wetzoeker

Artikel 29 Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen

Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten

1 De vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort geschiedt door de Minister van Buitenlandse Zaken, met gebruikmaking van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.

2 De geldigheid van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt bij elke verstrekking afzonderlijk vastgesteld door de Minister van Buitenlandse Zaken, met een maximale geldigheid van tien jaar indien de aanvrager bij de aanvraag de leeftijd van achttien jaar heeft bereikten en vijf jaar indien de aanvrager bij de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt. Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het paspoort kunnen worden opgenomen, wordt de geldigheidsduur vastgesteld met een maximale geldigheid van één jaar.

Regeling
Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0012809
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl