wetzoeker

Artikel 11 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Vermogensbestanddelen, toebehorende aan ondernemingen opgericht volgens de wetten van een der Partijen

De bepalingen van dit deel zullen van toepassing zijn op vermogensbestanddelen, welke zich bevinden binnen het grondgebied van een der Verdragsluitende Regeringen — secundair land genoemd — en in eigendom toebehorend aan een lichaam of onderneming — primaire onderneming genoemd — welke rechtens of in feite een vereniging vormt van personen of kapitaal, opgericht volgens de wetten van de andere Verdragsluitende Regering — primair land genoemd — en waarin op de peildatum een direct of indirect vijandelijk Duits belang bestond.

Regeling
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
27-03-1951
BWB-id
BWBV0005765
Versie
1951-03-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl