wetzoeker

Artikel 74 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

Bij schepen met werktuiglijke voortstuwing, waarvoor ruimte vereist wordt, zal een aftrek worden verleend voor werktuiglijke voortstuwing volgens de bepalingen van artikel 75 en de aldus toegestane ruimte zal van de bruto inhoud van het schip worden afgetrokken.

De ruimte, welke wordt ingenomen door- en benodigd is voor het behoorlijk werken van de hoofd-voortstuwingswerktuigen en de daarbij op grond van de artikelen 78 en 79 behorende hulpwerktuigen, met of c.q. zonder ruimten voor het toetreden van licht en lucht als genoemd in artikel 77, zullen naar de bedoeling van deze voorschriften worden beschouwd als ruimte voor de werktuiglijke voortstuwing.

Afgezien van het verschil in methode tussen het bepalen van de kubieke inhoud der ruimten onder het meetdek en die der ruimten voor werktuiglijke voortstuwing, als aangegeven in de artikelen 41, 80, onder 1 en 82, mag bij het vaststellen van de toelaatbare aftrek voor werktuiglijke voortstuwing, geen ruimte in de kubieke inhoud van de werktuiglijke voortstuwingsruimte begrepen worden, tenzij deze eerst in de bruto inhoud van het schip is begrepen.

1) Zie figuur 99, welke de methode van meting der hoogte van een astunnel aangeeft, indien de meetholten daar ter plaatse gemeten zijn tot de bovenkant der buikdenning, waarvan wordt verondersteld, dat zij onmiddellijk op de bovenkant van de dubbele bodem is aangebracht.

Alle ruimten voor werktuiglijke voortstuwing zullen worden gemeten en hun kubieke inhoud zal worden berekend volgens de bepalingen der artikelen 80, 81 en 82.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl