wetzoeker

Artikel 12 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Vermogensbestanddelen, toebehorende aan ondernemingen opgericht volgens de wetten van een der Partijen

Indien vermogensbestanddelen van een primaire onderneming door de Regering van een secundair land als vijandelijk Duits eigendom worden opgevorderd, zal de Regering van het primaire land gerechtigd zijn zich tot de Regering van het secundaire land te wenden, teneinde in gemeenschappelijk overleg vast te stellen:

(a) of de primaire onderneming dan wel de desbetreffende vermogensbestanddelen op de peildatum door Duitsers werden beheerst;

(b) het percentage van het directe of indirecte Duitse belang in de primaire onderneming op de peildatum indien de onderneming of de vermogensbestanddelen op zodanige wijze werden beheerst;

(c) de identificatie van de in het secundaire land gelegen vermogensbestanddelen, welke direct of indirect aan de primaire onderneming toebehoorden.

Voor de toepassing van dit artikel zal een primaire onderneming als door Duitsers beheerst worden beschouwd, indien op de peildatum:

A. vijandelijke Duitsers direct of indirect de beschikking hadden over:

(1) 50 percent of meer van de uit te brengen stemmen, van het geplaatste kapitaal of van andere eigendomsrechten, of

(2) een deelneming in een maatschappij, opgericht tot uitoefening van het stemrecht in de onderneming, welke deelneming 50 percent of meer vertegenwoordigt van de uit te brengen stemmen, van het geplaatste kapitaal of van andere eigendomsrechten in die maatschappij;

B. vijandelijke Duitsers direct of indirect het beleid, de bedrijfsvoering, het stemrecht of de gang van zaken van de onderneming beheersten.

De in het secundaire land gelegen vermogensbestanddelen van een niet door Duitsers gecontroleerde primaire onderneming zullen niettemin als door Duitsers gecontroleerd worden beschouwd, indien vijandelijke Duitsers op de peildatum direct of indirect het beleid, de bedrijfsvoering, het gebruik of de gang van zaken met betrekking tot deze vermogensbestanddelen controleerden.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-03-1951
BWB-id
BWBV0005765
Versie
1951-03-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl