wetzoeker

Artikel 11 Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen

Vermogensbestanddelen toebehorende aan ondernemingen, opgericht volgens de wetten van een der Partijen.

A Dit deel heeft betreking op vermogensbestanddelen, vallend onder de jurisdictie van een der Partijen en in eigendom toebehorend aan een onderneming, opgericht volgens de wetten van een andere Partij en waarin op de peildatum een direct of indirect vijandelijk Duits belang bestond. De Partij, binnen wier jurisdictie het vermogensbestanddeel zich bevindt, zal het „secundaire land” worden genoemd met betrekking tot dit vermogensbestanddeel. De onderneming aan wie het vermogensbestanddeel in eigendom toebehoort zal „primaire vennootschap” worden genoemd met betrekking tot dit vermogensbestanddeel. De Partij, volgens wier wetten de onderneming is georganiseerd zal „primair land” worden genoemd met betrekking tot dat vermogensbestanddeel. De termen „onderneming” en „vennootschap” zullen omvatten iedere al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittende firma of groep van personen. Vermogensbestanddelen van een in de vorm van een trust opgerichte onderneming en vermogensbestanddelen van een financiële- of bankinstelling, behalve de in vreemde valuta luidende garantierekeningen, waarop artikel 5 van dit Aanhangsel betrekking heeft, zullen onder de bepalingen van dit deel vallen. Deze uitzondering met betrekking tot garantierekeningen mag echter niet zodanig worden uitgelegd, dat zij meebrengt, dat een garantierekening al dan niet aan die instelling in eigendom toebehoort.

B Een onderneming zal als door Duisers beheerst worden beschouwd, indien vijandelijke Duitsers op de peildatum direct of indirect in bezit hadden:

I) 50 % of meer van de uit te brengen stemmen van het geplaatste kapitaal of van andere eigendomsrechten, of

II) in een maatschappij, opgericht tot uitoefening van het stemrecht van die onderneming, een deelneming, welke 50 % of meer vertegenwoordigt van de uit te brengen stemmen, van het geplaatste kapitaal of van andere eigendomsrechten in die onderneming;

of indien vijandelijke Duitsers op de peildatum direct of indirect het beleid, de bedrijfsvoering, het stemrecht of de gang van zaken van de onderneming beheersten. De vermogensbestanddelen, welke zich binnen het grondgebied van het secundaire land bevinden zullen als door Duitsers beheerst worden beschouwd indien vijandelijke Duitsers op de peildatum direct of indirect het beleid, de bedrijfsvoering, het gebruik of de gang van zaken met betrekking tot deze vermogensbestanddelen beheersten.

Regeling
Overeenkomst betreffende onderling strijdige aanspraken op buiten Duitsland gelegen Duitse bezittingen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
24-01-1951
BWB-id
BWBV0005692
Versie
1951-01-24_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl