wetzoeker

Artikel 20.37 Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

1 Elke partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben onmiddellijke en doeltreffende voorlopige en conservatoire maatregelen, waaronder een voorlopig bevel, te gelasten tegen een partij of in voorkomend geval een derde over wie de desbetreffende rechterlijke instantie jurisdictie heeft, om te beletten dat inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt en met name dat inbreuk makende goederen in het verkeer worden gebracht.

2 Elke partij bepaalt dat haar rechterlijke instanties de bevoegdheid hebben de inbeslagneming of het anderszins in bewaring nemen te gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, om te beletten dat zij in het verkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

3 Elke partij bepaalt dat, in geval van vermeende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, de rechterlijke instanties in overeenstemming met haar wetgeving conservatoir beslag kunnen laten leggen op goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden. Met het oog daarop kunnen de rechterlijke instanties overlegging van relevante bancaire, financiële of handelsdocumenten of zo nodig inzage van andere relevante informatie gelasten.

Regeling
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
Afkortingen
CETA
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-2016
BWB-id
BWBV0006661
Versie
2016-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl