaal waarin een HEPA filter is aangebracht;
i. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter of van een gelijkwaardige voorziening;
uitrusting
j. Een autoclaaf is aanwezig en suite;
k. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn in de sluis aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
l. Er is een kapstok of een andere opbergmogelijkheid voor werkkleding in de potentieel besmette zijde van de sluis aanwezig en er is een kapstok of een andere opbergmogelijkheid voor eigen kleding in de schone zijde van de sluis aanwezig;
overig
m. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.3 — De PCM-III kweekcel en de PKM-III kas › 9.1.5.3.2 — Werkvoorschriften PCM-III en PKM-III
9.1.5.3.2 — Werkvoorschriften PCM-III en PKM-III
algemeen
a. De kweekcel of kas wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kweekcel of kas zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De deur van de sluis is op slot als er geen personeel in de kweekcel/kas aanwezig is;
d. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de kweekcel of kas. Anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
g. Ongedierte is niet aanwezig;
h. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
i. Persoonlijke bezittingen en eigen kleding die niet onder de werkkleding wordt gedragen, blijven in de niet besmette zijde van de sluis achter;
j. Bij werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op PCM-II dan wel PKM-II of PCM-I dan wel PKM-II niveau en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de PCM-III dan wel PKM-III werkvoorschriften in acht genomen;
k. De werkkleding wordt gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
l. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de kweekcel of kas worden gebruikt voor uitsluitend PCM-II dan wel PKM-II werkzaamheden volgens de onder 9.1.5.2 vermelde voorschriften. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens de werkzaamheden
m. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren van de kweekcel of kas gesloten;
n. Alle open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd, dat zo nodig in een andere ingeperkte ruimte gelegen kan zijn;
o. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
p. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de besmette zijde van de sluis achtergelaten;
q. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
r. Het ontstaan van run-off water wordt voorkomen;
beëindigen werkzaamheden
s. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
t. Voor het verlaten van het ingeperkte gebied worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
u. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking, en is geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
v. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
overig
w. Dieren en planten, gemodificeerd en ongemodificeerd, die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
indien genetisch gemodificeerde planten worden toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden de volgende voorschriften in acht genomen
x. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen van genetisch gemodificeerde planten wordt voorkomen;
y. Kruisingen worden verricht onder omstandigheden waarbij verspreiding van genetisch gemodificeerd pollen anders dan naar de doelorganismen wordt voorkomen.
z. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
aa. Alle ventilatieopeningen zijn voorzien van insectengaas.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.4 — De PCM-IV kweekcel en de PKM-IV kas › 9.1.5.4.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
9.1.5.4.1 — Inrichtingsvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
ruimte
a. De kweekcel of kas bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden, deuren en plafond zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal en waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden deuren en plafond bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De kweekcel of is voorzien van een afsluitbare toegangssluis;
c. In de sluis is een douche aangebracht, die als enige doorgang is gelegen tussen een ‘schone’ en een ingeperkte kleedruimte. De schone en de ingeperkte ruimte staan in verbinding met elkaar door middel van twee deuren met gekoppelde vergrendeling;
d. De sluis wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een PCM-IV kweekcel dan wel PKM-IV kas gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. het biorisicoteken;
e. De ramen van de werkruimte kunnen niet geopend worden en zijn afgekit;
f. Alle naden in de werkruimte zijn dichtgekit;
g. De vloer is vloeistofdicht afgewerkt dan wel uitgevoerd;
h. De kweekcel is zodanig geconstrueerd dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is;
i. Een ventilatiesysteem is aanwezig. Het zorgt voor een onderdruk van de werkruimte ten opzichte van de sluis en van de sluis ten opzichte van de heersende atmosferische druk. In de luchtafvoer en -aanvoer is een HEPA filter aangebracht;
j. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter of van een gelijkwaardige voorziening;
k. De werkruimte is niet gelegen in de nabijheid van ruimten met gevaar voor brand of explosie of op plaatsen waar wateroverlast bestaat;
l. Bij iedere deur is in de dag van het kozijn een drempel van minstens twee centimeter hoogte aangebracht. De drempels zijn naadloos en zonder scherpe overgangen uitgevoerd;
m. Alle kranen in de werkruimte kunnen bediend worden zonder dat de handen daarbij worden gebruikt;
n. Waterleidingen zijn ontkoppeld van de waterleidingen buiten de werkruimte of voorzien van terugslagkleppen;
o. Er zijn voorzieningen voor desinfectie van afvalwater inclusief dat van wastafel en douche;
p. De ventilatiesystemen, de koppelingssystemen van de deuren en de douche en de doorgeefautoclaaf, de veiligheidskabinetten, de noodverlichting en de signaleringssystemen zijn aangesloten op een noodstroomvoorziening, zodanig dat een goede werking van de systemen gewaarborgd blijft;
q. Er is zichtcontact mogelijk met medewerkers in de werkruimte;
r. Het ventilatiesysteem is beveiligd tegen omkering van de richting van de luchtstroom en is voorzien van een alarmsysteem dat bij elke storing van het ventilatiesysteem waarschuwt;
s. De onderdruk in de werkruimte wordt gemeten; de meetapparatuur kan zowel binnen als buiten de werkruimte worden afgelezen;
uitrusting
t. Tussen het ingeperkte en het niet-ingeperkte gebied is een doorgeefautoclaaf aanwezig, waarvan de deur aan de niet-ingeperkte zijde slechts geopend kan worden na afloop van een volledige sterilisatierun;
u. In de ingeperkte werkruimte is een wastafel en een dispenser met zeep aangebracht, waarbij zowel de kraan als de dispenser bediend kunnen worden zonder dat daarbij de handen gebruikt worden;
v. In de besmette zijde van de sluis is een container voor gebruikte werkkleding aanwezig;
w. Er is een veiligheidskabinet van klasse III aanwezig;
x. Er is een telefoon en fax of gelijkwaardige voorziening aanwezig in de werkruimte voor communicatie met de buitenwereld;
overig
y. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.5 — Kweekcellen en kassen waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.5.4 — De PCM-IV kweekcel en de PKM-IV kas › 9.1.5.4.2 — Werkvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
9.1.5.4.2 — Werkvoorschriften PCM-IV en PKM-IV
algemeen
a. De kweekcel of kas wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de kweekcel of kas zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Pipetteren met de mond is verboden;
d. Ongedierte is niet aanwezig;
e. De deur van de sluis of douche is op slot als er geen personeel in de kweekcel aanwezig is;
f. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de werkruimten. Anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
g. De werkkleding wordt gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
h. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor uitsluitend PCM-III dan wel PKM-IV werkzaamheden volgens de onder 9.1.5.3 vermelde voorschriften. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
i. Bij binnenkomst en vertrek vindt een volledige kledingwisseling plaats en bij vertrek wordt gedoucht;
j. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
k. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
tijdens werkzaamheden
l. Tijdens de werkzaamheden zijn de deur(en) van de kweekcel gesloten;
m. Werkzaamheden waarbij aërosolen kunnen ontstaan worden uitgevoerd in een veiligheidskabinet van klasse III;
n. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
o. Volledig beschermende kleding en apart schoeisel wordt gedragen. Deze kleding en schoeisel worden na afloop van de werkzaamheden in de besmette zijde van de sluis achtergelaten. Persoonlijke bezittingen, eigen kleding en schoeisel blijven in de niet besmette zijde van de sluis achter;
p. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
beëindigen werkzaamheden
q. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
r. Voor het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep;
afval en besmet materiaal
s. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden en is geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
t. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
u. Het afvalwater wordt volgens een gevalideerde methode geïnactiveerd;
overig
v. Afvoeren van materiaal uit de werkruimte, anders dan na sterilisatie via de doorgeefautoclaaf of een gevalideerd doorgeefdompelbad, is verboden;
indien genetisch gemodificeerde planten worden toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden de volgende aanvullende voorschriften in acht genomen
w. Genetisch gemodificeerde planten zijn duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde planten onderscheiden kunnen worden;
x. Verspreiding van pollen, zaden en reproductieve plantendelen van genetisch gemodificeerde planten wordt voorkomen;
y. Kruisingen worden verricht onder omstandigheden waarbij verspreiding van genetisch gemodificeerd pollen anders dan naar de doelorganismen wordt voorkomen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.1 — Het DM-I verblijf › 9.1.6.1.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-I
9.1.6.1.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-I
ruimte
a. Het dierverblijf bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. Het dierverblijf is afsluitbaar;
c. Het dierverblijf is zo geconstrueerd dat de daarin te houden dieren niet anders dan door ingrijpen van de mens dan wel door een calamiteit buiten het verblijf kunnen geraken;
d. Ramen kunnen niet worden geopend;
e. Het dierverblijf wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een DM-I dierverblijf gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. een signalering die waarschuwt wanneer de deur niet geopend mag worden;
uitrusting
f. Een autoclaaf is aanwezig op locatie;
g. Een wastafel en een dispenser voorzien van zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, is aanwezig in de werkruimte;
h. In de werkruimte is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
overig
i. Apparatuur is in deugdelijke staat;
j. Indien gebruik wordt gemaakt van een onderdrukisolator en die wordt geplaatst buiten een verblijf zoals bedoeld onder a. tot en met e. dan wordt de isolator beschouwd als het onder a tot en met e bedoelde verblijf. De isolator wordt in dat geval geplaatst in een afsluitbare ruimte. De inrichtingsvoorschriften onder g en h zijn niet van toepassing.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.1 — Het DM-I verblijf › 9.1.6.1.2 — Werkvoorschriften DM-I
9.1.6.1.2 — Werkvoorschriften DM-I
algemeen
a. Het dierverblijf wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Het dierverblijf is afgesloten wanneer zich daarin geen medewerkers bevinden;
d. Toegang tot de werkruimte is verboden voor onbevoegden;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
g. Ongedierte is niet aanwezig;
h. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
i. Door morsen of ongevallen met genetisch gemodificeerde organismen besmette kleding wordt voor het wassen gesteriliseerd of gedesinfecteerd;
j. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, worden buiten de werkruimte opgeborgen;
k. Als dieren worden gehouden in kooien of bakken, dan wel in onderdrukisolatoren, wordt daaraan een specificatie bevestigd van de erin aanwezige genetisch gemodificeerde organismen;
l. Grote zoogdieren worden gehouden in een afsluitbare ruimte binnen het verblijf. Bij het betreden van deze ruimte is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
m. Kleine zoogdieren worden gehouden in een in het verblijf geplaatste gesloten kooi of isolator. Bij het openen van de kooi of isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
n. Een onderdrukisolator, als bedoeld in 9.1.6.1.1.j wordt alleen geopend in een dierverblijf als bedoeld in 9.1.6.1.1 a tot en met e. Bij het openen van de isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
o. Bij werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen worden de DM-I werkvoorschriften in acht genomen;
p. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen indien de werkruimte niet wordt gebruikt voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens werkzaamheden
q. Tijdens de werkzaamheden zijn de deur(en) van het dierverblijf gesloten en wordt aan de buitenzijde van het verblijf aangegeven dat het niet betreden mag worden;
r. Bij alle werkzaamheden wordt het ontstaan en de verspreiding van aërosolen vermeden;
s. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
t. Passende beschermende kleding wordt gedragen. De kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de werkruimte achtergelaten;
beëindigen werkzaamheden
u. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
v. Bij het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
w. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval is geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
x. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd of gedesinfecteerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
y. Het is toegestaan afval dat dieren in associatie met micro-organismen afkomstig van DM-I bevat op te slaan in ODG, met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
z. Dieren die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
indien genetisch gemodificeerde dieren worden toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden de volgende voorschriften in acht genomen
aa. De huisvesting van genetisch gemodificeerde dieren is duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde dieren onderscheiden kunnen worden;
bb. Het houden van dieren in het verblijf geschiedt op zodanige wijze dat geen paring kan plaatsvinden, tenzij deze door de gebruiker wordt beoogd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-II
9.1.6.2.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-II
ruimte
a. Het dierverblijf bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. Het dierverblijf is afsluitbaar;
c. Het dierverblijf zo geconstrueerd dat de daarin te houden dieren niet anders dan door ingrijpen van de mens dan wel door een calamiteit buiten het verblijf kunnen geraken;
d. Ramen in de werkruimten kunnen niet worden geopend;
e. Het dierverblijf wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een DM-II dierverblijf gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris,
iii. het biorisicoteken, en
iv. een signalering die waarschuwt wanneer de deur niet geopend mag worden;
uitrusting
f. Een autoclaaf is aanwezig in het gebouw;
g. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn dichtbij de uitgang van de werkruimte aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
h. In de werkruimte is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
i. Een veiligheidskabinet van klasse II is in de werkruimte aanwezig;
overig
j. Apparatuur is in deugdelijke staat;
k. Indien gebruik wordt gemaakt van een onderdrukisolator die voorzien is van een HEPA-filter dat gelijktijdig met de isolator kan worden geïnactiveerd, en die wordt geplaatst buiten een verblijf zoals bedoeld onder a. tot en met e. dan wordt de isolator beschouwd als het onder a tot en met e bedoelde verblijf. De isolator wordt in dat geval geplaatst in een afsluitbare ruimte. Het inrichtingsvoorschrift onder g, h en i is niet van toepassing.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.2 — Werkvoorschriften DM-II
9.1.6.2.2 — Werkvoorschriften DM-II
algemeen
a. Het dierverblijf wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Het dierverblijf is afgesloten wanneer zich daarin geen medewerkers bevinden;
d. Toegang tot de werkruimte is verboden voor onbevoegden;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
g. Ongedierte is niet aanwezig;
h. Als dieren worden gehouden in kooien of bakken, dan wel in onderdrukisolatoren, is daaraan een specificatie bevestigd van de erin aanwezige genetisch gemodificeerde organismen;
i. Grote zoogdieren worden gehouden in een afsluitbare ruimte binnen het verblijf. Bij het betreden van deze ruimte is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
j. Kleine zoogdieren worden gehouden in een in het verblijf geplaatste gesloten kooi of isolator. Bij het openen van de kooi of isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
k. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
l. De werkkleding is gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
m. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, zijn buiten de werkruimte opgeborgen;
n. Een onderdrukisolator, als bedoeld in 9.1.6.2.1.k, wordt alleen geopend in een dierverblijf als bedoeld in 9.1.6.2.1 a tot en met e. Bij het openen van de isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
o. Bij werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op DM-I niveau en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de DM-II werkvoorschriften in acht genomen;
p. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor uitsluitend DM-I -werkzaamheden volgens de onder 9.1.6.1 vermelde voorschriften of voor uitsluitend werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens werkzaamheden
q. Tijdens de werkzaamheden zijn de deur(en) van het dierverblijf gesloten en wordt aan de buitenzijde van het verblijf aangegeven dat het niet betreden worden;
r. Handelingen waarbij aërosolen kunnen ontstaan dan wel open handelingen met aërogeen verspreidende micro-organismen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
s. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
t. Passende beschermende kleding wordt gedragen. De kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de werkruimte achtergelaten;
beëindigen werkzaamheden
u. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
v. Bij het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
w. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
x. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval wordt afgevoerd;
y. Het is toegestaan afval dat dieren in associatie met micro-organismen afkomstig van DM-II bevat op te slaan in ODG met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd;
overig
z. Dieren die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
aa. Bij werkzaamheden met dieren worden handschoenen gedragen;
indien genetisch gemodificeerde dieren worden toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden de volgende voorschriften in acht genomen
bb. De huisvesting van genetisch gemodificeerde dieren is duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde dieren onderscheiden kunnen worden;
cc. Het houden van dieren in het verblijf geschiedt op zodanige wijze dat geen paring kan plaatsvinden, tenzij deze door de gebruiker wordt beoogd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.1
9.1.6.2.3.1
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.2 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1)
9.1.6.2.3.2 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde Influenza A virussen die gebaseerd zijn op 6 gensegmenten van A/Puerto Rico/8/34 (H1N1) of Influenza A/WSN/33 (H1N1)
a. De dieren zijn gehuisvest in filtertopkooien;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
c. Open handelingen, waaronder alle handelingen waarbij een besmette filtertopkooi geopend wordt, worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
d. Medewerkers die symptomen van griep vertonen zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
e. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan Influenza A virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.3
9.1.6.2.3.3
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.4
9.1.6.2.3.4
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.5 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
9.1.6.2.3.5 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Vacciniavirus of Cowpoxvirus
a. De dieren zijn gehuisvest in filtertopkooien;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen tot over de mouw van de werkkleding gedragen;
c. Open handelingen, waaronder alle handelingen waarbij een besmette filtertopkooi geopend wordt, worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
d. De volgende medewerkers zijn uitgesloten van deelname aan activiteiten met Vacciniavirus of Cowpoxvirus vectoren:
i. medewerkers die lijden aan eczeem, en medewerkers die in hun naaste omgeving te maken hebben met lijders aan eczeem;
ii. medewerkers die zwanger zijn;
iii. medewerkers bij wie het immuunsysteem niet goed functioneert;
iv. medewerkers die seropositief zijn voor HIV.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.6 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
9.1.6.2.3.6 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
a. De dieren zijn gehuisvest in filtertopkooien;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
c. Open handelingen, waaronder alle handelingen waarbij een besmette filtertopkooi geopend wordt, worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.7 — Voor activiteiten met grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
9.1.6.2.3.7 — Voor activiteiten met grote zoogdieren en vogels in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën, schimmels of virussen
a. De huisvesting van en alle handelingen met de dieren vinden plaats in een onderdrukisolator die voorzien is van een HEPA-filter dat gelijktijdig met de isolator kan worden gedesinfecteerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.8
9.1.6.2.3.8
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.9 — Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
9.1.6.2.3.9 — Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die schadelijk zijn voor zwangere medewerkers of voor de vrucht
a. Medewerkers die zwanger zijn, zijn uitgesloten van deelname aan de werkzaamheden.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.10
9.1.6.2.3.10
Vervallen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.11 — Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
9.1.6.2.3.11 — Voor activiteiten met dieren in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen die infectieus zijn via wondjes van de huid
a. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen tot over de mouw gedragen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.12 — Voor activiteiten met Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën
9.1.6.2.3.12 — Voor activiteiten met Danio rerio in associatie met genetisch gemodificeerde bacteriën
a. De proefdieren worden gehouden in aquaria die voorzien zijn van een afsluitbaar deksel om verspreiding van aërosolen te voorkomen;
b. De aquaria worden niet aangesloten op een doorstroomsysteem;
c. Onder de aquaria bevinden zich lekbakken welke de gehele inhoud van het aquarium kunnen opvangen;
d. Tijdens de werkzaamheden wordt een waterdicht schort gedragen;
e. Tijdens de werkzaamheden wordt waterdicht schoeisel gedragen.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.2 — Het DM-II verblijf › 9.1.6.2.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.1.6.2.3.13 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza A virus
9.1.6.2.3.13 — Voor activiteiten met kleine zoogdieren in associatie met genetisch gemodificeerd Influenza A virus
a. De dieren zijn gehuisvest in filtertopkooien;
b. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
c. Open handelingen, waaronder alle handelingen waarbij een besmette filtertopkooi geopend wordt, worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
d. De heterologe gensegmenten zijn volledig gekarakteriseerd;
e. Voor heterologe HA-coderende gensegmenten is de aanwezigheid van een polybasische klievingsplaats uitgesloten;
f. Medewerkers die symptomen van griep vertonen, zijn uitgesloten van de werkzaamheden;
g. Medewerkers zijn gevaccineerd tegen humaan Influenza A virus of dragen een mond- en neuskapje, P2 of hogere specificatie.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.3 — Het DM-III verblijf › 9.1.6.3.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-III
9.1.6.3.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-III
ruimte
a. Het dierverblijf bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken, wanden en deuren bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. Het dierverblijf is voorzien van een afsluitbare toegangssluis voorzien van twee deuren, welke niet gelijktijdig geopend kunnen worden;
c. De sluis bestaat uit een schone en een potentieel besmette zijde, die door middel van een fysieke barrière gescheiden zijn;
d. De sluis wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een DM-III dierverblijf gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris,
iii. het biorisicoteken, en
iv. een signalering die waarschuwt wanneer de deur niet geopend mag worden;
e. Het dierverblijf is afsluitbaar;
f. Het dierverblijf is zo geconstrueerd dat de daarin te houden dieren niet anders dan door ingrijpen van de mens dan wel door een calamiteit buiten het verblijf kunnen geraken;
g. De ramen van de werkruimte kunnen niet geopend worden en zijn afgekit;
h. De vloer is vloeistofkerend uitgevoerd;
i. Het dierverblijf is zodanig geconstrueerd dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is;
j. Er is een gesloten systeem voor opvang van water, urine en feces geïnstalleerd, waarin voorzieningen zijn getroffen tegen overstroming. Het opgevangen materiaal wordt geïnactiveerd. De ontluchting van het systeem is voorzien van een HEPA-filter;
k. Een ventilatiesysteem is aanwezig en zorgt voor een onderdruk van de werkruimte ten opzichte van de heersende atmosferische druk. De luchtafvoer is een onafhankelijk kanaal waarin een HEPA filter is aangebracht;
l. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter of van een gelijkwaardige voorziening;
uitrusting
m. Een autoclaaf is aanwezig en suite;
n. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn in de sluis aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
o. Er is een kapstok of een andere opbergmogelijkheid voor werkkleding in de potentieel besmette zijde van de sluis aanwezig en er is een kapstok of een andere opbergmogelijkheid voor eigen kleding in de schone zijde van de sluis aanwezig;
p. Er is een veiligheidskabinet klasse II aanwezig;
overig
q. Apparatuur is in deugdelijke staat;
r. Indien gebruik wordt gemaakt van een onderdrukisolator die voorzien is van een HEPA-filter dat gelijktijdig met de isolator kan worden geïnactiveerd, en die is geplaatst buiten een verblijf zoals bedoeld onder a tot en met k, dan wordt de isolator beschouwd als het onder a tot en met k bedoelde verblijf. De isolator is in dat geval geplaatst in een afsluitbare ruimte. Het inrichtingsvoorschrift onder m, n en o is niet van toepassing.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.3 — Het DM-III verblijf › 9.1.6.3.2 — Werkvoorschriften DM-III
9.1.6.3.2 — Werkvoorschriften DM-III
algemeen
a. Het dierverblijf wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Het dierverblijf is afgesloten wanneer zich daarin geen medewerkers bevinden;
d. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de werkruimten. Anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
g. Ongedierte is niet aanwezig;
h. Indien dieren worden gehouden in kooien of bakken, dan wel in onderdrukisolatoren, is daaraan een specificatie bevestigd van de erin aanwezige genetisch gemodificeerde organismen;
i. Grote zoogdieren worden gehouden in een afsluitbare ruimte binnen het verblijf. Bij het betreden van deze ruimte is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
j. Kleine zoogdieren worden gehouden in een in het verblijf geplaatste gesloten kooi of isolator. Bij het openen van de kooi of isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
k. Andere dieren worden gehouden in een adequate huisvesting overeenkomstig de beschrijving daarvan in de aanvraag dan wel de voorschriften die daarover zijn opgenomen in de vergunning;
l. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
m. De werkkleding is gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
n. Een onderdrukisolator, als bedoeld in 9.1.6.3.1.r, wordt alleen geopend in een dierverblijf als bedoeld in 9.1.6.3.1 a tot en met k. Bij het openen van de isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
o. Bij werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op DM-II of DM-I niveau en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de DM-III werkvoorschriften in acht genomen.
p. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor uitsluitend DM-II-werkzaamheden volgens de onder 9.1.6.2 vermelde voorschriften. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens werkzaamheden
q. Tijdens de werkzaamheden zijn de deur(en) van het dierverblijf gesloten en wordt aan de buitenzijde van het verblijf aangegeven dat het niet betreden mag worden;
r. Alle open handelingen worden in een veiligheidskabinet van klasse II uitgevoerd;
s. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
t. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de besmette zijde van de sluis achtergelaten. Persoonlijke bezittingen en eigen kleding die niet onder de werkkleding wordt gedragen, blijven in de niet besmette zijde achter;
u. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
beëindigen werkzaamheden
v. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
w. Voor het verlaten van het ingeperkte gebied worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
x. Al het biologisch afval, waaronder feces en urine, wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking, en is geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
y. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval wordt afgevoerd;
overig
z. Dieren die geen deel uitmaken van een experiment zijn niet in de werkruimte aanwezig;
indien genetisch gemodificeerde dieren worden toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden de volgende voorschriften in acht genomen
aa. De huisvesting van genetisch gemodificeerde dieren is duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde dieren onderscheiden kunnen worden;
bb. Het houden van dieren in het verblijf geschiedt op zodanige wijze dat geen paring kan plaatsvinden, tenzij deze door de gebruiker wordt beoogd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.4 — Het DM-IV verblijf › 9.1.6.4.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-IV verblijf
9.1.6.4.1 — Inrichtingsvoorschriften DM-IV verblijf
ruimte
a. Het dierverblijf bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden, deuren en plafond zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden deuren en plafond bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfecteermiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. Het dierverblijf is voorzien van een afsluitbare toegangssluis;
c. In de sluis is een douche aangebracht, die als enige doorgang is gelegen tussen een ‘schone’ en een ingeperkte kleedruimte. De schone en de ingeperkte ruimte staan in verbinding met elkaar door middel van twee deuren met gekoppelde vergrendeling;
d. De sluis wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een DM-IV dierverblijf gaat,
ii. namen en telefoonnummers van ten minste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris,
iii. het biorisicoteken, en
iv. een signalering die waarschuwt wanneer de deur niet geopend mag worden;
e. Het dierverblijf is afsluitbaar;
f. Het dierverblijf is zo geconstrueerd dat de daarin te houden dieren niet anders dan door ingrijpen van de mens dan wel door een calamiteit buiten het verblijf kunnen geraken;
g. Ramen in de werkruimten kunnen niet worden geopend en zijn afgekit;
h. Alle naden in de werkruimte zijn dichtgekit;
i. De vloer is vloeistofdicht afgewerkt dan wel uitgevoerd;
j. Het dierverblijf is zodanig geconstrueerd dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is;
k. Er is een gesloten systeem voor opvang van water, urine en feces geïnstalleerd, waarin voorzieningen zijn getroffen tegen overstroming. Het opgevangen materiaal wordt geïnactiveerd. De ontluchting van het systeem is voorzien van een HEPA-filter;
l. Een ventilatiesysteem is aanwezig. Het zorgt voor een onderdruk van de werkruimte ten opzichte van de sluis en van de sluis ten opzichte van de heersende atmosferische druk. In de luchtafvoer en -aanvoer is een HEPA filter aangebracht. De luchtafvoer van het dierverblijf mag worden aangesloten op die van het gebouw als deze niet recirculeert;
m. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter of van een gelijkwaardige voorziening;
n. De werkruimte is niet gelegen in de nabijheid van ruimten met gevaar voor brand of explosie of op plaatsen waar wateroverlast bestaat;
o. Bij iedere deur is in de dag van het kozijn een drempel van minstens twee centimeter hoogte aangebracht. De drempels zijn naadloos en zonder scherpe overgangen uitgevoerd;
p. Alle kranen in de werkruimte kunnen bediend worden zonder dat de handen daarbij worden gebruikt;
q. Waterleidingen zijn ontkoppeld van de waterleidingen buiten de werkruimte of voorzien van terugslagkleppen;
r. Er zijn voorzieningen voor de desinfectie van afvalwater inclusief dat van wastafel en douche;
s. De ventilatiesystemen, de koppelingssystemen van de deuren en de douche en de doorgeefautoclaaf, de veiligheidskabinetten, de noodverlichting en de signaleringssystemen zijn aangesloten op een noodstroomvoorziening, zodanig dat een goede werking van de systemen gewaarborgd blijft;
t. Er is zichtcontact mogelijk met medewerkers in de werkruimte;
u. Het ventilatiesysteem is beveiligd tegen omkering van de richting van de luchtstroom en is voorzien van een alarmsysteem dat bij elke storing van het ventilatiesysteem waarschuwt;
v. De onderdruk in de werkruimte wordt gemeten, waarbij de meetapparatuur zowel binnen als buiten de werkruimte kan worden afgelezen;
uitrusting
w. Tussen het ingeperkte en het niet-ingeperkte gebied is een doorgeefautoclaaf aanwezig, waarvan de deur aan de niet-ingeperkte zijde slechts geopend kan worden na afloop van een volledige sterilisatierun;
x. In de ingeperkte werkruimte is een wastafel en een dispenser met zeep aangebracht, waarbij zowel de kraan als de dispenser bediend kunnen worden zonder dat daarbij de handen gebruikt worden;
y. In het besmette zijde van de sluis is een container voor gebruikte voor werkkleding aanwezig;
z. Er is een veiligheidskabinet van klasse III aanwezig;
aa. Er is een telefoon en fax of gelijkwaardige voorziening aanwezig in de werkruimte voor communicatie met de buitenwereld;
overig
bb. Apparatuur is in deugdelijke staat.
cc. Indien gebruik wordt gemaakt van een onderdrukisolator die voorzien is van een HEPA-filter dat gelijktijdig met de isolator kan worden geïnactiveerd, en die is geplaatst buiten een verblijf zoals bedoeld onder a. tot en met v, dan wordt de isolator beschouwd als het onder a tot en met v. bedoelde verblijf. De isolator wordt in dat geval geplaatst in een afsluitbare ruimte. Het inrichtingsvoorschrift onder x, y, z, en aa is niet van toepassing.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.1 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in laboratoria, plantenkweekcellen, kassen en dierverblijven › 9.1.6 — Dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde micro-organismen worden toegepast › 9.1.6.4 — Het DM-IV verblijf › 9.1.6.4.2 — Werkvoorschriften DM-IV
9.1.6.4.2 — Werkvoorschriften DM-IV
algemeen
a. Het dierverblijf wordt schoon en netjes gehouden;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. Pipetteren met de mond is verboden;
d. Ongedierte is niet aanwezig;
e. Het dierverblijf is afgesloten wanneer zich daarin geen medewerkers bevinden;
f. Grote zoogdieren worden gehouden in een afsluitbare ruimte binnen het verblijf. Bij het betreden van deze ruimte is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten;
g. Kleine zoogdieren worden gehouden in een in het verblijf geplaatste gesloten kooi of isolator. Bij het openen van de kooi of isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten, en wordt aan de buitenzijde aangegeven dat deze niet betreden mag worden;
h. Andere dieren worden gehouden in een adequate huisvesting overeenkomstig de beschrijving daarvan in de aanvraag dan wel de voorschriften die daarover zijn opgenomen in de vergunning;
i. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de werkruimten. Anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
j. De werkkleding is gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
k. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor uitsluitend DM-III-werkzaamheden volgens de onder 9.1.6.3 vermelde voorschriften. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
l. Bij binnenkomst en vertrek vindt een volledige kledingwisseling plaats en bij vertrek wordt gedoucht;
m. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
n. Indien dieren worden gehouden in kooien of bakken, dan wel in onderdrukisolatoren, is daaraan een specificatie bevestigd van de erin aanwezige genetisch gemodificeerde organismen;
o. Kruiscontaminatie wordt voorkomen;
p. Een onderdrukisolator, als bedoeld in 9.1.6.4.1. cc, wordt alleen geopend in een dierverblijf als bedoeld in 9.1.6.4.1 a tot en met v; bij het openen van de isolator is de deur die toegang geeft tot het verblijf gesloten, en wordt aan de buitenzijde aangegeven dat deze niet betreden mag worden;
tijdens werkzaamheden
q. Tijdens de werkzaamheden zijn de deur(en) van het dierverblijf gesloten;
r. Werkzaamheden waarbij aërosolen kunnen ontstaan worden uitgevoerd in een veiligheidskabinet van klasse III;
s. Tijdens de werkzaamheden wordt volledig beschermende kleding en apart schoeisel gedragen. Deze kleding en schoeisel worden na afloop van de werkzaamheden in de besmette zijde van de sluis achtergelaten. Persoonlijke bezittingen, eigen kleding en schoeisel blijven in de niet besmette zijde van de sluis achter;
t. Tijdens de werkzaamheden worden handschoenen gedragen;
u. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
beëindigen werkzaamheden
v. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
w. Voor het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep;
afval en besmet materiaal
x. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of een gelijkwaardige verpakking, en is geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
y. Feces en urine is geïnactiveerd voordat men zich er van ontdoet;
z. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
aa. Het afvalwater wordt volgens een gevalideerde methode geïnactiveerd;
overig
bb. Afvoeren van materiaal uit de werkruimte, anders dan na sterilisatie via de doorgeefautoclaaf of een gevalideerd doorgeefdompelbad, is verboden;
indien genetisch gemodificeerde dieren worden toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen worden de volgende aanvullende voorschriften in acht genomen
cc. Huisvesting van genetisch gemodificeerde dieren is duidelijk gemerkt, zodat ze van niet-genetisch gemodificeerde dieren onderscheiden kunnen worden;
dd. Het houden van dieren in het verblijf geschiedt op zodanige wijze dat er geen paring kan plaatsvinden tenzij deze door de gebruiker wordt beoogd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.1 — Mi-i procesinstallatie › 9.2.1.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-I
9.2.1.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-I
ruimte
a. De werkoppervlakken zijn bestand tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en zijn gemakkelijk schoon te maken;
b. De werkruimte is een permanente structuur en wordt betreden via een deur die voorzien is van:
i. een aanduiding dat het om een MI-I ruimte gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
uitrusting
c. Het fysisch inperkend systeem, bestaande uit een bioreactor bedoeld voor meermalig gebruik, is zodanig geconstrueerd dat het fysisch inperkend systeem zonder toepassing van verdere procedures, voldoet aan de eisen die gesteld worden aan het fysisch inperkende systeem zoals gebruikelijk voor activiteiten met het ouderorganisme in procesinstallaties;
overig
d. De apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.1 — Mi-i procesinstallatie › 9.2.1.2 — Werkvoorschriften MI-I
9.2.1.2 — Werkvoorschriften MI-I
algemeen
a. Bij de activiteiten worden de werkvoorschriften gevolgd die gebruikelijk zijn voor activiteiten met het ouderorganisme in procesinstallaties;
b. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
c. De werkruimte is beperkt toegankelijk;
d. Pipetteren met de mond is verboden;
e. Bij activiteiten met monsters genomen uit de procesinstallatie worden de werkvoorschriften gevolgd die gebruikelijk zijn voor activiteiten met het ouderorganisme in laboratoria;
f. Werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen ingeschaald op MI-I niveau en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen mogen gelijktijdig worden uitgevoerd in dezelfde werkruimte, indien de werkvoorschriften die gebruikelijk zijn voor activiteiten met de respectievelijke organismen onderling niet strijdig zijn;
tijdens werkzaamheden
g. Passende beschermende kleding wordt gedragen;
afval en besmet materiaal
h. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd of gedesinfecteerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.2 — Mi-ii procesinstallatie › 9.2.2.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-II
9.2.2.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-II
ruimte
a. Werkoppervlakken zijn bestand tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en zijn gemakkelijk schoon te maken;
b. De werkruimte is een permanente structuur en wordt betreden via een deur die afsluitbaar is en voorzien is van:
i. een aanduiding dat het om een MI-II ruimte gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. het biorisicoteken;
uitrusting
c. Het fysisch inperkend systeem, bestaande uit een bioreactor bedoeld voor meermalig gebruik, is zodanig geconstrueerd dat bij gebruik van de bioreactor de verspreiding van de genetisch gemodificeerd organismen zonder toepassing van verdere procedures wordt beperkt;
d. Leidingen voor de afvoer van lucht uit het fysisch inperkende systeem zijn voorzien van een voorziening of constructie die verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen via de afvoergassen beperkt;
e. Bij het fysisch inperkende systeem is een wastafel en een dispenser voorzien van zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, is aanwezig;
f. Voor de werkkleding is een kapstok aanwezig.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.2 — Mi-ii procesinstallatie › 9.2.2.2 — Werkvoorschriften MI-II
9.2.2.2 — Werkvoorschriften MI-II
algemeen
a. De werkzaamheden worden uitgevoerd in een fysisch inperkend systeem;
b. Toegang tot de werkruimte is verboden voor onbevoegden;
c. De ruimte waarin de fysisch inperkende systemen zich bevinden wordt in schone staat gehouden;
d. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
e. Pipetteren met de mond is verboden;
f. Noodprocedures voor de opvang en inactivering van de totale inhoud van het gesloten systeem zijn aanwezig;
tijdens werkzaamheden
g. Het personeel draagt een laboratoriumjas of andere beschermende kleding. Het dragen van de werkkleding buiten de werkruimte is slechts daar toegestaan waar onderdelen van het betreffende proces worden uitgevoerd. Indien de werkkleding wordt besmet, is deze voor het wassen gesteriliseerd of gedesinfecteerd. In de werkruimte aanwezige eigen kleding wordt afzonderlijk bewaard;
h. De bemonstering van een fysisch inperkend systeem, de toevoeging van materiaal aan dit systeem, de overdracht van materiaal naar een ander fysisch inperkend systeem en het oogsten van biologisch actief materiaal geschiedt zodanig dat de vorming en verspreiding van aërosolen en de besmetting van externe oppervlakken worden vermeden;
i. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
j. Werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen die zijn ingeschaald op het MI-II, en werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen mogen worden uitgevoerd in dezelfde werkruimte, indien voor alle werkzaamheden de werkvoorschriften MI-II in acht worden genomen;
beëindigen werkzaamheden
k. Na beëindiging van de werkzaamheden bij het fysisch inperkende systeem worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
l. Lozing van de inhoud van het fysisch inperkende systeem geschiedt nadat de eventueel aanwezige genetisch gemodificeerde organismen volgens een gevalideerde methode zijn geïnactiveerd;
m. Al het andere biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval is geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
n. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval wordt afgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.3 — Mi-iii procesinstallatie › 9.2.3.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-III
9.2.3.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-III
ruimte
a. De werkruimte is een permanente structuur en wordt betreden via een deur die afsluitbaar is en voorzien is van:
i. een aanduiding dat het om een MI-III ruimte gaat,
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, en
iii. het biorisico-teken;
b. Werkoppervlakken en vloer zijn bestand tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en zijn gemakkelijk schoon te maken;
uitrusting
c. Het fysisch inperkend systeem, bestaande uit een bioreactor bedoeld voor meermalig gebruik, is zodanig geconstrueerd dat bij gebruik van de bioreactor de verspreiding van de genetisch gemodificeerd organismen zonder toepassing van verdere procedures sterk wordt beperkt;
d. Een wastafel en een dispenser met zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methode ontsmet kunnen worden, zijn dichtbij de uitgang van de werkruimte aanwezig, waarbij de voorzieningen bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
e. Voor de werkkleding is een kapstok aanwezig;
f. Leidingen voor de afvoer van gassen uit of vanaf het fysisch inperkende systeem zijn voorzien van hydrofobe absoluut-filters of een gelijkwaardige voorziening, die de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen langs deze weg beperkt;
g. Een voorziening voor de opvang en inactivering van de totale inhoud van het gesloten systeem is aanwezig.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.3 — Mi-iii procesinstallatie › 9.2.3.2 — Werkvoorschriften MI-III
9.2.3.2 — Werkvoorschriften MI-III
algemeen
a. De ruimte waarin het fysisch inperkende systeem zich bevindt wordt in schone staat gehouden;
b. De werkzaamheden worden uitgevoerd in een fysisch inperkend systeem;
c. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
d. Toegang tot de werkruimte is verboden voor onbevoegden;
e. De werkkleding is gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
f. Met uitzondering van het nemen van een monster, wordt geen materiaal aan het fysisch inperkend systeem onttrokken. Indien het doel het oogsten is van biologisch actief materiaal, vindt het oogsten en opwerken van het biologisch actief materiaal plaats middels een gesloten proces;
g. De analyse van monsters geschiedt in een ruimte die de voor het genetisch gemodificeerd organisme vereiste fysische inperking bezit;
h. Een programma van noodmaatregelen is aanwezig. Dit bevat ook voorschriften hoe gehandeld wordt bij grote of ongebruikelijke verliezen;
tijdens werkzaamheden
i. Het personeel draagt werkkleding. Deze kleding mag niet buiten de werkruimten worden gedragen. Eigen kleding die niet onder de werkkleding wordt gedragen, wordt buiten de werkruimte opgeborgen;
j. De bemonstering van een fysisch inperkend systeem, de toevoeging van materiaal aan dit systeem en de overdracht van materiaal naar een ander systeem geschieden zodanig dat de vorming en verspreiding van aërosolen en de besmetting van externe oppervlakken worden vermeden;
k. Het fysisch inperkende systeem wordt pas geopend nadat het is geïnactiveerd door middel van een voor de gastheer gevalideerde methode;
l. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
beëindiging werkzaamheden
m. Na beëindiging van de werkzaamheden bij het fysisch inperkende systeem worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
n. Lozing van de inhoud van het fysisch inperkende systeem geschiedt nadat de eventueel aanwezige genetisch gemodificeerde organismen volgens een gevalideerde methode zijn geïnactiveerd;
o. Al het andere biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking, en is geïnactiveerd voordat men zich ervan ontdoet;
p. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval wordt afgevoerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.4 — Mi-iv procesinstallatie › 9.2.4.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-IV
9.2.4.1 — Inrichtingsvoorschriften MI-IV
ruimte
a. De werkruimte is een fysisch ingeperkte ruimte met een permanente structuur en wordt betreden via een sluis, bestaande uit een douchecel gelegen als enige doorgang tussen een ‘schone’ en een ingeperkte kleedruimte. De buitendeur van de schone kleedruimte is afsluitbaar en voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een MI-IV ruimte gaat,
ii. het biorisico-teken, en
iii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
b. Uitsluitend direct bij de werkzaamheden betrokken medewerkers hebben toegang tot de werkruimten. Anderen mogen deze slechts betreden met afzonderlijke schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
c. De oppervlakken van wanden en vloeren zijn bestand tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en zijn gemakkelijk schoon te maken;
d. Een ventilatiesysteem is aanwezig. In de luchtaanvoer en luchtafvoer is een HEPA-filter aanwezig. In de werkruimte heerst onderdruk ten opzichte van de ingeperkte kleedruimte en douche. De ingeperkte kleedruimte en douche hebben een onderdruk ten opzichte van de schone kleedruimte en de buitenwereld. Deze onderdruk wordt gecontroleerd;
e. Er zijn voorzieningen getroffen voor de desinfectie van alle afvalwater, inclusief dat van de wastafel in de ingeperkte werkruimte, en de douche;
f. De werkruimte is zo geconstrueerd dat desinfectie met behulp van gassen mogelijk is;
uitrusting
g. Het fysisch inperkende systeem is zo geconstrueerd dat de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen wordt voorkomen;
h. Een wastafel voorzien van een dispenser met zeep is bij het fysisch inperkende systeem aanwezig, waarbij zowel de kraan van de wastafel als de dispenser bediend kunnen worden zonder dat de handen daarbij gebruikt worden;
i. Voor de werkkleding is een container aanwezig;
j. Leidingen voor de afvoer van gassen uit het fysisch inperkende systeem zijn voorzien van hydrofobe absoluut-filters of van een gelijkwaardige voorziening, die de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen langs deze weg voorkomt;
k. Afdichtingen zijn lekvrij of geheel omsloten door een geventileerd huis waarvan de afgezogen lucht wordt afgevoerd via een hydrofoob absoluut-filter, of een gelijkwaardige voorziening, die de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen langs deze weg voorkomt;
l. Vacuümleidingen zijn voorzien van een hydrofoob absoluut-filter;
m. Een voorziening voor de opvang en inactivering van de totale inhoud van het gesloten systeem is aanwezig.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.2 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in procesinstallaties › 9.2.4 — Mi-iv procesinstallatie › 9.2.4.2 — Werkvoorschriften MI-IV
9.2.4.2 — Werkvoorschriften MI-IV
algemeen
a. De ruimte waarin het fysisch inperkende systeem zich bevindt wordt in schone staat gehouden;
b. De werkzaamheden worden uitgevoerd in een fysisch inperkend systeem;
c. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
d. De werkkleding is gesteriliseerd voordat ze wordt gewassen;
e. Het fysisch inperkende systeem wordt pas geopend nadat het is geïnactiveerd door middel van een voor de gastheer gevalideerde methode;
f. Voor het betreden van de werkruimte vindt een volledige kledingwisseling plaats. De werkkleding bestaat uit laboratoriumkleding of een overall, in combinatie met laarzen of wegwerpschoenen. Na het verlaten van de werkruimte wordt deze kleding bewaard in een gesloten kast, die niet gebruikt mag worden voor het bewaren van eigen kleding, of wordt gedeponeerd in een container;
g. Een programma van noodmaatregelen is aanwezig. Dit bevat ook voorschriften hoe gehandeld wordt bij grote of ongebruikelijke verliezen;
tijdens werkzaamheden
h. De bemonstering van een fysisch inperkend systeem, de toevoeging van materiaal aan dit systeem en de overdracht van materiaal naar een ander systeem geschieden zodanig dat de vorming en verspreiding van aërosolen en de besmetting van externe oppervlakken worden vermeden;
i. Met uitzondering van het nemen van een monster wordt geen vloeistof aan een fysisch inperkend systeem onttrokken, tenzij de organismen verwijderd of gedood zijn door middel van een voor de gastheer gevalideerde methode;
j. De analyse van monsters geschiedt in een ruimte die de voor het genetisch gemodificeerd organisme vereiste fysische inperking bezit;
k. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
beëindigen werkzaamheden
l. Bij het verlaten van de werkruimte wordt gedoucht;
m. Na beëindiging van de werkzaamheden bij het fysisch inperkende systeem worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
n. Lozing van de inhoud van het fysisch inperkende systeem geschiedt nadat de eventueel aanwezige genetisch gemodificeerde organismen volgens een gevalideerde methode zijn geïnactiveerd;
o. Het afvalwater is volgens een gevalideerde methode geïnactiveerd alvorens het wordt geloosd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.3 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied › 9.3.1 — De AP-I apparatuurruimte › 9.3.1.1 — Inrichtingsvoorschriften AP-I
9.3.1.1 — Inrichtingsvoorschriften AP-I
ruimte
a. De werkruimte is onderdeel van laboratoria, dierverblijven, opslagruimten, kassen of installaties voor productieprocessen, die bestemd zijn voor research, onderzoek, ontwikkeling, onderwijs, diagnostiek, opslag of productie omgeving (niet-industriële doeleinden);
b. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken zijn afgewerkt met niet absorberend materiaal;
c. De werkruimte wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een AP-I ruimte gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
uitrusting
d. Een autoclaaf is aanwezig op de locatie;
overig
e. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.3 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied › 9.3.1 — De AP-I apparatuurruimte › 9.3.1.2 — Werkvoorschriften AP-I
9.3.1.2 — Werkvoorschriften AP-I
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. De werkruimte is beperkt toegankelijk;
c. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
d. Ongedierte is niet aanwezig;
e. Na besmetting worden besmette oppervlakken of ander besmet materiaal direct gedesinfecteerd;
f. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, zijn buiten de werkruimte opgeborgen;
g. Bij werkzaamheden met niet-genetisch gemodificeerde organismen worden de AP-I werkvoorschriften in acht genomen;
h. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen indien de werkruimte niet wordt gebruikt voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
afval en besmet materiaal
i. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval is geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
j. Het is toegestaan afval dat genetisch gemodificeerde organismen afkomstig van AP-I bevat op te slaan in ODG, met inachtneming van de werkvoorschriften voor het inperkingsniveau waarbinnen het afval is geproduceerd.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.3 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied › 9.3.1 — De AP-I apparatuurruimte › 9.3.1.3 — Aanvullende voorschriften voor specifieke gevallen › 9.3.1.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen vervaardigd op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I in gesloten eenheden
9.3.1.3.1 — Voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen vervaardigd op ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I in gesloten eenheden
a. De genetisch gemodificeerd organismen worden vooraf in een ML-I, D-I, PL-I, PC-I, PKa-I dan wel PKb-I werkruimte in een gesloten eenheid gebracht;
b. De eenheid wordt niet geopend;
c. De genetisch gemodificeerd organismen worden na afloop van de werkzaamheden in de gesloten eenheid in een afvalcontainer gedaan of teruggebracht naar het inperkingsniveau waar ze in de gesloten eenheid zijn gebracht.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.3 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied › 9.3.2 — Het overig deel ggo-gebied ODG › 9.3.2.1 — Inrichtingsvoorschriften ODG
9.3.2.1 — Inrichtingsvoorschriften ODG
ruimte
a. De ruimte is onderdeel van een instelling met laboratoria, dierverblijven, opslagruimten, kassen of installaties voor productieprocessen, die bestemd zijn voor research, onderzoek, ontwikkeling, onderwijs, diagnostiek, opslag of productie omgeving (niet-industriële doeleinden);
b. De ruimte bestaat uit een permanente structuur;
c. In de ruimte zijn de telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijke persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris, die bij storing of andere incidenten benaderd kunnen worden, op inzichtelijke wijze kenbaar gemaakt;
uitrusting
d. Een voorziening waarmee genetisch gemodificeerd organismen worden afgedood is aanwezig binnen de instelling;
overig
e. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.3 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor activiteiten in apparatuurruimte en overig deel ggo-gebied › 9.3.2 — Het overig deel ggo-gebied ODG › 9.3.2.2 — Werkvoorschriften ODG
9.3.2.2 — Werkvoorschriften ODG
algemeen
a. De ruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. De ruimte is beperkt toegankelijk;
c. Na besmetting worden besmette oppervlakken of ander besmet materiaal direct gedesinfecteerd.
opslag van genetisch gemodificeerde organismenafkomstig van inperkingsniveau I of II
d. De opslag van genetisch gemodificeerde organismen vindt uitsluitend plaats in de daartoe bestemde ruimtes;
e. Het opslaan betreft uitsluitend genetisch gemodificeerde organismen die gehanteerd mogen worden op inperkingsniveau I of II;
f. De genetisch gemodificeerde organismen worden opgeslagen in een afgesloten bewaarplaats onder omstandigheden waarin geen vermenigvuldiging of overdracht van genetisch materiaal kan plaatsvinden;
g. Genetisch gemodificeerde micro-organismen worden verpakt in een gesloten breukvrije, lekdichte, dubbele houder;
h. De buitenste houder waarin de genetisch gemodificeerde micro-organismen zijn verpakt is als eenheid duidelijk herkenbaar door labeling met het opschrift genetisch gemodificeerd micro-organisme en voor micro-organismen die zijn ingeschaald op ML-II tevens een biorisico-teken. Indien in dezelfde bewaarplaats ook niet-genetisch gemodificeerde micro-organismen worden opgeslagen, dan worden deze gescheiden verpakt;
i. Pollen worden verpakt in een pollendichte afgesloten houder;
j. Zaden worden verpakt in een zaaddichte afgesloten houder;
k. Knollen en andere plantaardige overlevingsstructuren, uitgezonderd pollen en zaden, worden verpakt in een scheurvaste zak of breukvaste houder. Eventuele ventilatieopeningen dienen zodanig geconstrueerd of afgeschermd te zijn dat daaruit geen knollen of andere overlevingsstructuren kunnen vrijkomen.
opslag van afval dat genetisch gemodificeerde organismen afkomstig van inperkingsniveau I of II bevat of kan bevatten
l. Het opslaan van afval dat genetisch gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten geschiedt uitsluitend in een aparte daartoe bestemde ruimte die voor onbevoegden ontoegankelijk is;
m. In afwachting van inactivatie binnen de instelling of vervoer naar een afvalverbrandingsinstallatie wordt afval afkomstig uit ML-I en ML-II opgeslagen onder de volgende voorschriften:
i. Het opslaan geschiedt in gesloten, breukvaste, lekdichte containers of in een gelijkwaardige verpakking. De containers worden direct na het sluiten uitwendig ontsmet;
ii. Opslaan van afval geschiedt:
– maximaal 2 maanden, bij een maximale temperatuur van 4°C;
– maximaal 2 weken, bij een maximale temperatuur van 20°C;
– maximaal 1 week, indien de temperatuur in de opslagruimte boven de 20°C kan komen;
iii. Gegevens met betrekking tot herkomst, aard en omvang van het afval en de datum waarop het afval oorspronkelijk is opgeslagen, worden bijgehouden in een logboek dat ter beschikking wordt gehouden van de biologischeveiligheidsfunctionaris en toezichthoudende ambtenaren.
n. In afwachting van inactivatie binnen de instelling of vervoer naar een afvalverbrandingsinstallatie wordt afval dat reproductieve plantendelen bevat of kan bevatten afkomstig uit PL, PC-I, PKa-I en PKb-I opgeslagen onder de volgende voorschriften:
i. Het opslaan geschiedt in gesloten vaten. Verontreinigingen met repoductieve plantendelen worden verwijderd van de buitenzijde van de containers;
ii. Opslaan van afval geschiedt voor maximaal 6 maanden, bij omgevingstemperatuur;
iii. Gegevens met betrekking tot herkomst, aard en omvang van het afval en de datum waarop het afval oorspronkelijk is opgeslagen, worden bijgehouden in een logboek dat ter beschikking wordt gehouden van de biologischeveiligheidsfunctionaris en toezichthoudende ambtenaren.
o. In afwachting van inactivatie binnen de instelling of vervoer naar een afvalverbrandingsinstallatie wordt afval afkomstig uit PCM- en PKM-werkruimten, waarin planten in associatie met micro-organismen afkomstig van ML-I en ML-II gehanteerd worden, opgeslagen onder de volgende voorschriften:
i. Het opslaan geschiedt in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. De containers worden direct na het sluiten uitwendig ontsmet;
ii. Opslaan van afval geschiedt:
– maximaal 2 maanden, bij een maximale temperatuur van 4°C;
– maximaal 2 weken, bij een maximale temperatuur van 20°C;
– maximaal 1 week, indien de temperatuur in de opslagruimte boven de 20°C kan komen;
iii. Gegevens met betrekking tot herkomst, aard en omvang van het afval en de datum waarop het afval oorspronkelijk is opgeslagen, worden bijgehouden in een logboek dat ter beschikking wordt gehouden van de biologischeveiligheidsfunctionaris en toezichthoudende ambtenaren.
p. In afwachting van inactivatie binnen de instelling of vervoer naar een afvalverbrandingsinstallatie wordt afval, afkomstig uit DM-werkruimten waarin dieren in associatie met micro-organismen afkomstig van ML-I en ML-II gehanteerd worden, opgeslagen onder de volgende voorschriften:
i. Het opslaan geschiedt in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. De containers worden direct na het sluiten uitwendig ontsmet;
ii. Opslaan van afval geschiedt:
– maximaal 2 maanden, bij een maximale temperatuur van -18°C;
– maximaal 1 week, bij een maximale temperatuur van 4°C;
iii. Gegevens met betrekking tot herkomst, aard en omvang van het afval en de datum waarop het afval oorspronkelijk is opgeslagen, worden bijgehouden in een logboek dat ter beschikking wordt gehouden van de biologischeveiligheidsfunctionaris en toezichthoudende ambtenaren.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.4 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 9.4.1 — De S-I ruimte › 9.4.1.1 — Inrichtingsvoorschriften S-I
9.4.1.1 — Inrichtingsvoorschriften S-I
ruimte
a. De werkruimte bestaat uit een permanente structuur, waarvan de werkoppervlakken, vloeren, wanden en deuren zijn afgewerkt met niet-absorberend materiaal, en waarvan de werkoppervlakken bestand zijn tegen water, zuren, basen, oplosmiddelen, desinfectiemiddelen en ontsmettingsreagentia en gemakkelijk zijn schoon te maken;
b. De werkruimte wordt betreden via een deur die is voorzien van:
i. een aanduiding dat het om een S-I ruimte gaat, en
ii. namen en telefoonnummers van tenminste één voor de ruimte verantwoordelijk persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris;
uitrusting
c. Een voorziening waarmee genetisch gemodificeerd organismen worden afgedood is aanwezig binnen de instelling;
d. Een wastafel en een dispenser voorzien van zeep of een voorziening waarmee de handen met een gevalideerde methoden ontsmet kunnen worden, is aanwezig in de werkruimte;
e. In de werkruimte is een kapstok voor werkkleding aanwezig;
overig
f. Apparatuur is in deugdelijke staat.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.4 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 9.4.1 — De S-I ruimte › 9.4.1.2 — Werkvoorschriften S-I
9.4.1.2 — Werkvoorschriften S-I
algemeen
a. De werkruimte wordt schoon en netjes gehouden;
b. De werkruimte is beperkt toegankelijk;
c. Eten, drinken, roken, het aanwezig zijn van eet- of drinkgerei, het opslaan van voedsel en dranken, het aanbrengen van cosmetica en contactlenzen in de werkruimte zijn verboden en verder hand-gezicht contact wordt vermeden;
d. Pipetteren met de mond is verboden;
e. Ongedierte is niet aanwezig;
f. Na besmetting worden besmette oppervlakken direct gedesinfecteerd;
g. Door morsen of ongevallen met genetisch gemodificeerde organismen besmette kleding is voor het wassen gesteriliseerd of gedesinfecteerd;
h. Persoonlijke bezittingen waaronder kleding die niet gedragen wordt, is buiten de werkruimte opgeborgen;
i. Bij werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen worden de S-I werkvoorschriften in acht genomen;
j. Na schriftelijke toestemming van de biologischeveiligheidsfunctionaris mag de werkruimte worden gebruikt voor werkzaamheden met niet genetisch gemodificeerde organismen indien de werkruimte niet wordt gebruikt voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen. Dit is op de toegangsdeur aangegeven. De betrokken medewerkers worden hierover vooraf geïnformeerd;
tijdens werkzaamheden
k. Tijdens de werkzaamheden zijn de deuren en de ramen van de werkruimte gesloten;
l. Bij alle werkzaamheden wordt het ontstaan en de verspreiding van aërosolen vermeden;
m. Het dragen van polshorloges en sieraden aan armen en handen is verboden;
n. Passende beschermende kleding wordt gedragen. Deze kleding wordt na afloop van de werkzaamheden in de werkruimte achtergelaten;
beëindigen werkzaamheden
o. De werkoppervlakken worden gedesinfecteerd aan het eind van de werkzaamheden en aan het einde van iedere werkdag;
p. Bij het verlaten van de werkruimte worden de handen gewassen met zeep of ontsmet met een gevalideerde methode;
afval en besmet materiaal
q. Al het biologisch afval wordt verzameld in breukvaste, lekdichte containers die gesloten kunnen worden of in een gelijkwaardige verpakking. Het afval wordt geïnactiveerd voordat het de instelling verlaat of wordt ter onmiddellijke verbranding aangeboden aan een afvalverbrandingsinstallatie;
r. Materiaal dat in aanraking is geweest met genetisch gemodificeerde organismen is geïnactiveerd of gedesinfecteerd voordat het wordt gewassen, hergebruikt of als afval afgevoerd;
overig
s. De te kweken cultuurvloeistof bedraagt maximaal 10 liter.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.4 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 9.4.2 — De TR-I ruimte › 9.4.2.1 — Inrichtingsvoorschriften TR-I
9.4.2.1 — Inrichtingsvoorschriften TR-I
ruimte
a. De ruimte bestaat uit een permanente structuur;
b. De ruimte wordt betreden via een afsluitbare deur;
c. In de ruimte is een overzicht aanwezig van de namen en telefoonnummers van ten minste één voor de ruimte verantwoordelijke persoon en van de biologischeveiligheidsfunctionaris.
Bijlage 9 — behorende bij artikel 5 en artikel 24 van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften verbonden aan de categorieën van fysische inperking en het ODG › 9.4 — Fysische inperking, werkvoorschriften en procedures voor overige activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen › 9.4.2 — De TR-I ruimte › 9.4.2.2 — Werkvoorschriften TR-I
9.4.2.2 — Werkvoorschriften TR-I
algemeen
a. In de ruimte is toezicht tijdens openingstijden wanneer daarin bezoekers aanwezig zijn. Buiten openingstijden is de ruimte afgesloten;
b. De genetisch gemodificeerde organismen worden gehouden in een gesloten dubbele breukvaste, lekdichte inperking die niet door het publiek kan worden geopend;
c. De dubbele inperking waarin de genetisch gemodificeerde organismen worden gehouden, wordt binnen de TR-ruimte niet geopend.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend
Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend
In deze bijlage wordt verstaan onder:
AAV: Adeno-associated dependoparvovirus A of B;
HIV: humaan immunodeficiëntievirus;
levensvatbare delen: plantendelen die zonder tussenkomst van de mens aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van een nieuw individu of nieuwe individuen;
logboek: logboek, bedoeld in artikel 28, derde lid, van deze regeling;
perceel: grondstuk dat is begrensd door wegen, wateren, dijken, permanente afrastering of bebouwing;
proefobject: grondstuk waarop de in de aanvraag om een vergunning omschreven planten worden gezaaid, geplant of ondergewerkt en dat wordt begrensd door de plaatsing van de in die aanvraag beschreven planten, daaronder mede begrepen niet-genetisch gemodificeerde planten die deel uitmaken van de proef.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A
Deel A
Deel A van deze bijlage is ingevolge artikel 39, eerste en tweede lid, van deze regeling van toepassing op veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelzetmeelrassen met een amylosevrij fenotype dat het gevolg is van de aanwezigheid in de aardappelplant van één of meer van de in artikel 39, eerste lid, onder a tot en met d, van deze regeling aangegeven sequenties, met een totale omvang van ten hoogste 10 hectare per jaar, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens § 3.3.2 van het Besluit.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:1 — Plaats van de veldproef
Artikel A:1 — Plaats van de veldproef
1. De veldproef wordt uitsluitend uitgevoerd op percelen met een land- of tuinbouwbestemming die bij de aanvraag om de vergunning zijn aangegeven.
2. Onder ‘percelen met een land- of tuinbouwbestemming’ worden ook begrepen percelen die bestemd zijn voor het doen van onderzoek voor wetenschappelijke dan wel veredelingsdoeleinden.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:2 — Zeggenschap over de veldproef
Artikel A:2 — Zeggenschap over de veldproef
1. De vergunninghouder verzekert zich van de volledige zeggenschap over de veldproef.
2. Voor aanvang van de veldproef wordt in het logboek vastgelegd op welke wijze de zeggenschap wordt gegarandeerd.
3. Het proefobject is tijdens de veldproef duidelijk onderscheidbaar van de rest van de percelen.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:3 — Toegankelijkheid van percelen
Artikel A:3 — Toegankelijkheid van percelen
1. De toegang tot de voor de veldproef gebruikte percelen is verboden voor onbevoegden tijdens de werkzaamheden. Hiertoe is in ieder geval bij elke toegang tot die percelen een duidelijk leesbaar bord geplaatst met de tekst ‘verboden toegang voor onbevoegden’.
2. Waar het bord met de tekst ‘verboden toegang voor onbevoegden’ is geplaatst, wordt een telefoonnummer aangegeven waar nadere informatie kan worden verkregen betreffende de veldproef.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:4 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
Artikel A:4 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
1. De vergunninghouder stelt voor de aanvang van de veldproef een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden op en zendt deze aangetekend aan de Minister.
2. Indien bij het opstellen van de beschrijving niet bekend is waar binnen de percelen het proefproject zal worden gesitueerd en hoeveel planten geplant zullen worden, wordt deze informatie uiterlijk één week na planten of zaaien als een aanvulling op de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden aangetekend gezonden aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:5 — Aanvang van de veldproef
Artikel A:5 — Aanvang van de veldproef
Jaarlijks mag de veldproef uitsluitend doorgang vinden:
a. nadat aan de Minister het verslag, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van deze regeling, over het voorafgaande kalenderjaar is gezonden, tenzij de werkzaamheden voor de eerste keer worden uitgevoerd, en
b. voor zover die veldproef is beschreven in een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden en er minstens 15 dagen zijn verstreken nadat die beschrijving conform artikel A:4, eerste lid, aan de Minister is gezonden dan wel zodra de Minister de ontvangst van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden schriftelijk heeft bevestigd.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:6 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel A:6 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
1. Niet-genetisch gemodificeerde planten binnen een proefobject worden op dezelfde wijze behandeld als de genetisch gemodificeerde planten.
2. Het oogsten van materiaal van de proefobjecten geschiedt op zodanige wijze dat geen verwisseling van genetisch gemodificeerde planten en niet-genetisch gemodificeerde planten kan plaatsvinden.
3. Verwerking van de genetisch gemodificeerde aardappelen tot producten die geen levensvatbare genetisch gemodificeerde plantendelen bevatten, geschiedt op zodanige wijze dat tijdens die verwerking geen ongecontroleerde verspreiding van levensvatbare genetisch gemodificeerde plantendelen plaatsvindt.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:7 — Opslag van levensvatbaar materiaal
Artikel A:7 — Opslag van levensvatbaar materiaal
Van de proefobjecten afkomstig levensvatbaar genetisch gemodificeerd materiaal wordt gescheiden van overige producten opgeslagen in een voor onbevoegden ontoegankelijke ruimte.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:8 — Afvalverwerking
Artikel A:8 — Afvalverwerking
1. Van het proefobject afkomstig afval van genetisch gemodificeerde planten wordt op één van de onderstaande wijzen verwerkt:
a. doden en vervolgens onderwerken of verbranden op het proefobject;
b. vernietigen door middel van autoklaveren;
c. afvoeren naar een afvalverbrandingsinstallatie voor de verbranding van bedrijfsafvalstoffen en daar ter onmiddellijke verbranding aanbieden;
d. conform het bepaalde hieromtrent in de aanvraag, voor zover het desbetreffende gedeelte van de aanvraag deel uitmaakt van de vergunning.
2. Indien genetisch gemodificeerd materiaal aan een derde ter beschikking wordt gesteld ter afvalverwerking, laat de vergunninghouder de ontvanger schriftelijk verklaren dat deze weet dat het genetisch gemodificeerd materiaal betreft, en vraagt hij de ontvanger om de schriftelijke bewijzen van vernietiging. Afschriften van die verklaringen en bewijzen worden bij het logboek bewaard.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:9 — Controle
Artikel A:9 — Controle
1. Gedurende het uitvoeren van de veldproef controleert de vergunninghouder regelmatig en doelmatig op afwijkingen ten opzichte van de gegevens in de onderliggende aanvraag om de vergunning.
2. Geconstateerde afwijkingen worden genoteerd in het logboek. Afwijkingen, die van invloed kunnen zijn op de risico's voor mens en milieu, worden door de vergunninghouder onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
3. De telefonische en schriftelijke melding van afwijkingen, bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:10 — Incidenten
Artikel A:10 — Incidenten
1. Ieder incident dat de veldproef betreft, wordt onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
2. Artikel A:9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel A › Artikel A:11 — Verbod op consumptie en in handel brengen
Artikel A:11 — Verbod op consumptie en in handel brengen
De gebruikte planten, plantendelen, zaden van die planten, of producten afgeleid van die planten, worden niet voor menselijke of dierlijke consumptie aangewend.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B
Deel B
Deel B van deze bijlage is ingevolge artikel 39a van deze regeling van toepassing op klinische studies met genetisch gemodificeerde virale vectoren afgeleid van Adeno-associated dependoparvovirus A of B zonder schadelijke sequenties, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens paragraaf 3.3.2 van het Besluit.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:1 — Looptijd vergunning
Artikel B:1 — Looptijd vergunning
De vergunning vervalt na 10 jaar.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:2 — Zeggenschap over de klinische studie
Artikel B:2 — Zeggenschap over de klinische studie
De vergunninghouder verzekert zich tijdens de uitvoering van de werkzaamheden van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
Artikel B:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
De vergunninghouder zendt voor de aanvang van de werkzaamheden een beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden aangetekend aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:4 — Aanvang van de klinische studie
Artikel B:4 — Aanvang van de klinische studie
De klinische studie vindt uitsluitend doorgang voor zover die is opgenomen in een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in artikel B:3 en voor zover er minstens 15 dagen zijn verstreken na verzending van die beschrijving conform artikel B:3 aan de Minister of zodra de ontvangst van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden schriftelijk is bevestigd.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel B:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
1. De genetisch gemodificeerde AAV partikels zijn geproduceerd onder (current) Good Manufacturing Practice (GMP) dan wel onder de principes van (current) GMP.
2. Er is geen infectieus helpervirus aanwezig in het medisch product dat aan de proefpersoon wordt toegediend.
3. Preparatie en toediening van de genetisch gemodificeerde AAV vector vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
4. Afnemen van monsters van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde AAV vector kunnen bevatten en verwerking van die monsters vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
5. Niet wegwerpbare materialen worden gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans, dan wel geautoclaveerd.
6. In geval van morsen worden besmette oppervlakken gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:6 — Opslag
Artikel B:6 — Opslag
1. De genetisch gemodificeerde AAV vector wordt opgeslagen in een gesloten, breukvaste, lekdichte dubbele houder in een ruimte met beperkte toegang.
2. Monsters afkomstig van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde AAV vector kunnen bevatten, worden opgeslagen conform de opslag van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:7 — Transport
Artikel B:7 — Transport
1. Intern transport van de genetisch gemodificeerde AAV vector vindt plaats in een gesloten, breukvaste, lekdichte verpakking.
2. Intern transport van monsters afkomstig van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde AAV vector kunnen bevatten, vindt plaats conform het transport van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:8 — Afvalverwerking
Artikel B:8 — Afvalverwerking
1. Afval dat de genetisch gemodificeerde AAV vector bevat dan wel in aanraking is geweest met de genetisch gemodificeerde AAV vector gedurende preparatie en toediening, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
2. Afval van monsters, van monsterafname en van verwerking van monsters afkomstig van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde AAV vector kunnen bevatten, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:9 — Rapportage
Artikel B:9 — Rapportage
De vergunninghouder zendt jaarlijks een verslag van verrichte werkzaamheden aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel B › Artikel B:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
Artikel B:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
1. Gedurende het uitvoeren van de werkzaamheden wordt regelmatig en doelmatig gecontroleerd op afwijkingen ten opzichte van de gegevens in de onderliggende aanvraag. Deze afwijkingen worden genoteerd in het logboek.
2. Afwijkingen die van invloed kunnen zijn op de risico's voor mens en milieu worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
3. Incidenten worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
4. De telefonische en schriftelijke melding van een afwijking of een incident, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C
Deel C
Deel C van deze bijlage is ingevolge artikel 39b van deze regeling van toepassing op klinische studies met humane cellen genetisch gemodificeerd met virale vectoren afgeleid van muizen gamma-retrovirussen dan wel humaan immunodeficiëntievirus (HIV), waarbij er geen risico is op de vorming van replicatiecompetent virus en waarbij residuele infectieuze retrovirale of lentivirale partikels afwezig zijn, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens paragraaf 3.3.2 van het Besluit.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:1 — Looptijd vergunning
Artikel C:1 — Looptijd vergunning
De vergunning vervalt na 10 jaar.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:2 — Zeggenschap over de klinische studie
Artikel C:2 — Zeggenschap over de klinische studie
De vergunninghouder verzekert zich tijdens de uitvoering van de werkzaamheden van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
Artikel C:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
De vergunninghouder zendt voor de aanvang van de werkzaamheden een beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden aangetekend aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:4 — Aanvang van de klinische studie
Artikel C:4 — Aanvang van de klinische studie
De klinische studie vindt uitsluitend doorgang voor zover die is opgenomen in een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in artikel C:3 en voor zover er minstens 15 dagen zijn verstreken na verzending van die beschrijving conform artikel C:3 aan de Minister of zodra de ontvangst van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden schriftelijk is bevestigd.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel C:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
1. De genetisch gemodificeerde retrovirale dan wel lentivirale partikels en de genetisch gemodificeerde humane cellen zijn geproduceerd onder (current) Good Manufacturing Practice (GMP) dan wel onder de principes van (current) GMP.
2. Vervallen.
3. De gebruikte productiecellen zijn vrij van HIV-1, HIV-2, HTLV-1, HTLV-2, en andere relevante retrovirussen en lentivirussen die kunnen leiden tot complementatie dan wel recombinatie van de retrovirale dan wel lentivirale vector.
4. De LTR’s in het virale vectorgenoom zijn zelf-inactiverend (SIN) voor studies waarbij lentivirale vectoren worden toegepast.
5. Het gebruikte transgen codeert niet voor sequenties die in staat zijn de replicatiedeficiënte retro- of lentivirale vector te complementeren.
6. Er is geen replicatiecompetent retrovirus dan wel replicatiecompetent lentivirus aanwezig in het medisch product dat aan de proefpersoon wordt toegediend.
7. Er zijn geen residuele infectieuze retrovirale dan wel lentivirale partikels aanwezig in het medisch product dat aan de proefpersoon wordt toegediend.
8. Preparatie en toediening van de genetisch gemodificeerde humane cellen vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
9. Afnemen van monsters van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde humane cellen kunnen bevatten en verwerking van die monsters vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
10. Monsters afkomstig van proefpersonen uit studies waarbij humane cellen getransduceerd met retrovirale vectoren worden toegepast, die de genetisch gemodificeerde humane cellen kunnen bevatten, worden niet in kweek gebracht.
11. Niet wegwerpbare materialen worden gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans, dan wel geautoclaveerd.
12. In geval van morsen worden besmette oppervlakken gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:6 — Opslag
Artikel C:6 — Opslag
1. De genetisch gemodificeerde humane cellen worden opgeslagen in een gesloten, breukvaste, lekdichte dubbele houder in een ruimte met beperkte toegang.
2. Monsters afkomstig van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde humane cellen kunnen bevatten, worden opgeslagen conform de opslag van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:7 — Transport
Artikel C:7 — Transport
1. Intern transport van de genetisch gemodificeerde humane cellen vindt plaats in een gesloten, breukvaste, lekdichte verpakking.
2. Intern transport van monsters afkomstig van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde humane cellen kunnen bevatten, vindt plaats conform het transport van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:8 — Afvalverwerking
Artikel C:8 — Afvalverwerking
1. Afval dat de genetisch gemodificeerde humane cellen bevat dan wel in aanraking is geweest met de genetisch gemodificeerde humane cellen gedurende preparatie en toediening, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
2. Afval van monsters, van monsterafname en van verwerking van monsters afkomstig van de proefpersonen die de genetisch gemodificeerde humane cellen kunnen bevatten, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:9 — Rapportage
Artikel C:9 — Rapportage
De vergunninghouder zendt jaarlijks een verslag van verrichte werkzaamheden aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel C › Artikel C:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
Artikel C:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
1. Gedurende het uitvoeren van de werkzaamheden wordt regelmatig en doelmatig gecontroleerd op afwijkingen ten opzichte van de gegevens in de onderliggende aanvraag. Deze afwijkingen worden genoteerd in het logboek.
2. Afwijkingen die van invloed kunnen zijn op de risico's voor mens en milieu worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
3. Incidenten worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
4. De telefonische en schriftelijke melding van een afwijking of een incident, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D
Deel D
Deel D van deze bijlage is ingevolge artikel 39c van deze regeling van toepassing op klinische studies met humane cellen, genetisch gemodificeerd met virale vectoren afgeleid van humaan immunodeficiëntievirus (HIV) 1 en gepseudotypeerd met Vesicular stomatitis virus glycoproteïne (VSV-G), waarbij er geen risico bestaat op de vorming van replicatiecompetent virus en waarbij residuele infectieuze SIN lentivirale partikels in het medisch product aanwezig kunnen zijn, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens paragraaf 3.3.2 van het Besluit.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:1 — Looptijd vergunning
Artikel D:1 — Looptijd vergunning
De vergunning vervalt na 10 jaar.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:2 — Zeggenschap over de klinische studie
Artikel D:2 — Zeggenschap over de klinische studie
De vergunninghouder verzekert zich tijdens de uitvoering van de werkzaamheden van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
Artikel D:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
De vergunninghouder zendt voor de aanvang van de werkzaamheden een beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden aangetekend aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:4 — Aanvang van de klinische studie
Artikel D:4 — Aanvang van de klinische studie
De klinische studie vindt uitsluitend doorgang voor zover die is opgenomen in een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in artikel D:3 en voor zover er minstens 15 dagen zijn verstreken na verzending van die beschrijving conform artikel D:3 aan de Minister of zodra de ontvangst van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden schriftelijk is bevestigd.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel D:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
1. De genetisch gemodificeerde lentivirale partikels en de genetisch gemodificeerde humane cellen zijn geproduceerd onder (current) Good Manufacturing Practice (GMP) dan wel onder de principes van (current) GMP.
2. De gebruikte productiecellen zijn vrij van HIV-1, HIV-2, HTLV-1, HTLV-2, en andere relevante lentivirussen die kunnen leiden tot complementatie van dan wel recombinatie van de lentivirale vector.
3. De gebruikte virale vector is een derde generatie lentivirale vector gebaseerd op HIV-1. De LTR’s in het virale vectorgenoom zijn zelf-inactiverend (SIN).
4. Het gebruikte transgen codeert niet voor sequenties die in staat zijn de replicatiedeficiënte lentivirale vector te complementeren. De expressiecassette bevat geen schadelijke sequenties.
5. Er is geen replicatiecompetent lentivirus aanwezig in het medisch product, bedoeld in artikel 39c, dat aan de proefpersoon wordt toegediend. In het medisch product zijn maximaal 1*1012 virusdeeltjes aanwezig.
6. Preparatie en toediening van het medisch product, bedoeld in artikel 39c, vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
7. Afnemen van monsters van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39c, kunnen bevatten en verwerking van die monsters vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
8. Niet wegwerpbare materialen worden gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans, dan wel geautoclaveerd.
9. In geval van morsen worden besmette oppervlakken gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans.
10. Na toediening van het medisch product, bedoeld in artikel 39c, blijft de proefpersoon minimaal 16 uur in het ziekenhuis opgenomen, zodat de standaard ziekenhuishygiënische maatregelen in acht genomen kunnen worden.
11. Na toediening van het medisch product, bedoeld in artikel 39c, wordt de infuusinsteekplaats met een adequate methode gedesinfecteerd om resterende virusdeeltjes te inactiveren, en worden standaard ziekenhuishygiënische maatregelen tijdens de verzorging van de proefpersoon in acht genomen.
12. Proefpersoon, medisch personeel en bezoekers worden voorgelicht hoe de eerste 16 uur na toediening van het medisch product, bedoeld in artikel 39c, met wondverzorging en besmet materiaal moet worden omgegaan.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:6 — Opslag
Artikel D:6 — Opslag
1. Het medisch product, bedoeld in artikel 39c, wordt opgeslagen in een gesloten, breukvaste, lekdichte dubbele houder in een ruimte met beperkte toegang.
2. Monsters afkomstig van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39c, kunnen bevatten, worden opgeslagen conform de opslag van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:7 — Transport
Artikel D:7 — Transport
1. Intern transport van het medisch product, bedoeld in artikel 39c, vindt plaats in een gesloten, breukvaste, lekdichte verpakking.
2. Intern transport van monsters afkomstig van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39c, kunnen bevatten, vindt plaats conform het transport van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:8 — Afvalverwerking
Artikel D:8 — Afvalverwerking
1. Afval dat het medisch product, bedoeld in artikel 39c, bevat dan wel in aanraking is geweest met dat medisch product gedurende preparatie en toediening, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
2. Afval van monsters, van monsterafname en van verwerking van monsters afkomstig van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39c, kunnen bevatten, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:9 — Rapportage
Artikel D:9 — Rapportage
De vergunninghouder zendt jaarlijks een verslag van verrichte werkzaamheden aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel D › Artikel D:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
Artikel D:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
1. Gedurende het uitvoeren van de werkzaamheden wordt regelmatig en doelmatig gecontroleerd op afwijkingen ten opzichte van de gegevens in de onderliggende aanvraag. Deze afwijkingen worden genoteerd in het logboek.
2. Afwijkingen die van invloed kunnen zijn op de risico's voor mens en milieu worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
3. Incidenten worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
4. De telefonische en schriftelijke melding van een afwijking of een incident, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E
Deel E
Deel E van deze bijlage is ingevolge artikel 39d van deze regeling van toepassing op klinische studies met humane cellen genetisch gemodificeerd met virale vectoren afgeleid van Adeno-associated dependoparvovirus A of B zonder schadelijke sequenties, waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend krachtens paragraaf 3.3.2 van het Besluit.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:1 — Looptijd vergunning
Artikel E:1 — Looptijd vergunning
De vergunning vervalt na 10 jaar.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:2 — Zeggenschap over de klinische studie
Artikel E:2 — Zeggenschap over de klinische studie
De vergunninghouder verzekert zich tijdens de uitvoering van de werkzaamheden van de volledige zeggenschap over de werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
Artikel E:3 — Beschrijving van voorgenomen werkzaamheden
De vergunninghouder zendt voor de aanvang van de werkzaamheden een beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden aangetekend aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:4 — Aanvang van de klinische studie
Artikel E:4 — Aanvang van de klinische studie
De klinische studie vindt uitsluitend doorgang voor zover die is opgenomen in een beschrijving van voorgenomen werkzaamheden als bedoeld in artikel E:3 en voor zover er minstens 15 dagen zijn verstreken na verzending van die beschrijving conform artikel E:3 aan de Minister of zodra de ontvangst van de beschrijving van voorgenomen werkzaamheden schriftelijk is bevestigd.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
Artikel E:5 — Voorkomen van vermenging en verspreiding
1. De genetisch gemodificeerde AAV partikels en de genetisch gemodificeerde humane cellen zijn geproduceerd onder (current) Good Manufacturing Practice (GMP) dan wel onder de principes van (current) GMP.
2. Er is geen infectieus helpervirus aanwezig in het medisch product, bedoeld in artikel 39d, dat aan de proefpersoon wordt toegediend.
3. Preparatie en toediening van het medisch product, bedoeld in artikel 39d, vindt plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
4. Afnemen van monsters van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39d, kunnen bevatten en verwerking van die monsters vinden plaats conform standaard ziekenhuishygiënische maatregelen.
5. Niet wegwerpbare materialen worden gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans, dan wel geautoclaveerd.
6. In geval van morsen worden besmette oppervlakken gedesinfecteerd met een geschikt gevalideerd desinfectans.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:6 — Opslag
Artikel E:6 — Opslag
1. Het medisch product, bedoeld in artikel 39d, wordt opgeslagen in een gesloten, breukvaste, lekdichte dubbele houder in een ruimte met beperkte toegang.
2. Monsters afkomstig van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39d, kunnen bevatten, worden opgeslagen conform de opslag van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:7 — Transport
Artikel E:7 — Transport
1. Intern transport van het medisch product, bedoeld in artikel 39d, vindt plaats in een gesloten, breukvaste, lekdichte verpakking.
2. Intern transport van monsters afkomstig van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39d, kunnen bevatten, vindt plaats conform het transport van reguliere patiëntenmonsters.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:8 — Afvalverwerking
Artikel E:8 — Afvalverwerking
1. Afval dat het medisch product, bedoeld in artikel 39d, bevat dan wel in aanraking is geweest met dat medisch product gedurende preparatie en toediening, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
2. Afval van monsters, van monsterafname en van verwerking van monsters afkomstig van de proefpersonen die het medisch product, bedoeld in artikel 39d, kunnen bevatten, wordt afgevoerd als specifiek ziekenhuisafval dan wel als afval dat ggo’s bevat.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:9 — Rapportage
Artikel E:9 — Rapportage
De vergunninghouder zendt jaarlijks een verslag van verrichte werkzaamheden aan de Minister.
Bijlage 10 — behorende bij de artikelen 41 tot en met 41d van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen waarvoor een vergunning onder vaste voorschriften is verleend › Deel E › Artikel E:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
Artikel E:10 — Controle, afwijkingen en incidenten
1. Gedurende het uitvoeren van de werkzaamheden wordt regelmatig en doelmatig gecontroleerd op afwijkingen ten opzichte van de gegevens in de onderliggende aanvraag. Deze afwijkingen worden genoteerd in het logboek.
2. Afwijkingen die van invloed kunnen zijn op de risico's voor mens en milieu worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
3. Incidenten worden onverwijld telefonisch en schriftelijk aan de Minister gemeld.
4. De telefonische en schriftelijke melding van een afwijking of een incident, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, wordt ingediend bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bijlage 11 — behorende bij artikel 15, onderdeel b, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Bijlage 11 — behorende bij artikel 15, onderdeel b, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
In onderstaande tabel zijn genetisch gemodificeerde organismen vermeld waarvan is bepaald dat zij voldoen aan de in bijlage 6 genoemde criteria voor inschaling in categorie S-I. In de tabel is aangegeven uit welke gastheer, vector en insertie(s) het betreffende genetisch gemodificeerde organisme is opgebouwd. De in deze tabel vermelde genetisch gemodificeerde organismen worden ingeschaald volgens artikel 5.8, onderdeel b, van bijlage 5.
Nr | Gastheer | Vector | Insertie(s)
1 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pGLO | n.v.t.
2 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GAPDH afkomstig van Brassica spp., Daucus carota, Salvia officinalis, Salvia elegans, Phaseolus vulgaris, Allium sativum, Allium cepa, Chichorium intybus, Ipomoea batatas, Saccharum officinarum, Zea mays, Avena sativa, Triticum aestivum, Capsicum spp., Begonia spp., Petunia spp., Petroselium crispum, Apium graveolens, Thymus vulgaris, Mentha spp en Arabidopsis thaliana.
3 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pJET1.2/blunt | GFP (Aequorea victoria)
4 | Escherichia coli K-12, stammen DH5α, DH10B, HB101, LE392 of TOP10 | pBAD18, pBluescript KS/SK +/-, pBluescript II KS/SK +/-, pBR327, pBR328, pDirect, pEMBL 8/9, pEMBL 18/19, pGFPuv, pGLO, pJET1.2, pJET1.2-blunt, pUC18/19, of pUC118/119 | geen inserties, of er wordt gebruik gemaakt van markergenen GFP en RFP en hiervan afgeleiden
Bijlage 12 — behorende bij artikel 49, eerste, tweede en vierde lid, van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 › Transponeringstabellen voor benamingen in besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid
Transponeringstabellen voor benamingen in besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid
Tabel 1 Wijziging van de aanduiding van bijlagen als gevolg van de uitvoering van richtlijn 98/81/EG
2 Wijziging van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen van 14 juli 2003, Stcrt. 2003, 139.
van 2003 en van de inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Bijlage volgens de besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid | Bijlage na de inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
De nummers verwijzen naar de bijlagen bij de Regeling genetisch gemodificeerde organismen, zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013, voor zover niet anders is aangegeven.
Bijlage 5.1 en 5.2 van de Regeling ingeperkt gebruik genetisch gemodificeerde organismen, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de intrekking van deze regeling bij besluit van 28 mei 1998 (Stcrt. 1998, 108). | 2, Combinatie A, respectievelijk lijst A1 en A2
1 | 2, Combinatie A, lijst A1
2 | 2, Combinatie A, lijst A2
4 | 9
5 | 5
7 | 9, onderdeel 9.3.2.2, algemene bepalingen en de bepalingen inzake de opslag van ggo’s
8 | 9, onderdeel 9.3.2.2, algemene bepalingen en de bepalingen inzake de opslag van ggo afval
9 | 1
Een verwijzing naar een categorie van fysische inperking, met een of meer bijbehorende onderdelen van bijlage 4 | Een verwijzing naar dezelfde categorie van fysische inperking, met het onderdeel of de daarbij behorende onderdelen van bijlage 9, waarbij tevens gelden:
– voor ML-I activiteiten met bioreactoren: de aanvullende voorschriften voor activiteiten met een bioreactor;
– voor PC-I activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens): de aanvullende voorschriften voor activiteiten met planten in associatie met genetisch gemodificeerd disarmed R. radiobacter (voorheen bekend als A.grobacterium tumefaciens);
– voor activiteiten op PCM-I, PCM-II, PKM-I dan wel PKM-II met genetisch gemodificeerde planten toegepast in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen: de aanvullende voorschriften voor de betreffende plantensoort zoals aangegeven in bijlage 7, en de aanvullende voorschriften voor planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen.
NB. In dit verband worden categorieën van fysische inperking die een gewijzigde benaming hebben gekregen, aangemerkt als ‘dezelfde categorie van fysische inperking’. Het betreft PK-I die Pka-I is geworden en PK-II die PKb-I is geworden.
Tabel 2 Wijziging van de aanduiding van categorieën van fysische inperking als gevolg van de uitvoering van richtlijn 98/81/EG en van de inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Categorie van fysische inperking volgens de besluiten als bedoeld in artikel 49, vierde lid | Categorie van fysische inperking na wijziging als gevolg van de inwerkingtreding van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013
Laboratoria | Laboratoria
PL | PL-I
VMT | ML-I
VPT | PL-I
C-I | ML-II
C-II | ML III
C-III | ML-IV
VMT, C-I, C-II, C-III: laboratoria bedoeld voor activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen. VPT, PL: laboratorium bedoeld voor activiteiten met niet bloeiende genetisch gemodificeerde planten.
Plantenkweekcellen | Plantenkweekcellen
PC-I Plantenkweekcel bedoeld voor handelingen met genetisch gemodificeerde planten. | PC-I
PC-II Plantenkweekcel bedoeld voor handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen. | Indien handelingen volgens de vergunning worden uitgevoerd met micro-organismen die onder laboratoriumomstandigheden op VMT niveau moeten worden gehanteerd, geldt: de handelingen dienen te worden uitgevoerd op PCM-I
Idem C-I: PCM-II
Idem C-II: PCM-III
Idem C-III: PCM-IV
Uitzonderingen: Handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met: 1. R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens) én een volledige genomische kloon van een plantenvirus, geïnserteerd in het T-DNA dienen te worden uitgevoerd op PCM-II; 2. plantvirale vectoren dienen te worden uitgevoerd op PCM-II; 3. genetisch gemodificeerde plantpathogene schimmels die sporen kunnen vormen, dienen te worden uitgevoerd op PCM-III;
Plantenkassen | Plantenkassen
PK-I Plantenkas bedoeld voor handelingen met genetisch gemodificeerde planten. | PKa-I
PK-II Plantenkas bedoeld voor handelingen met genetisch gemodificeerde planten. | PKb-I
PK-III Plantenkas bedoeld voor handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen. | Indien handelingen volgens de vergunning worden uitgevoerd met micro-organismen die onder laboratoriumomstandigheden op VMT niveau moeten worden gehanteerd, geldt: de handelingen dienen te worden uitgevoerd op PKM-I
Idem C-I: PKM-II
Idem C-II: PKM-III
Idem C-III: PKM-IV
Uitzonderingen: Handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde planten in associatie met: 1. R. radiobacter (voorheen bekend als A. tumefaciens) én een volledige genomische kloon van een plantenvirus geïnserteerd in het T-DNA, dienen te worden uitgevoerd op PKM-II; 2. plantvirale vectoren dienen te worden uitgevoerd op PKM-II; 3. genetisch gemodificeerde plantpathogene schimmels die sporen kunnen vormen, dienen te worden uitgevoerd op PKM-III;
Dierenverblijven | Dierenverblijven
D-I Dierverblijf voor genetisch gemodificeerde dieren. | D-I
D-II Dierverblijf voor al dan niet genetisch gemodificeerde dieren die in associatie worden gehouden met genetisch gemodificeerde micro-organismen. | Indien handelingen volgens de vergunning worden uitgevoerd met micro-organismen die onder laboratoriumomstandigheden op VMT niveau moeten worden gehanteerd, geldt: de handelingen dienen te worden uitgevoerd op DM-I
Idem C-I: DM-II
Idem C-II: DM-III
Idem C-III: DM-IV
Uitzonderingen: Handelingen met al dan niet genetisch gemodificeerde dieren in associatie met: 1. genetisch gemodificeerd virus dat aerogeen kan verspreiden dienen te worden uitgevoerd op – DM-III; of – DM-II indien de dieren in filtertopkooien worden gehouden. 2. ecotrope retrovirussen dienen te worden uitgevoerd op DM-II; 3. genetisch gemodificeerde lentivirussen gebaseerd op een lentiviraal systeem, toegepast in associatie met apen dienen te worden uitgevoerd op DM-III
Industriële schaal | Industriële schaal
GILSP-, zonder afdoding biomassa | MI-I
GILSP+, met afdoding biomassa | MI-II
GS-I | MI-III
GS-II | MI-IV
GILSP-, GILSP+, GS-I en GS-II: Procesinstallaties bedoeld voor grootschalige activiteiten met genetisch gemodificeerde micro-organismen