wetzoeker

Artikel 20 Verdrag van de Raad van Europa inzake de coproductie van audiovisuele werken in de vorm van series

SLOTBEPALINGEN

1 Elke staat kan op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding zich het recht voorbehouden een andere minimale financiële bijdrage vast te stellen dan die welke in artikel 6 van dit Verdrag zijn vastgelegd. Andere voorbehouden mogen niet worden gemaakt.

2 Elke partij die ingevolge het voorgaande lid een voorbehoud heeft gemaakt, kan dit geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

De intrekking wordt van kracht op de datum van ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Regeling
Verdrag van de Raad van Europa inzake de coproductie van audiovisuele werken in de vorm van series
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
26-03-2026
BWB-id
BWBV0007154
Versie
2026-03-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl