wetzoeker

Art. 2 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën

De consuls-generaal, consuls, vice-consuls en consulaire agenten van de Verhevene Porte worden beschouwd als handelsagenten, ter bescherming van den zeehandel hunner landgenooten in de havens van het ressort van hun consulair arrondissement.

Zij zijn onderworpen zoowel aan de burgerlijke als aan de strafwetten des lands, waar zij gevestigd zijn, onverminderd de uitzonderingen, die de tegenwoordige overeenkomst in hun belang vaststelt.

Regeling
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ottomaanse Rijk inzake de toelating van Turkse Consuls in de voornaamste havens der Nederlandse koloniën
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
07-08-1857
BWB-id
BWBV0006434
Versie
1857-08-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl