wetzoeker

Artikel 7 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers

In de gevallen, waarin overeenkomstig de bepalingen van de tegenwoordige overeenkomst, de uitlevering niet behoort te worden toegestaan, zal de opgeeischte persoon, indien er grond toe bestaat, gevonnisd worden door de rechtbanken van het land, waaraan de uitlevering is aangevraagd en volgens de wetten van dien Staat. Het eindvonnis zal behooren te worden medegedeeld aan de Regeering, die de uitlevering had verzocht.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-02-1898
BWB-id
BWBV0005936
Versie
1898-02-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl