wetzoeker

Artikel II Verdrag tot het verbieden van proefnemingen met kernwapens in de dampkring, in de kosmische ruimte en onder water

1 Elk der Partijen kan voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. De tekst van iedere voorgestelde wijziging wordt overgelegd aan de depotregeringen, die de tekst van de wijziging aan alle Partijen bij dit Verdrag doen toekomen. Daarna roepen, indien ten minste een derde der Partijen zulks verzoekt, de depotregeringen, ter bespreking van bedoelde wijziging, een conferentie bijeen, waartoe zij alle Partijen uitnodigen.

2 Iedere wijziging van dit Verdrag moet worden goedgekeurd met een meerderheid van de stemmen van alle Partijen bij dit Verdrag, de stemmen van alle Oorspronkelijke Partijen daaronder begrepen. De wijziging wordt ten aanzien van alle Partijen van kracht na de nederlegging van de akten van bekrachtiging door een meerderheid van alle Partijen, de akten van bekrachtiging van alle Oorspronkelijke Partijen daaronder begrepen.

Regeling
Verdrag tot het verbieden van proefnemingen met kernwapens in de dampkring, in de kosmische ruimte en onder water
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-09-1964
BWB-id
BWBV0004520
Versie
1964-09-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl