wetzoeker

Artikel 48 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

De meting van een tussendeksruimte moet overeenkomstig één der hierna genoemde methoden worden uitgevoerd.

Methode 1.

a. De lengte van de ruimte wordt gemeten in twee delen. Lengte 1 wordt genomen in het langsscheepse middenvlak op het midden van de hoogte van de wegering, c.q. van de spanten bij de voorsteven tot de voorkant van de achtersteven. Lengte 2 wordt genomen in het langsscheepse middenvlak op het midden van de hoogte van de voorkant van de achtersteven tot de binnenkant van het hekspant, of de daarop aangebrachte wegering (zie figuur 66).

b. Lengte 1 wordt in een aantal gelijke delen verdeeld, volgens de bepalingen van artikel 21 en lengte 2 wordt in vier gelijke delen verdeeld. Aan de eindpunten van beide lengten en op hun verschillende deelpunten worden dan de inwendige breedten gemeten op de helft van de hoogte volgens de bepalingen van de artikelen 34, 35 en 36. In de meeste gevallen bedragen de breedte bij de voorsteven en de breedte aan het uiteinde van lengte 2 nul.

c. De hoogte wordt in het langsscheepse middenvlak op elk deelpunt gemeten. Indien echter de beide dekken, waartussen de ruimte gemeten wordt, in dekrondte verschillen, zal de hoogte op een vierde van de desbetreffende breedte worden gemeten. De hoogte zal worden gemeten van de bovenkant van het laagste dek (of van de bovenkant van de daarop aangebrachte vaste dekbekleding — zoals dekdelen, cement, rubber, enz.) tot de onderkant van het dek, dat er direct boven is gelegen.

1) Indien het tussendek eindigt tegen de achtersteven of in de nabijheid daarvan, zal de hoogte bij de achtersteven gerekend worden de hoogte van het achterdeel te zijn.

Indien aan de onderkant van dit dek paneelwerk of gelijksoortige beschieting aanwezig is, moet de hoogte hier doorheen gemeten worden.

Methode 2.

a. De gehele lengte

2) Wanneer eenmaal de meetlengte bekend is, kan de gehele lengte van de tussendeksruimte gemakkelijk gevonden worden door deze meetlengte te vermeerderen, c.q. te verminderen met de lengte van de horizontale afstand, in het langsscheepse middenvlak gemeten, tussen de eindpunten van de meetlengte en de bovengenoemde punten aan de voorsteven en de achtersteven (zie figuur 66).

van de ruimte in het langsscheepse middenvlak op halve hoogte wordt tussen dezelfde punten aan de voorsteven en de achtersteven bepaald, als is aangegeven in methode 1.

b. De gehele lengte wordt volgens de bepalingen van artikel 21 in een aantal gelijke delen verdeeld en de twee laatste afstanden worden elk in twee gelijke delen verdeeld. De breedte wordt daarna gemeten op het beginpunt van de gehele lengte, op de deelpunten en ook op de deelpunten van de laatste twee afstanden. Elke breedte wordt op het midden van haar hoogte gemeten volgens de bepalingen der artikelen 34, 35 en 36.

c. De hoogte wordt gemeten op elk deelpunt van de gehele lengte. Deze hoogte zal worden bepaald als aangegeven is in methode 1 c.

Methode 3 (Bijzondere gevallen).

a. In schepen met een vierkanten hekvorm, waarvan de achterste breedte aan het eindpunt van de gehele lengte van de tussendeksruimte gemeten kan worden en in schepen met een tussendeksruimte, waarvan het achterste deel een vorm heeft, die overeenkomt met die van het voorste deel (zie figuur 67), wordt geen bijzondere meting van het achterste deel verlangd. In het laatste geval zal de breedte aan het eindpunt van de gehele lengte nul zijn of nagenoeg nul.

b. Nadat de gehele lengte gemeten en verdeeld is, als aangegeven in artikel 21, worden de breedten bij elk deelpunt en tevens aan de uiteinden van de gehele lengte gemeten. Deze breedten worden op de halve hoogte volgens de bepalingen van de artikelen 34, 35 en 36 gemeten.

c. De hoogte wordt bij elk deelpunt van de gehele lengte gemeten. Deze hoogte wordt vastgesteld als in methode 1 c is aangegeven.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl