wetzoeker

Artikel II Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen

De kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, is niet vatbaar voor toeëigening door Staten door middel van soevereiniteitsaanspraken, gebruik of bezetting, of op enige andere wijze.

Regeling
Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen
Soort
Verdrag
Geldend vanaf
10-10-1969
BWB-id
BWBV0004403
Versie
1969-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl