wetzoeker

Artikel 20.36 Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds

HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Onverminderd haar wetgeving inzake verschoningsrechten, de bescherming van vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens bepaalt elke partij dat haar rechterlijke instanties in civiele procedures betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten de bevoegdheid hebben op een gerechtvaardigd verzoek van de houder van het recht te gelasten dat de inbreukmaker of de vermeende inbreukmaker relevante informatie die hij in zijn bezit heeft of waarover hij kan beschikken, ten minste met het oog op de bewijsgaring, in overeenstemming met haar toepasselijke wet- en regelgeving aan de houder van het recht of de rechterlijke instanties verstrekt. Deze informatie kan informatie omvatten met betrekking tot personen die op enigerlei wijze zijn betrokken bij de inbreuk of vermeende inbreuk en met betrekking tot de productiemiddelen of de distributiekanalen voor de inbreuk makende of vermeende inbreuk makende goederen of diensten, met inbegrip van de vaststelling van derden van wie wordt gesteld dat zij bij de productie en de distributie van die goederen of diensten zijn betrokken, en van de betrokken distributiekanalen.

Regeling
Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds
Afkortingen
CETA
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
30-10-2016
BWB-id
BWBV0006661
Versie
2016-10-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl