wetzoeker

Artikel 37 Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen

De bovenste breedte, gelegen ter hoogte van het bovenste eindpunt van de meetholte, moet onmiddellijk onder het meetdek gemeten worden. Indien deze breedte moeilijk onder dek gemeten kan worden, mag deze afmeting ook boven het dek genomen worden, maar in dat geval moet nagegaan worden of de spantdiepte onder en boven het dek gelijk is en de zijden van het schip ter hoogte van het dek vertikaal zijn. Wanneer de spantdiepte boven het dek verschilt van die onder het dek, moet de gemeten breedte worden gecorrigeerd als aangegeven in figuur 43. Indien het boord naar binnen of naar buiten uitwijkt, moet de gemeten breedte gecorrigeerd worden, als figuur 44 aangeeft.

Regeling
Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-02-1964
BWB-id
BWBV0005524
Versie
1964-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl