wetzoeker

Artikel 68 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

In schepen, welke vloeibare lading in de ruimen vervoeren, zal aftrek gegeven worden voor ruimten, welke ingenomen zijn door- en bepaald nodig zijn voor toegang en bediening van pompen, welke dienen als ladingpompen, of, krachtens de bepalingen van artikel 78 onder A 6, n, trimpompen voor vloeibare brandstof en buiten de ruimte voor werktuiglijke voortstuwing geplaatst, mits al zulke pompen tevens geschikt zijn om het schip te lenzen.

De af te trekken pompkamerruimte zal als volgt worden bepaald:

De ruimte, welke wordt ingenomen door- en bepaald nodig is voor de bediening van een pomp, wordt geacht een hoogte te hebben gelijk aan die van de pomp, doch tenminste van 2.134 meter of 7 voet en een horizontaal oppervlak gelijk aan de ingenomen bodemruimte met voldoende ruimte daaromheen voor behoorlijke bediening.

De ruimte benodigd voor toegang wordt geacht een hoogte te hebben gelijk aan de afstand tussen de bovenkant van bovengenoemde ruimte en het bovendek en een horizontale doorsnede met één afmeting gelijk aan de breedte van de ladder en de andere afmeting 0.914 meter of 3 voet, echter niet groter dan 0.557 vierkante meter, of 6 vierkante voet.

De totaal verleende aftrek voor pompkamers mag niet meer bedragen dan in de navolgende tabel is aangegeven:

Bruto inhoud | Percentage van de bruto inhoud | Totaal aantal kubieke meters of tonnen

meer dan 8498,58 m3 (3000 t.) .............. | 0.9 | —

meer dan 4249,29 m3 (1500 t.) tot en met 8498,58 m3 (3000 t.)........................ | 1.2 | 76,49 m3 (27 t.)

meer dan 1416,43 m3 (500 t.) tot en met 4249,29 m3 (1500t.)............................... | 2 | 50,99 m3 (18 t.)

1416,43 m3 (500 t.) of minder............. | 4 | 28,33 m3 (10 t.)

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl