wetzoeker

Art. 11 Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia

Daar het de bedoeling is der beide contracterende Partijen om elkander over en weder de behandeling op den voet der meest begunstigde natie te verzekeren, zoo is overeengekomen dat elke gunst, voorregt of vrijdom, hoe ook genaamd, in zake van handel en scheepvaart, door eene der twee contracterende Partijen aan de onderdanen of burgers van eenig vreemd land verleend of te verleenen, almede worden uitgestrekt tot de onderdanen of burgers der andere contracterende Partij, om niet, zoo de vergunning om niet aan een derden Staat is gegeven, of tegen eene vergelding zooveel mogelijk van gelijke waarde en invloed, alles bij gemeen overleg te regelen, indien de vergunning voorwaardelijk is geschied.

Regeling
Tractaat van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Liberia
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
03-06-1864
BWB-id
BWBV0005910
Versie
1864-06-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl