wetzoeker

Artikel 30 Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen

Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten

1 Tot de uitreiking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt slechts overgegaan indien de aanvrager beschikt over een op de aanvrager betrekking hebbend geldig document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, van de Wet op de identificatieplicht.

2 Indien bij de aanvraag van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort blijkt dat de geldigheidsduur van het identiteitsbewijs als bedoeld in het vorige lid is verstreken, wordt de beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het identiteitsbewijs is vervangen door een nieuw identiteitsbewijs.

3 Namens de Minister van Buitenlandse Zaken kan een verstrekt diplomatiek paspoort of dienstpaspoort worden ingetrokken, indien de houder het diplomatiek paspoort of het dienstpaspoort in strijd met de voorwaarden waaronder het werd verstrekt heeft gebruikt.

Regeling
Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0012809
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl