wetzoeker

Artikel 11 Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa

Vertegenwoordigers der Leden in het Comité van Ministers

Voorrechten en immuniteiten worden aan de vertegenwoordigers der Leden niet toegekend voor het persoonlijk voordeel van deze individuele vertegenwoordigers, doch ten einde de onafhankelijke uitoefening van hun functie in verband met het Comité van Ministers te verzekeren. Derhalve heeft een Lid niet alleen het recht, maar tevens de plicht afstand te doen van de immuniteit van zijn vertegenwoordiger, telkens wanneer naar het oordeel van het Lid de immuniteit de loop der gerechtigheid in de weg zou staan, en van de immuniteit afstand kan worden gedaan, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het doel, waarvoor de immuniteit wordt toegekend.

Regeling
Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-09-1952
BWB-id
BWBV0005781
Versie
1952-09-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl