Regel 49ter Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag
49ter 1 Rechtsgevolgen van het herstel van een recht van voorrang door het ontvangende bureau
a. Indien het ontvangende bureau een recht van voorrang heeft hersteld ingevolge Regel 26bis 3 op grond van het feit dat het heeft vastgesteld dat het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen is ontstaan ondanks het feit dat de in de gegeven omstandigheden nodige zorg was betracht, heeft dat herstel, met inachtneming van paragraaf c, rechtsgevolgen in elke aangewezen Staat.
b. Indien het ontvangende bureau een recht van voorrang ingevolge Regel 26bis 3 heeft hersteld op grond van het feit dat het heeft vastgesteld dat het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen onopzettelijk is ontstaan, heeft dat herstel, met inachtneming van paragraaf c, rechtsgevolgen in elke aangewezen Staat waarvan het van toepassing zijnde nationale recht voorziet in herstel van het recht van voorrang op grond van dat criterium of op grond van een criterium dat vanuit het oogpunt van de aanvragers gunstiger is dan dat criterium.
c. Een beslissing van het ontvangende bureau een recht van voorrang te herstellen ingevolge Regel 26bis 3 heeft geen rechtsgevolgen in een aangewezen Staat indien het aangewezen bureau, een gerechtelijke instantie of een ander bevoegd orgaan van of optredend voor die aangewezen Staat vaststelt dat niet voldaan is aan een vereiste ingevolge Regel 26bis 3 a, b i of c, waarbij de in het bij het ontvangende bureau ingevolge Regel 26bis 3 a ingediende verzoek en andere ingevolge Regel 26bis 3 b iii bij het ontvangende bureau ingediende verklaringen of bewijs vermelde redenen in aanmerking worden genomen.
d. Een aangewezen bureau gaat uitsluitend over tot herziening van de beslissing van het ontvangende bureau indien het redelijkerwijs betwijfelt of aan een in paragraaf c genoemd vereiste is voldaan, in welk geval het aangewezen bureau de aanvrager dienovereenkomstig in kennis stelt, waarbij de redenen voor de twijfel worden vermeld en de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld binnen een redelijke termijn bezwaar te maken.
e. Een aangewezen Staat is niet gebonden door een beslissing van het ontvangende bureau een verzoek ingevolge Regel 26bis 3 om herstel van een recht van voorrang af te wijzen.
f. Indien het ontvangende bureau een verzoek om herstel van een recht van voorrang heeft afgewezen, kan een aangewezen bureau dat verzoek aanmerken als een verzoek om herstel dat ingevolge Regel 49ter 2 a bij dat aangewezen bureau binnen de termijn ingevolge die Regel is ingediend.
g. Indien de paragrafen a tot en met d op 5 oktober 2005 niet verenigbaar zijn met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, zijn die paragrafen niet van toepassing op dat bureau zolang zij niet verenigbaar zijn met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
49ter 2 Herstel van een recht van voorrang door het aangewezen bureau
a. Indien in de internationale aanvrage een beroep wordt gedaan op de voorrang van een eerdere aanvrage en deze internationale aanvrage een datum van internationale indiening heeft die later valt dan de datum waarop de termijn van voorrang is verstreken, maar binnen een tijdvak van twee maanden na die datum, herstelt het aangewezen bureau op verzoek van de aanvrager en met inachtneming van paragraaf b, het recht van voorrang indien het bureau vaststelt dat aan een door hem gehanteerd criterium (criterium voor herstel) is voldaan, namelijk dat het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen:
i. was ontstaan ondanks het feit dat de in de gegeven omstandigheden nodige zorg was betracht; of
ii. onopzettelijk was ontstaan.
Elk aangewezen bureau hanteert ten minste een van die criteria en kan ook beide hanteren.
b. Een verzoek op grond van paragraaf a:
i. wordt binnen een maand na de ingevolge artikel 22 van toepassing zijnde termijn ingediend bij het aangewezen bureau of, wanneer de aanvrager ingevolge artikel 23, tweede lid, een uitdrukkelijk verzoek bij het aangewezen bureau indient, binnen een maand na de datum waarop dit verzoek door het aangewezen bureau is ontvangen;
ii. bevat de redenen voor het verzuim de internationale aanvrage binnen de termijn van voorrang in te dienen en gaat bij voorkeur vergezeld van een verklaring of andere ingevolge paragraaf c vereiste bewijzen; en
iii. gaat vergezeld van een taks voor een verzoek om herstel zoals vereist ingevolge paragraaf d.
c. Het aangewezen bureau kan vereisen dat een verklaring of andere bewijzen ter staving van de redenen bedoeld in paragraaf b ii bij hem worden ingediend binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn.
d. Het aangewezen bureau kan voor de indiening van een verzoek ingevolge paragraaf a als voorwaarde stellen dat ten gunste van hem een taks voor een verzoek om herstel wordt betaald.
e. Het aangewezen bureau wijst geen verzoek ingevolge paragraaf a geheel of gedeeltelijk af zonder de aanvrager in de gelegenheid te stellen binnen een gegeven de omstandigheden redelijke termijn bezwaar te maken tegen de beoogde afwijzing. Het aangewezen bureau kan de aanvrager een dergelijke kennisgeving inzake de beoogde afwijzing toezenden tezamen met een uitnodiging een verklaring of ander bewijs ingevolge paragraaf c in te dienen.
f. Indien het door het aangewezen bureau toegepaste nationale recht ter zake van het herstel van een recht van voorrang voorziet in vereisten die, vanuit het oogpunt van de aanvragers gunstiger zijn dan de vereisten voorzien in de paragrafen a en b, kan het aangewezen bureau, bij het vaststellen van het recht van voorrang de vereisten uit hoofde van het van toepassing zijnde nationale recht toepassen in plaats van de vereisten uit hoofde van die paragrafen.
g. Elk aangewezen bureau stelt het Internationale Bureau in kennis van welk van de criteria voor herstel het toepast, van de vereisten, indien van toepassing, van het van toepassing zijnde nationale recht in overeenstemming met paragraaf f en van eventuele latere wijzigingen in dat opzicht. Het Internationale Bureau publiceert dergelijke informatie onverwijld in het mededelingenblad.
h. Indien de paragrafen a tot en met g op 5 oktober 2005 niet verenigbaar zijn met de door het aangewezen bureau toegepaste nationale wetgeving, zijn die paragrafen niet van toepassing op dat bureau zolang zij niet verenigbaar zijn met die wetgeving, mits genoemd bureau het Internationale Bureau hiervan in kennis stelt voor 5 april 2006. De ontvangen informatie wordt door het Internationale Bureau onverwijld gepubliceerd in het mededelingenblad.
- Regeling
- Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
- Afkortingen
- PCT
- Soort
- Verdrag
- Geldend vanaf
- 01-01-2026
- BWB-id
- BWBV0004680
- Versie
- 2026-01-01_0