wetzoeker

Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland

Soort
Verdrag
Geldend vanaf
20-03-1954
Rechtsgebied
Cultureel recht, Onderwijsrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBV0005383
Versie
1954-03-20_0
SHA-256 bron
93394051c7a2e4f9a3abfa874c4291b8a7c4ea07a854c57f57ee20030ee58454

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Article 1
  2. Article 2
  3. Article 3
  4. Article 4
  5. Article 5
  6. Artikel 1
  7. Artikel 2
  8. Artikel 3
  9. Artikel 4
  10. Artikel 5

Accord Culturel entre les Pays-Bas et la Grèce

Article 1

Les Parties Contractantes développeront autant que possible leurs bonnes relations dans le domaine scolaire, intellectuel, scientifique et artistique.

Accord Culturel entre les Pays-Bas et la Grèce

Article 2

En vue d'atteindre les buts énoncés dans l'article 1er les Parties Contractantes favoriseront, si possible par la collation de bourses, l'échange de professeurs d'universités et de membres d'institutions scientifiques et culturelles. Elles encourageront les manifestations artistiques telles que les expositions, concerts, conférences, ayant trait à la culture de l'autre pays, ainsi que les échanges culturels dans les domaines de là cinématographie, de la radio et du sport.

Accord Culturel entre les Pays-Bas et la Grèce

Article 3

Les autorités compétentes des Parties Contractantes établiront de commun accord les mesures de détail nécessaires à l'exécution des dispositions des articles ci-dessus. A cet effet il sera constitué dans chaque pays une commission appelée à soumettre au Gouvernement des suggestions quant à l'exécution du présent Accord. Le Représentant diplomatique de l'autre Partie Contractante pourra être invité à prendre part aux délibérations de cette commission.

Accord Culturel entre les Pays-Bas et la Grèce

Article 4

Le présent Accord sera ratifié et les instruments de ratification seront échangés à Athènes dans le plus bref délai possible.

L'Accord entrera en vigueur à la date de l'échange des instruments de ratification.

Accord Culturel entre les Pays-Bas et la Grèce

Article 5

Le présent Accord restera en vigueur pour une période de cinq ans. S'il n'a pas été dénoncé six mois avant la date de son expiration, il sera prorogé par voie de tacite reconduction, chacune des Parties Contractantes se réservant, en ce cas, le droit de le dénoncer à tout, moment moyennant un préavis de six mois.

Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland

Artikel 1

De Verdragsluitende Partijen zullen zoveel mogelijk haar goede betrekkingen op intellectueel gebied en op het gebied van onderwijs, wetenschap en kunst uitbreiden.

Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland

Artikel 2

Teneinde de in artikel 1 vermelde doelstellingen te bereiken, zullen de Verdragsluitende Partijen, zo mogelijk door het toekennen van beurzen, de uitwisseling van hoogleraren en leden van wetenschappelijke en culturele instellingen bevorderen. Zij zullen kunstmanifestaties, zoals tentoonstellingen, concerten, lezingen, welke betrekking hebben op de cultuur van het andere land, aanmoedigen, evenals de culturele uitwisseling op het gebied van film, radio en sport.

Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland

Artikel 3

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zullen in gemeenschappelijk overleg de maatregelen nemen, welke nodig zijn voor het ten uitvoer leggen van de bepalingen van bovenstaande artikelen. Te dien einde wordt in elk van beide landen een commissie ingesteld, wier taak het is, aan de Regering voorstellen te doen betreffende de uitvoering van dit Verdrag. De diplomatieke vertegenwoordiger van de andere Verdragsluitende Partij kan worden uitgenodigd, deel te nemen aan de besprekingen van deze commissie.

Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland

Artikel 4

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te Athene worden uitgewisseld

Het Verdrag zal in werking treden op de dag der uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Cultureel Verdrag tussen Nederland en Griekenland

Artikel 5

Dit Verdrag zal van kracht blijven gedurende een tijdvak van vijf jaren. Indien het niet zes maanden voor de datum van het verstrijken van deze termijn is opgezegd, wordt het stilzwijgend verlengd, in welk geval elk der beide Verdragsluitende Partijen zich het recht voorbehoudt, te allen tijde het Verdrag op te zeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden.