wetzoeker

Artikel 49 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

De kubieke inhoud van een tussendeksruimte wordt als volgt vastgesteld:

1. Indien methode 1 als vermeld in artikel 48, wordt gevolgd, worden de breedten van het voorste deel van de ruimte genummerd, te beginnen aan de voorsteven met no. 1 en met het hoogste nummer aan de voorkant van de achtersteven. De eerste en de hoogste genummerde breedte worden nu vermenigvuldigd met één, de andere oneven genummerde breedten met twee en de even genummerde breedten met vier. De som van deze producten wordt vermenigvuldigd met een derde van de afstand tussen de breedten, waarna het aldus verkregen oppervlak wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde hoogte (d.w.z. het rekenkundig gemiddelde van de hoogten bij elk deelpunt van lengte 1, zonder de hoogten aan het voorste en achterste eindpunt van deze lengte in aanmerking te nemen.

1) Indien de dekken verschillende zeeg hebben, moet de gemiddelde hoogte als volgt worden bepaald: De eerste en de hoogst-genummerde hoogten (werkelijke of denkbeeldige) worden vermenigvuldigd met één, de oneven-genummerde met twee en deeven-genummerde met vier. De som van deze producten gedeeld door de som van de factoren is de vereiste gemiddelde hoogte.

Dit laatste product geeft de kubieke inhoud in kubieke meters of in kubieke voeten van het voorste deel van de ruimte aan. De bepalingen van artikel 41 zijn van toepassing ten aanzien van de herleiding tot registertonnen.

De breedten van het achterste deel van de ruimten worden nu genummerd, beginnende met no. 1 aan de voorkant van de achtersteven, tot no. 5 aan het achterste eindpunt van lengte 2. De som van de eerste en laatste breedte, en viermaal de tweede en vierde breedte, en tweemaal de middelste breedte moet vermenigvuldigd worden met een derde van de afstand tussen de breedten. Het aldus verkregen oppervlak moet daarna vermenigvuldigd worden met de gemiddelde hoogte, als boven vastgesteld. Dit laatste product geeft de kubieke inhoud van het achterste deel van de tussendeksruimte in kubieke meters of kubieke voeten.

De som van de kubieke inhouden van het voorste en het achterste deel vormt de kubieke inhoud van de gehele tussendeksruimte.

2. Indien methode 2, genoemd in artikel 48, is gevolgd, moeten de breedten van de gehele ruimte van voor tot achter genummerd worden, beginnende met breedte no. 1 aan de voorsteven. De kubieke inhoud van de gehele tussendeksruimte wordt verkregen als in de eerste verklarende noot bij figuur 68 is aangegeven.

Het is ook toegestaan op een andere wijze te werk te gaan n.l. door de achterste breedte te berekenen door het oppervlak gelegen achter het voorlaatste deelpunt door middel van een planimeter te bepalen, zoals in figuur 68 is aangeduid. Wanneer eenmaal de juiste achterste breedte bepaald is, wordt de kubieke inhoud van de gehele tussendekruimte verkregen als is aangegeven in de tweede verklarende noot bij figuur 68.

3. Indien methode 3, genoemd in artikel 48, is gevolgd, moeten de breedten op de gewone manier van voor tot achter genummerd worden. De kubieke inhoud van de gehele ruimte wordt dan verkregen door toepassing van de bepalingen in lid 1 van dit artikel voor de vaststelling van de kubieke inhoud van het voorste deel van een tussendeksruimte.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl