wetzoeker

Art. 12 Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia

Elke der contracterende Partijen zal consuls, vice-consuls of consulaire agenten kunnen benoemen, die hun verblijf zullen houden in de Staten der andere Partij ter bescherming van haren handel. Evenwel geen dier agenten zal zijne werkzaamheden kunnen uitoefenen, alvorens daartoe, in den gebruikelijken vorm, door de Regering des lands gemagtigd te zijn. Zij zullen zoo in het eene als in het andere land, voor hunne personen en voor de uitoefening hunner betrekking dezelfde voorregten en dezelfde bescherming genieten, als verleend zijn of zullen worden aan de consuls der meest begunstigde natie.

Regeling
Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-06-1864
BWB-id
BWBV0005910
Versie
1864-06-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl