wetzoeker

Art. 3 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën

De consuls-generaal, consuls en vice-consuls, alvorens tot de uitoefening hunner werkzaamheden te worden toegelatenen, en het genot te hebben van de vrijdommen, die daaraan verbonden zijn, leggen aan de Regering van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden eene commissie in behoorlijken vorm over.

Nadat het exequatur, 't welk zoo spoedig mogelijk door den gouverneur der kolonie zal worden mede-onderteekend, is verleend, hebben gezegde consulaire ambtenaren van allen rang regt op de bescherming der Regering en op den bijstand der plaatselijke overheid voor de vrije uitoefening hunner betrekking.

De Regering behoudt zich, bij het verleenen van het exequatur, de bevoegdheid voor, dit weder in te trekken of door den gouverneur der kolonie te doen intrekken, met opgave der redenen van dien maatregel.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-08-1857
BWB-id
BWBV0006434
Versie
1857-08-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl