wetzoeker

Artikel I Verdrag tot het verbieden van proefnemingen met kernwapens in de dampkring, in de kosmische ruimte en onder water

1 Elk der Partijen bij dit Verdrag neemt de verplichting op zich, iedere proefexplosie van een kernwapen of iedere andere kernexplosie te verbieden, te verhinderen en niet uit te voeren op iedere plaats die onder haar rechtsmacht valt of waarover zij feitelijk gezag uitoefent:

(a) in de dampkring, daarbuiten, met inbegrip van de kosmische ruimte, of onder water, met inbegrip van de territoriale wateren en de volle zee; of

(b) op iedere andere plaats indien door een dergelijke explosie radioactieve stof zou terechtkomen buiten de territoriale grenzen van de staat onder wiens rechtsmacht of feitelijk gezag een dergelijke explosie wordt teweeggebracht. Het is in dit verband welverstaan dat de bepaling van dit lid 1 (b) van dit artikel onverlet laat het sluiten van een verdrag, leidende tot een permanent verbod van alle proefnemingen met kernexplosies, met inbegrip van ondergrondse explosies; de Partijen hebben in de preambule van dit Verdrag verklaard dat zij naar het sluiten van een dergelijk verdrag zullen streven.

2 Elk der Partijen bij dit Verdrag neemt bovendien de verplichting op zich, af te zien van het veroorzaken of bevorderen van, of het op enigerlei wijze deelnemen aan, het uitvoeren van proefexplosies van kernwapens of iedere andere kernexplosie, waar dan ook, die plaats zouden vinden op een van de in lid 1 van dit artikel bedoelde plaatsen dan wel de in lid 1 van dit artikel bedoelde uitwerking zouden hebben.

Regeling
Verdrag tot het verbieden van proefnemingen met kernwapens in de dampkring, in de kosmische ruimte en onder water
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
14-09-1964
BWB-id
BWBV0004520
Versie
1964-09-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl