wetzoeker

Artikel 20 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

1 Op verzoek van de verzoekende partij verstrekt de aangezochte partij op een zo kort mogelijke termijn alle inlichtingen met betrekking tot rekeningen, van welke aard dan ook, aangehouden of beheerd bij een bank, welke dan ook, op haar grondgebied, door een natuurlijke persoon of rechtspersoon naar wie op het grondgebied van de verzoekende partij een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld. De verzoekende partij geeft in haar verzoek aan op welke gronden zij veronderstelt dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon op het grondgebied van de aangezochte partij over een bankrekening beschikt.

2 De aangezochte partij treft de nodige maatregelen om te waarborgen dat banken niet aan de betrokken cliënt of derden mededelen dat aan de verzoekende partij inlichtingen zijn verstrekt op grond van dit artikel.

Regeling
Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-2012
BWB-id
BWBV0004727
Versie
2012-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl