wetzoeker

Regel 49bis Verdrag tot samenwerking inzake octrooien

Regels betreffende hoofdstuk I van het Verdrag

49bis.1 Keuze van bepaalde soorten bescherming

a. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat waarop artikel 43 van toepassing is, niet wordt behandeld als een aanvrage om de verlening van een octrooi, maar om de verlening van een ander soort bescherming bedoeld in dat artikel, meldt de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen dit aan het aangewezen bureau.

b. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat waarop artikel 44 van toepassing is, wordt behandeld als een aanvrage om verlening van meer dan een soort bescherming bedoeld in artikel 43, meldt de aanvrager, bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, dit aan het aangewezen bureau en geeft, indien van toepassing, aan welke soort bescherming primair wordt verlangd en welke subsidiair.

c. In de in paragrafen a en b bedoelde gevallen, indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om een aanvullingsoctrooi, een aanvullingscertificaat, een aanvulling van een uitvinderscertificaat of een aanvulling van een gebruikscertificaat, vermeldt de aanvrager bij het verrichten van de handelingen bedoeld in artikel 22, de desbetreffende hoofdaanvrage, het hoofdoctrooi of een ander verleend hoofdrecht.

d. Indien de aanvrager verlangt dat de internationale aanvrage in een aangewezen Staat wordt behandeld als een aanvrage om voortzetting of gedeeltelijke voortzetting van een eerdere aanvrage, meldt de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, dit aan het aangewezen bureau en vermeldt daarbij de desbetreffende hoofdaanvrage.

e. Wanneer de aanvrager bij het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen geen uitdrukkelijke melding ingevolge paragraaf a heeft gedaan, maar de door hem betaalde nationale taks bedoeld in artikel 22 overeenkomt met de nationale taks voor een specifiek soort bescherming, wordt de betaling van die taks beschouwd als melding van de wens van de aanvrager dat de internationale aanvrage dient te worden behandeld als een aanvrage om dat soort bescherming en stelt het aangewezen bureau de aanvrager daarvan in kennis.

49bis.2 Tijdstip voor meldingen

a. Aangewezen bureaus mogen niet verlangen dat de aanvrager, vóór het verrichten van de in artikel 22 bedoelde handelingen, meldingen doet als bedoeld in Regel 49bis.1, of, indien van toepassing, meldt of hij verlening van een nationaal octrooi of een regionaal octrooi verlangt.

b. De aanvrager kan, indien zulks is toegestaan krachtens de nationale wetgeving die moet worden toegepast door het betrokken aangewezen bureau, op een later tijdstip een dergelijke melding doen of, indien van toepassing, van de ene soort bescherming overstappen op de andere.

Regeling
Verdrag tot samenwerking inzake octrooien
Afkortingen
PCT
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBV0004680
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl