wetzoeker

Artikel 19 Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko

1 De aangezochte partij voert een verzoek tot doorzoeking en inbeslagneming van stukken van overtuiging van de verzoekende partij uit wanneer de feiten die aan het verzoek ten grondslag liggen naar het recht van zowel de aangezochte partij als de verzoekende partij strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf van ten minste een jaar. De verzoekende partij voegt het bevel tot doorzoeking en inbeslagneming van de bevoegde autoriteit van deze partij bij haar verzoek.

2 De aangezochte partij stelt de verzoekende partij in kennis van de resultaten van de uitvoering van de betreffende verzoeken.

Regeling
Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-12-2012
BWB-id
BWBV0004727
Versie
2012-12-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl