wetzoeker

Artikel 8 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers

Indien het feit, waarop de aanvraag tot uitlevering gegrond is, zal gepleegd zijn op het grondgebied van eenen derden Staat, die de uitlevering van den misdadiger niet heeft verzocht, zal er aan deze aanvraag gevolg worden gegeven, ingeval de wetgeving van het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd, de vervolging dierzelfde, buiten zijn grondgebied gepleegde, misdrijven toelaat.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-02-1898
BWB-id
BWBV0005936
Versie
1898-02-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl