wetzoeker

Artikel 12 Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II zoals gewijzigd op 3 mei 1996), gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben

1 Toepassing

a. Met uitzondering van de strijdkrachten of missies bedoeld in het tweede lid, onder a, punt i, van dit artikel, is dit artikel uitsluitend van toepassing op missies die taken verrichten in een gebied met toestemming van de Hoge Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de taken worden verricht.

b. Door de toepassing van het bepaalde in dit artikel op partijen bij een conflict die geen Hoge Verdragsluitende Partijen zijn, wordt noch impliciet, noch expliciet hun juridische status of die van een betwist grondgebied gewijzigd.

c. Het bepaalde in dit artikel is van toepassing, onverminderd het geldende internationaal humanitaire recht, andere toepasselijke internationale instrumenten of besluiten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die een hoger beschermingsniveau bieden voor het personeel dat zijn taken verricht in overeenstemming met dit artikel.

2 Strijdkrachten en missies belast met vredeshandhaving en bepaalde andere strijdkrachten en missies

a. Dit lid is van toepassing op:

i. elke macht of missie van de Verenigde Naties die in een gebied taken verricht in het kader van vredeshandhaving, waarneming of soortgelijke functies in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties; en

ii. elke missie die is opgericht overeenkomstig hoofdstuk VIII van het Handvest van de Verenigde Naties en die taken verricht in een conflictgebied.

b. Elke Hoge Verdragsluitende Partij of partij bij een conflict zal, indien zij daarom wordt verzocht door het hoofd van een macht of missie waarop dit lid van toepassing is:

i. voor zover zij daartoe in staat is, de noodzakelijke maatregelen nemen ter bescherming van de macht of missie tegen de uitwerking van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen in elk gebied waarover zij zeggenschap heeft;

ii. indien dit nodig is om dit personeel doeltreffend te beschermen en voor zover zij daartoe in staat is, alle mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen in dat gebied ruimen of onschadelijk maken; en

iii. het hoofd van de macht of missie informeren over de locatie van alle bekende mijnenvelden, bemijnde gebieden, valstrikmijnen en andere mechanismen in het gebied waarin de macht of missie haar taken verricht en, voor zover mogelijk, het hoofd van de macht of missie alle informatie verstrekken waarover zij beschikt betreffende dergelijke mijnenvelden, bemijnde gebieden, mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen.

3 Humanitaire en onderzoeksmissies van de Verenigde Naties

a. Dit lid is van toepassing op humanitaire of onderzoeksmissies van de Verenigde Naties.

b. Elke Hoge Verdragsluitende Partij of partij bij een conflict zal, indien zij daarom wordt verzocht door het hoofd van een missie waarop dit lid van toepassing is:

i. het personeel van de missie de in het tweede lid, onder b, punt i, van dit artikel bedoelde bescherming bieden; en

ii. indien de missie voor de uitoefening van haar taken toegang moet hebben tot een plaats waarover de Partij zeggenschap heeft of deze plaats moet kunnen passeren en teneinde het personeel van de missie een veilige toegang tot of passage door deze plaats te kunnen bieden:

aa. tenzij heersende vijandelijkheden dit belemmeren, het hoofd van de missie informeren over een veilige route naar die plaats indien dergelijke informatie beschikbaar is; of

bb. indien de informatie inzake de vaststelling van een veilige route niet kan worden geleverd overeenkomstig het bepaalde onder aa), een doorgang maken in de mijnenvelden, voor zover dit noodzakelijk en mogelijk is.

4 Missies van het Internationaal Comité van het Rode Kruis

a. Dit lid is van toepassing op elke missie van het Internationaal Comité van het Rode Kruis die taken verricht met toestemming van de gaststaat of -staten als bedoeld in de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en, voor zover toepasselijk, de Aanvullende Protocollen daarbij.

b. Elke Hoge Verdragsluitende Partij of partij bij een conflict zal, indien zij daarom wordt verzocht door het hoofd van de missie waarop dit lid van toepassing is:

i. het personeel van de missie de in het tweede lid, onder b, punt i, van dit artikel bedoelde bescherming bieden; en

ii. de in het derde lid, onder b, punt ii, van dit artikel, bedoelde maatregelen nemen.

5 Andere humanitaire missies en onderzoeksmissies

a. Voor zover de leden twee, drie en vier van dit artikel daarop niet van toepassing zijn, is dit lid van toepassing op de volgende missies, wanneer zij taken verrichten in een conflictgebied of wanneer zij bijstand verlenen aan de slachtoffers van een conflict:

i. elke humanitaire missie van een nationale afdeling van het Rode Kruis of van de Rode Halve Maan of de internationale federatie van deze organisaties;

ii. elke missie van een onpartijdige humanitaire organisatie, met inbegrip van elke onpartijdige humanitaire mijnruimingsmissie; en

iii. elke missie van onderzoek die is opgericht overeenkomstig de bepalingen van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en, indien toepasselijk, de Aanvullende Protocollen daarbij.

b. Elke Hoge Verdragsluitende Partij of partij bij een conflict zal, indien zij daarom wordt verzocht door het hoofd van een missie waarop dit lid van toepassing is, en voor zover zij daartoe in staat is:

i. het personeel van de missie de in het tweede lid, onder b, punt i, van dit artikel bedoelde bescherming bieden; en

ii. de in het derde lid, onder b, punt ii, van dit artikel, bedoelde maatregelen nemen.

6 Vertrouwelijkheid

Alle ingevolge de bepalingen van dit artikel verstrekte vertrouwelijke informatie wordt door de ontvanger strikt vertrouwelijk behandeld en wordt niet prijsgegeven aan iemand die geen deel uitmaakt van of verbonden is met de betrokken macht of missie zonder de uitdrukkelijke toestemming van degene die de informatie heeft verstrekt.

7 Naleving van wetten en voorschriften

Voor de leden van de in dit artikel bedoelde strijdkrachten en missies geldt dat zij, onverminderd de voorrechten en immuniteiten die zij eventueel genieten of de eisen van hun taken:

a. de wetten en voorschriften van de gaststaat naleven; en

b. zich onthouden van elke actie of activiteit die onverenigbaar is met de onpartijdige en internationale aard van hun taken.

Regeling
Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II zoals gewijzigd op 3 mei 1996), gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
25-09-1999
BWB-id
BWBV0004938
Versie
1999-09-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl