wetzoeker

Artikel 14 Verdrag nopens de vrijheid van de doorvoer met Statuut

Met het oog op de omstandigheid dat binnen het gebied van zekere Verdragstaten of onmiddelijk daaraan grenzende zones of enclaves bestaan, die eene zeer geringe uitgestrektheid en bevolking hebben in vergelijking met die van de bedoelde gebieden, en dat deze zones of enclaves afgescheiden gedeelten van die gebieden vormen of nederzettingen, behoorende tot andere moederlanden, en dat het anderzijds onmogelijk is, om administratieve redenen, op die zones en enclaves de bepalingen van dit Statuut toe te passen, wordt bepaald, dat die bepalingen daarop niet van toepassing zijn.

Hetzelfde geldt wanneer eene kolonie of afhankelijk gebied een bijzonder lange grens bezit in vergelijking van zijne oppervlakte, zoodat het feitelijk onmogelijk is voor het douane- en politietoezicht te zorgen.

De betrokken Staten zullen evenwel in de bovenbedoelde gevallen een regime toepassen dat zooveel mogelijk de beginselen van dit Statuut zal eerbiedigen en dat zal strekken tot vergemakkelijking van den doorvoer en het verkeer.

Regeling
Verdrag nopens de vrijheid van de doorvoer met Statuut
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
16-07-1924
BWB-id
BWBV0006229
Versie
1924-07-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl