wetzoeker

Artikel 31 Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen

Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten

1 De vaststelling van een aanspraak op plaatsing van een dienstpaspoortclausule in een nationaal paspoort, waardoor dat paspoort tijdelijk de status van een dienstpaspoort verkrijgt, geschiedt onder nader door de Minister van Buitenlandse Zaken te stellen voorwaarden door de Gouverneur, met gebruikmaking van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.

2 De plaatsing van de dienstpaspoortclausule geschiedt met behulp van standaardclausule IX. In de clausule worden de datum waarop deze is aangebracht, de datum waarop de geldigheidsduur ervan eindigt en het bijbehorende administratienummer ingevuld.

3 De clausule wordt ondertekend door de in het eerste lid bedoelde autoriteit of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar en gewaarmerkt met het in artikel 104, eerste lid, bedoelde dienststempel.

4 De clausule wordt aangebracht op de bladzijde bestemd voor ambtelijke aantekeningen of op een visumbladzijde.

5 De geldigheidsduur van een dienstpaspoortclausule mag de geldigheidsduur van het nationaal paspoort waarin deze wordt aangebracht, niet overschrijden.

6 De Gouverneur geeft van het aanbrengen van een dienstpaspoortclausule terstond kennis aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

Regeling
Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0012809
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl